Geschreven door: | Laura (4 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 20 november 2003 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.350 |
Bekeken: | 3251 keer (3 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
De Düsseldorfse Königsallee
Men heeft veel sierende bijnamen voor haar bedacht, waarvan “Prachtstraat” slechts een van de vele is.
Men heeft haar met de Kurfürstendamm in Berlijn en de Champs Elysees in Parijs vergeleken, de Düsseldorfse Königsallee die in vlot Berlijns vaak slechts “Kö” genoemd wordt. Maar wat de Königsallee eigenlijk is, maken noch de bijnamen noch de vergelijking duidelijk.
In elk geval is het een van de belangrijkste winkelstraten van de stad. Mode van top tot teen voor “haar” en voor “hem” wordt hier voornamelijk aangeboden in díe prijsklassen (maar ook met díe exclusieve afkomstaanduidingen – merkaanduidingen) die het budget van de gemiddelde klant over het algemeen te boven gaan. Maar al te generaliserend moet dat ook weer niet worden opgevat. Juist de mensen uit Düsseldorf weten dat de drempelvrees voor hoge prijzen nu eenmaal eerst overwonnen moet worden om aan de Kö zijn slag te slaan die in het budget past.
Deze beschouwing geldt niet alleen op het gebied van modieuze kleding van kop tot teen en voor “boven” en “onder” (kleding), het gaat op voor alle aan de Königsallee vertegenwoordigde bedrijfstakken.
Eerste klas juweliers bij wijze van spreken, (van hoog karaat ) kunnen de tekenen des tijds ook door kwalitatief hoogwaardige modieuze sieraden interpreteren.
Wie iets moois zoekt voor het dekken van de tafel en voor thuis in het algemeen, heeft in elk geval de kwelling van de keuze.
En wie in de winter de zonterrassen van de cafés en herbergen mist, (hem) kost het niet veel moeite binnen een tegen het weer beschut plekje (plaats) te vinden, waar het spel van zien en gezien worden, dat voor de Königsallee zo kenmerkend is, “van binnen uit” (letterlijk: vanuit de zaal) plaatsvindt.
Karakteristiek voor de moderne Kö zijn ook de warenhuizen en de passages die de kilometer(lange) winkelstraat met interessante doorsteekjes verrijken.
De Keulse Dom
De Keulse Dom is zo’n beroemd bouwwerk in Duitsland, dat iedereen het kent of er van gehoord heeft. Doordat de bouw niet zonder moeilijkheden ging, zelfs eeuwen in beslag nam, zijn er vele sagen, verhalen en bijgeloof ontstaan. Een sage begint zo:
‘Toen de dom reeds zo ver af gebouwd was, dat zijn machtige omtrekken zichtbaar werden, verscheen er op een dag de duivel bij de bouwmeester Gerhard.’
De rest van de sage is door elkaar geraakt. Wat is de juiste volgorde?
A) Zijn zekerheid haalde hij uit de aanname, dat de duivel niet in staat was, het water in een ondergrondse leiding te laten stromen. Het geheim, hoe dat te bewerkstelligen – namelijk door luchtgaten op regelmatige afstanden (te maken) – verried hij aan zijn vrouw
B) Daarna was er geen bouwmeester meer, die de voltooiing van de Dom gelukt was. Ook wordt er verteld, dat Meester Gerhard het zelf steeds weer heeft voorkomen. Zijn geest zou vaak tussen de steigers verschenen zijn en nog vele metselaars in de dood gedreven hebben
C) Tot haar wendde de duivel zich, toen hij merkte, dat hem de voor de kanaalbouw noodzakelijke ambachtelijke vaardigheden ontbraken. Als arts won hij het vertrouwen van Meester Gerhards vrouw, die hem ten slotte verried
D) Voortaan werd er verteld, dat hij nog vele eeuwen iedere nacht een rondje om de Dom heeft gemaakt omdat hij bang was, dat een of ander zijn werk weer zou afnemen en bederven kon. Pas als men er in zou slagen, zijn geest te verbannen, kon men de Dom voltooien
E) De duivel dreigde hem, de voltooiing onmogelijk te maken, door een kanaal van Trier naar Keulen te bouwen en het water over de bouwgrond te laten vloeien. Gerhard zette zijn ziel in met de bewering dat de Dom eerder klaar zou zijn, dan de duivel het water tot stromen zou brengen
F) Spoedig daarop stond Meester Gerhard op de steiger van de Dom, toen hij plotseling onder de bodem water naar boven zag komen en eenden hoorde snateren. In de veronderstelling dat hij zijn ziel kwijt was stortte hij zich van de steiger terwijl de duivel in de gedaante van een hond hem nasprong.
E, A, C, F, B, D
Engelen zijn er overal
Tegen middernacht bereikte de goederentrein het voorland van de Alpen. Steunend klom hij langs de hellingen omhoog. Machinist Lehmann en zijn stoker Luigi Calvatello staarden zwijgend in de nacht. De lucht was bewolkt, maar het zicht was helder. Ze passeerden nu een hele rij (serie) van onbewaakte spoorwegovergangen die de bergdorpjes met hun weiden verbonden.
“Hier hebben we vorig jaar een koe tot gehakt verwerkt” zei Calvatello. “Wij kwamen van boven door de tunnel. Daar stond het stomme vee op de rails. Ik zeg het je, het gaf een klap, als wanneer je een mot met de vliegenmepper te pakken krijgt. De locomotief was zo met bloed en darmen besmeurd dat we hem moesten wassen. De reizigers op het volgende station zouden flauw gevallen zijn. Ik wist niet eens dat een koe zoveel bloed heeft.”.
“Beter een stuk vee dan een mens”, zei Lehmann. Hij stak zijn pijp weer aan en herinnerde zich: “Het was op paasmaandag ’58. Ik reed het traject Wuppertal – Essen met kolen en mijnhout (van de mijnen ondergronds). Op het moment dat ik uit een beboste linkerbocht kom, zie ik plotseling voor me op de rails mensen in bonte lentekleding, kinderen en een kleine hond. Ik ben zo (hard) op mijn remmen gaan staan dat ik dacht dat ik zou ontsporen (dat ik dacht dat ik van de rails ga). Midden op de spoorwegovergang bracht ik de locomotief tot stilstand. De mensen vluchtten (stoven uit elkaar) als kippen. Beide spoorbomen waren omhoog. De deur van het spoorwachterhuis stond open. De spoorwachter knielde naast het seinhuis voor een kruisbeeld en was aan het bidden. Hij keek pas op toen we naar hem schreeuwden”.
“er kon niets gebeuren” stamelde hij, “ik heb toch gebeden”?
“Misschien had hij gelijk” zei Calvatello. Hij droeg een gouden kruis om zijn hals.
De goederentrein donderde over een brug. De blikken tankwagens dreunden als trommels. De mannen zwegen. Onder in het dal glinsterde de zilveren band van een beek. Het rook naar pas gemaaid gras. Ze vlogen een slapend dorp voorbij. Een eenzame lamp schommelde in de wind. De zwarte mond van een tunnel slokte hen op. Vocht droop van de grotwanden. De schijnwerpers gleden over het rotsgesteente. De berg spuwde hen weer uit. Telegraafmasten gleden als planken van een omheining over hen heen. In de verte lichtte (er) sneeuw op. Toen doken ze de volgende tunnel in. Hij was krom als een banaan. Het zicht was maar 50 meter. De uitgang was niet te zien.
“Moeder Maria”(de maagd) schreeuwde Calvatello. Zijn ogen vielen (zowat) uit zijn hoofd. Hij sloeg een kruis. En nu zag Lehmann het ook: voor hen op het traject stond een engel. Of zweefde die? Groter dan een mens, met fladderende gewaden, breidde hij bezwerend zijn armen uit (en) bewoog zijn engelenvleugels, alsof hij hen wilde waarschuwen, (wilde) stoppen. Lehmann ging vol op de noodrem (staan).
De wielen knarsten, gloeiden, spuwden vonken. De mannen werden naar voren geslingerd. Cavallo sloeg met zijn voorhoofd tegen het bovenste vensterraam, verloor zijn bril (en) vloekte. Vijf passen voor het naar beneden gekomen gesteente bleef de trein sissend staan. Over een afstand van twintig meter waren er delen van het rotsplafond losgeraakt. Brokken groter dan koeien lagen op de rails.
“Shit” zei Lehman. Meer kreeg hij er niet uit. Hij leunde met door angst verlamde benen tegen de wand van de stuurcabine en probeerde het beeld te verdringen, wat er gebeurd zou zijn als ze met volle vaart op deze lawine midden in de tunnel waren geraasd. “Gehakt” dacht hij, “het had een haar gescheeld en wij zouden nu gehakt geweest zijn”.
Calvatello bad luid en met gesloten ogen. Hij sprak Italiaans. De ander klom van de locomotief op het spoor om zich te ontlasten. Doorstane angst is een probaat (doodzeker) laxeermiddel. Hij kende dat (nog) uit de oorlog. Toen hij op zijn hurken zat zag hij weer de schaduw van de engel. De machtige zwaaien bewogen zich spookachtig bezwerend. Calvatello knielde meteen (wierp zich op zijn knie). In de rechter schijnwerper van de locomotief fladderde een kleine gevangen nachtvlinder. De lamp wierp zijn vergrote schaduw op de rotswand.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.