Geschreven door:

Mariëlle [meer]

Datum ingestuurd:

26 juni 2003

Niveau:

4 havo

Woorden:

921

Opvragingen:

9430 (99 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (65 stemmen)

Hoofdstuk 1. Biologie overal

Par. 1.1. Moeraseilanden en vetbollen

Ecosysteem: een ruimtelijke eenheid bepaald door biotische en abiotische factoren. De grootte kan zeer verschillend zijn.
Biotische factoren: wanneer organismen het ecosysteem beïnvloeden.
Abiotische factoren: wanneer de levenloze natuur het ecosysteem beïnvloedt.

Par. 1.2. Geef het beestje een naam

(Levens)kenmerken van organismen:
- Opgebouwd uit 1 of meer cellen.
- Groeien, celdeling speelt een rol.
- Voortplanten, vaak met speciale geslachtscellen.
- Eigenschappen v.e. organisme zijn vastgelegd in de celkern (DNA).
- Stofwisseling.
- Veranderingen waarnemen en erop reageren.

Organismen maken deel uit v.e. soort, als ze veel overeenkomstige kenmerken hebben en als ze zich onderling kunnen voortplanten.
Alle organismen van dezelfde soort die in een bepaald gebied bijeen leven vormen een populatie. Binnen een populatie zijn allerlei relaties tussen soortgenoten mogelijk.

De wetenschappelijke naam v.e. soort bestaat uit 2 delen: de geslachtsnaam (met een hoofdletter) en de soortaanduiding (met een kleine letter). Soms staat er achter deze 2-delige naam nog een letter of naam. Dat is de naam/afkorting v.d. onderzoeker die de soort voor het eerst heeft beschreven en benoemd.

Par. 1.3. Rijker dan je denkt

Alle organismen zijn ondergebracht in 1 v.d. 4 rijken: planten, dieren, schimmels en bacteriën. De 4 rijken zijn elk verder ingedeeld in kleinere eenheden zoals familie, geslacht en soort.

Par. 1.4. Samenhang

Organisatieniveaus van groot naar klein: biosfeer, ecosysteem, populatie, organisme, orgaan, weefsel, cel, celorganel, molecuul.
De levensprocessen zijn op deze verschillende organisatieniveaus waar te nemen.

Onderzoek op het niveau van ecosysteem: relaties tussen organismen en de rol die de niet levende natuur daarbij speelt (milieuonderzoek).
Onderzoek op het niveau van organisme: organisme bekijken, beschrijven, gedrag bestuderen.
Onderzoek op celniveau: ingreep uitvoeren bij plant/dier.

De verkregen kennis van het ene niveau helpt verschijnselen op het andere niveau te verklaren.

Hoofdstuk 2. Biologie bedrijven

Par. 2.1. Weten door tellen en meten

Staaf- en lijndiagrammen geven het verband aan tussen 2 variabelen:
- Onafhankelijke: bv. de tijd of temperatuur.
- Afhankelijke: dat wat je onderzoekt.
Sectordiagrammen gebruik je om een verdeling in procenten te laten zien.
Stoomdiagrammen gaan over relaties en volgorden.

Voor onderdelen microscoop zie stencil practicum microscopie.

Par. 2.2. Nieuwsgierigheid

Het doel van natuurwetenschappelijk onderzoek is: iets te weten komen, kennis opdoen.
Twee verschillende vormen van onderzoek:
- Beschrijvend onderzoek: gegevens worden geordend en verbanden worden gezocht.
- Experimenteel onderzoek: verklaringen (hypothesen) testen.

De biologische kennis is vanaf de 16e eeuw enorm gegroeid doordat wetenschappers gingen experimenteren.

De 2e helft van de 20e eeuw is het tijdperk v.d. moleculaire biologie: de ontdekking v.h. DNA en de opheldering v.h. menselijk genoom, de erfelijke informatie v.e. individu.

Door practicum te doen kun je een juist beeld bij een begrip vormen.

Par. 2.3. Experimenteren volgens de regels

Experimenteel onderzoek begint met waarnemingen en een vraagstelling. Je stelt een hypothese op en toetst de voorspelling in een experiment op zijn juistheid. Met het controle-experiment toon je aan dat er geen andere factor in het spel is.

Par. 2.4. Onderzoek aan ‘levend water’

Uitwisseling van stoffen en omgeving gebeurt door de processen diffusie, osmose en actief transport.

Diffusie: transport van deeltjes v.e. plaats met een HOGE concentratie naar een plaats met een LAGE concentratie (veroorzaakt door bewegingen v.d. deeltjes).

Osmose: diffusie van water door een semipermeabele membraan (semi = half, permeabel = doorlatend, semipermeabel = halfdoorlatend).

Actief transport: diffusie m.b.v. EXTRA energie.
Hierdoor kunnen grote moleculen en geladen deeltjes (ionen) verplaatst worden en/of hierdoor kan TEGEN een concentratiegradiënt in getransporteerd worden.

Celmembraam is doorlatend voor sommige stoffen en voor andere niet. Water kan er wel en opgeloste deeltjes kunnen niet ongehinderd door het celmembraam (selectief-permeabel).

Celwand is geheel doorlatend, alle opgeloste stoffen kunnen er ongehinderd doorheen (permeabel).

Osmotische waarde: concentratie opgeloste deeltjes.

Turgor: de door wateropname door osmose ontstane spanning in de cel doordat de celinhoud tegen de celwand drukt.

Plasmolyse: als het celmembraan los scheurt van de celwand door veel waterverlies.

Turgor en plasmolyse komen alleen bij plantencellen voor, doordat deze cellen een celwand hebben. Dieren bezitten aanpassingen waardoor ze de osmotische waarde van hun lichaamsvloeistoffen en cellen weten te handhaven.

Hoofdstuk 3. Wie het kleine niet leert…

Par. 3.1. Van organisme naar cel

Celorganellen:
- Celmembraan: regelt de opname en afgifte van stoffen door receptoren die informatie uit de omgeving opvangen.
- Endoplasmatisch reticulum: zorgt voor het transport van stoffen binnen de cel.

Cellen gebruiken ATP. Dat is een stof die energie kan opslaan en afgeven. Cellen laden het ATP op door energie uit brandstoffen (bv. glucose) te halen. Dit gebeurt voornamelijk in organellen die als energiecentrale dienen: de mitochondriën.

Vorming ATP

Brandstof + zuurstof  ATP + water + koolstofdioxide + warmte

Onderdeel Functie
Kern Regeling
Chloroplast Fotosynthese
Celmembraan Bescherming en transport
Mitochondrium Energieproductie
Celwand Stevigheid

Veel cellen scheiden stoffen uit die een stevige buitenlaag geven, bv. de eiwitten elastine en collageen. Deze belangrijke stoffen zorgen voor elasticiteit, bv. in het bindweefsel van je huid, maar ook in banden, pezen en kraakbeen spelen deze eiwitten een grote rol.
Extra kalkzouten maken de tussencelstof nog steviger, bv.: botten.
Cellen met zo’n tussencelstof vormen de steunweefsels in je lichaam.

Par. 3.2. DNA

Chromosomen: bestaan uit eiwit en DNA.
DNA heeft de vorm van een dubbele wenteltrap. De treden van de trap bevatten het geheim van de erfelijke eigenschappen. Elke trede wordt gevormd door stikstofbasen. DNA bevat 4 verschillende:
- A(denine)
- C(ytosine)
- T(hymine)
- G(uanine)
De erfelijke informatie zit in de volgorde waarin de basen naast elkaar in het DNA voorkomen. Drie opeenvolgende basen (codeletters) vormen met elkaar een code (woord). Zo’n woord heet een triplet. Een zin van die codewoorden bepaalt een erfelijke eigenschap. Zo heeft de volgorde AAC/GTT/ATA/CCC een andere erfelijke eigenschap tot gevolg dan AAC/GAA/ATA/CCC. De volgorde van de 4 stikstofbasen vormt de code voor het maken van een eiwit.

De basenvolgorde van het DNA is bij elk organisme anders. Niet alle informatie van het DNA wordt in elke cel gebruikt. Bij het aflezen wordt er in de celkern een kopie van het actieve stuk DNA gemaakt. Kopieën van stukken DNA gaan naar het cytoplasma.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken

a d v e r t e n t i e

Win beltegoed met Cash


Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!

a d v e r t e n t i e


Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!

help mee!

Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.



Er komt een meisje huilend de klas uit lopen. Dan mag Femke. Leuk!

geef je mening: Dag van de leerplicht

Bekijk het één keertje van de andere kant: wat vind jij leuk aan school?



» resultaten poll