geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

Geschreven door:

Steffen (3 vmbo) [meer]

Datum ingestuurd:

17 november 2003

Taal:

Woorden:

1.350

Bekeken:

3816 keer (5 deze maand)

Waardering:

2.2/5 (45 stemmen)

Deel op:

  • Door pimp op 23-09-2004
    België, 1 euro = 40,3399 Belgische frank Duitsland, 1 euro = 1,95583 Duitse mark Finland, 1 euro = 5,94573 Finse markka Frankrijk, 1 euro = 6,55957 Franse franc Ierland, 1 euro = 0,787564 Ierse pond Italië, 1 euro = 1936,27 Italiaanse lire Luxemburg,1 euro = 40,3399 Luxemburgse frank ... lees meer
  • Door p.i.m.p op 23-09-2004
    De belangrijkste voordelen en nadelen zijn al genoemd, maar hier nog eens samengevoegd, om het overzichtelijker te maken. · wisselkoersrisico verdwijnt. · Lage infaltie · Sterke wereldmunt (in wereldhandel) · Betere vergelijking prijzen · Nieuws voor verzamelaars · Uiteindelijk meer we... lees meer
Asielaanvraag in Europa
Dit jaar gaat Engeland Duitsland voorbij wat betreft het aantal asielaanvragen. Dat is ongeveer de verwachting. Nederland wordt waarschijnlijk derde. Het aantal verzoeken naar inwonertal per asieldruk is het hoogst in België, maar Nederland staat ook hoog. Spanje en Italië hebben bijna geen last en staan onderaan.
Uitgaan van de beschikbare cijfers over de eerste acht maanden komt er dit jaar een einde aan de jarenlange eerste positie van Duitsland voor wat betreft het totale aantal asielaanvragen in Europa. In 1996 was het aantal asielaanvragende vluchtelingen in Duitsland met 117 duizend meer dan het drievoudige van het Verenigd Koninkrijk, dat met 37 duizend asielaanvragen op de tweede plaats stond. Door een eerdere daling in Duitsland (tot naar verwachting circa 76 duizend) en een sterke stijging in het Verenigd Koninkrijk (tot circa 100 duizend) ziet het beeld er voor dit jaar waarschijnlijk heel anders uit. Nederland word vermoedelijk de derde met ongeveer 47 duizend asielaanvragen. Ten opzichte van 2000 betekent dit een stijging met 8 duizend, zogezegd 21%. Net zoals de stijgingen in Frankrijk zich zullen voordoen (van 31 naar 41 duizend), België (van 36 naar 41 duizend), Ierland (van 8 naar 12 duizend), Denemarken (van 6 naar 10 duizend) en Finland (van 3 naar 4 duizend). Opvallend is de sterke daling die van Zwitserland wordt verwacht (van 46 duizend naar 15 duizend). Ook in Oostenrijk zal er enige daling zijn. De daling in beide landen maar vooral die in Zwitserland houdt verband met het sterk teruggelopen aantal Kosovaarse vluchtelingen.

Een voor de hand liggende reden voor het stuivertje wisselen van Duitsland met het Verenigd Koninkrijk is moeilijk te geven. Mogelijk wordt door de asielzoeker of zijn of haar tussenpersoon (de zogenaamde trafficker) de Duitse asielwetgeving minder kansrijk geacht dan die in het Verenigd Koninkrijk. Verder kunnen het land van herkomst alsmede het opleidingsniveau een rol spelen. Asielzoekers met een goede opleiding, en dat is meer regel dan uitzondering, zouden in toenemende mate de voorkeur kunnen geven aan een Engelstalig land. Het wordt immers steeds duidelijker dat een goede beheersing van de taal voor een asielzoeker van essentieel belang is om zich in het gastland een plaats te verwerven respectievelijk zich verder te ontwikkelen. Ten slotte moet de betekenis van bestaande netwerken in het voorgenomen land van asiel niet worden onderschat. Mogelijk spelen deze netwerken voor de huidige asielzoekers een grotere rol in het Verenigd Koninkrijk dan in Duitsland.
de grootste asieldruk zich in 2000 naar verwachting zal voordoen in België, gevolgd door Ierland en Nederland.

Het Verenigd Koninkrijk staat op de zevende plaats met een niveau van 1,7 per 1.000 inwoners, maar wel boven het gemiddelde van de vermelde landen (1,1). In Duitsland ligt de asieldruk met 0,9 onder dat gemiddelde. In Frankrijk is deze 0,7 en het laagste niveau hebben Spanje en Italië. Daarbij past wel de kanttekening dat vooral in de twee laatstgenoemde landen grote aantallen migranten de illegaliteit verkiezen boven de asielprocedure.

Vluchtelingen in Nederland

Vluchtelingen komen niet zomaar in Nederland. Ze komen omdat ze in eigen land vervolgd worden vanwege hun politieke overtuiging, omdat ze hun leven niet zeker zijn vanwege een alles vernietigende oorlog, of omdat ze worden gediscrimineerd.
Dat wordt duidelijk als we weten waar deze vluchtelingen vandaan komen.
Uit Afghanistan bijvoorbeeld, dat al jarenlang in de ban is van oorlog en het fundamentalisme van de Taliban.
Uit Irak, waar een dictatuur elke politieke tegenstand afkampt.
Uit Somalië, gevallen door een jarenlange burgeroorlog, en dat nog steeds geen effectief centraal overheid heeft.
En uit het vroegere Joegoslavië, waarvan iedereen nog de oorlogsbeelden kent.
Deze landen staan al jarenlang in de 'top tien' van landen waar vluchtelingen vandaan komen.

Als asielzoekers in Nederland aankomen, wacht hun een langdurige, ingewikkelde asielprocedure. Hun vaak traumatische ervaringen wordt dan een vluchtverhaal.

Vluchtelingen in Nederland
Vluchtelingen vormen momenteel de snelst groeiende groep migranten in Nederland. Het is tevens de meest diverse groep, omdat de vluchtelingenpopulatie in Nederland tientallen nationaliteiten heeft. In het jaar 2000 waren de belangrijkste herkomstlanden van asielzoekers in ons land in volgorde Afghanistan, Servië, Montenegro, Irak, Iran, Turkije, Somalië, Bosnië, China, Sri Lanka en Zaïre. Vaak zijn binnen deze landen van herkomst ook nog verschillende etnische groepen of aanhangers van verschillende politieke stromingen te onderscheiden. De eerste generatie arbeidsmigranten was hoofdzakelijk laag opgeleid de vluchtelingen die in de jaren zeventig en tachtig naar Nederland kwamen, hadden meestal een hogere opleiding. Tegenwoordig is echter een hoge opleiding bij asielzoekers niet meer vanzelfsprekend.

Instroom vanaf 1950
Tot het einde van de jaren zestig van de 20e eeuw bleek het altijd om kleine aantallen individuele vluchtelingen te gaan die naar Nederland wilden komen. Vanaf 1975 veranderde dit door de komst van de Vietnamese bootvluchtelingen en in 1983 door de Tamils uit Sri Lanka.
Een aparte groep vluchtelingen zijn de AMA's (Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers). Deze groep bestaat uit jongeren onder de achttien jaar die zonder ouders of begeleiding naar Nederland zijn gevlucht. Voor hen bestaat speciaal beleid.

Gemeentelijk onderwijs in allochtone levende talen
Ongeveer één op de drie allochtone leerlingen in het basisonderwijs krijgt OALT-les, in de 186 onderzochte gemeenten zijn dat 61.400 leerlingen. Het zijn overwegend Turkse en Marokkaanse kinderen. Slechts 17 % van de OALT-leerlingen is afkomstig uit een andere taalgroep.
Onderwijs in allochtone levende talen
al jaren lang bestaat er voor kinderen van migranten de mogelijkheid om les te krijgen in hun eigen taal. Dit eigentaalonderwijs heeft in de loop van de tijd vele veranderingen ondergaan en de doelstellingen en naamgeving zijn vaak gewijzigd. Enkele jaren geleden was nog sprake van het onderwijs in eigen taal en cultuur, tegenwoordig heet dit het onderwijs in allochtone levende talen (OALT). Sinds 1998 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van het OALT-beleid.
Voor de jongste kinderen in het basisonderwijs kan de leerkracht de eigen taal van de leerling gebruiken om hen Nederlands te leren. Dit wordt taalondersteuning genoemd en mag gewoon onder schooltijd worden gegeven.
Beperkte peiling en een weinig vraaggericht aanbod
De behoefte aan OALT is door 80% van de gemeenten goedgekeurd. De peilingen droegen ook een beperkt karakter, omdat ouders vaak slecht werd gevraagd of OALT voor zijn of haar kind wenste en niet in welke vorm ze dat zouden willen.
Daarbij gaven gemeenten prioriteit aan het inzetten van de oude OETC-leerkrachten om zo de wachtgeldverplichtingen te kunnen vermijden.

Eenzijdige voorkeur voor taalondersteuning
Hoewel de hoofddoelstelling van het OALT cultuureducatie is, gaat de voorkeur van de gemeenten en scholen uit naar taalondersteuning. Taalondersteuning is een vorm van onderwijsachterstandbestrijding.
In de praktijk blijkt vaak niet duidelijk hoe inhoud gegeven kan worden deze vorm van ondersteuning. Bijkomend probleem is de toenemende diversiteit naar taalgroep en -niveau per school of klas, waardoor het lastig is de taalondersteuning te organiseren.

Cultuureducatie
Het aanbod van cultuureducatie wordt overwegend op scholen georganiseerd, waarbij ruim driekwart van het aanbod onder de verantwoordelijkheid van scholen valt. Bij 20% van het aanbod zijn 'zelforganisaties' verantwoordelijk voor de lessen. OALT-cultuureducatie in een brede school, een aparte taalschool of een verlengde schooldag komt nog maar weinig voor. Slechts 10% van het aanbod wordt op een ander soort instelling dan een school gegeven.

Verschuivingen in deelname aan OALT
Gemeenten zijn lang niet altijd goed op de hoogte van het aantal leerlingen dat per taalgroep gebruik maakt van het OALT. In de onderzochte gemeenten zijn er in totaal 61.400 OALT-leerlingen, dat is 35% van het totale aantal allochtone leerlingen in het basisonderwijs in deze gemeenten. Van alle Turkse leerlingen in het basisonderwijs neemt 66% deel aan het OALT en van de Marokkaanse leerlingen is dat 57%. Van de andere taalgroepen zijn er slechts 17% in het OALT, waarbij de deelname soms sterk uiteenloopt: van 1% van de Surinaamse leerlingen tot 40% van de Spaanstalige leerlingen. Bij Turkse en Marokkaanse leerlingen gaat het vooral om taalondersteuning, terwijl het bij de andere taalgroepen voornamelijk om cultuureducatie gaat.
Ongunstige arbeidssituatie OALT-leerkrachten
In de onderzochte gemeenten zijn ruim 1400 OALT-leerkrachten werkzaam. Van degenen van wie de bevoegdheid bekend is, zijn de meeste uitsluitend bevoegd als OALT- leerkracht, 15% heeft een volledige bevoegdheid als groepsleerkracht. Gemeenten besteden gemiddeld 4% van de OALT-middelen aan omscholing of bijscholing van docenten; veel gemeenten geven hier in het geheel niets aan uit.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.