Geschreven door: | Evil Crazy Lady (4 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 29 juni 2003 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.150 |
Bekeken: | 11980 keer (9 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
H1, §1.1:
Op de plaats van het misdrijf word de situatie opgemeten en gefotografeerd. Er wordt gezocht naar afdrukken en er worden voorwerpen bekeken. Stoffen als bloed en speeksel hebben natuurlijk de interesse. Deze sporen vormen de ‘stille getuigen’ en worden in het laboratorium onderzocht.
Door met de familie en bekenden van het slachtoffer te praten kunnen ze achter het motief van de dader komen. De politie moet voorzichtig zijn met getuigenverklaringen want die zijn niet altijd even betrouwbaar. Tijdsverloop, alcoholgebruik en spanning kunne het geheugen van de ondervraagde beïnvloeden. De dader kan worden opgespoord als er genoeg gegevens zijn voor een signalement.
Als er geen getuigen zijn, dan zijn de resultaten van het sporenonderzoek het enige houvast. Analisten kunnen uit de stoffen en voorwerpen, kenmerken van de dader aflezen door dingen met elkaar te vergelijken. Voor een overtuigend bewijs heb je meer nodig dan een bloedgroep, want er zijn veel mensen met dezelfde bloedgroep. Er ontstaat pas 100% zekerheid als bijvoorbeeld een vingerafdruk overeen komt met die van de verdachte.
Met vingerafdrukken kan je altijd mensen identificeren want:
- het lijnen patroon van je vingerhuid blijft levenslang hetzelfde
- het aantal lijntekeningen dat kan voorkomen is zeergroot
- je kunt vingerafdrukken indelen in groepen.
Details van het huidlijnenpatroon worden typica genoemd. De overeenkomst tussen de gevonden afdruk en die van de dader maken identificatie mogelijk. De betrouwbaarheid van dit bewijst in vrijwel 100%.
Alle vingerafdrukken van criminelen worden bewaard. Vroeger moest er dagen lang gezocht worden naar het persoon waarbij de vingerafdruk hoorde maar tegenwoordig niet meer. Alle afdrukken zijn nu in computerbestanden bij de Centrale Recherche Informatiedienst opgeslagen.
In 1985 kreeg professor Jeffreys het voor elkaar om uit de DNA-moleculen in bloedcellen een kenmerkend stukje te halen. DNA is een stof die voorkomt in de kernen van cellen waaruit mensen, dieren en planten zijn opgebouwd. De meeste DNA kom je tegen in de genen maar het stukje dat Jeffreys isoleerde tref je aan buiten de genen aan. Het resultaat van dit DNA-onderzoek kun je zichtbaar maken als een soort streepjescode: DNA-fingerprint. Bij iedereen is die streepjescode verschillend, maar bij familie vind je overeenkomsten.
§1.2:
in veel landen was gebruik van voorbehoedmiddelen lange tijd verboden en in sommige landen is dat nog steeds zo. In het begin waren condooms en pessaria niet erg betrouwbaar, maar in combinatie met zaaddodend middel ging het minder vaak mis. De vraag naar en betrouwbaar voorbehoedmiddel heeft uiteindelijk geleid tot de ontwikkeling van de pil.
In de pil zitten stoffen die op vrouwelijke hormonen lijken. Wetenschappers ontdekten dat sommige stoffen de vruchtbaarheid verhoogden en dat andere ze verlaagden. Na injecties met urine van vrouwelijke dieren merkten ze dezelfde veranderingen op. Ze gingen die stoffen uit de urine halen en kwamen er bij toeval achter dat deze stoffen nog veel beter werkten. Ze noemde deze kunstmatige stoffen ‘oestrogenen’ en ‘progestagenen’.
Door er proeven mee te doen kwamen ze er achter dat deze stoffen ook als medicijn gebruikt konden worden. Met progestagenen kan een geboorte worden uitgesteld en een vrouw die geen eierstokken meer had door een operatie kreeg oestrogenen zodat ze zich beter ging voelen. Om deze stoffen ook als voorbehoedsmiddel te gebruiken had nog niemand aan gedacht. Margaret Sanger stelde het voor en er bleek dat het betrouwbaar was. De werking van de pil is als volgt:
- het hormoon oestrogeen misleid de hypofyse. De eirijping wordt daardoor afgeremd.
- Het hormoontekort vertraagt het transport van de eicel door de eileider als er toch een eisprong komt. De eicel sterft daardoor vroegtijdig af.
- Door het hormoon te kort ontwikkelt het slijmvlies in de baarmoeder zich niet voldoende. De bevruchte eicel kan zich dus niet innestelen.
- De progestageen maakt de slijmprop tussen de vagina en baarmoeder taai. Bijna alle zaadcellen worden daardoor tegengehouden.
- In de stoptijd van 7 dagen word het zwak ontwikkelde baarmoederslijmvlies afgestoten. De lichte bloeding die dan ontstaat lijkt op een menstruatie.
Geneesmiddelenfabrikanten hadden er veel geld voor over om de pas ontdekte hormonen te mogen maken. De wetenschapper Pincus had ruim 10 jaar nodig om de 1e pil te ontwikkelen. Het farmaceutisch bedrijf waarmee hij samenwerkte bracht in 1962 de 1e pil op de markt. Veel concurrenten volgden met hun eigen merk.
De bijwerkingen van de pil werden weggenomen door de hormoondosis te verlagen. Een andere manier is om in de pillen de hoeveelheid progesteron te laten verschillen. Net als in de normale vruchtbaarheidscyclus.
§1.3:
een kompas geeft alleen aan waar het noorden is, maar het verteld niet waar je bent. Wil je dus grote afstanden afleggen heb je meer hulpmiddelen nodig.
Het is belangrijk om exact te kunnen vertellen waar op aarde een bepaalde plaats ligt en hoe je er komt. Er is een systeem bedacht waarbij elke plaats op aarde met behulp van 2 getallen (coördinaten) kan worden aangegeven. Dat zijn de geografische lengte en breedte die je bij aardrijkskunde hebt geleerd. Als je de coördinaten van je bestemming weet en je kunt de coördinaten bepalen van de plaats waar je, je op dat moment bevind kun je uitrekenen hoe ver het nog is naar je bestemming en welke richting je uit moet.
Er staan precies boven de noordpool een ster die de poolster genoemd wordt. Hoe hoger je op de aarde bent hoe hoger de poolster staat.
Door de lengte van de schaduw en de lengte van een stok te meten kan je de zonshoogte nauwkeurig berekenen. Als je de zonshoogte hebt en de tijd die daar bij hoort kan je de coördinaten berekenen. Op zee kan dit niet, omdat het schip slingert en dus de stok niet altijd helemaal verticaal staat. Daar zijn instrumenten en technieken voor ontworpen om op schepen wel nauwkeurig de hoeken te kunnen meten. Dart speelde de afgelopen eeuwen een grote rol in de zeevaart.
De scheep- en luchtvaart hebben de afgelopen 50 jaar geprofiteerd van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van navigatie, zoals het radiobaken. Een radiobaken is een radiostation dat een speciaal signaal uitzendt. Er staan er veel op de aarde en elke baken zend een ander signaal uit. Van iedere baken is de plaats precies bekend. Doormiddel van een antenne kan de richting van de signalen worden gemeten worden en als er van 3 bakens een richting wordt gemeten dan kan een computer de positie van het schip uitrekenen. Ook bij vliegtuigen is dit mogelijk.
In de jaren 70 en 80 zijn er 24 satellieten in een baan om de aarde gebracht. Ze zenden allemaal een apart signaal uit. Op de schepen waar deze signalen worden ontvangen kan een computer aan de hand van het signaal berekenen hoe lang dit onderweg is geweest. Hieruit kan de afstand van de satelliet worden berekend. Omdat van elke satelliet de baan precies bekend is, kan uit de afstand tot een aantal satellieten de plaats op aarde berekend worden. Dit satellietnavigatiesysteem werkt zo precies dat je positie bepaald word met een nauwkeurigheid van ongeveer 10 meter. Met behulp van het ‘Global Positioning System’ (GPS) kan een computer precies je route uitstippelen en aangeven of je nog op koers bent. Dit systeem word bij vliegtuigen steeds belangrijker. Ze kunnen ook al op auto’s worden toegepast.
§1.4:
de eerste wetenschappelijke experimenten met raketten zijn in het begin van deze eeuw gedaan. De raketten waren klein en gingen niet erg hoog. In het begin van de 2e wereld oorlog was de rakettechniek al zover ontwikkeld dat de Duitsers de beruchte V2-raket konden bouwen. Deze raketten waren bommen die met behulp van brandstof over grote afstand konden vliegen.
Na de oorlog hebben de VS en de toenmalige Sovjet Unie veel van de Duitse raketbouwers en kennis over raketten meegenomen naar hun eigen land.er ontstond toen een race tussen de VS en de SU om de beste wapens. In 1957 brachten de Russen de eerste satelliet naar buiten. In 1969 landde de eerste mens op de maan.
Dankzij de ruimtevaart is het mogelijk apparaten in de baan om de aarde te brengen. Die voorwerpen die om de aarde draaien noemen we satellieten of kunstmanen. Satellieten worden ook aangetrokken door de zwaarte kracht en zouden dus eigenlijk naar beneden moeten vallen. Dat doen ze ook maar omdat een satelliet een grote snelheid heeft dwars op de richting van de zwaarte kracht beweegt hij ook vooruit. Zolang de satelliet maar snel genoeg valt komt hij niet dichterbij de aarde. De satelliet valt hierdoor niet op de aarde maar er omheen. Satellieten bevinden zich buiten de dampkring en hebben dus geen last van luchtwrijving. Hoogte en richting van een satelliet hangt af van de functie van de satelliet. Een spionagesatelliet heeft vaak een lage baan boven de polen (300 km) en een communicatiesatelliet vaak een hoge rond de evenaar (36.000 km).
De waargenomen informatie wordt door de satelliet omgezet in een computerbestand en naar een grondstation geseind. Dankzij weer satellieten is het weer ook bekend boven plaatsen waar geen weerstations zijn. Satellieten worden ook gebruikt voor atmosfeeronderzoek. Zo kunnen bijvoorbeeld veranderingen in de dikte van de ozonlaag worden gemeten.
Ruimteschepen met mensen aan boord moeten aan hele andere eisen voldoen dan wanneer er niemand meegaat. Langdurig verblijf in de ruimte is voor het menselijk lichaam niet gezond. Je spieren kunnen verslappen en op lange duur kunnen zelfs je botten ontkalkt raken waardoor er snel botbreuken ontstaan. Daarom hebben ze in ruimtestations fitnessapparatuur om de spieren getraind te houden. Als je terug komt uit de ruimte kun je vaak voor korte tijd niet lopen en als je net in de ruimte komt wordt je vaak ziek omdat je lichaam moet wennen aan de gewichtloosheid.
H2, §2.1:
Een cassettebandje is kwetsbaarder dan een cd. Na verloop van tijd gaat de kwaliteit van een cassettebandje achteruit of kan aangetast worden door slechte omstandigheden. Een cd is niet onkwetsbaar, maat wel minder. Een groot nadeel van de cd is dat je hem alleen kunt kopiëren met speciale apparatuur.
In 1969 begon een onderzoeksteam van Philips, die de kennis van het digitaal opslaan van gegevens had, uit te zoeken of het mogelijk was om beeld en geluid op 1 schijf te zetten. De bedoeling was om de schijf met licht te lezen. Digitaal betekent dat informatie is opgeslagen in de vorm val ‘wel’ en ‘geen’. Bij een cd gebeurd dat in de vorm van ‘wel en ‘geen’ putjes in het schijfje. Het onderscheid tussen ‘wel’ en ‘geen’ putjes is heel groot. Een stukje muziek nauwkeurig vastleggen vereist een gigantische hoeveelheid ‘wel’ of ‘geen’ putjes. Om dat af te lezen heb je een laser nodig maar die kostte begin jaren ’70 zo’n f15 000,-. Philips zocht een partner voor verdere ontwikkeling en commerciële introductie. Samen met Sony werd de cd-speler ontwikkeld.
De cd heeft geen ruis door de scherpe onderscheid tussen wel of geen putjes. Er is ook geen slijtage omdat er geen direct contact is tussen het schijfje en de ontvanger. Tussen de putjes en de aftaster ligt een beschermende laag. Vuil en kleine krasjes hebben daardoor geen effect, want de laserstraal blijft gericht op de onderliggende putjes.
Cd’s worden ook gebruikt voor foto’s, tekeningen, tekst en films. Dat gebeurd meestal op cd-rom’s. ROM staat voor Read Only Memory.
Omdat het kopiëren van een cd digitaal gaat, is het niet te onderscheiden van het origineel.
§2.2:
in 1850 en 1900 ontstonden er een hoop arbeiderswijken. Vuilnis en uitwerpselen lagen op straat of werden in het water gegooid. De mensen dronken van dat zelfde water. Daardoor kwamen cholera en tyfus veel voor. Ze werden veroorzaakt door bacteriën die verspreidt werden doordat de mensen het vervuilde water dronken.
De mensen zagen het belang niet om wat te doen aan de slechte hygiënische omstandigheden terwijl ze wisten dat daardoor de ziekten werden veroorzaakt.
1 van de eerste oplossingen was de ‘kiebelton’. Uitwerpselen werden in tonnen opgevangen en 1x in de week opgehaald. De andere oplossing was een variant van de wc, toen overal ook waterleidingen kwamen werd de wc, zoals wij die nu kennen, uitgevonden.
Al het riool water van een bepaald gebied wordt afgevoerd naar een plaats buiten de bebouwde kom. Het water wordt hier gezuiverd en dan komt het weer terug in het milieu.
Bij zware regenval moet de riolering het water ook kunnen afvoeren, daarvoor zijn de rioolbuizen groter dan nodig is voor het afvoeren van afval water. Als het heel hard regent is de hoeveelheid water zo groot dat de waterzuiveringsinstallatie de aanvoer niet langer kan verwerken. Het overtollige water wordt dan ongezuiverd geloosd in het milieu. Deze oplossing heeft dus ook zo z’n nadelen. Een ander nadeel is namelijk dat het redelijk schone regenwater terecht komt bij al het andere vervuilde water en dat een deel van het regenwater niet in de grond komt als grondwater. Regen- en afvalwater zouden dus gescheiden moeten worden afgevoerd. Dit is nog niet gebeurd omdat het erg duur is om dat aan te passen.
De stortbak van een wc is een voorbeeld van een zogenaamd regelsysteem. Er wordt ‘gemeten’ hoe hoog het water staat en bij het gewenste niveau gaat de kraan dicht. De waterhoogte in een stortbal wordt geregeld met hendels, kranen en vlotters. Dat noemen we een mechanische techniek. Bij veel andere systemen gebeuren de metingen en bijsturingen elektronisch en met behulp van computers.
§2.3:
een ontwerper moet rekening houden dat mensen binnen een bepaalde doelgroep verschillen. Zoveel mogelijk mensen binnen zijn doelgroep moeten met gemak en plezier het ontworpen product kunnen gebruiken.
Ontwerpers stellen zich de vraag op wat voor manier het product gebruikt wordt. Een ontwerper moet dus goed op de hoogte zijn van alle technieken en materialen die hij kan gebruiken. Ontwerpers van een product dat intensief gebruikt zal worden, proberen dit zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij zoveel mogelijk gebruikers.
Als een ontwerper een opdracht krijgt op bijvoorbeeld een bureau, een badkuip of een keuken te maken moet hij weten hoe groot of klein de mensen zijn, omdat iedereen hier gebruik van moet kunnen maken.
Bij het ontwerpen van technische producten en meubels zijn er 5 ontwerpstrategieën, die vaan door elkaar gebruikt worden:
- laag percentiel-strategie
- hoog percentiel-strategie
- gemiddelde als maatstaf
- verstelbaarheid-strategie
- varianten-strategie
Actiegroepen proberen bedrijven zover te krijgen dat ze in hun ontwerpen ook met mensen rekening houden die van de gemiddelde maatstaven afwijken. Het hangt van het economische belang af of bedrijven daartoe ook bereid zijn om hun producten ook voor die doelgroepen geschikt te maken of aangepaste producten van op de markt te brengen.
§2.4:
ontwerpers proberen wetenschappelijke ontdekkingen en technische uitvindingen in nieuwe producten om te zetten.de dynamo maakte het mogelijk op grote schaal stroom op te wekken waardoor men thuis aan het eind van de vorige eeuw over elektriciteit kon beschikken. Ontwerpers gebruikten de elektromotor en andere technische uitvindingen om bestaande producten te ‘elektrificeren’ en nieuwe producten te bedenken.
Grootschalige productie van elektriciteit en elektrische aandrijving zorgen deze eeuw voor een revolutie in het ontwerpen van producten. Elektrische aandrijving en verwarming werden voor ontwerpers een basistechniek die ze op de meest uiteenlopende producten konden toepassen. Minstens even belangrijk voor ontwerpers was de uitvinding van een elektronische schakelaar, de transistor (1948), en vooral de ‘chip’ in de jaren 60. Chips in ontwerpen zorgden ervoor dat technische producten steeds ‘slimmer’ werden.
Elk ontwerpproces begin met inventarisatie van alle eisen waaraan het product moet voldoen. Bedrijven proberen door marktonderzoeken er achter te komen wat de behoeften zijn van de consument. Ontwerpers dienen te manoeuvreren binnen de grenzen van deze ontwerpeisen die in 4 groepen uiteenvallen:
1. functionele eisen.
2. ergonomische en milieu eisen.
3. vormgevingeisen.
4. financiële eisen.
Binnen de beperking van de verschillende ontwerpeisen wordt een aantrekkelijk mogelijk product van de ontwerper verwacht. Er is geen enkel product waar alleen maar functionele of uitsluitend esthetische eisen aan gesteld worden. Bij het vaststellen van de goede ‘mengeling’ speelt ook de doelgroep een rol.
Ontwerpers kunnen niet voortdurend denken aan alle mogelijke manieren waarop hun producten gebruikt en misbruikt worden. Toch zou het al te makkelijk zijn om te zeggen dat ontwerpers ‘uitsluitend’ producten bedenken en dat het aan de mensen zelf ligt wat ze er mee doen. Per ontwerp en per product zullen ontwerpers zich moeten afvragen, of wat technisch mogelijk is ook ethisch verantwoord en maatschappelijk wenselijk is.
H3, §3.1:
Dokters vinden pas iemand ziek als het aan te tonen is. Pijn is iets heel persoonlijks wat niet te meten valt. Meer van die onmeetbare klachten zijn jeuk, je depressief voelen, gespannen zijn of moeheid.
Soms is de reden dat mensen moe zijn een lichamelijke reden, maar slecht slapen, stress, hevige emoties, depressie en tijden lang niks doen kunnen ook een reden zijn.
Elke cultuur kijkt op zijn manier naar de werkelijkheid. Alternatieve geneeswijzen hebben veel ideeën overgenomen uit het oosterse gedachtegoed.
In het oosterse denken is evenwicht heel belangrijk. In China is dat evenwicht verdeeld in yin en yang. Yang is de mannelijke energie, actief en creatief. Yin is de vrouwelijke energie, passief en ontvangend. Bij ziekte overheerst 1 van de 2 krachten. Langer koken, gebruik va zout en sterke verhitting van het voedsel maakt meer yang. Kort koken en weinig zout maakt meer yin.
Winti is een religie waarin geesten van voorouders een belangrijke rol spelen. Als je die beledigt kunnen ze je straffen met een ziekte. Een wintigenezer kan de ziekte met rituelen uitwassen.
Vroeger dachten dokters dat een ongrijpbare levenskracht ons lichaam stuurt. Rond 1800 begon dat te veranderen. De dokters van nu gaan het liefst op feiten, meetbare dingen en cijfers af.
Met elke hartslag wordt 30 tot 60 gram bloed de slagaders ingepompt. Het bloed gaat dan 7m/s.
Epidemiologen zijn medische rekenmeesters die zonder maar een patiënt gezien te hebben, belangrijke conclusies trekken uit cijfers.
Door het lichaam te bestuderen als een ding heeft de moderne geneeskunde vaak spectaculaire resultaten behaald, want daardoor is het lichaam chemisch, biologisch en natuurkundig te onderzoeken en te behandelen. Diagnose en therapie zijn gestandaardiseerd. Ze zijn dus onafhankelijk van de patiënt.
§3.2:
kraamvrouwenkoorts was vroeger een hele gewone ziekte, maar ook een doodsvonnis. Eerst kregen de vrouwen koorts, dan dorst en daarna een hele zwakke en snelle pols. Na een paar dagen ontstaan paarsblauwe plekken onder de huid. Bij de ontleding zijn bijna alle organen ontstoken en zitten overal haarden met pus.
Hypothesen zijn stellingen die onbewezen zijn en aan de feiten moet toetsen.
Natuurwetenschappelijke methode om een probleem op te lossen:
Probleem --> hypothese --> voorspelling --> experiment --> resultaat --> hypothese bevestigen/ verwerpen.
Er werd ontdekt dat de kraamvrouwenkoorts werd overgebracht door onhygiënisch handelen. Na dat verbeterd te hebben waren er steeds minder slachtoffers.
§3.3:
etteren werd vroeger gezien als genezing. Als bij een breuk een bot naar buiten stak, amputeerden ze meteen, omdat er anders meer doden vielen.
Vroeger geloofde veel mensen in ‘generatio spontanea’: het vanzelf ontstaan van ziektekiemen).
Antoni van Leeuwenhoek loste bijna het raadsel van infectieziekten op, maar de laatste stap kon hij niet zetten. 200 jaar later bewezen Pasteur en Koch pas dat elk soort bacterie slechts 1 infectieziekte veroorzaakt.
Na het lezen van het boek van Pasteur kwam Lister er achter dat de operatiekamer bacterie vrij moest maken. Vanaf toen ging het met de hygiëne een stuk vooruit.
Bederf van voedsel kan je tegen gaan door een overmaat van zout of suiker toe te voegen. Zout en suiker binden het water waardoor bacteriën, virussen of schimmels geen kans krijgen omdat ze omkomen van de dorst. Andere manieren zijn: drogen, doorstralen, toevoegen van conserveermiddelen en het koelen van etenswaar.
In de 20e eeuw kwamen er wetten die voorzagen in ruimere behuizing, men legde waterleidingen aan en men zorgde voor een gesloten riolering
§3.4:
pasteur was de eerste die op wetenschappelijke basis vaccins maakte tegen infectieziekten. In 1796 werd de 1e patiënt ingeënt tegen de pokken.
Door in te enten met zwakke bacteriën kunnen er afweerstoffen gemaakt worden zodat als er sterke bacteriën komen die niet aanslaan.
Macrofagen (veelvraten) zijn witte bloedcellen die de binnengedrongen bacteriën en geïnfecteerde lichaamscellen omhullen en uitschakelen. T-cellen herkennen, als het afweersysteem actief wordt, geïnfecteerde lichaamscellen, vernietigen die en maken daarna de B-cellen actief. Die maken antistoffen waarmee ze aangetaste lichaamscellen merken. Die cellen worden dan aangepakt door macrofagen. Medicijnen, een fout waardoor er geen goede T- en B-cellen gevormd kunnen worden en virussen die het afweersysteem vernietigen zijn verschillende oorzaken waardoor het afweersysteem niet goed kunnen werken.
Nederlandse kinderen worden met de Dktp-prik tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio en met de Bmr-prik tegen bof, mazelen en rode hond beschermt. Al deze kinderziekten komen bijna niet meer voor, behalve polio wil nog wel eens voor komen. Polio kan dodelijk zijn omdat het de spieren van de longen verlamt.
Er bestaan geen medicijnen tegen polio. Het enige dat helpt is een vaccin. Sinds 1957 wordt er tegen ingeënt en sinds 1960 komt polio bij ingeente kinderen en volwassenen niet meer voor.
Er zijn kerkgenootschappen die tegen in enten zijn. Ze vinden dat je dan tegen de wil van God in gaat. Aanhangers van alternatieve geneeswijzen zien niks in vaccinatie omdat het de natuurlijke afweer van het lichaam zou verzwakken en het onveilig zou zijn.
90% van alle aids-patiënten wonen in ontwikkelingslanden. Voor hun is een behandeling te duur.
Een vaccin moet men altijd eerst op proefdieren testen. Maar een proefdier om een aids-vaccin bestaat niet, want het meest geschikte proefdier, de chimpansee, wordt na besmetting niet eens ziek.
Vaccins tegen aids wekken onvoldoende antistoffen op en nog erger, het uiterlijk van HIV veranderd voortdurend van vorm. Een vaccin tegen de ene vorm werkt niet tegen de andere 50/60 vormen. Het HIV-virus lijkt daarom veel op het griepvirus want dat verandert ook voortdurend van vorm.
H4, §4.1:
Concurrentie dwingt de fabrikant efficiënt te produceren. Dure arbeidskrachten worden vervangen door machines die bij voorkeur continu in gebruik zijn. Inkoop van producten gaat met grote hoeveelheden omdat dat de prijs verlaagt.
Elke fabrikant probeert zijn winst verhogen. Onder andere door zijn omzet en marktaandeel te vergroten. Er worden regelmatig nieuwe soorten of smaken op de markt gebracht en er wordt rekening gehouden met bepaalde doelgroepen. Een conserveermiddel is een voorbeeld van een hulpstof die beter productieverloop bevordert of het product er aantrekkelijker uit laat zien.
De warenwet geeft voorschriften voor de samenstelling van voedingsproducten.
§4.2:
staal gaat roesten als er water komt en al helemaal als het water zuur is, daarom wordt er in de blikjes van frisdrank aan de binnenkant een laagje tin aangebracht.
Ruwijzer, schroot, zuurstof en extrastoffen (metalen) zijn de grondstoffen die in de reactor gaan. Na de reactie komt er staal en koolstofdioxide uit. Dit is een voorbeeld van een ‘batchproces’. Batch betekend portie. Er wordt aan het begin grondstoffen toegevoegd en daar wordt staal van gemaakt.
Het maken van ruwijzer in een hoogoven is een continue proces. Er wordt continu grondstoffen toegevoegd
Voor de productie van blikjes uit ijzererts is veel energie nodig en er ontstaat veel vervuiling. Recycling van blikjes tot nieuw staal vereist minder energie.
§4.3:
als een plant intens gekleurd is, dan is hij meestal ongeschikt voor winning van textielkleurstof. De kleurstof kan dan alleen voor levensmiddelen gebruikt worden.
De meest gebruikte kleurstof is indigo. Indigo werd vroeger uit de bladeren van planten gehaald. Na de oogst werden bladeren gekneusd en dan een tijd lang in water gekweekt tot ze gingen rotten. Daarbij ontstond een geelgekleurde oplossing van de stof indigowit. Daarin dompelde je textiel. Buiten het dompelbad veranderd het geel van groen naar blauw. Zuurstof zorgt voor deze reactie.
Na opheldering van hun molecuulstructuur kunnen veel stoffen uit den natuur ook in de fabriek gemaakt worden.
Om te voorkomen dan andere bedrijven profiteren van de resultaten laat een bedrijf de resultaten van zijn onderzoen en zijn productiewijze beschermen door 1 of meer octrooien. Een octrooi of patent is de registratie van een uitvinding bij een octrooibureau. Niemand mag dan gebruik maken van die uitvinding tenzij er toestemming is gegeven. Je krijgt dan een licentie en daar moet meestal voor betaald worden.
In het laboratorium wordt de goedkoopste manier van produceren gezocht.
In een proeffabriek word dan getest of deze wel handig is en wordt er gekeken naar want er kan gebeuren op grote schaal.
De chemische industrie probeert een maximale winst te behalen door de productiewijze te optimaliseren.
§4.4:
Alexander Fleming heeft in 1928 penicilline ontdekt. Penicilline is een bacteriedodende stof en longontsteking, syfilis en gonorroe zijn daarmee erg goed te behandelen.
In mei 1940 deed Florey het eerste experiment met onzuivere penicilline. Hij spoot 8 muizen in met een dodelijke bacterie en 4 daarvan ook met de penicilline. Die 4 overleefden.
Florey vroeg in de VS om hulp bij de regering omdat hij in Engeland niet verder kon. Alles werd op alles gezet en in augustus 1942 werd de eerste patiënt van de dood gered met penicilline.
Het kweken van schimmels die penicilline maken gaat in 3 stappen: het begint met een kleine hoeveelheid in een voorkweektank. Na enige tijd wordt er in een grotere reactor verder gekweekt. Tenslotte wordt in een zeer grote reactor, de bioreactor, gevuld met voedingsvloeistof en alle tot dusver gekweekte schimmel.
Na het kweken wordt de inhoud van de bioreactor gefiltreerd. In een aparte fabriek haalt men uit deze vloeistof zuivere penicilline. Daarbij worden de zuiveringsmethoden extractie, kristallisatie, filtratie en droging toegepast.
Penicilline heeft er voor gezorgd dat ziektes die vroeger dodelijk waren nu niet meer gevaarlijk zijn, maar er zijn oom resistente bacteriesoorten ontstaan. Dat zijn bacteriën die ongevoelig zijn voor penicilline en daarmee kunnen ziekten die bijna uitgeroeid waren weer terug komen.
Penicilline kan ook bacteriën bestrijden die onschadelijk en nuttig zijn. Je spijsvertering kan bijvoorbeeld van slag raken. Het zuur van je maag kan penicilline ook onwerkzaam maken.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.