geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

anoniem (4 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

30 september 2003

Taal:

Woorden:

1.300

Bekeken:

5845 keer (16 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (32 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Mensen zoeken altijd naar communicatie, communicatie is van essentieel belang voor het overleven van de mensheid.

Je kunt op allerlei manieren communiceren. Je kunt communiceren door te praten, te schrijven, te lachen en door gebaren te gebruiken.
Om te communiceren heb je iets of iemand nodig die een bericht verstuurt, de zender, en iemand die een bericht ontvangt, de ontvanger. Je zou kunnen zeggen: een zender en een ontvanger.
Tussen de zender en de ontvanger hoort een medium. Een medium is iets dat de boodschap overbrengt. Een voorbeeld van een medium is bijvoorbeeld de telefoon.
Als iemand naast je staat kun je gewoon met hem praten zonder dat er ingewikkelde hulpmiddelen aan te pas komen, dan is het medium de lucht.
Maar als je nauw met iemand wil communiceren die aan een ander land woont, dan heb je bij voorbeeld de telefoon of e-mail nodig om met hem informatie uit te wisselen.
Dit noemen ze ook wel telecommunicatie. Telecommunicatie lijkt een heel modern woord. Maar het betekent gewoon: het over grote afstand overbrengen van informatie.

Het eerste communicatiemiddel dat door mensen werd gebruikt is gebarentaal. Vroeger werd het door iedereen gebruikt maar in de loop der tijden is men meer oraal gaan com- municeren. Alleen doven gebruiken nog gebarentaal. Natuurlijk gebruik je wel eens ge-baren om je woorden kracht bij te zetten of om je duidelijk te maken in het buitenland, maar het meeste doe je toch met de mond. Eigenlijk hoort orale en verbale communi-catie goed bij elkaar.
Toen men orale communicatie ging gebruiken kwam ook het tijdperk dat het werd opgeschreven. Het leek men wel handig om de gesproken taal te bewaren, bijvoorbeeld op rotsen en later op papier. Nu wordt de pc vooral gebruikt om tekst te verwerken en te verzenden.

Het eerste elektronische communicatie middel is de optische telegraaf. De uitvinder hiervan is de Fransman Claude Chappe. Hij leefde in de 18e eeuw.
De telegraaf zet informatie om in signalen die via kabels, radiogolven of optische vezels (heel dunne glasstrengetjes) over grote afstand kunnen worden verstuurd.
De telegraaf werd tot en met de Tweede Wereldoorlog gebruikt. Sindsdien wordt hij niet meer gebruikt.

Moderne Communicatie

De telefoon

In de 19e eeuw waren er heel wat nieuwe uitvindingen. Zo werden er ook veel experimenten gedaan met elektriciteit. Men kwam erachter dat als geluidsgolven omgezet konden worden in een wisselende elektrische stroom, ook woorden via een draad verzonden konden worden. Uiteindelijk is de uitvinding van Graham Bell beschreven en wordt hij gezien als de uitvinder van het verzenden van geluidsgolven via elektriciteit. In die zelfde periode waren er al heel wat anderen tot dezelfde ontdekking gekomen.

Alexander Graham Bell

Alexander werd op 3 maart 1847 geboren te Edinburgh. Zowel zijn grootvader als zijn vader hielden zich bezig met taal en spraak. In dezelfde periode probeerde men machines te bouwen die de menselijke stem na konden doen. Von Kempelen bouwde de oudst bekende spraakmachine in 1789. Er werd in het begin weinig aandacht aan de nieuwe vindingen besteed, vooral ook omdat von Kempelen met andere uitvindingen geschoemeld had. Een betere spraakmachine werd in de 19e eeuw gebouwd door Sir Charles Wheatstone te Londen.
In 1863 bezocht Bell samen met zijn vader deze Wheatstone om de mechanisch werkende stem te kunnen bestuderen. Hierna bouwde Alexander samen met zijn broer een eigen spraakmachine van hout, rubber en karton.
In 1870 verhuisde Bell met zijn familie naar Canada. Daar werd hij leraar aan een doveninstituut te Boston. Tegelijkertijd ging hij door met zijn uitvindingen. Hij was ervan overtuigd dat het mogelijk moest zijn om stemgeluid d.m.v. een draad over te brengen. Hij gebruikte bij zijn experimenten zelfs een echt oor van een dode. Heel wat experimenten volgden, maar praten via een telefoon was tot dusver niet gelukt. In 1876 lukte het wel. Dit was louter toeval. Alexander had per ongeluk een fles met accuzuur om laten vallen en tegelijkertijd vroeg zijn assistent hem wat, terwijl hij in een andere kamer was. Hij kon hem toch letterlijk volgen via een vreemd uitziend apparaat. Dit was het begin van de ‘klank-telegraaf’. Tijdens oud en nieuw liet Bell zijn nieuwe uitvinding aan iederen zien. De jury was erg enthousiast!

Uiteindelijk begint Bell zijn eigen bedrijf: “The Bell Company”. In 1900 had dit bedrijf al meer dan 1 miljoen abonnees en lagen er al bijna 2 miljoen kilometer telefoonkabels die al 2 miljard gesprekken per jaar verwerkten.

Bell wordt gezien als de uitvinder van de telefoon, doordat zijn schoonvader Hubbert een octrooi op de vinding van Bell had aangevraagd. Tot dusver had zijn schoonvader hem gesponsord en hij wilde wel eens wat geld terug zien, (octrooi betekent dat jij het alleenrecht hebt om dat bepaalde product te produceren).

Andere uitvinders die zich ook bezig hadden gehouden met de uitvinding van de telefoon waren de Amerikanen: Bourseul en Reis, de Ier Yates en de Italianen Meucci en Manzetti. Gelukkig voor Bell was dat hij als eerste een octrooi had aangevraagd.

Vanaf 1881 is er telefoon in Nederland. Inmiddels heeft de telefoon al weer stormachtige ontwikkelingen doorgemaakt. Zo is er inmiddels de draadloze telefoon, zodat men zelfs op het toilet het gesprek nog kan voortzetten, de “handsfree” telefoon, de mobiele telefoon etc. De mogelijkheden van de telefoon zijn niet alleen meer het spreken op afstand, maar men kan elkaar ook berichten sturen, internetten, berekeningen maken tot zelfs fotograferen aan toe. Dit heeft echter wel een prijskaartje.

Satellietcommunicatie

Satellietverbindingen zijn onderdeel van radiocommunicatiesystemen voor onder andere scheepvaart, luchtvaart en mobiele telefonie. Ze overbruggen lange afstanden en verbinden afgelegen gebieden met de mobiele en vaste netwerken.

Bij satellietcommunicatie wordt gebruik gemaakt van schotelantennes. Schotelantennes zijn het beste te vergelijken met een sterk bundelende schijnwerper. Net als bij een schijnwerper wordt in een schotelantenne de elektromagnetische energie gebundeld. De mate van bundeling is afhankelijk van de grootte en de vorm van de reflector. Schotelantennes versterken de elektromagnetische energie in één richting en stralen nagenoeg niet in andere richtingen. De bundelopening bedraagt slechts enkele graden. Schotelantennes zijn dus bedoeld om het radiosignaal in één richting te versterken. Hierbij is een groot vermogen nodig omdat het signaal een pad van bijna 40.000 km moet afleggen om bij die satelliet te komen. Omdat de satelliet op grote hoogte boven de aarde hangt, kunnen de teruggestuurde signalen gemakkelijk een groot gebied op aarde bereiken. Communicatie via de satelliet heeft snel last van storing.

Een schotelantenne werkt ook perfect als ontvangantenne. Een zwak radiosignaal van de satelliet wordt door de antenne opgevangen en op één punt verzameld. De antenne werkt dan in feite net als een vergrootglas dat wordt gebruikt om zonlicht op één punt te concentreren. De energie wordt gebundeld en kan uiteindelijk in de ontvanger worden versterkt. De meest voorkomende schotelantennes zijn de ontvangantennes voor televisiesignalen. Voor ontvangantennes geldt uiteraard dat deze geen energie uitzenden. Er is dus ook geen sprake van blootstelling aan elektromagnetische velden of van een 'onveilige' afstand van de zender. De tekening schetst de typische situatie voor een satellietverbinding met groot vermogen. Duidelijk te zien is dat de energie beperkt is tot de bundel.

Doordat de signalen de lange weg van en naar het ruimtestation moeten afleggen, treedt er bovendien een vertraging op. Dat telefoneert niet zo gemakkelijk als je een felle discussie wilt voeren. Satellietcommunicatie wordt gebruikt voor televisie- en telefoonverbindingen als een kabelnetwerk of een netwerk van televisietorens of basisstations onmogelijk of niet winstgevend is. Bijvoorbeeld voor telefoneren vanaf schepen.

Een bijzondere toepassing voor schotelantennes vindt men in Westerbork en Dwingeloo waar bij radiosterrenwacht ASTRON naar radiosignalen uit het heelal wordt geluisterd. Deze zwakke signalen zijn afkomstig van verre sterrenstelsels. De wetenschappelijke analyse van deze signalen geeft ons informatie over het ontstaan en de opbouw van het heelal. ASTRON zendt zelf geen signalen uit, maar luistert uitsluitend naar de "ruis" uit de ruimte.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.