CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

Geschreven door:

Juliah (3 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

21 september 2003

Taal:

Woorden:

600

Bekeken:

5130 keer (15 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (56 stemmen)

Deel op:

  • Door Ellen op 02-04-2006
    Het gaat over §13 Nederland- Waterland, maar het belangrijkste deel ontbreekt; de watertopografie van Nederland. Daar was ik naar op zoek (werkblad 4.1) want dat ben ik kwijt. Misschien dta iemand het kan uploaden en er alsnog bijzetten.
§13 Nederland – waterland
Zonder dammen, dijken, sluizen en gemalen zou Nederland er heel anders uitzien. In Nederland is alleen maar het deel boven de zeespiegel bewoonbaar, dat heet Hoog-Nederland. Om in de lage delen te kunnen wonen, legde men vluchtheuvels aan ; terpen, woerden en werden of warden. Rond het jaar 1000 begon men met aanleg van dijkjes, daarin ontstonden de eersten polders. Dankzij die polders is nu ook laag Nederland bewoonbaar. Een polder is een stuk land, omgeven door dijken, waarbinnen men de bewoonbaarheid kan regelen. Dat regelen is nodig, anders raken ze te vol door de neerslag. Als er te veel water is, wordt dat weggepompt. Zo’n pomp heet een gemaal. Dat overtollige water kan niet rechtstreeks naar zee, dus gaat het eerst naar een boezem. Dat kan een kanaal of een meer zijn. Vanuit daar gaat het pas naar de zee of naar water dat daarmee in open verbinding staat. Polders liggen laag. Om de hoogteligging of laagteligging aan te geven, wordt de term NAP (Normaal Amsterdams Peil) gebruikt. Je hebt zeepolders, die vind je in zeeklei-gebieden van het noorden en zuidwesten van Nederland. De meeste liggen tussen +1 en +2 NAP. Dat komt omdat het land pas werd ingedijkt toen het zo hoog was opgeslibd dat het zelfs bij hoge vloed niet meer onder water liep. Zo’n hoog stuk kustland dat zelden meer onder water loopt, maar nog niet is ingedijkt, heet een kwelder of een schor. De veenpolders in de laagveengebieden in West-Nederland zijn heel anders ontstaan. Toen de mensen zich er nog niet mee bemoeiden, lag het veen iets boven zeeniveau. Als je veengrond wilt gebruiken voor landbouw, moet het eerst ontwatert worden. Veen is namelijk van nature moerassig. In de middeleeuwen waren de moerassen met windmolens leeggepompt. Dat land moest toen wel worden beschermd, dat deed men m.b.v. dammen in de mondingen van veen-riviertjes. Later werd het ingeklonken veen ook nog omdijkt. Zo ontstonden veenpolders die lager liggen dan de zeepolders, ± 1 a 2 m onder NAP. Nederlanders blijven strijden tegen het water. In de 20e eeuw zijn twee gigantische waterwerken uitgevoerd ; de Deltawerken en de Zuiderzeewerken. Ze waren allebei bedoeld om de veiligheid te vergroten. Door het afsluiten van de Zuiderzee is in het zuidwesten de kustlijn zo’n 1000 km korter geworden. Daardoor is het makkelijker om de overgebleven 700 km te versterken. Behalve naast de veiligheid van de werken waren landaanwinning, zoetwaterhuishouding, ontsluiting van minder goed bereikbare gebieden, natuurbehoud en recreatie ook een reden. In het voormalige Zuiderzeegebied was veel nieuw land drooggelegd, vanwege de behoefte aan landbouwgrond. Maar na 1970 was dat niet meer nodig. Daarom zijn de plannen voor de Markerwaard nooit uitgevoerd. De Zuiderzee was zout en de werken zijn daarom ook belangrijk geweest voor de zoetwaterhuishouding. De gebieden rondom hadden namelijk veel last van verzilting. Het IJsselmeer is zoet en vormt een belangrijke zoetwatervoorraad voor Noord-Nederland. In droge zomers kunnen sloten worden gevuld met Ijsselmeerwater. Dankzij de Zuiderzeewerken zijn ook de recreatie in de watersport vergroot. Bij de Deltawerken speelde landaanwinning geen rol, veiligheid was het doel. De dammen en sluizen zorgden ervoor dat de vroeger geďsoleerde Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden goed bereikbaar werden.

Aantekeningen
Wind komt van de zee.
West Nederland is laag Nederland.
Waar nu de Noordzee is, liepen vroeger mammoeten en er worden nog wel eens door vissers botten opgevist. Zo’n 15.000 jaar geleden is de eerste strandwal ontstaan.
IJstijd -> Oost Nederland
Als er iets nieuws in de grond gebouwd moet worden, moet de grond eerst onderzocht worden. Als er schelpen in zitten, betekent het dat er vroeger zee was.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.