Geschreven door:

anoniem [meer]

Datum ingestuurd:

21 september 2003

Woorden:

4357

Opvragingen:

9417 (41 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (57 stemmen)

BLOK 4

4.1 Een blik op hemel en aarde
Oriënterende opdrachten A -
B In het klassieke wereldbeeld van Ptolemaeus staat de aarde centraal, in het nieuwe van Copernicus de zon; zie Handboek, paragraaf 4.1.3.
Overige opdrachten 4.1.1
Eén dag is precies de tijd die de aarde nodig heeft om één keer rond zijn as te draaien.
Eén maand is (ongeveer) de tijd die verloopt van volle maan tot volle maan.
Eén jaar is de tijd die de aarde nodig heeft om precies een baan om de zon af te leggen.
4.1.2
4.1.3
Het jaaI 1900 is geen schrikkeljaar: het eeuwtal is niet deelbaar door 4. Het jaaI 1916 is wel een schrikkeljaar, net als 1996. Ook het jaar 2000 is een schrikkeljaaI, want het eeuWtal 20 is deelbaar door 4.
4.1.4
a In een gewoon jaar: 6 x 30 dagen + 6 x 29 dagen = 354 dagen; in een schrikkeljaar: 354 dagen + 1 dag = 355 dagen.
b Als je dit niet zelf weet, vraag-dit dan na bij een van je klas- genoten.
c In 1416 jaar zijn er 47 cyclivan 30 dagen. Nu is
1416 + (47 x 30) = 6; het zesde jaar is geen schrikkeljaar.
d Zoek dit op in een jaaragenda, of vraag het aan een klasgenoot die moslim is.
4.1.5
a Het puntje rechtsonder bijna tegen de rand van de bovenste figuur.
b De baan is ongeveer een rechte.
c Ja, in een maand is de verplaatsing steeds even groot.
4.1.6
Dierenriem of zodiak (v; Laat-Gr. zaaidiakas kuklos, v. zaai- dian = dier), gordel aan de hemellangs de ecliptica, ter breedte van ca. 20°, waarin de zon, de maan en de planeten zich schijnbaar bewegen. De dierenriem is verdeeld in twaalf vak- ken, elk 30° lang, beginnend bij het lentepunt (het punt dat de zon omstreeks 21 mMrt passeert). De twaalfvakken vallen . ongeveer samen met twaalf sterrenbeelden die dieren of althans mythologische wezens representeren, vandaar de naam. {Het sterrenbeeld Weegschaal past niet in de dierenfamilie; het is later toegevoegd.) Vele van deze sterrenbeelden zijn ontstaan bij de eerste landbouwvolken, die bij het bepalen van zaaitijden é.d. een soort kalender nodig hadden. In welhaast alle oude
beschavingen vindt men een dierenriem, bestaande uit twaalf tekens.
De tekens van de dierenriem zijn:
Aquarius (Waterman), Aries (Ram), Cancer {Kreeft), Capricornus (Steenbok), Gemini (Tweelingen), Leo (Leeuw), Libra (Weegschaal), Pisces (Vissen), Sagittarius (Boogschutter), Scorpio (Schorpioen), Taurus (Stier) en Virgo (Maagd).
Astrologie of sterrenwichelarij, de leer waarvan de aanhangers beweren dat er verband bestaat tussen de stand van de hemelli- chamen en de gebeurtenissen op aarde. Uit de stand van de sterrenhemel en van de planeten (waartoe ook zon en maan worden gerekend) op het ogenblik van iemands geboorte
meent de astroloog diens karakter te kunnen afleiden en voor- spellingen omtrent de toekomst te kuQnen doen. Hij noemt dit het trekken van de horoscoop van de persoon. Onpartijdig, kri- tisch onderwek laat zien dat de voorspellende waarde van de astrologie niet uitkomt boven die van het toeval.
4.1.7
a
b Meeste: Schorpioen en Waterman; minste: Ram, Tweelingen en Maagd.
c Nee. d Nee.
4.1.8
a Astrologie of sterrenwichelarij, de leer waarvan de aan- hangers beweren dat er verband bestaat tussen de stand van de hemellichamen en de gebeurtenissen op aarde. Uit de stand van de sterrenhemel en van de planeten (waartoe ook zon en maan worden gerekend) op het ogenblik van iemands geboorte meent de astroloog diens karakter te kun- nen afleiden en voorspellingen omtrent de toekomst te kunnen doen. Hij noemt dit het trekken van de horoscoop van de persoon. Onpartijdig, kritisch onderzoek laat zien dat de voorspellende waarde van de astrologie niet uitkomt boven die van het toeval.
Astronomie (v. Gr. aster = ster, nomos = wet) of sterren- kunde, de wetenschap van alle fysische systemen die in het heelal buiten de aardse dampkring worden aangetroffen, zoals sterren, sterrenstelsels, planeten, gas- en stofwolken, kometen, enz.
De astronomie probeert in de eerste plaats de bouw van het heelal te beschrijven, d.w.z. de eigenschappen van de fysi- sche systemen zelf (bijv. hun grootte, samenstelling, tempe- ratuur e.d.), hun groeperingen, hun onderlinge afstanden en bewegingen. Daarnaast tracht zij de waargenomen ver- schijnselen en processen te begrijpen, d.w.z. in verband te brengen met elkaar en met de wetten van de fysica. Ten slotte poogt zij de ontWikkeling van het heelal in het verle- den te achterhalen en te voorspellen hoe deze zich in de toekomst zal voortzetten.
b De hofastronomen hielden zich bezig met het precies waar- nemen van de positie van de hemellichamen. Dit was vaak nodig voor astrologische doeleinden, namelijk het voorspel- len van de toekomst. En dat was heel belangrijk voor de keizers.
c Een wetenschap die geen echte wetenschap is, niet geba- seerd op wetten.
d -
4.1.12
a Nee, de zon wordt geheel afgeschermd door de ballon.
b De jongen ziet een deel van de zon: hij ziet een gedeeltelij- ke zonsverduistering. Dus niet iedereen kan een volledige zonsverduistering waarnemen.
4.1.13
a Bij volle maan. De maan staat vanuit de wn gezien achter de aarde, met het verlichte deel (als hij niet in de schaduw zit) naar de aarde gericht.
b Het zijn weinig voorkomende verschijnselen, en med ziet het vaak als een teken van een machtige god.
4.1.14
Zonsverduisteringen vinden plaats bij nieuwe maan, dus als er geen maneschijn is. Deze vraag wordt door de bekende astonoom Minnaert aangehaald als anekdote in zijn boekje 'De sterrenkundigen en de mensheid', 1946.

4.1.15
Stelling 1: juist, in de tijd van de zeereizen.
Stelling 2: juist, in de Griekse oudheid kwam deze stelling naar voren.
Stelling 3: niet juist. Kromming wu er ook zijn als de aarde een ronde platte schijf was en de maan over de rand verdwijnt. Stelling 4: niet juist. Dit kan ook als ze ver van de rand een rondje rondom land maken. In de tijd van de ontdekkingsrei- zen.
Stelling 5: juist. Deze konden we pas controleren na 1960, toen de ruimtevaart opkwam.
4.1.16
4.1.17
De zon komt in het oosten op, bereikt in het zuiden zijn hoog- ste punt en daalt dan tot hij in het westen ondergaat.
Waar de zon opkomt of ondergaat en hoe hoog de zon in het zuiden staat om 12 uur, hangt af van de tijd van het jaar.
Op 21 juni om twaalf uur staat de zon op zijn allerhoogste punt aan de hemel, en op 21 december om 12 uur op het laag- ste punt.
Op 21 juni komt de zon zeer vroeg in het oosten op, maar op 21 december veellater en veel meer in de richting van het zui- den. Zonsondergang is op 21 juni laat en ver naar het westen, terwijl op 21 december de zon veel meer in zuidelijke richting ondergaat.
Op 21 september en 21 maart ligt de baan van de zon tussen deze uitersten. Op die dagen staat de zon op zijn hoogste punt daartussen in.

4.1.19
a Een zone waar overal dezelfde tijd is op een bepaald moment van de dag of nacht. De Grote Oceaan.
b Omdat je anders in een land te grote tijdverschillen krijgt. c Omdat de klokken in Amsterdam gelijk lopen met
Midden-Europese tijd, heeft het hele gebied tussen de Noordzee en de PooIs-Russische grens dezelfde tijd.
4.1.20 "
Je ziet allerleiverschijnselen aan de hemel, waarbij hemellicha- men rond de aarde lijken te bewegen. Dat pleit voor Ptolemaeus.
Voor Copernicus pleit vooral de eenvoud van zijn stelsel.
4.2 Een nieuwe wetenschap wordt volwassen
Or;ënterende opdrachten
A Newton was sociaal gezien in ieder geval niet als iedereen: hij had wel degelijk afwijkende interesses. Toch is zijn maatschappelijke betekenis groot geweest.
Uit de uitspraak komt de geleerde naar voren die, aan het eind van zijn leven, waarschijnlijk veel meer dan zijn aan- hangers zijn levenswerk kon relativeren.
B Herschel had in de eerste plaats een grote betekenis als ont- wikkelaar van het instrumentarium van de sterrenkunde. Newton was een groot theoreticus, Herschel was een groot waarnemer en instrumentenbouwer; dat is veel belangrijker dan zijn ontdekking van Uranus.
Overige opdrachten 4.2.1
Het ging Brecht in zijn 'Leven van Galilei' niet zozeer om de concrete historische gebeurtenissen op zich als wel om de bre- dere politieke strekking die deze gebeurtenissen in zijn ogen verbonden met de actualiteit (het Nazi-regime, Hiroshima). Zo is hij aan het slot van het stuk tamelijk expliciet over het maat- schappelijke falen van de wetenschapper Galilei.
Nee, want een planeet ziet er ook met het blote oog bezien uit als een ster. Je kunt er wel achter komen als je avond na avond een planeet volgt en ziet dat hij tussen de sterren door schuift.
4.2.4
EUropa, 10, Callisto en Ganymedes,
4.2.5
a Aantal bezoekers per dag = (4 500 000 - 800 000) : 4 = 900 000.
b Aantal bezoekers per auto = 900 000 - 3 x 50 000 = 750 000. ,.
c Elke auto is vol (5 personen): aantal auto's = 750 000 : 5 = 150 000.
In de file neemt elke auto zo'n 10 rn in beslag: 150000 auto's vormen een file met een lengte van 1 500 000 rn = 1 500 km.
d De organisatie heeft flink overdreven, want zulke lange files zijn nog nooit gemeld. Bovendien heeft Amsterdam onvol- doende parkeerruimte om dagelijks 150 000 auto's extra te ontvangen.
e Waarschijnlijk heeft Sail Amsterdam heel goed gedacht aan de sponsors die voor Sail 2000 nodig zijn.
4.2.6
Een ringenstelsel bestaat uit stukken puin en ijs, die als klei] manen om een planeet draaien.
4.2.7
a Huygens, Christiaan ('s-Gravenhage 14 april 1629 -aldaar 8 juli 1695), Nederlands wis- en natuurkundige en astro- noom van internationale betekenis, tweede zoon van Constantijn Huygens en Suzanna van Baerle, studeerde rechten, van 1645 tot 1647 te Leiden, waar hij ook wiskun- de beoefende, en van 1647 tot 1649 te Breda. Hij maakte verscheidene buitenlandse reizen, naar Frankrijk (waar hij in 1655 te Angers promoveerde in de rechten) en naar Engeland. Van 1666 tot 1681 woondehij te Parijs als lid van de door Colbert in het leven geroepen Académie des Sciences, in het werk waarvan hij een groot aandeel had. Sinds 1681 woonde hij te 's-Gravenhageof op Hofwijck bij Voorburg.
b 's-Gravenhage 14 apri11629.
c Door zijn theorie van de fysische slinger maakte hij een begin met de dynamica van het vaste lichaam. De theorie van de slingerbeweging had een technische uitVoering in de constructie van een slingeruurwerk (1656), dat een aanzien- lijke verbetering in de tijdmeting bracht.
Op het gebied van de optica hield hij zich bezig met de geometrische theorie van lenzen en hun toepassing in kij- kers en microscopen. Hij bestudeerde sferische aberratie en vond het naar hem genoemde oculair uit (1662). Verder stelde hij een mechanistische lichttheorie op, waarin de voortplanting van het licht werd beschouwd als een uitbrei- ding van stoten in een subtiele middenstof (ether).
d Engeland, Frankrijk, Keulen en Munster verklaren in dat jaar de Republiek (=Nederland) de oorlog.
4.2.8
a In Engeland was het de tijd van Cromwell, terwijl in Frankrijk de zonnekoning Ladewijk XIV aan de macht was.
b Newton deed experimenten, staat er, maar hoe precies wordt niet verteld.
c Newton was gespecialiseerd in het bestuderen van de natuur.
d
4.2.9
Copernicus, Kepler,Tycho Brahe, Galilei
4.2.10
Het Latijn was de wetenschappelijke taal van Newtons tijd; w konden wetenschappers uit verschillende landen hun ideeën uitwisselen.

4.2.14
a Vier keer zo veel. b De oppervlakten.
c De oppervlakte wordt viermaal zo groot, dus er valt ook viermaal zo veellicht op. Hoe groter de opening, des te meer licht wnrdt er vnnr het beeld verzameld.
4.2.15
Een grote opening zorgt ervoor dat de beelden van de sterren zo helder mogelijk zijn, en door een grote brandpuntsafstand kunnen we veel afzonderlijke sterren zien.
4.2.17
a Beide uitspraken zijn even goed. De tweede heeft alleen als voordeel dat we ons antwoord met een eenvoudig getal kunnen aangeven en dat vinden veel mensen prettig.
b D verplaatst zich over de grootste hoek, dus staat het dicht- ste bij de aarde. De hoek waarover D zich aan de hemel verplaatst, is ongeveer 2 x 0,000050 = 0,00010. Toch zegt men dat de parallax van D gelijk is aan 0,000050. Bij de uitwerkingyan de volgende som zul je zien waarom.
c B, C, F en E. Hun parallaxhoek is nul.
d A vertoont een parallax die het 1/4 deel is van die van D: A staat dan op een afstand van ongeveer 4 x 18 = 72 lichtjaar. B en E staan vele lichtjaren verder.
4.3 Een moderne kijk op het zonnestelsel
Oriënterende opdrachten
A Kennis over de atmosfeer van de zon en over de hoeveel- heid UV-straling die de zon uitzendt.
B Kennis over mogelijk leven op onze zusterplaneet. De tech- nische vooruitgang is zichtbaar in de perfectie van de ruim- tevaarttechniek. In het algemeen heeft de ruimtevaart gezorgd voor de miniaturisering van elektronische appara- tuur, wat indirect geleid heeft tot de ontwikkeling van de personal computer.
c
Overige opdrachten 4.3.1
Spoetnik, gelanceerd door de Sovjet-Unie op 4 oktober 1957.
Laika (hond) was het eerste levende wezen dat de ruimte inging. Toen op 3 november 1957 de Spoetnik 2 door de Sovjet-Unie werd gelanceerd, bevond Laika zich aan boord. Laika stierf na 162 dagen op 14 april 1958, toen de Spoetnik verbrandde in de aardatmosfeer.
Joeri Gagarin (Sovjet-Unie) was de eerste mens die in een capsule enkele omlopen om de aarde maakte. Zijn ruimte- reis vond plaats op 12 april 1961.
John Glenn werd als eerste Amerikaan op 12 februari 1962 gelanceerd. Glenn maakte drie rondjes om de aarde. Op de keper beschouwd was Walter Schirra hem voor. Maar Schirra volbracht geen volledige ruimtevlucht: hij maakte een sprong recht omhoog de ruimte in en kwam toen weer recht omlaag. De Russische Loena 3, die op 4 oktober 1959 werd gelan- ceerd. Aanvulling: Nu lijkt deze prestatie niets bijzonders, maar dat was in die dagen anders. De opwinding rond de foto's van de achterkant van de maan had als oorzaak dat de maan altijd dezelfde stand inneemt ten opzichte van de aarde. Valentina Valdimirovna Teresjkova ging op 16 juni 1963 met het ruimteschip Vostok 6 de ruimte in. De Echo 1, die op 12 augustus 1960 werd gelanceerd. Op deze vraag kan ook als antWoord komen Telstar 1. De laat- ste werd op 10 juli 1962 gelanceerd. De Echo I was een zogenaamde passieve satelliet: een bal- lon gevuld met gas en op de buitenzijde een laagje alumini- um, zodat signalen die naar de Echo I werden gestuurd, konden worden teruggekaatst. De Telstar I was de eerste satelliet met voldoende elektroni- ca aan boord om signalen op te vangen en gericht naaf de aarde terug te sturen. De eerste weersatelliet werd in de Verenigde Staten gelan- ceerd op 1 april 1960 en kreeg de aanduiding TIROS 1 (Television and Infrared Observation Satellite). Armstrong, Neil A. In 1969 was hij commandant van de Apollo 11 en zette als eerste mens voet op de maan op 21 juli om 4.56 uur MET. Zie ook de leestekst in paragraaf 4.4.3 van het Handboek. Alexei Archipovitsj Leonov, Russisch kosmonaut en eerste ruimtewandelaar, maakte op 18 maart 1965 een ruimte- wandeling van 12 minuten buiten het ruimteschip Woschod 2. De eerste geslaagde vlucht werd uitgevoerd door de Amerikaanse sonde Mariner 4 (lanceerdatum 28 november 1964), die op 14 juli 1965 bij Mars aankwam en 21 uitste- kende, heelopzienbarende foto's van het Mars-oppervlak naar de aarde zond. Aanvulling: Feitelijk werd de eerste vlucht naar de planeet Mars uitgevoerd door de Russische Mars 1 (lanceerdatum 1 november 1962), die op 19 juni 1963 Mars passeerde- Deze vlucht is mislukt, want op 21 maart 1963 werd het radiocontact verbroken. De Amerikaanse Pioneer 10 (gelanceerd op 3 maart 1972) kwam op 5 december 1973 bij Jupiter aan en maakte de eerste opnamen van de grootste planeet van ons zonnestelsel.
De Apollo 8, met aan boord de astronauten Frank Borman, James Lovell en William Anders, vertrok op 21 december 1968 richting maan. Hun vlucht was een testVlucht in het programma dat uiteindelijk tot een landing op de maan moest leiden. De Apollo 8 moest tienmaal om de maan draaien en dan naar de aarde terugkeren. De astronauten zagen als eerste mensen de maan van dichtbij en maakten er schitterende kleurenfoto's van. Er waren TV-camera's aan boord en op aarde kon men de activiteiten van deze drie mensen dicht bij de maan rechtstreeks volgen. Op eerste kerstdag 1968 zat hun missie bij de maan er op en gingen ze weer op weg richting aarde. De Russische Venera 9 (geland 22 oktober 1975) en de Venera 10 (geland op 25 oktober 1975) zonden vlak na elkaar de eerste foto's van het oppervlak van Venus naar de aarde. Ze konden beide gedurende ongeveer een uur hun werk doen, alvorens ze bezweken onder de barre omstan- digheden op de planeet. Aanvulling: De Venera 7, die op 17 augustus 1970 werd gelanceerd, maakte als eerste een geslaagde landing op 15 december 1970. Na de Venera 7 maakte ook de Venera 8 een geslaagde landing op Venus. Beide ruimteschepen zon- den slechts gedurende een kwartier signalen naar de aarde door, geen foto's.
4.3.2
a Door plasmawolken van geladen deeltjes, die een magneti- sche storm veroorzaken.
b In de buurt van de polen staan de magnetische veldlijnen loodrecht op het aardoppervlak, zodat de geleden deeltjes de atmosfeer kunnen binnendringen.
c De stroom deeltjes die vanaf de zon de ruimte wordt inge- stuurd.
d De plasmadeeltjes bereiken de aarde in drie dagen. De afstand aarde-zon bedraagt 150 000 000 km. Dus is de snelheid:
150000000 : 3 = 50000000 km/dag = 5,8 x 105 m/sec. e 1 dm3water heeft een massa van 1 kg. Nu is 1 km3= 1012
dm3. Dus 1 km3 water heeft een massa van 1012 kg, precies een miljard ton.
4.3.3
4.3.4
Op aarde heeft de erosie ten gevolge van weer en wind een belangrijke rol gespeeld, daardoor zijn de randen vanveel kra- ters in de loop van de tijd verdwenen.

4.3.5
a De apparatuur meet de tijd die de radarbundel nodig heeft om heen en terug te gaan. Omdat radargolven met de licht- snelheid bewegen, kunnen we de afstand zeer snel en nauw- keurig uitrekenen met:
afstand = lichtsnelheid x de helft van de gemeten tijd. b In principe op dezelfde wijze als een schip: tijdverschil meten en dan uitrekenen:
afstand = lichtsnelheid x de helft van de gemeten tijd.
Gemiddelde afstand van de planeten tot de zon (volgens Binas):
0,39 0,72 1,00 1,52 -5,2 9,55 19,22 30,11 45,04 Het loopt mis tussen Mars en Jupiter en uiteindelijk bij Neptunus en Pluto. Het gat tussen Mars en Jupiter biedt ruim- te voor de positie van de planetoïdengordel.
4.3.8
a Een rivier is een natuurlijke waterloop, terwijl een kanaal door mensen (dus intelligente wezens) is gegraven.
b Als er op Mars kanalen zijn, is daar intelligent leven.

4.3.9
Hun omvang is veel groter dan die van de kleinere planeten (Mercurius, Venus, Aarde, Mars en Pluto). De kleinste reuzen- planeet is Neptunus met een straal van 23 000 km, terwijl de grootste aardachtige (de aarde) een straal heeft van 6400 km. De straal van Neptunus is dus ongeveer 3,6 keer w groot als die van de aarde.
4.3.10
De reuzenplaneten hebben een aardachtige planeten. Dit komt waarschijnlijk onder hun dikke hebben.
veellagere dichtheid dan de doordat ze gasvormig zijn en wolkendek geen vast oppervlak
4.3.11
In de tekening moet een aantal manen getekend zijn.
4.3.12
a Mercurius, Venus, aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus,
b Als Pluto kleiner is dan onze maan, heeft hij een doorsnede die ongeveer een kwart is van die van de aarde.
c Ongeveer -210 oC (63 K, zie Sinas). d Pluto staat zeer ver weg van de zon.
e Het stolpunt van zuurstof is -219°C.
Als de temperatuur op Pluto lager is dan -219 oC, dan zal ook zuurstof bevriezen. De temperatuur aan het oppervlak van Pluto is -223 oC, dus zuurstofbevriest.
f Telescopen op aarde hebben veellast van de atmosfeer
. 4.4 Gebruik van de ruimte
Oriënterende opdrachten
A Er wu veel minder telefoonverkeer met andere landen mogelijk zijn. Geen satellietzenders.
B Een medaille met twee kanten. Puur burgerlijk: nee; puur militair: ja, anders profiteert ook de vijand.
C Volgens gegevens van NASA heeft de hausse in satellieten er inderdaad al voor gezorgd dat de aanloopkosten van de ruimtevaart allang terugverdiend zijn.
4.4.3
a Door de gravitatiekracht (zwaartekracht). b Ja, zie paragraaf 4.4.2 van het Handboek.
c Omdat ruimteschip en bemanning even snellangs de aarde vallen.
4.4.4
De baan wordt langgerekt, eivormig. Het is een ellips.
4.4.5 a -
b Door de wrijving met de lucht.
c Als energiebron (in plaats van zonnepanelen).
d Nee, al sinds de jaren zestig vallen regelmatig restanten van ruimteschepen of satellieten naar de aarde terug.
e Onder invloed van de zwaartekracht in ellipsvormige banen.
f De stichter en eigenaar van de onderneming Microsoft, die grote belangen heeft in het ontwikkelen van Internet.
g -
4.4.6
a Dit is een vaste-brandstofraket. Bij de Space Shuttle zijn dit de twee raketten die bij lancering aan weerszijden van de grote brandstoftank te zien zijn (zie Opdrachtenboek fig. 3).
b Omdat de WB-57F zo hoog kan vliegen (18 km), is het
waarschijnlijk een spionagevliegtuig, dat gebieden van andere landen in kaart brengt.
c De stratosfeer is de laag die zich in de atmosfeer boven de tropopauze bevindt, dat is boven 6 a 9 km hoogte in de buurt van de polen en boven 17 a 18 km bij de evenaar- Aan de bovenzijde wordt de stratosfeer begrensd door de stratopauze, die zich op ca. 50 km hoogte bevindt. In de stratosfeer komen de zogenaamde parelmoerwolken voor: iriserende wolken die vooral in de buun van de poolcirkel worden waargenomen bij de laagstaande wn.
d Van beneden naar boven treffen we de volgende lagen aan (zie Handboek, paragraaf 2.2.1): troposfeer, stratosfeer, mesosfeer en thermosfeer. De ozonlaag bevindt zich in de stratosfeer.
e De ownlaag houdt.ultravioletstraling afkomstig van de zon tegen. (Zie ook opdracht 8 van dit hoofdstuk.)
f Door de wrijving met de lucht worden deeltjes afgeremd; ze verspreiden zich dan in alle richtingen.
g Een katalytische reactie is het verschijnsel dat chemische reacties kunnen worden versneld door stoffen die niet voor- komen in de bruto chemische-reactievergelijking en dus schijnbaar niet aan de reactie deelnemen. Dergelijke stoffen noemt men katalysatoren.
h Men was bang dat de ruimtevaart tegenwerking wu onder- vinden en zodoende te weinig geld van de regering wu krij- gen.
4.4.7
a Dan heb je een heel sterke (en dus ook zware) raket nodig om deze te lanceren.
b Batterijen raken op.
c Factoren: de oppervlakte, het aantal wnnecellen, de stand van de wnnepanelen ten opzichte van het wnlicht, en de kwaliteit van de zonnecellen (het rendement).
d De ruimte moet je kunnen verduisteren. e

4.4.8
a Opzoeken (in Binas bijvoorbeeld): golflengte UV bedraagt 0,4 mm of minder.
UV-Iicht bruint je lichaam, maarkan ook huidkanker ver- oorzaken. UV-Iicht wordt vooral door zuurstof en ozon tegengehouden.
b De Hubble is een telescoop die in een baan om de aarde draait. De Hubble bevindt zich boven de atmosfeer van de aarde en kan ook uv- en IR-licht ongestoord ontvangen.
4.4.9
a Veel informatie is te vinden op de Astra-website www.Astra.lu/
b Een geostationaire baan.
4.4.10
Eén van de manieren is, dat het signaal van een zender ver- vormd wordt doorgegeven; de gebruikers moeten dan een decoder aanschaffen om die zender te kunnen bekijken- Een andere manier, die in N Europese landen nog uitgewerkt moet worden, is betaal- TV: je betaalt gewoon voor de programma's waar je naar kijkt-
Er wordt gewerkt aan een technische oplossing, De satelliet moet dan het signaal van een zender alleen naar een van tevo- ren bepaald gebied sturen, bijvoorbeeld Nederland. Arme vakantiegangers...
4.4.11
De helling van het evenaarvlak (zie ook Handboek, paragraaf 4.4.1) kun je bepalen aan de hand van de geografische breedte. Verder geeft de handleiding aan hoeveel graden naar het oosten of westen de satelliet staat. Met deze tWee gegevens kun je de satelliet richten.
4.4.12
a Het Pent~on is het gebouw waarin het Ministerie van Defensie van de Verenigde Staten van Amerika is gevestigd- Het gebouw heet zo, omdat het de vormvan een pentagon of regelmatige vijfhoek heeft.
b Omdat dan ook de vijand er gebruik van kan maken.
c Bepaling van de positie op aarde kan dan heel nauwkeurig plaatsvinden.
d Voor gebruik in een auto één of rwee meter, voor een blin- de minder dan een halve meter.
e Het signaal met een grotere nauwkeurigheid uitzenden en zorgen dat het overal te ontvangen is. Waarschijnlijk bete- kent dit laatste dat er meer GPS-satellieten moeten komen.
4.4.13
Zorg dat je bij het zoeken op Internet aangeeft dat je alleen
wilt zoeken naar documenten in het Nederlands. Bedenk dat je tekst van sites niet alleen kunt uitprinten, maar ook kunt opslaan. Vanuit een gewone tekstverwerker kun je deze docu- menten openen en met plakken en knippen kun je snel teksten in ie werkstuk zetten.
4.4.14
Andere belanghebbenden:
uitbaters van strandpaviljoens; voetballers en scheidsrechters; organisatoren van een bloeme~orso.
4.4.15
Een greep: maart roert zijn staart; april doet wat hij wil; febru- ari komt verklaren, dat men hout en kool moet sparen; is het 's winters buiten glad, valt u gegarandeerd op uw gat. Zo zijn er nog tientallen andere wijsheden te vinden.
4.4.16
a Men liet een ballon op waaraan een elektronische thermo- meter en barometer waren gehangen. De meetgegevens werden per radio naar de grond gestuurd. Dat doet men nog steeds.
b Dat het aantal meetpunten zo groot mogelijk is.
c In ieder geval: de temperatuur, de bewolking en de snelheid waarmee de bewolking over de aarde trekt.
4.4.17
Tegenwoordig is alle informatie die men nodig heeft te koop van eigenaren van weersatellieten of van buitenlandse weersta- tions.
4.4.18
Een mooie site is (op het ogenblik van schrijven)
http:1 I einstein.et,tudelft.nl:801 ~wolffl meteosatl
Op deze site zijn de laatste honderd opnamen verzameld, gemaakt met een tussentijd van 15 minuten.
4.4.19
4.4.20
Aantal pixels tellen in de breedte: ca. 170 m. Eén pixel heeft in figuur 7 een afmeting van 0,5 x 0,5 cm. De breedte van de gletsjer is 2,8 cm, dus in werkelijkheid:
2,8
-x 30 = 168 rn
0,5
4.4.21
Elk beeldpunt bestaat uit drie gekleurde staafjes naast elkaar: rood, groen en blauw.
In een rood stuk zijn alleen de rode staafjes aan, enz.
Is geen van de drie staafjes aan dan is het zwart, zijn ze alle drie aan dan zie je wit.
Je moet een redelijke afstand tot het beeldscherm bewaren, anders zie je de afzonderlijke beeldpunten nog en is het totale beeld niet scherp.
4.4.22
Livingstone, David (1813-1873), Brits zendeling en ontdek- kingsreiziger.
Stanle;\ Henry Morton, Sir (1841-1904), Brits Mrika-reiziger. Hij kreeg in 1870 opdracht David Livingstone op te sporen in Mrika. Hij trof deze in november 1871 te Ujiji aan het Tanganjikameer aan (waarbij hij de beroemde zin Doctor Livingstone, I presume? zou hebben gesproken).
4.4.23
De ozonlaag beschermt de aarde tegen ultraviolette sttaling, die van de zon komt. Als deze sttaling rechtstreeks op aarde terechtkomt, is dat een bedreiging voor het leven op aarde.
4.4.24
a Op deze foto zien we de BommeIerwaard en het westelijke deel van het Land van Maas en Waal, de grote rivieren met
.hun zomerbedding en de uiterwaarden, gevuld met water, verschillende )andbouwpercelen en stedelijke bebouwing (o.a. 's Hertogenbosch en Tiel).
b Ja, dit zijn ook false-colorkaarten: kanalen zijn, om ze te onderscheiden van rivieren, vaak weergegeven met zwart; de kleuren, groen, geel en bruin geven de verschillende hoog- ten boven zeeniveau aan.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken

a d v e r t e n t i e


Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!



Zou jij bijvoorbeeld aan iemand z'n hoofd kunnen zien wat voor schoenen hij draagt? Dan moet je zeker onze nieuwste quiz doen.

help mee!

Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

a d v e r t e n t i e

geef je mening: Mobiele kosten

Weet jij hoeveel je per maand aan je mobiel uitgeeft?



» resultaten poll