Geschreven door: | Martin Verweij (6 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 8 mei 2001 |
Taal: |  |
Woorden: | 10.050 |
Bekeken: | 36063 keer (20 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inhoud
- Inhoud
- Inleiding
- 1945-1949 De formatie van twee Duitslanden
- 1949-1969 Politieke consolidatie en economische groei
- 1969-1989 Oostpolitiek en verzoening
- 1989-1990 De val van de muur en de Duitse eenwording
- Das Volk
- Conclusie
- Bronnenlijst
Inleiding
Aan de titel op de voorkant kunt u al zien, dat deze scriptie gaat over een volk en aangezien de titel er in het Duits staat kunt u ook al wel vermoeden dat het over het Duitse volk gaat. Maar wat ik precies met deze titel bedoel weet u misschien niet. Ik heb het hier namelijk over het Oost-Duitse volk ten tijde van de val van de ‘Berlijnse Muur’.
Ik zal in mijn scriptie dan ook eerst een soort van historisch overzicht geven aangaande de periode rond het bestaan van ‘de Muur’, zonder hier verder al te diep op in te gaan. De periode waar we het dan over hebben begint eigenlijk al bij de verdeling van Duitsland en Berlijn in vier (twee) delen aan het einde van W.O.II en deze eindigt bij de val van ‘de muur’. In dit overzicht zal ik de periode voor de bouw van de muur (waarin we de aanleiding tot de bouw van ‘de muur’ terug zullen vinden) behandelen. Ook zal ik het één en ander vertellen over de periode dat de muur er stond. Uiteindelijk komen we dan bij de val van ‘de muur’ en de Duitse eenwording terecht. De aanleiding tot de val kunnen we, zoals u zal zien, terugvinden in de periode voor de val van ‘de muur’. De ontwikkelingen in de Sovjetunie en (m.n. in de laatste fase voor de val van ‘de muur’) het volk van Oost-Duitsland spelen hierbij een grote rol. Zo zijn we dus bij het feitelijke onderwerp van de scriptie aangekomen, nl. het volk. Aan het begin van mijn inleiding heb ik al gesteld dat ik met ‘das Volk’ in mijn titel de Oost-Duitse bevolking ten tijde van de val van ‘de muur’ bedoelde, maar dit houdt niet in dat ik het alleen over de invloed van het Oost-Duitse volk op die situatie ga hebben, want m.n. de West-Duitse politiek speelde bij de eenwording van ‘de twee Duitslanden’ een belangrijke rol. Ook aan het Oost- en West-Duitse volk voor de val van de muur zal ik nog enige aandacht besteden. De titel die op de voorkant staat is dus niet helemaal gerechtvaardigd, maar het feit is in ieder geval dat ik het over het Duitse volk ga hebben.Er zijn dus vele aspecten die omtrent de val van de muur naar voren zijn gekomen, maar dit is ook wel logisch gezien de complexiteit van de toenmalige situatie.
De belangrijkste vraag die ik d.m.v. deze scriptie wil beantwoorden is de volgende:
- Wat voor invloed had het Oost-Duitse volk op de val van ‘de Muur’ en wat voor invloed had het op de periode direct na de val?
Zoals ik hierboven al zei is de gehele geschiedenis rond de val van ‘de Muur’ een complexe gebeurtenis, daarom zal het ook blijken dat ik in mijn scriptie niet alleen bezig zal zijn met het beantwoorden van mijn vraagstelling. Wel zal ik trachten deze vraagstelling zo weinig mogelijk uit het oog te verliezen.
Ik wens u veel plezier bij het lezen van deze scriptie en hoop dat het allemaal duidelijk op u over zal komen.
‘Wir sind das Volk’
1945-1949 De formatie van twee Duitslanden
In mei 1945 gaven de Duitse militaire leiders zich onvoorwaardelijk over aan de geallieerde strijdkrachten. Hiermee hield de Duitse staat op te bestaan en de soevereine macht kwam bij de overwinnende geallieerde strijdkrachten te liggen, d.w.z. bij de Sovjet-Unie, Amerika, Engeland en Frankrijk. De fysieke verwoestingen van Duitsland vanwege de geallieerde bombardementen aan het eind van W.O.II waren enorm. Ongeveer een kwart van de bebouwing was verwoest of zo zwaar beschadigd dat er niet meer in geleefd kon worden. In sommige steden liep dit zelfs op tot 50% van de bebouwing. De Duitse economie was vrijwel ingestort, doordat fabrieken en transportsystemen ophielden te bestaan. De toenemende inflatie zorgde voor een zeer sterk dalende valutakoers en het plotselinge tekort aan voedsel veroorzaakt m.n. in de steden een hoge graad van ondervoeding. Deze problemen werden nog verergerd door het feit dat er miljoenen dakloze Duitse vluchtelingen uit het oosten kwamen. Deze vluchtelingen kwamen m.n. uit Oost-Pruisen. Voor het begin van W.O.II behoorde dit gebied ten oosten van de rivieren de Oder en de Neisse nl. aan de Duitsland toe. Bij de geallieerde afspraken aangaande de verdeling van het veroverde Duitsland, werd dit gebied echter niet tot het te verdelen gebied gerekend, waardoor automatisch de Sovjets zelf konden beslissen wat er met dit Duitse gebied ging gebeuren. De Sovjets stelden dit gebied dan ook voor een deel onder Sovjet bestuur en voor een nog groter deel onder Pools bestuur (dit als compensatie voor het deel van Oost-Polen dat zij zichzelf hadden toegeëigend).
Duitsland (en Polen) voor 1938 Duitsland (en Polen) na Jalta
Het te verdelen gebied dat overbleef was dus het Duitsland dat u op de rechterkaart hierboven geel en oranje gearceerd ziet. Het werd door de geallieerde overwinnaars verdeeld in vier zones. De Amerikaanse, Britse en Franse zones samen vormden samen het westerse tweederde deel van Duitsland (geel) en de Sovjet zone vormde het oostelijke éénderde deel (oranje). Dat er een verdeling van Duitsland onder de ‘Grote Vier’ (welke eigenlijk de ‘Grote Drie’ zijn, daar Frankrijk eigenlijk geen rol van betekenis speelde) zou plaatsvinden, was al voor het einde van de oorlog op verschillende conferenties aan de orde geweest. Over de verdeling werd uiteindelijk in februari 1945 overeenstemming bereikt tussen de ‘Grote Drie’, Roosevelt (VS), Stalin (SU) en Churchill (GB), dit gebeurde op de Conferentie van Jalta. Hier werd het volgende afgesproken:
1. Duitsland, binnen de grenzen zoals ze op 31 december 1937 waren (m.u.v. het genoemde deel van Oost-Pruisen), wordt in vier zones ingedeeld, welk een ieder aan één van de vier machten toegewezen zal worden.
2. Een apart Berlijns gebied, dat net als geheel Duitsland gemeenschappelijk door de vier machten bezet zal worden. Dit Berlijnse gebied (het Groot-Berlijn zoals het in de wet van 27 april 1920 gedefinieerd staat) wordt gemeenschappelijk door de gewapende strijdkrachten van de VS, Groot-Brittannië, de USSR en de Franse Republiek, welke door het betreffende oppercommando daarvoor aangesteld zullen worden, bezet.
Een intergeallieerd regeringsoverheid, bestaande uit vier commandanten, welke door hun betreffende oppercommando benoemd zullen worden, zal worden opgericht, om een gemeenschappelijk bestuur over het Groot-Berlijnse gebied te realiseren.
Voor het ten uitvoer brengen van punt 2 werd Berlijn in de op de kaart hieronder aangegeven vier zones verdeeld.
De verdeling van Berlijn
De bovengenoemde intergeallieerde regeringsoverheid werd de geallieerde controleraad, welke tot taak had om de algehele autoriteit over Berlijn uit te oefenen. Deze controleraad nam na de oorlog zijn zitting in het noordoosten van de Amerikaanse sector van Berlijn. Op de Conferentie van Potsdam in juli 1945 was de sfeer tussen Truman (VS) en Stalin (SU) slechter dan op de Conferentie van Jalta in februari dat jaar. Vanaf toen begon het steeds lastiger te worden om de politieke situatie in Berlijn goed in de hand te houden.
Aangaande Duitse reparaties was er ook een groot verschil tussen de politiek van de Sovjets en die van de westerse geallieerden. De Sovjet Unie had zelf erg onder de tijdelijke Duitse bezetting geleden. Zij eisten dan ook grootschalige materiële vergoeding van Oost-Duitsland. De westerse geallieerden kwamen aanvankelijk met de Sovjets overeen om ook Oost-Duitsland te repareren in ruil voor voedselvoorraden welke uit het agrarische Oost-Duitsland kwamen. Dit kon met de Sovjets overeengekomen worden, omdat de Sovjets alle Oost-Duitse fabrieken en de gehele productie in beslag hadden genomen. Maar toen de Sovjets geen voedsel meer leverden aan West-Duitsland, vanwege het falen van hun planeconomie, weigerden de westerse geallieerden ook om verder voor de reparaties in Oost-Duitsland te betalen. Hierdoor verslechterde de verstandhouding tussen de geallieerden nog meer.
Verder was er ook sprake van twee totaal verschillende economische systemen. In de oostelijke zones werd de planeconomie gehanteerd. Deze kwam voort uit het communistische denken en was gebaseerd op werk voor iedereen en op een enorme productie van goederen. Daarnaast stond de pers en iedere andere vorm van communicatie onder strikte censuur. In het westen hanteerde men daarentegen de markteconomie, welke was gebaseerd op ‘loon naar werken’. Ook was er in West-Duitsland sprake van een vrije meervoudige pers.
Ook aangaande de denazificatie van Duitsland werden verschillende methoden gehandhaafd. De westerse geallieerden stelden niet alle nazi’s op gelijke voet, wat de Sovjets wel deden. Voor hen waren alle nazi’s gelijk en dus slecht. Zo hanteerden de westerse geallieerden een veel rechtvaardigere manier van nazievervolging.
Je ziet dus dat er nogal verschil in behandeling was van de Duitsers in ‘West’ en de Duitsers in ‘Oost’. U zult zien dat deze verschillen later alleen nog maar groter en (voor de Oost Duitsers) ondraaglijker werden.
Vanaf de zomer van 1945 stemden alle vier de geallieerde bezettingsautoriteiten erin toe, dat er in geheel Duitsland politieke partijen gevormd werden. Dit met het oog op de verkiezingen van lokale en regionale volksvergaderingen. Twee extreem linkse partijen die al ten tijde van de Republiek van Weimar hadden bestaan, ontstonden direct weer. Dit waren de Socialistische Partij Duitsland (SPD) en de Communistische Partij Duitsland (KPD), welke loyaal was aan de Sovjet Unie. Al snel kwam hier nog de volgende nieuw gevormde partij bij: de Christen Democratische Unie (CDU), met haar zusterpartij, de Christen Sociale Unie (CSU). De leiders van de CDU kwamen voor het grootste gedeelte uit de gematigde partijen van de Weimar Republiek en in het bijzonder uit de Katholieke Centrum Partij. De CDU had met name Christelijke ethiek en democratische gedachten hoog in het vaandel staan.
Liberaal gezinde Duitsers welke stonden voor een geseculariseerde staat en een ‘laissez-faire’ economische politiek vormden de Vrije Democratische Partij (FDP) in West-Duitsland en de Liberale Democratische Partij (LDP) in Oost-Duitsland. Verder ontstonden er nog tal van kleinere partijen (m.n. in West-Duitsland).
In het voorjaar van 1946 gingen de SPD en de KPD,onder druk van de Sovjets, in de oostelijke zone samen. Het resultaat was de Socialistische Eenheidspartij Duitsland (SED). Deze partij behaalde, met de steun van de Sovjets, de overwinning bij de eerste verkiezingen voor lokale en regionale vergaderingen, in de Sovjet zone. Maar toen in oktober verkiezingen (onder eerlijkere omstandigheden) in Berlijn, dat onder viermachtenbezetting lag, gehouden werden, kreeg de SED nog niet de helft van de stemmen die de SPD kreeg. (De SPD had in de oude hoofdstad wel haar onafhankelijkheid kunnen behouden, daar de Sovjets hier in het openbaar minder invloed konden uitoefenen.) In de Sovjetzone voorkwam de SED vrije competitieve verkiezingen, door alle andere partijen te dwingen de SED te vergezellen in een permanente coalitie onder leiding van de SED. Hiervoor had de SED eerst systematisch alle mensen die uit de SPD voortkwamen, van hoge functies verwijderd, zodat deze niets meer in te brengen hadden. U begrijpt dat alle partijen die gedwongen in de coalitie zaten verder ook niets te vertellen hadden.
Al na enkele jaren werd duidelijk dat vier-machten-samenwerking er voorlopig niet in zat en zodoende besloten de westerse bezettingsmachten in het voorjaar van 1948 om op zich zelf verder te gaan. De westerse geallieerden voorzagen grote problemen met de Duitse bevolking wanneer er niet snel verandering in de huidige economische situatie zou komen. Vormen van politiek extremisme staken weer de kop op. De westerse machten besloten daarom tot Amerikaanse economische hulpverlening (de Marshallhulp die een jaar eerder al was gegeven aan andere West-Europese landen). Om het effect van die hulpverlening te vergroten bewerkstelligden de westerse geallieerden in hun zones van Duitsland een nieuwe munteenheid, die de aan sterke inflatie onderhevige Rijksmark verving, namelijk de Duitse Mark (DM). De West-Duitse economie reageerde direct, toen de voorheen nauwelijks te verkrijgen goederen voor vrijwel waardeloos geld op de markt kwamen.
De Sovjets reageerden woest op de westerse valutahervorming, welke tot stand was gekomen zonder hun toestemming. Toen de nieuwe Duitse Mark ook in Berlijn werd geïntroduceerd, protesteerden de Sovjets d.m.v. het boycotten van de geallieerde controleraad. In juni 1948 kwam het zelfs zover dat ze alle toegangswegen tot West-Berlijn blokkeerden, zodat er geen voedsel, benzine en grondstoffen meer aan de geallieerde sectoren van Berlijn geleverd konden worden. Op deze manier trachtten de Sovjets de westerse geallieerde macht in Berlijn te verlammen en zo West-Berlijn in handen te krijgen. West-Berlijn was als verst vooruitgeschoven post van het westen namelijk het symbool van de Westerse vrijheid. Helaas voor hen slaagden de westerse strijdkrachten er in om gedurende de winter van 1948-1949 een 24-uurs luchtbrug in stand te brengen en te houden. D.m.v. deze werden de West Berlijners gedurende die winter voorzien van de benodigde hoeveelheden voedsel en brandstof. Het behoud van West-Berlijn was de wens van president Truman en kwam voort uit zijn containment-politiek. Tijdens de blokkade van Berlijn is toen ook de NAVO opgericht, met als doel het afschrikken van de Sovjets van een aanval op West-Europa. In mei 1949 gingen de Sovjets toch nog overstag en werd de blokkade opgeheven. D.m.v. deze blokkade was wel duidelijk geworden dat de scheiding van de invloedssferen definitief in Duitsland was komen te liggen.
Er werden op initiatief van de westerse mogendheden voorstellen gedaan om tot oprichting van een Duitse Weststaat te komen. De grondslag voor zo’n staat lag bij de westerse ideeën aangaande politiek (democratie) en economie (kapitalistisch). De Duitse politici waren geen voorstanders van het vormen van zo’n staat, maar wilden nog altijd een verenigd Duitsland. Uiteindelijk kwam in september 1949 in Bonn een parlementaire raad bijeen, die tot taak had het opstellen van een grondwet. Deze raad bestond uit 65 leden. Met elk 27 zetels waren de CDU/CSU en de SPD had sterkst vertegenwoordigd in deze raad. Daarna kwamen de Vrije Democraten met 5 zetels en de Communisten met 2 zetels. De rest was verdeeld onder de kleinere partijen. Deze raad voltooide haar werk in het voorjaar van 1949 en de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) werd in mei 1949 een feit, nadat alle provincies (Länder) op één na de grondwet hadden goedgekeurd. Als hoofdstad werd de kleine universiteitsstad Bonn gekozen. In deze grondwet stond ook vermeld dat het alleen om een tijdelijke grondwet ging, die gelde totdat er een grondwet door de algehele Duitse bevolking was goedgekeurd. Daarnaast werd ook in de grondwet opgenomen dat de wet niet van toepassing was op West-Berlijn dat in principe als twaalfde ‘Land’ gezien werd. Zo bleven er elf Länder over. Later (1952) toen Baden, Württemberg-Baden en Württemberg-Hohenzollern fuseerden tot Baden-Württemberg en nadat in 1957 Saarland ontstond werden dit er tien.
In de grondwet stonden ook een aantal bepaling aangaande de vorm waarin de Bondsrepubliek geregeerd moest worden. Een groot aantal bepalingen garandeerde de civiele en politieke vrijheid van de bevolking. Verder werden er onder andere een Bondsdag, Kabinet, Bondsconventie, Bondsraat en een Federaal Grondwettelijk Gerechtshof in het leven geroepen. Over de functies van deze sferen zal ik verder niet uitweiden, want dat is niet in het kort uit te leggen. Ook moest er bij de komende verkiezingen een president van de staat worden benoemd (door de Bondsconventie) en een bondskanselier als hoofd van de regering worden gekozen (door de Bondsdag).
De regering die ontstond na eerste algemene verkiezingen van de Bondsrepubliek in augustus 1949 was gebaseerd op een coalitie van de CDU en de FDP. Konrad Adenauer van de CDU, een 73jarige veteraan werd gekozen als de eerste rijkskanselier van het land, zei het met slechts een kleine meerderheid in de Bondsdag. Door zijn hoge leeftijd verwachtte men dat Adenauer slechts tijdelijk de functie van rijkskanselier zou vervullen, maar in feite bleef hij deze functie gedurende de volgende 14 jaar uitvoeren. Als West-Duitslands eerste president werd Theodor Heuss van de FDP gekozen. Als minister van economie (op dat moment in dat Duitsland één van de belangrijkste functies) werd Ludwig Erhard benoemd.
In eerste instantie had de Sovjet-Unie ook gestreefd naar eenwording van de twee Duitslanden. Maar de economische en politieke ideeën van de Sovjets waren voor de westelijke geallieerden nu eenmaal niet aanvaardbaar. De Sovjet-Unie streefde in de door haar bezette gebieden naar de vernietiging van het nationaal-socialisme/fascisme en het kapitalisme. De communistische (marxistische) leer beschouwde het kapitalisme verantwoordelijk voor de opkomst van het fascisme.
Toen duidelijk werd dat er een West-Duitse regering opgericht zou worden, werden er zogenaamde verkiezingen voor een Volkscongres gehouden in de Sovjet bezettingszone. Maar in plaats van uit mensen van verschillende partijen te kunnen kiezen, konden de kiezers alleen kiezen van bepaalde eenheidslijsten. Hierop stonden voornamelijk de namen van mensen die de SED aanhingen. Voor de vorm en ook om boeren en voormalige nazi’s aan te trekken werden er ook nog de mensen van de twee andere partijen toegelaten. Namelijk van de Boerenpartij en van de Nationaal Democratische Partij. Wel werd van te voren goed gecontroleerd of er wel dominant communisten op deze lijsten aanwezig waren.
Als antwoord op de vorming van de BRD werd in de Russische bezettingszone op 7 oktober 1949 een door het Volkscongres opgestelde grondwet in werking gesteld, waarmee de Duitse Democratische Republiek (DDR) opgericht werd. Hiermee was de tweedeling van Duitsland een feit. De Sovjetsector van Berlijn werd de hoofdstad van de DDR, maar verder hield Berlijn zijn viermogendhedenstatus. De naam Volkscongres veranderde in Volkskamer. Deze kamer samen met nog een tweede kamer (samengesteld uit afgevaardigden uit de 5 ‘Länder’ van de Sovjetzone) stelden op 11 oktober de communist Wilhelm Pieck van de SED aan als president van de DDR. De volgende dag installeerde de Volkskamer de voormalig Sociaal Democraat Otto Grotewohl als premier aan het hoofd van het Kabinet dat verantwoording diende af te kunnen leggen aan de Kamer. Hoewel de DDR constitutioneel een parlementaire democratie was, lag de beslissende macht bij de SED en zijn baas, de uit de Sovjet-Unie teruggekeerde Duitse communist Walter Ulbricht die voor het oog alleen de vage positie van hulppremier in de regering bekleedde.
In Oost-Duitsland diende de regering alleen als de vertegenwoordiger van een absolute machthebbende communistisch gecontroleerde partij, welke van bovenaf weer werd bestuurd door een zelfbenoemend Politbureau.
Walter Ulbricht Konrad Adenauer
1949-1969 Politieke consolidatie en economische groei
De minister van economische zaken, Ludwig Erhard, zorgde voor een ongekend economisch herstel van de BRD onder de formule van ‘sociale markteconomie’, of ‘welvaartsstaat-kapitalisme’. De politiek die hij voerde liet de productie van goederen in handen van bedrijven en ook liet hij d.m.v. het marktmechanisme prijzen en lonen tot stand komen. De sociale zekerheid zorgde voor een rechtvaardige verdeling van de welvaart die ontstaan was. Deze moderne vrijemarkteconomie was zo succesvol dat alle twijfels aangaande de toekomst van West-Duitsland werden weggenomen en dat deze wederopstanding van de West-Duitse economie bekend werd onder de naam ‘Wirtschaftswunder’.
Eén van de meest urgente internationale problemen waar de BRD in het begin mee te maken kreeg, was het herbergen van de vele miljoenen vluchtelingen. Rond 1950 was de BRD het nieuwe thuis geworden voor zo’n 4,5 miljoen Duitsers uit het gebied ten oosten van de Oder-Neisse grens; zo’n 3,4 miljoen etnische Duitsers uit Tsjecho-Slowakije, Polen en andere Oost-Europese landen; en ook voor circa 1,5 miljoen vluchtelingen uit de DDR. Je ziet dus dat er al vanaf vrij direct na de oorlog Oost-Duitsers naar West-Duitsland vluchtten. Deze vluchtelingen legden een zware sociale last op de Bondsrepubliek, maar toch bleek het dat hun aanpassing en integratie vrij eenvoudig verliep. Dit was te danken aan het feit dat vele van hen geschoold en ondernemend waren en dat ze zich ook gemakkelijk aanpasten. Hun wil om te arbeiden, samen met de hier voor genoemde zaken, bleken een belangrijke factor te zijn in het herstel van de West-Duitse economie.
Het SED regime in de DDR legde haar prioriteit bij het opzetten en in stand houden van een levensvatbare economie. De DDR was een gebied dat rijk was aan natuurlijke grondstoffen en nog niet half zo groot was als de BRD en waarvan de bevolking (17 miljoen zielen) slechts één derde keer zo groot was als die van de BRD. Het regime gebruikte haar gecentraliseerde bestuur over de planeconomie om grote investeringen in de bouw van basisindustrieën te doen, ten koste van de productie van consumptiegoederen. Bovendien ging het grootste gedeelte van de productieve capaciteit uit die basisindustrieën naar de Sovjet-Unie, omdat de herstelwerkzaamheden die daar aan de gang waren door de Duitsers gefinancierd moesten worden.
Ondanks de enorme groei van de industrie, bleef de levensstandaard van de Oost-Duitsers op een laag niveau. Deze lag dan ook ver achter op de levensstandaard in de BRD. Toen duizenden boeren naar de Bondsrepubliek vluchtten, daar ze geen toekomst in het collectieve boerenleven zagen, werd ook de voedselvoorziening een groot probleem. Het resultaat hiervan waren ontberingen, onophoudelijke ideologische indoctrinatie, geen vrijheid van meningsuiting en onderdrukking van kerken door een militant atheïstisch regime. Als gevolg van deze (voor de bevolking) negatieve situaties verruilden ieder jaar vele duizenden Oost-Duitsers de DDR voor de BRD. Daarom sloot in de DDR in 1952 haar grenzen met de Bondsrepubliek (het ijzeren gordijn) en sluiten was dan ook écht sluiten zoals u op de volgende bladzijde kunt zien. De Oost-Duitsers bleven echter via Berlijn, waar wel nog steeds vrij gereisd kon worden tussen de vier bezettingzones, naar de BRD vluchten.
Het ijzeren gordijn
1. Grensverloop m.b.v. grensstenen
2. Waarschuwingsbord in dit geval met grensaanduiding
3. DDR-markeringszuil (ongeveer 1,80 m hoog, zwart-rood-goud met DDR-embleem
4. Tot 100 m diep stuk vlak land
5. Betonnen spermuur
6. Dubbel gietijzeren hek (zo’n 2,40 m hoog en de tussenruimte is ondermijnd)
7. Enkel gietijzeren hek (zo’n 3,20 m hoog) met zelfschietende machinepistolen
8. Spergracht
9. Zes meter breed patrouillespoor
10. Koloneweg
11. Betonnen wachttoren (nieuwe stijl)
12. Betonnen wachttoren (oude stijl)
13. Betonnen uitkijkbunker
14. Verlichting
15. Grenswacht oproepzuil
16. Hondengebied
17. Grenscontrolepunt
18. Betonnen spermuur/gezichtsversperring (ongeveer 3,30 m hoog)
19. Patrouille-omheining met elektrische en geluidssignalen
Adenauer volgde in de BRD een vrij resolute politiek van nauwe aansluiting bij de westerse democratiën. In 1951 lukte het Adenauer om met de BRD lid te worden van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS), welke later zou dienen als kern van de Europese Gemeenschap (EG). In datzelfde jaar kwamen de Amerikaanse, Britse en Franse geallieerden overeen om de bezettingsstatuten te herzien, wat een vergroting van de interne autoriteit van de BRD tot gevolg had. Daar de vrees voor een communisticheaanval op Europa (ten gevolge van het uitbreken van de Koreaanse oorlog) steeds groter werd, kon Adenauer de westerse geallieerden meer concessies laten doen aangaande de herbewapening van de Bondsrepubliek. Deze herbewapening moest plaatsvinden met het oog op de tot stand koming van een West-Europees verdedigingssysteem tegen de communistische dreiging. In 1955 werd de BRD officieel lid van de Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO). In 1957 werd de BRD ook volledig lid van de Europese Economische Gemeenschap (EEG).
Met het voorspoedige West-Duitse economische herstel als ruggesteun, vergrote de CDU/FDP coalitie bij de Bondsdag verkiezingen haar oorspronkelijke kleine meerderheid. In 1957 de CDU (nog steeds de partij van rijkskanselier Adenauer) bereikte de eerste absolute meerderheid voor een Duitse partij bij vrije algemene verkiezingen ooit. De Vrije Democraten, welke in 1956 wegens politieke onenigheden uit de regering waren gestapt, bleven samen met de Sociaal Democraten als opositiepartij in het spel.
De groeiende ontevredenheid over het SED-regime in de DDR leidde tot de eerste volksopstand in het naoorlogse Sovjetblok, toen Oost-Berlijnse arbeiders op 17 juni 1953 naar het regeringsgebouw optrokken. Dit uit protest tegen de verhoogde produktiequota’s waaraan ze moesten voldoen. Toen het regime geen gehoor gaf op de protesten, bezetten de arbeiders de straten en eisten ingrijpende veranderingen binnen de regering. De opstand vloeide al snel uit over geheel Oost-Duitsland en werd pas in de kiem gesmoor toen Sovjet troepen er met geweld een eind aanmaakten. Het resultaat?: eenentwintig doden en honderden gewonden. Met name in Berlijn werd er met harde hand opgetreden. Hier werd ook een straat naar deze bloedig neergeslagen opstand genoemd, der Strasse des 17. Juni.
Potsdamer Platz, 17 juni 1953
Een golf van veroordelingen volgde. 1300 mensen belandden in de gevangenis voor deelname aan de opstand, waarvan de DDR regering beweerde dat het om een samenzwering van West-Duitsland met de Verenigde Staten ging.
In antwoord op de opstand werd in 1954 vanuit de Sovjet-Unie door de opvolgers van Stalin besloten tot stopzetting van de herstelbetalingen, die nog altijd door de DDR gedaan moesten worden. Moskou gaf gelijk hiermee de DDR haar soevereiniteit terug. In 1955 werd het Warschauwpact als tegenhanger van de NAVO opgericht, waar de DDR ook direct lid van werd. De SED versoepelde de ideologische controle op artistieke en intellectuele activiteiten enigszins en de produktie van consumptiegoederen werd vergroot. De druk op de boeren om in collectieve boerderijen te werken nam ook iets af. Deze versoepelingen waren echter van korte duur, want al na enkele jaren werd de controle weer sterker en werd de politieke nadruk weer op collectiviteit van de agrarische en idustriële sector gelegd. De vlucht van Oost-Duitsers via Berlijn hield aan. En met name technici, managers en specialisten vertrokken.
We zijn ondertussen aangekomen in 1961 en nog steeds is Ulbricht in de DDR de man met macht. De stroom vluchtelingen via Berlijn naar het westen is dramatisch hoog geworden en blijft stijgen. Het totaal aantal vluchtelingen sinds het eind van de oorlog ligt dan al op ruim 3 miljoen zielen. Op 15 juni van dat jaar sprak ’der Spitzbart’ Ulbricht nog de volgende woorden: „Niemand hat die absicht eine mauer zu errichten“!!! Ondanks deze woorden, was het juist deze Walter Ulbricht die er al gedurende lange tijd bij de Sovjetpresident (ondertussen Nikita Chroesjtsjov) op aan drong, om de DDR bij het afsluiten van de grens tussen Oost- en West-Berlijn (militair) te steunen. En ondanks deze woorden werd er minder dan een maand later, op 13 augustus 1961, begonnen met de bouw van de muur dwars door de stad, die Berlijn voor ruim 18 jaar in tweeën zou scheiden.
De bouw van de muur
Het resultaat: potdicht
De westerse geallieerden maakten zich niet zo druk om de bouw van de muur. Zeker niet toen ze zagen dat het geen extra beperkingen voor de West-Berlijners met zich meebracht. In eerste instantie waren het wel de West-Berlijners die zich opgesloten voelden, maar al snel zagen zij en de Oost-Duitsers in dat niet de West-Berlijners, maar het gehele Oost-Duitse volk was opgesloten. Geen enkele Oost-Duitser mocht naar West-Berlijn gaan, zonder officiële toestemming van hogerhand, welke ook zelden werd gegeven. Degenen die wilden ontsnappen door over de muur te klimmen riskeerden het om neergeschoten te worden door Oost-Duitse bewakers die schoten met de volgende opdracht: “Wanneer nodig, schieten om te doden, om de misdaad van republiekvlucht te voorkomen”. Door de Oost-Duitsers op te sluiten in hun eigen staat, stabiliseerde de DDR-economie zich, welke de meest voortvarende economie van het Sovjet blok werd, hoewel de consumptiegoederen in deze economie zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht nog straatlengtes achterlag en bleef liggen op de Bondsrepubliek. De Oost-Duitse regering verscherpte ook onderdrukkingspolitiek welke was veranderd in een totalitair communistisch dictatorschap. Na de dood van president Pieck in 1960, had Ulbricht als hoofd van een nieuw gecreëerde Raad van Staten de autoriteiten van het presidentschap verworven. In 1968 legde hij de DDR een nieuwe grondwet op, met welke hij de burger- en politieke rechten sterk inkortte.
Bij de Bondsdagverkiezingen van 1961 in de BRD, verloren de Christen Democraten voor het eerst een groot aantal stemmen. De SPD, welke in 1959 het Marxisme had afgezworen de sociale markteconomie van de BRD had geaccepteerd, won een aanzienlijk aantal stemmen voor zich. Adenauer slaagde er nog wel in om bondskanselier te blijven, door opnieuw een coalitie te vormen met de Vrije Democraten, maar zijn positie was danig verzwakt. Zijn imago had flinke klappen opgelopen, toen hij zich in 1959 terugtrok uit het kandidaatschap voor president, daar hij zich realiseerde dat onder de huidige grondwet de president slechts weinig macht had. Dit leidde er in oktober 1963 toe dat Adenauer het bondskanselierschap over moest dragen aan Erhard. Hoewel Erhard er in 1965 nog in slaagde de bondsdagverkiezingen te winnen en weer een coalitie met de Vrije Democraten te vormen, stapten dezen in november 1966 na een meningsverschil uit de coalitie en werd deze coalitie ontbonden. Voor de resterende drie regeringsjaren werd er een grote coalitie gevormd door de twee grootste partijen, de CDU en de SPD. De Christen Democraat Kurt Georg Kiesinger werd bondskanselier en de Sociaal Democraat Willy Brandt, welke als burgemeester van Berlijn al vaker in de grote publiciteit was geweest, werd minister van buitenlandse zaken.
Ludwig Erhard Willy Brandt
1969-1989 Oostpolitiek en verzoening
Bij de Bondsdagverkiezingen van 1969 werd de CDU voor het eerst sinds de oprichting van de BRD door de SPD verslagen. Na twintig jaar Christen Democraten aan de macht, veroverden de Sociaal Democraten het bondskanselierschap voor Brandt, in een coalitie met (wederom) de Vrije Democraten, wiens leider Walter Scheel minister van buitenlandse zaken werd. Deze sociaal-liberale coalitie voerde een grote aantal hervormingen door. Eén van de belangrijkste dingen die door de nieuwe coalitie anders aangepakt werden was de verandering in het politieke denken. Waar bij de vorige coalities steeds de meeste aandacht naar de relaties met het westen uitging, was de nieuwe coalitie ook voortdurend bezig met het voeren van een moedige oostpolitiek. Waar onder het bondskanselierschap van Adenauer nog door de autoriteiten was geweigerd het bestaan van de DDR te erkennen en ook alle diplomatieke relaties met de landen die de DDR wel erkenden als soevereine staat (behalve met de Sovjet-Unie) waren afgebroken, werd onder het Brandt-Scheel Kabinet het West-Duitse standpunt sterk veranderd door in 1970 de weg voor onderhandelingen met de DDR te openen met als doel normalisatie van de relaties tussen de twee Duitse staten. In 1970 sloot het kabinet verdragen met de Sovjet-Unie en Polen aangaande de wederzijdse erkenning van de Oder-Neisse lijn als Duitslands oostelijke grens. Nadat in 1971 de Sovjet-Unie met de Amerikanen, Britten en Fransen een nieuwe viermachtenovereenkomst sloot, welke de Berlijnse status reguleerde en de weg opende voor verbeteringen van het lot van de West-Berlijners, bereikte het Brandt-Scheel kabinet in 1972 overeenstemming met Oost-Duitsland aangaande een basisverdrag tussen beide Duitslanden, welk was gesloten om de relaties tussen de twee staten te reguleren. Beide staten kwamen overeen elkaars autoriteit en onafhankelijkheid te respecteren. Deze verbeteringen in de verhoudingen tussen de beide staten was waarschijnlijk niet mogelijk geweest zonder Sovjetinterventie. Daar de West-Duitse toespelingen op verbetering van de verhoudingen op grote weerstand van Walter Ulbricht stuitten, liet de Sovjet-Unie er voor zorgen dat Ulbrichts plaats als leider van de DDR vervangen werd door een andere communistische functionaris, Erich Honecker. Dit bracht wel nog een ander gevolg met zich mee, namelijk het gedecentraliseerde economische besluitvormingssysteem, waar Ulbricht de laatste jaren mee aan het experimenteren was geweest, werd onder Honecker weer verruild de gecentraliseerde besluitvorming van Sovjetstijl.
Erich Honecker
Bij de verkiezingen daarop in de Bondsrepubliek stond als één van de belangrijkste punten in het CDU-programma, het uitstellen van het tekenen van het basisverdrag. Volgens de Christen Democraten was het niet goed om in te stemmen met het absolute machtssysteem in de DDR, dat geen vrije verkiezingen toeliet, de Berlijnse Muur in stand hield en de muurwachters opdracht gaf om mensen die over de muur probeerden te vluchten neer te schieten als vijanden van de staat. Ondanks deze op het oog sterke programmapunten werd de SPD voor de eerste keer in de geschiedenis de grootse partij in de Bondsdag en werd ook de positie van haar coalitiepartner, de FDP, danig versterkt. Het basisverdrag werd ondertekend en de beide Duitse staten verwierven toestemming om tot de Verenigde Naties toe te treden.
De DDR profiteerde dankbaar van het gesloten basisverdrag met de Bondsrepubliek. Toen Bonn de DDR eenmaal als staat had erkend volgden al snel andere westerse democratieën. Zo had de DDR eindelijk de internationale acceptatie bereikt, waar het al zo lang naar op zoek was. Ook op economisch gebied profiteerde de DDR. Aangespoord door het West-Duitse geld dat in het vooruitzicht lag, bloeide de handel tussen de beide Duitslanden snel op, zodat de harde West-Duitse valuta’s de DDR binnenstroomden. Verdere inkomsten werden verworven uit gelden die de West-Duitse toeristen moesten betalen om gebruik te mogen maken van de snelwegen die door Oost-Duitsland naar Berlijn leidden en van de losgelden die de West-Duitsers moesten betalen voor het vrijlaten van politieke gevangenen. Ieder jaar beweerden de Oost-Duitse autoriteiten dat de productiviteit met sprongen vooruit ging, maar nadat het regime eenmaal ingestort was (1989) bleek dit allemaal fictief. Feitelijk bleek de kloof tussen de Oost- en West-Duitse economieën alleen maar groter te worden. De Oost-Duitse regering verzuimde haar infrastructuur te verbeteren ten behoeve van de mogelijkheid tot export. Het resultaat: wegen, spoorwegen en gebouwen verslechterden met de dag. Ook was er een groot te kort aan huisvesting. Voor algemene consumptiegoederen zoals bijvoorbeeld auto’s stond men op wachtlijsten van soms wel tien of meer jaren. De auto van het oosten, de trabant (trabi), was dan ook één van de waardevolste bezittingen van een Oost-Duitser. Het waren nog wel de auto’s die direct na de oorlog gebouwd waren, en bij welke het er in tegenstelling tot bij de westerse auto’s niet om de kwaliteit ging, maar gewoon om het feit dat je er één had.
De voordelen voor de DDR van de westerse invloed op economisch gebied hadden voor Oost-Duitsland ook weer nadelen op politiek gebied tot gevolg (“Ieder voordeel heeft zijn nadeel”; Johan Cruijff). Het kapitalistische westen kwam, als gevolg van de versoepeling van restricties waaronder westerse mensen naar de DDR konden reizen in het basisverdrag, wel erg dicht bij de Oost-Duitsers in de buurt. Al die negatieve democratische invloeden moesten worden tegengegaan. De Oost-Duitse regering verhoogde daarom de tarieven die de westerlingen moesten betalen voor het verkrijgen van een visa voor de DDR. Het beschouwde zo’n twee miljoen van haar inwoners als houders van geheimen en verboden hen daarom om persoonlijk contact met westerlingen te hebben. Om opstandigheid in de DDR te voorkomen, verscherpte de regering haar al strakke ideologische toezicht op artiesten en intellectuelen nog meer. Sommigen belandden in de gevangenis en anderen werden naar West-Duitsland verbannen. Om het verschil in politieke achtergrond tussen de DDR en de BRD te benadrukken, werd er in 1974 een verbeterde grondwet aangenomen, welke het gebruik van het woord Duitsland zoveel mogelijke minimaliseerde en de socialistische natuur van de Oost-Duitse staat en haar onherroepelijke banden met de Sovjet-Unie nog eens duidelijk maakte.
Willy Brandt diende in de Bondsrepubliek in mei 1974 zijn ontslag in, omdat één van zijn vertrouwensmensen ontmaskerd werd als een Oost-Duitse spion. Brandts opvolger als bondskanselier was de Sociaal Democraat Helmut Schmidt, welke de coalitieregering van de SPD met de FDP in stand hield. Toen Walter Scheel van de Vrije Democraten in 1974 werd gekozen voor het bondspresidentschap, werd hij als minister van buitenlandse zaken opgevolgd door zijn partijcollega Hans-Dietrich Genscher. De Sociaal Democraten konden slechts een klein aantal van hun programmapunten aangaande de uitbreiding van de welvaartsstaat gedurende die regeringsperiode realiseren. Bij de bondsdagverkiezingen van 1976 leden zowel de Social Democraten als de Vrije Democraten verliezen, maar coalitie kon nog wel haar meerderheid handhaven. Bij de verkiezingen van 1980 herwonnen beide coalitiepartijen weer een deel van de stemmen.
De sociaal-liberaal coalitie kwam in oktober 1982 aan haar einde toen er een motie van wantrouwen werd tegen Helmut Schmidt werd aangenomen en de Vrije Democraten vormden met de Christen Democraten een nieuwe coalitie. De nieuwe bondskanselier werd de Christen Democraat Helmut Kohl, welke bij de verkiezingen van 1976 de onsuccesvolle kandidaat van zijn partij was geweest.
Helmut Kohl
Om de regeringsverandering te bevestigen, bewerkstelligde Kohl vervroegde bondsdagverkiezingen in maart 1983. Het hield een ruime overwinning in voor de Christen Democraten, maar haar coalitiepartner verloor een groot aantal stemmen. Velen van de voormalige FDP-stemmers kozen voor een andere partij, daar ze de voorkeur gaven aan een samenwerking met de SPD. De Sociaal Democraten leden ook grote verliezen. De meeste voormalige aanhangers stapten over naar de nieuw opgerichte ecologische partij, die Grünen, welke zitting in de Bondsdag verwierven, slechts een paar jaar nadat ze uit protest tegen de ongeïnteresseerdheid van de regering, aangaande de hevige milieuvervuiling, hun beweging hadden opgericht. In 1984 werd Christen Democraat Richard von Weizsäcker gekozen tot de zesde bondspresident van West-Duitsland.
Door de groeiende ontevredenheid onder de DDR-bevolking, probeerde de Oost-Duitse regering haar legitimiteit terug te winnen door verdere erkenning van de BRD trachten te krijgen. Hiervoor legde, de toen nog kanselier zijnde, Helmut Schmidt in december 1981 een vaak uitgesteld bezoek aan de DDR af. Op dat moment gaf Schmidt geen gehoor aan Honeckers eis om te stoppen met het verlenen van de West-Duitse nationaliteit aan iedere vluchteling uit de DDR, maar hen gewoon als buitenlanders te behandelen. Niettemin, na Schmidts bezoek, begon Oost-Duitsland het voor haar burgers makkelijker te maken om de Bondsrepubliek te bezoeken. De meest gevreesde doorgang naar de vrijheid, Checkpoint Charley, kwam op een kiertje te staan. Om te voorkomen dat de burgers gelijk in de BRD bleven, mocht er per gezin maar één iemand tegelijk een bezoek aan West-Duitsland brengen. Ook begon de DDR met het geven van toestemming om naar West-Duitsland te gaan aan een deel van de ontevreden mensen. Deze mogelijkheid leidde er toe dat er vanaf toen ieder jaar een paar duizend mensen waren die de bureaucratische obstakels wisten te overwinnen en zo naar de Bondsrepubliek emigreerden. Deze concessies werden gedaan in ruil voor een aantal grote leningen van westerse banken aan de DDR. In 1987 de Oost-Duitse regering realiseerde een al gedurende lange tijd aanwezige ambitie, namelijk het afleggen van het alsmaar uitgestelde bezoek van Honecker aan de Bondsrepubliek. Deze werd dan ook met een groot eerbetoon in Bonn bij Kohl ontvangen, wat er op wees dat de erkenning van de DDR als soevereine staat van permanente aard was.
Achter deze maskerade van stabiliteit van Honeckers regering echter, verloor Oost-Duitsland in de ogen van het grootste gedeelte van het volk steeds meer haar legitimiteit. Voornamelijk onder de jongere generatie Oost-Duitsers leidden de nieuwe reismogelijkheden naar het westen meer tot ontevredenheid dan tot voldoening. In het westen werden ze namelijk geconfronteerd met een veel geavanceerdere consumptiemaatschappij, hetgeen nog duidelijker werd wanneer ze (verplicht) terugkeerden in de DDR. Wanneer ze in de BRD waren, ergerden de Oost-Duitsers zich er ook aan afhankelijk te moeten zijn van West-Duitse relaties, daar hun oostmark daar niets waard was. Ze werden ook geconfronteerd met een volledige vrijheid van meningsuiting en een open markt voor nieuwe ideeën en opinies, welke in sterk contrast stonden met de strenge censuur en de onderdrukking van nieuwe ideeën en meningen welke in de DDR aanwezig waren. Toen de Oost-Duitsers dan ook eenmaal naar het westen waren gereisd, of slechts nog maar hadden gehoord van andermans reizen, de Berlijnse muur en haar fortificaties eromheen leken nog eerlozer dan voorheen.
Uit protest tegen de schade die de Oost-Duitse sterk verouderde industrieën het milieu aandeden (de brandstof in de DDR was altijd nog bruinkool geweest, hetwelk een stuk smeriger was dan andere vormen van brandstaf. Het Oost-Duitse Bitterfeld waar de puinhopen van de bruinkoolindustrie zich bevonden werd rond 1989 niet voor niets de smerigste stad van Europa genoemd.) werd een clandestiene ecologische groepering opgericht en een ondergrondse onafhankelijke vredesbeweging ontstond uit protest tegen het schermen met zogenaamde vredestaken van de DDR, puur uit propaganda oogpunt. Deze bewegingen vonden hun toevlucht in de kerken van voormalig dominante protestantse Oost-Duitsland.
Checkpoint Charley
1989-1990 De val van de muur en de Duitse eenwording
De snelle en onverwachte ineenstorting van de DDR werd ingeleid door het verval van de andere communistische regimes in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. In de Sovjet-Unie was ondertussen in 1985 Michail Gorbatsjov tot leider van de Communistische Partij (CPSU) gekozen. Dit was nu niet bepaald een unanieme keuze te noemen, nadat het alle leden van het Politbureau hun keuze hadden gemaakt, bleek dat Gorbatsjov en zijn al oude tegenkandidaat Grisjin precies hetzelfde aantal stemmen hadden gehad. In een emotionele toespraak nam minister van Buitenlandse Zaken Gromyko het voor Gorbatsjov. Het werd volgens hem nu eindelijk eens tijd voor een secretaris-generaal die dit nog een tijdje kon blijven gezien zijn leeftijd en de Sovjet-Unie over de drempel van het volgende millennium kon voeren. Ook prees hij Gorbatsjov om zijn carrière binnen de partij, zijn kennis en zijn bekwaamheid. Op 10 maart 1985 besloot het Politbureau om sinds lange tijd weer een partijchef te benoemen die nog niet op sterven lag, Michail Gorbatsjov.
Michail Gorbatsjov
De keuze moest nog door het Centraal Comité worden bevestigd en dat was nog best spannend, want vele leden van het Centraal Comité waren bang om hun priviléges onder Gorbatsjov te verliezen. Gorbatsjov voerde met zijn Perestrojka en Glasnost vele hervormingen door en toenaderingspogingen tot het westen. Op deze liberaliserende hervormingen van Gorbatsjov werd in de DDR ontzet gereageerd, door in 1988 te circulatie van Sovjet publicaties te verbieden, welke als gevaarlijk en revolutionair werden gezien. De muur viel letterlijk op 9 november 1989, maar was in feite eigenlijk al een aantal maanden eerder gevallen, namelijk in de zomer van dat jaar, toen een gereformeerde Hongaarse regering de Oost-Duitsers begon toe te staan om via haar pas geopende grens met Oostenrijk te ontsnappen. Vele duizenden volgden deze route en vele anderen vroegen asiel aan in de West-Duitse ambassades welke officieel ook op West-Duits grondgebied stonden, van Praag en Warschau, van waaruit zij toestemming vroegen om naar de BRD te mogen emigreren. Eind september mochten er van de Oost-Duitse regering een aantal speciale treinen met 6000 vluchtelingen van Praag via de DDR naar de Bondsrepubliek reizen, waarna hun plaatsen in de ambassades al snel weer door duizenden nieuwe vluchtelingen werden ingenomen. Op 5 oktober vertrok er dan ook een tweede serie speciale treinen vanuit Praag naar de BRD. Massademonstraties in de straten van Leipzig en andere Oost-Duitse steden daagden de autoriteiten uit en eisten hervormingen. In een poging de verslechtering van haar positie in de DDR een halt toe te roepen, verving het SED Politbureau Honecker op 18 oktober door een andere communist, Egon Krenz. Onder Krenz probeerde het Politbureau de schaamte die door de vlucht via Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Polen was veroorzaakt tegen te gaan. Op de avond van 9 november 1989 werd door Günter Schabowski, de woordvoerder van het Centraal Comité, aangekondigd dat de beperkingen voor Oost-Duitsers die direct van de DDR naar de BRD wilden reizen opgeheven zouden worden, wat door de Oost-Duitsers algemeen werd geïnterpreteerd als de beslissing om de muur te openen. Daarom stroomden hele horden mensen naar de muur waar zij eisten om doorgelaten te worden. De grenswachten die niet wisten wat ze ervan denken moesten lieten hen ten slotte door. Van groot belang hierbij is ook dat Gorbatsjov hierbij uiteindelijk weigerde militair in te grijpen. Hiervoor kreeg Gorbatsjov in 1990 de Nobelprijs voor de Vrede. De muur was zonder slag of stoot gevallen. Die nacht stromen honderdduizenden Oost-Berlijners naar West-Berlijn waar de gehele stad de opening van de muur viert.
De opening van de muur bleek fataal te zijn voor de DDR. Steeds groter wordende demonstraties eisten dat het volk ook een stem kreeg in de regering. Half-november werd Krenz vervangen door een hervormingsgezinde communist, Hans Modrow, welke vrije verkiezingen beloofde en de vorming van een nieuwe regering aankondigde. De SED veranderde haar naam in de Sociaal Democratische Partij (PDS). Bij de verkiezingen van maart 1990 leed deze partij een ontzettende nederlaag. De oostelijke zusterpartij van Helmut Kohls CDU, welke voor een snelle eenwording van de beide Duitslanden stond, werd de grootse politieke partij in Oost-Duitslands eerste democratisch gekozen Volkskamer. Een nieuwe Oost-Duitse regering onder leiding van Lothar de Maizière, in de rug gesteund door een brede coalitie met daarin onder andere de Sociaal Democraten en de Vrije Democraten, startten de onderhandelingen over een te sluiten verdrag aangaande de Duitse eenwording. Voor de verkiezingen werd er veel negatieve publiciteit aan het adres van de Sociaal Democraten gespendeerd, daar zij ervan werden beschuldigd nauw met de SED te hebben samengewerkt. De naam die ook veel weg had van de ‘nieuwe SED’ werd daar vaak voor gebruikt.
Welke partij?
Een nog steeds aanhoudende stroom vluchtelingen vanuit de DDR naar de BRD noodzaakten dat er spoed met het te sluiten verdrag werd gemaakt. Dit leidde er in juli 1990 toe dat er een monetaire, economische en sociale unie tussen de beide Duitslanden werd gesloten. Het laatste obstakel dat de Duitse eenwording nu nog in de weg stond werd ook in juli uit de weg geruimd, toen Kohl naar de Krim reisde om Gorbatsjov zijn bezwaren tegen een verenigd Duitsland dat toe zou treden tot de NAVO te laten laten vallen. Een eenwordingsverdrag werd in september in de Bondsdag en de Volkskamer goedgekeurd en trad in werking op 3 oktober 1990. De DDR sloot zich als vijf Länder bij de BRD aan en de twee delen van het verdeelde Berlijn werden ook een Land. In december 1990 werden de eerste algehele Duitse verkiezingen gehouden en werd een coalitieregering tussen de CDU en de FDP onder leiding van Kohl gevormd. Na 45 jaar was Duitsland weer een verenigde natie.
Das Volk
Toen de muur viel had het Oost-Duitse volk een groot aandeel in het bewerkstelligen van die val. Het was niet de eerste keer dat het volk zijn ontevredenheid ten opzichte van de regering toonde. Het meest bekende geval waarin het volk zijn ongenoegen kenbaar maakte is natuurlijk bij de bloedig neergeslagen volksopstand van 17 juni 1953. Deze opstand vond zoals reeds eerder is gezegd zijn oorzaak in het feit dat het met de economie in de Bondsrepubliek zeer goed ging. De planeconomie in samenhang met de kostenloze productleveringen aan de Sovjet-Unie (voor herstelwerkzaamheden) bemoeilijkten de start van de Oost-Duitse economie. In bedrijven, op de boerderijen en in de warenhuizen groeide de ontevredenheid. Begin juni 1953 werden een ‘Neuen Kurs’ door de SED aangekondigd, met tot de doel het in toom houden van de bevolking. Voorheen doorgevoerde prijsverhogingen werden teruggedraaid. Maar de arbeiders schoten er weinig mee op. Bij gelijke lonen moest er veel meer als vroeger gearbeid worden. Dit had tot gevolg dat er grote stakingen in Oost-Berlijn uitbraken. Op 16 juni waren het de mensen uit de bouw op het toenmalig grootste bouwterrein in de oostsector, der Stalinallee (tegenwoordig de Karl-Marx-Allee), die het werk neerlegden en zich verzamelden om te protesteren. Vele anderen sloten zich bij hen aan. Deze stoet van enkele duizenden mensen trokken naar het Huis van Ministeries. De arbeiders wilden de minister-president Otto Grotewohl en de Partijsecretaris Walter Ulbricht spreken. Dezen gingen echter de confrontatie met het volk uit de weg. Arbeiders verklaarden dat het niet alleen om economische vragen ging, maar ook om politieke thema’s. Ze eisten het aftreden van de regering en vrije verkiezingen. Het bericht van de protesten verbreidde zich als een lopend vuurtje. Het protest sprong op de gehele DDR over. Uit de staking kwam een volksopstand tegen het communistische systeem voort. Ook kwamen er eisen naar afschaffing van de zonegrens en nationale eenheid naar voren.
In het begin van de middag van 17 juni werd in meer dan 270 plaatsen in de DDR gestaakt en gedemonstreerd. Vooral in de grote landbouwbedrijven lag het werk stil. In Oost-Berlijn stond op sommige plaatsen ook het verkeer stil en in meerdere stadsdelen kwam het tot een treffen tussen de demonstranten en de politie. Vaandels neergehaald, SED-bureaus bestormd, ruiten van staats levensmiddelenwinkels ingegooid en politiebureaus in brand gestoken. De SED stond machteloos. Om 13.00 uur riep de Sovjet Stadscommandant de bijzondere situatie uit over Berlijn. Sovjet tanks traden op en verstrooiden de demonstranten. In de loop van de middag was de opstand in de kiem gesmoord. Vele demonstranten werden door de Staatssicherheitsdienst en de Volkspolizei gearresteerd. Zoals reeds is gezegd, het precieze aantal slachtoffers van de opstand is niet bekend, maar de SED sprak van totaal 23 doden, terwijl anderen berichten van 260 dode demonstranten en meer dan 100 gewonden aan de kant van de Volkspolizei. Ruim 5000 mensen werden na 17 juni nog gearresteerd. Militaire Sovjetrechtbanken spraken 19 doodsvonnissen uit waarvan er 3 door DDR-rechtbanken werden voltrokken.
17 juni was een duidelijk teken geworden van de wil van het Oost-Duitse volk, welke het hun opgelegde politieke systeem niet goedkeurde. De opstand maakte de Bondsrepubliek duidelijk, dat de opgave om in vrije zelfbeslissing de vrijheid en eenheid van één Duitsland, voltooid moest worden.
De tweede keer dat het volk ergens op reageerde was bij de bouw van de muur. Toen op 13 augustus 1963 de muur werd gebouwd was het in eerste instantie het West-Duitse volk dat zijn verontwaardiging niet kon onderdrukken. Nu konden degenen die familie hadden in Oost-Berlijn, zo’n 70 % van de West-Berlijners, geen contact hier geen contact meer mee leggen. Op 1 mei 1962 kwamen honderdduizenden West-Berlijners naar het plein voor het gebouw van de voormalige Reichstag om er te demonstreren tegen de muur. Een veel gehoorde leuze was: ‘Vrijheid kent geen muur’. Onder de sprekers bevond zich ook Willy Brandt de burgemeester van Berlijn.
In Oost-Berlijn was in veel mindere mate sprake van openbare afkeuring van de bouw van de muur. De radio en televisie, welke onder strenge censuur van de SED stonden, gaven in hun uitzendingen commentaar op de bouw. Het was zoals te begrijpen is geen negatief commentaar, maar voornamelijk overwinningsgejuich dat te horen was. De ene propagandaspreker na de andere sprak zijn instemming uit over de oprichting van de ‘antifascistische barrière’. Maar in de huiskamers van de bevolking zelf was er wel degelijk sprake van afkeuring van de bouw. De bevolking was aan de ene kant bang voor een oorlog, maar kon aan de andere kant niet begrijpen dat er niet werd ingegrepen door de westerse mogendheden. De Oost-Berlijners realiseerden zich al snel dat de situatie hopeloos was, niet de West-Berlijners, maar zijzelf waren opgesloten. Velen probeerden dan ook nog snel de grens over te vluchten naar het westelijke deel. Ook gedurende de tijd dat de muur er stond zijn er vele ontsnappingspogingen gewaagd.
Waarom grepen de westerse mogendheden niet in? Washington, Londen en Parijs vonden de situatie zorgwekkend, maar niet alarmerend. De Britse premier Macmillan en de Engelse minister van Buitenlandse Zaken zagen geen noodzaak om van hun vakantie in Schotland terug te keren naar Londen. In de eerste reactie vanuit de VS, benadrukte minister van Buitenlandse Zaken Dean Rusk, dat de maatregelen van de Oost-Duitse autoriteiten niet gericht waren tegen de positie van de geallieerden in West-Berlijn of tegen de toegangswegen naar dat stadsdeel. Enkele dagen later volgden er wel officiële protesten van de westerse mogendheden, waarbij werd gezegd dat de Sovjet-Unie de afspraken had geschonden, maar van militaire of economische acties tegen de Sovjet-Unie was geen sprake.
Als we dan naar de volgende situatie gaan waarin het volk een rol speelt komen we bij de val van de muur aan. De ontevredenheid onder het volk is dan zeer groot geworden en het volk durft deze ontevredenheid ook steeds meer te uiten. De macht van de SED is langzaam maar zeker aan het afbrokkelen en zoals reeds ik reeds eerder heb gezegd speelde het verdwijnen van de steun van de Sovjets ook een grote rol. Het volk had de macht op straat eigenlijk op 9 oktober, 1 maand voor de val van de muur, verworven. Dit mede dankzij de terughoudendheid van de Sovjet-Unie. Want waar op 7 oktober, de dag van de viering van de veertigste verjaardag van de DDR, de demonstraties nog m.b.v. geweld werden beëindigd, werd er op 9 oktober bij een grote massademonstratie niet door de veiligheidstroepen ingegrepen.
Velen werden op 7 oktober gearresteerd
In Leipzig was de pastor van de Nikolaikirche gewaarschuwd dat zijn kerk met brandbommen zou worden bestookt en dat er op de kerkgangers zou worden geschoten als ze doorgingen met demonstreren. Tegen de tijd van het avondgebed op de negende verwachtte de hele stad dat er een burgeroorlog zou uitbreken. Maar toen de kerken leegstroomden was er geen Stasi te bekennen. Achteraf lijkt de beslissing om de politie terug te roepen het grote keerpunt in de Oost-Duitse revolutie geweest, het moment waarop het volk opstond tegen het gezag en het dwong om bakzeil te halen. Maar er valt moeilijk te achterhalen wat er nu precies gebeurd is. Egon Krenz liet later weten dat hij degene was die had ingegrepen. Nadat hij op 18 oktober Honecker als secretaris-generaal van de SED had vervangen, moest hij zien af te komen van zijn imago van harde aparatsjik, die de Chinezen namens de Partij had gefeliciteerd met de slachting op het T’ien-an-menplein. ‘Ik was in Leipzig en heb daar gezegd dat we voor politieke conflicten een zuiver politieke oplossing moeten zoeken,’verklaarde hij op 17 november aan de pers, waarna hij werd tegengesproken door het Oost-Duitse persbureau ADR, dat berichtte dat hij pas vier dagen na de demonstratie in Leipzig arriveerde. Willy Brandt verklaarde weer dat Gorbatsjov zelf de terugtrekking had bevolen, maar ‘misschien heeft Moskou alleen een algemene waarschuwing tegen het gebruik van geweld gestuurd?’, schrijft Robert Darnton in zijn Berlijnse dagboek. Door Leipzigers worden niet te verifiëren verhalen verteld over Sovjettanks die de Oostduitse soldaten de weg versperden. Wie dus degene is geweest die het bevel heeft ingetrokken kan dus niet met duidelijkheid worden gezegd, het kan net zo goed een anonieme tweede secretaris van de SED in Leipzig zijn geweest, of een falen in het aparatsysteem van de SED. Het feit is dat hoe de ramp ook is voorkomen, heel Leipzig en het hele land was in rep in roer. De leuze van de Leipzigers: ‘Wir sind das Volk’, is een uiting van de volkssoevereiniteit geworden. De demonstranten lieten zien dat het volk de staat kon trotseren, dat de Partij haar legitimiteit had verloren en dat democratie denkbaar was in de zogenaamde ‘democratische’ republiek van Duitsland.
‘Wir sind das Volk!!!’
Terwijl in november en december de macht van de Partij dus afbrokkelde, bleven de demonstraties doorgaan. Ieder maandag als om vier uur de winkels dicht gingen, verdween de politie en nam het volk bezit van de straat. De leuze van het volk veranderde naarmate er meer en meer mensen naar de Bondsrepubliek verdwenen in: ‘Wir sind das Volk, wir bleiben hier’. Hiermee wilden ze aan degenen die nog weg wilden gaan duidelijk maken, dat het probleem opgelost moest worden door te blijven in plaats van door te vertrekken.
De werkelijke val van de muur is natuurlijk ook aan het volk te danken, want hoewel Schabowski slechts de op handen zijnde veranderingen op het gebied van reizen tussen de beide Duitslanden aankondigde, werd dit door het volk geïnterpreteerd als de val van de muur. Het volk stroomde dan ook in grote getale naar de muur, waar zij de muurwachten gewoonweg overbluften. Deze lieten toen een aantal mensen door, maar toen er eenmaal een ‘scheur’ in de muur ontstond, werd er een bres door de macht van het getal, waarmee de Oost-Berlijners aanwezig waren, geforceerd. Honderdduizenden stromen naar de muur, waar de gehele stad de opening van de muur viert.
Toen de bevolking eenmaal een aantal dingen waar ze voor stonden had bewerkstelligd, namelijk het aftreden van de regering, vrijheid van meningsuiting, stopzetting van de censuur van de media enz. en de muur was gevallen, was het nog niet genoeg. Een nieuwe leuze werd veelvuldig gehoord namelijk: ‘Wir sind ein Volk!’. Met name door de westerse politieke partijen werd hier handig op ingespeeld. Helmut Kohl kwam dan ook met een tienpuntenprogramma voor eenwording van de beide Duitse staten. Het Oost-Duitse parlement had ondertussen Hans Modrow gekozen tot premier en eiste vrije verkiezingen, waarop Modrow de vorming van de nieuwe regering aankondigde en ingrijpende hervormingen beloofde. Ook besluit het parlement de bepaling over de leidende rol van de SED in de regering te schrappen uit de grondwet. In een rapport van een onderzoekscommissie worden vooraanstaande leden van de Partij beschuldigd van corruptie en misbruik van hun functie. In een demonstratie voor het hoofdkwartier van het Centraal Comité in Berlijn op 2 december, wordt secretaris-generaal Krenz door zijn eigen partijleden uitgejouwd, en wordt het aftreden van het Politbureau en het Centraal Comité geëist. Ook wordt er opgeroepen tot volledige reorganisatie van de Partij. De dag daarop treden Krenz, het Politbureau en het Centraal Comité af. Een tijdelijk comité neemt de leiding van de Partij op zich, totdat er nieuwe leider is gekozen op een speciaal partijcongres. Honecker en zijn medewerkers uit het vorige regime worden geroyeerd en velen worden opgepakt. De roep om eenwording wordt in de alsmaar doorgaand demonstraties steeds sterker. Het onderzoek naar machtsmisbruik en corruptie blijft doorgaan. De Ronde Tafel wordt opgericht. Dit is een beweging waaraan vertegenwoordigers van de belangrijkste burgerbewegingen en politieke partijen deelnemen. Deze Tafel dringt er bij de regering op aan om op 6 mei vrije geheime verkiezingen te houden en de geheime politie (Stasi) op te heffen.
Het is dan ondertussen 1990 geworden en Gregor Gysi is als partijleider van de Communistische Partij gekozen. Er heeft een reorganisatie binnen de partij plaatsgevonden, waarbij iedere vorm van Stalinisme is afgezworen. Ook is dan de naam van de PDS ondertussen veranderd in SED-PDS, waar van voor het SED deel op 4 februari geschrapt zou worden.
Onder groeiende druk van demonstraties waarbij een onmiddellijke ontbinding van de Stasi wordt geëist, komt de regering met een rapport over de voormalige geheime politie en Modrow garandeert de Ronde Tafel dat ze toezicht kan houden op de ontmanteling van de Stasi. Later die middag bestormt een menigte het Stasi-hoofdkwartier in Oost-Berlijn, nadat bekend is geworden hoe groot de controle op hun dagelijks leven wel niet geweest is. Dit is pas de eerste gewelddadige uitbarsting van de kant van het volk sinds 9 oktober ’89.
Ontbinding van de Stasi wordt geëist
Op 28 januari worden de parlementsverkiezingen door Modrow naar 18 maart verschoven en een tijdelijke nieuwe coalitieregering wordt gevormd. Deze ‘regering van nationale verantwoordelijkheid’ zal vertegenwoordigers van de belangrijkste burgerbewegingen en partijen herbergen en nauw samenwerken met de Ronde Tafel, met als doelstelling het land tot de verkiezingen bijeen te houden, het voorkomen van chaos.
Verkiezingscampagnes worden overal opgestart. Veelal met behulp van de zusterpartijen in West-Duitsland. Om een voorbeeld te noemen de verkiezingskandidaat van de CDU in Oost-Duitsland was Lothar de Maizière, maar de verkiezingscampagne werd in feite door Helmut Kohl, de leider van de West-CDU gevoerd. De grote politieke partijen hadden zich inmiddels allemaal voor vereniging met West-Duitsland uitgesproken, de CDU het nadruklelijkst en de PDS onder het meeste voorbehoud. Logisch is dan ook dat Kohl eigenlijk de campagne in Oost-Duitsland voerde, daar hij waarschijnlijk bondskanselier van een verenigd Duitsland zou worden als de CDU zou winnen.
Uiteindelijk behaald de CDU in een gevormde ‘Alliantie voor Duitsland’ (CDU, met de Democratisch Sociale Unie, DSU en de Democratischer Aufbruch, DA) een grote verkiezingsoverwinning. Namelijk 48% van de stemmen en 193 van de 400 zetels in het nieuwe parlement, het eerste vrij gekozen parlement in de geschiedenis van de DDR. Gekozen!!! Dus het volk had het voor het zeggen gehad. Kohl, de man die Gorbatsjov overhaalde om de wil van het Duitse volk tot hereniging te respecteren, wordt gezien als de overwinnaar van de verkiezingen.
‘Kohl’ wint de Oost-Duitse verkiezingen
De Centrale Bank van West-Duitsland stelt voor de komende monetaire eenwording een wisselkoers van twee Oost-marken tegen één West-mark. De Oost-Duitsers protesteren en eisen een koers van één op één, welke er ook komt nadat op 1 juli het verdrag voor monetaire, economische en sociale eenheid, dat op 18 mei in Bonn was ondertekend door de Oost- en West-Duitse coalitieregeringen, in werking treedt.
Conclusie
Tot slot nog een korte conclusie. We zien dat vanaf het einde van de tweede wereldoorlog, tot zo’n jaar na de val van de muur, het volk meerdere malen zijn stem laat horen. Wat in deze periode te zien is, is dat het volk, doordat zij als massa haar stem naar buiten brengt het van grote invloed op de situatie is. Dit is in het behandelde geval goed afgelopen, hoewel er, toen er eenmaal een massa was die een verenigd vaderland wilde, toch ook wel angst is geweest voor opnieuw opkomend nationalisme, maar ik denk dat we hier tegenwoordig nog steeds alert op moeten blijven, namelijk het feit dat de mogelijkheid wel degelijk aanwezig is dat iemand zijn individualiteit verliest, wanneer hij in een massa terecht komt. En zoals is gebleken, is de macht van de massa toch zeer groot.
Hiermee wil ik mijn scriptie beëindigen. Ik hoop dat het ondanks de druk die er achter stond toch nog wat is geworden.
Bronnenlijst
Voor het maken van deze scriptie heb ik gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
Primaire lectuur:
- Robert Darnton, ‘Berlijns Dagboek 1989-1990’, uitgegeven in 1990
- R..C. Seriese en W.H. Blok, ‘Examenbundel vwo geschiedenis 2001’
-‘Berlin im Überblick’, Uitgave van het informatiecentrum Berlijn in 1987
Secundaire lectuur:
- Curtis Cate, ‘Berlijn 1961’, uitgegeven in 1979
- S. van der Veer, ‘Gorbatsjov, Perestrojka, Mijn Rusland’, gepubliceerd in 2000
- Eckart D. Stratenschulte, ‘DDR Fragen und Antworten’, uitgegeven in 1986
- ‘Es geschah an der Mauer’, uitgegeven in 1981
- ‘Stedengids Berlijn’, uitgegeven in 1991
- S.W. Couwenberg, ‘Oost en West’, uitgegeven in 1991
Internetsites:
-
www.britannica.com
-
www.chronik-der-wende.de
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.