Geschreven door: | anoniem (4 havo) |
Datum ingestuurd: | 15 oktober 2003 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.050 |
Bekeken: | 16588 keer (32 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Economie Samenvatting hfst 0, 1, 2
Hoofdstuk 0
Vraagvergelijking: Vergelijking die het verband weergeeft tussen de prijs (p) en de gevraagde hoeveelheid (Qv).
Aanbodvergelijking: Vergelijking die het verband weergeeft tussen de prijs (p) en de aangeboden hoeveelheid ( Qa).
Evenwichtsvergelijking: De markt is in evenwicht als de gevraagde en de aangeboden hoeveelheid gelijk is.
Een procent (%) is een verhoudingsgetal, die weergeeft hoe groot iets is ten opzichte van iets anders. Basis is altijd 100%.
Vb. Bereken het inkomen van Pieter in % van het inkomen van Marieke. Wat is 100%?
Ant: Hetgeen dat achter ‘in % van’ staat is altijd 100%. Dus in dit geval het inkomen van Marieke.
Loonquote:Totale loon___X100%
Nationaal in komen
Huurquote: ………% van het nationaal inkomen bestaat uit huur.
Winstquote: De totale winst uitgedrukt in % van het nationaal inkomen.
BTW: Belasting Toegevoegde Waarde.
BTW is een % van de verkoopprijs exclusief BTW. De prijs in de winkel is de verkoopprijs inclusief BTW.
Vb. Bereken het BTW bedrag:
Prijs exclusief BTW = …?… = 100%
BTW-bedrag = …?… = 17,5%
----------------------------------------
Prijs inclusief BTW = F 117,50 = 117,5%
F 17,50 F 117,50
17,5 % 117,5 %
Groeifactoren: Bijv. rente 5% per jaar, dan is de groeifactor 1,05
Je kunt een procentuele verandering berekenen door eerst de groeifactor te berekenen. Zo kan het ook:
Vb. Procentuele verandering = verandering________ X 100%
Waarde basis
OF:
Procentuele verandering =
Nieuw – oud__________ X 100%
Oud
Indexcijfers: Geeft aan in welke verhouding een bepaalde waarde tot een basiswaarde staat. De basiswaarde is dan de waarde in een bepaald jaar ( basisjaar).
* Uitrekenen met kruistabel.
Hoofdstuk 1
Het aanbod van arbeid bestaat uit alle mensen die tussen de 15 en 65 die willen, kunnen en mogen werken. Aanbod van arbeid = beroepsbevolking.
Beroepsbevolking: Aanbod van arbeid, werklozen, werknemer, zelfstandigen.
Je bent officieel werkloos als je je bij het CWI ( Centrum voor Werk en Inkomen) hebt ingeschreven.
Beroepsbevolking: werkzame beroepsbevolking (zelfstandigen, werknemers) + werkloze beroepsbevolking (geregistreerde werklozen).
Bij de niet-beroepsbevolking horen de mensen die wel tussen de 15 en 65 jaar oud zijn, maar die en niet werken en niet op zoek naar werk zijn.
Beroepsgeschikte bevolking (potentiële beroepsbevolking): de beroepsbevolking en den niet-beroepsbevolking samen. Bestaat uit alle mensen tussen de 15 en 65 jaar.
Deelnemingspercentage ( participatiegraad): Geeft aan welk deel van de beroepsgeschikte bevolking tot de beroepsbevolking hoort.
Bereken je zo:
Deelnemingspercentage = Beroepsbevolking : beroepsgeschikte bevolking X 100%
Deelnemingspercentage van een groep:
Beroepsbevolking van vrouwen van 15-24 jaar : Totaal aantal vrouwen van 15-24 jaar X 100%
Demografische groei: Er zijn steeds meer mensen in Nederland.
Demografische factor: bevolkingssamenstelling: het arbeidsaanbod groeit vooral als er meer mensen in de beroepsgeschikte leeftijd komen.
Een belangrijke verklaring voor de groei van de beroepsbevolking in Nederland is de grotere deelname van vrouwen aan het arbeidproces. Twee oorzaken:
* Steeds meer jonge vrouwen gaan werken en steeds meer oudere vrouwen gaan (opnieuw) een baan zoeken (herintreders).
* Anders dan vroeger wordt het nu normaal gevonden dat vrouwen naar onbetaald werk ook betaald werk verrichten.
Aanzuigeffect: de arbeidsmarkt trekt mensen die willen en kunnen werken aan zodat het aanbod van arbeid groter wordt. Het gaat dan goed met de economie.
Ontmoedigingseffect: Het aanbod van arbeid loopt terug. Door mensen die zich in tijd van economische teruggang niet (meer) aanbieden op de arbeidsmarkt terwijl ze eigenlijk wel willen werken. Ze denken dat ze toch geen kans maken. Het feit dat ze een erg kleine kans hebben een baan te vinden zorgt ervoor dat ze zich niet laten inschrijven.
Arbeidsmarkt prijs = loon (rente)
Krap : A < V (aanzuigeffect) lonen stijgen
Ruim : A > V (ontmoedigingseffect) werkeloosheid veel vraag naar arbeid prijs omhoog lonen dalen
De vraag naar arbeid wordt uitgeoefend door bedrijven en de overheid, de werkgevers. De totale vraag naar arbeid bestaat dus uit werkgevers (vragen), werknemers (bieden zich aan), zelfstandigen en openstaande vacatures.
Een terugloop van de bestedingen leidt tot een daling van de vraag naar arbeid omdat er minder geproduceerd wordt.
Invloed op de vraag naar arbeid: Loonkosten, technische ontwikkelingen en de groei van de economie.
Op elke markt geldt het marktmechanisme:
Vraag = V, Aanbod = A, Prijs = P
V > A P stijgt
V < A P daalt } marktmechanisme
Tellen op 2 manieren
- In personen of in arbeidsjaren ( = personen met een volle 38 uur baan).
In Personen: In Arbeidsjaren
VbPers A : 10 uur 10+20+38+5=73=1,9Personen Pers B : 20 uur 38 uur 38
Pers C : 38 uur
Pers D : 5 uur +
-----------------------
4 Personen
Concrete Markt: duiden we aan dat het gaat om een plek waar vragers naar en aanbieders van een bepaald product elkaar ontmoeten. Bijv. een banenmarkt. Bij een banenmarkt gaan vragers naar en aanbieders van arbeid naar een bepaalde plaats toe om zaken met elkaar te doen. Deze markt is zichtbaar.
Abstracte Markt: Omvat het geheel van vraag en aanbod zonder dat er een plaats is waar de vragers (kopers) en aanbieders ( verkopers) elkaar ook echt ontmoeten. Bijv. de arbeidsmarkt in Nederland. De vraag en aanbod bepalen de prijs. Een abstracte markt is niet zichtbaar.
Werkgelegenheid: Hoeveel mensen daadwerkelijk arbeid verrichten. De werkgelegenheid bestaat uit alle werknemers en zelfstandigen bij elkaar opgeteld.
Hoofdstuk 2
Het merendeel van de mensen die werken zijn in loondienst bij een bedrijf of bij de overheid.
Als je in Nederland een vereniging wilt oprichten moet je naar de notaris. Bij de notaris worden de regels van de vereniging vastgelegd. Een vereniging is een rechtsvorm ( een vereniging is een organisatievorm die in de wet voorkomt).
Als je een bedrijf wilt beginnen, moet je een bepaalde ondernemingsvorm kiezen. Een ondernemingsvorm is de rechtsvorm van de onderneming. De belangrijkste 4 zijn:
eenmanszaak
Vennootschap onder Firma (VoF)
Besloten Vennootschap (BV)
Naamloze Vennootschap (NV)
Eenmanszaak:
Een eenmanszaak heeft 1 eigenaar. Als je een eenmanszaak wilt starten, moet je zelf voor voldoende startvermogen zorgen. Je bent privé aansprakelijk voor schulden: als jouw bedrijf bepaalde schulden niet meer kan betalen, dan kunnen de schuldeisers hun vorderingen van jou, de privé-persoon, terugeisen. Ze mogen dan jou persoonlijke bezittingen verkopen. Voordelen van een eenmanszaak zijn de eenvoudige manier waarop je kan beginnen, het feit zonder last van anderen belangrijke beslissingen kunt nemen en dat je de hele winst voor jezelf kunt houden.
Vennootschap onder Firma ( VoF )
Bij een VoF zijn er meerdere eigenaren. Je moet meer overleggen en kan het werk beter verdelen. Je bent ook aansprakelijk met je privé-vermogen als je schulden hebt. Als het bedrijf op 3 eigenaren staat ingeschreven en er maar 1 privé-vermogen is opgegeven moet die ene eigenaar alle schulden in z’ n eentje betalen. Het is wel makkelijker om een lening te krijgen dan bij een eenmanszaak.
Besloten Vennootschap ( BV )
Scheiding tussen leiding en personen die eigenaar zijn. Het zijn rechtspersonen, ze zijn juridisch zelfstandig. Je kunt het bedrijf afzonderlijk voor de rechter slepen, zonder dat je de eigenaren aanklaagt. De eigenaren zijn niet aansprakelijk met hun privé-vermogen voor de schulden. Deze scheiding tussen bedrijf en eigenaren is er bij de eenmanszaak en de VoF niet.
De aandeelhouders zijn de eigenaren van een BV en NV. Een aandeel is een eigendomsbewijs van een bedrijf. Als aandeelhouder ontvang je een deel van de winst: het dividend.
Bij een BV staan de aandelen op naam. Meestal is een BV in handen van 1 of enkele directeuren-grootaandeelhouders. Als aandeelhouders zijn zij de eigenaren van een BV, maar zij hebben als directeur ook de leiding over het bedrijf. Degene die de meeste aandelen heeft (het meest heeft ingelegd) van een bedrijf, ontvangt het grootste deel van de winst. Als het bedrijf failliet gaat zijn de aandeelhouders alleen het ingelegde bedrag kwijt, meer niet.
Naamloze Vennootschap ( NV )
Scheiding tussen leiding en personen die eigenaar is. Het zijn rechtspersonen, ze zijn juridisch zelfstandig. Je kunt het bedrijf afzonderlijk voor de rechter slepen, zonder dat je de eigenaren aanklaagt. De eigenaren zijn niet aansprakelijk met hun privé-vermogen voor de schulden. Deze scheiding tussen bedrijf en eigenaren is er bij de eenmanszaak en de VoF niet. De aandeelhouders zijn de eigenaren van een BV en NV. Een aandeel is een eigendomsbewijs van een bedrijf. Als aandeelhouder ontvang je een deel van de winst: het dividend.
Bij een NV staan de aandelen niet op naam en ze zijn vrij verhandelbaar. Veel grote bedrijven zoals Shell of ABN AMRO zijn NV’s. Met de uitgifte van aandelen kan een bedrijf in 1 klap miljoenen of miljarden binnenhalen ( Ajax in 1998). Eén aandeel is niet duur. Sommige NV’s hebben duizenden of miljoenen aandeelhouders.
De jaarlijkse uitkering uit de winst die je over een aandeel krijgt heet dividend. De aandeelhouders zijn eigenaren van de NV’s. De meeste bemoeien zich er nauwelijks met het bedrijf. Elke aandeelhouder heeft stemrecht. De aandeelhouders worden vertegenwoordigd door de Raad van Commissarissen, die de Raad van Bestuur controleert. Zij hebben de dagelijkse leiding van het bedrijf.
De directeuren zijn werknemers van het bedrijf. Kunnen aandelen hebben ( als in vertrouwen in het bedrijf) hoeft niet. De aandelen van een NV zijn vrij verhandelbaar, ze kunnen worden doorverkocht. Als de aandelen meer in trek zijn, stijgt de koers. Dit gebeurt als het goed gaat met het bedrijf en er winst wordt gemaakt of als men winst in de toekomst verwacht. Door verkoop van de aandelen kunnen de aandeelhouders dan koerswinst maken.
De werkgever en werknemer moeten altijd een arbeidsovereenkomst opstellen. In zo’ n overeenkomst worden arbeidsvoorwaarden zwart op wit vastgelegd, zodat er later geen onduidelijkheid meer over kan ontstaan.
In een individuele arbeidsovereenkomst worden het loon en de arbeidstijd vastgelegd. Voor het overige wordt verwezen naar de Collectieve Arbeidsovereenkomst ( CAO ). Er zijn bonden van werkgevers en werknemers die de Collectieve Arbeidsovereenkomsten hebben afgesloten.
In een CAO staan alle rechten en plichten van de werkgevers en werknemers zwart op wit. Als een werkgever iemand in dienst neemt, geldt voor de werkgever en de werknemer de CAO. Hierin worden zaken als vakantie, pensioen, overuren en de data van loonsverhoging geregeld.
Sommige grote bedrijven hebben hun eigen CAO. Zo geldt de Philips-CAO voor alle werknemers van Philips in Nederland. Meestal wordt een CAO afgesloten voor een bedrijfstak.
Bedrijfstak: omvat alle bedrijven die zich bezighouden met dezelfde soort productie. Een voorbeeld is de bedrijfstak bouw: alle bouwbedrijven.
Vakbonden ( werknemersbonden, vakverenigingen): Bonden van werkgevers en werknemers die onderhandelen over de CAO’s.
Namens de werkgevers onderhandelen de werkgeversbonden of het bedrijf.
Werknemers in een bedrijfstak kunnen lid worden van een vakbond. Vb. bouwvakkers kunnen lid worden van de Bouwbond FNV of de Bouwbond CNV.
Ook de werkgevers zijn verenigd in bonden, de werkgeversbonden. Ook per bedrijftak georganiseerd.
Organisatiegraad: Het percentage van de werknemers dat is aangesloten bij een erkende vakbond.
Een CAO geldt voor alle werknemers in een bedrijfstak; een werkgever moet bijv. alle werknemers (zowel de vakbondsleden als de niet-leden) een in een CAO afgesproken loonsverhoging betalen. De niet-georganiseerde werknemers profiteren dus mee van het werk van vakbondsonderhandelaars, die door de vakbondsleden worden betaald.
Rijksbegroting: een overzicht van alle verwachte inkomsten en uitgaven van de overheid van het komende jaar.
Miljoenennota: Samenvatting van de rijksbegroting.
Inkomsten belasting wordt verhoogd werknemers houden minder netto over
prijzen blijven gelijk dus hun koopkracht daalt bedrijven verkopen minder (afzet daalt).
Najaarsoverleg tussen centrales van werkgevers en werknemers.
Proberen afspraken te maken over primaire arbeidsvoorwaarden ( dus over loon en arbeidstijd per week).
Als er afspraken gemaakt worden over loonstijging en arbeidstijdverkorting dan is dit het Centrale Akkoord ( geldt dan voor alle werknemers/gevers in het land).
De vertegenwoordigers van de centrales overleggen samen in de Stichting van de Arbeid. In plaats van werkgevers en werknemers wordt vaak de term sociale partners gebruikt.
Centraal Overleg: De vertegenwoordigers van de werknemers en werkgevers praten met elkaar in de Stichting van de Arbeid.
Het Centraal Overleg wordt gevoerd door de centrales van werkgevers- en werknemersorganisaties pver de hoofdlijnen van de arbeidsvoorwaarden. Deze hoofdlijnen worden vervolgens bij de CAO-onderhandelingen per bedrijf of bedrijfstak uitgewerkt door de vakbonden en werkgevers(bonden).
Een CAO geldt in 1e instantie alleen voor bedrijven die lid zijn van de werkgeversbond die de CAO heeft afgesloten. Als je niet bent aangesloten bij de werkgeversbond in de bouw kan je ook bijv. geen loonsverhoging krijgen als dat in de CAO wordt ingevoerd. Om dit te voorkomen kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een CAO Algemeen Verbindend Verklaren. De regel wordt dan in de wet opgeschreven, zodat het voor iedereen geldt. Ook voor de bedrijven die geen lid zijn van de werkgeversbond.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.