geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

wiezje (6 vwo)

Datum ingestuurd:

30 juli 2003

Taal:

Woorden:

2.800

Bekeken:

21935 keer (82 deze maand)

Waardering:

2.5/5 (46 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
1850-1914
1. Samenleving
Europa veranderde van agrarisch naar industrieel in ± 1875
Belangrijkste politieke hoofdstromingen:
- Liberalisme
- Confessionalisme
- Socialisme
Belangrijke uitvindingen uit 19e eeuw:
- 1870: telefoon, auto’s/dieselmotor, gloeilamp, draadloos, fiets, trein
- 1903: 1e vliegtuig, wereld werd kleiner, leven sneller.
Economische opbloei: kapitalisme ontwikkelt zich.
Rijken werden rijker, hadden veel luxe, woningen met elektriciteit, stromend water, verwarming, gordijnen, telefoon.
Mannen verdienden,
Vrouwen onderhielden sociale contacten, oogje op kids en dienstmeisjes.
Armen hadden het moeilijk, arbeidsomstandigheden waren slecht, veel arbeiders.
Verzet tegen eind 19e eeuw: vakbonden voor meer loon, betere omstandigheden
Vrouwen en kids verdienden mee,
Leerplicht: 1868-1886; wet tegen kinderarbeid
Kiesrecht: 1917 (♂) 1922 (♀)
SDAP: partij voor arbeiders à PvdA
Socialisme opkomst, geïnspireerd door Karl Marx en Friedrich Engels, sterk voor uitbreiding kiesrecht.
Op seksueel gebied mocht niks (Victoriaanse preutsheid), geheim circuit porno en bordeel was gevolg.
Boek man en vrouw niet naast elkaar, stoelpoten leken op vrouwenbenen.
Politieke spanningen door de strijd om koloniën en grondstoffen:
Landen concurreerden om delen Afrika.
Spanningen West-Europese landen liepen op: eerste wereldoorlog 1914

Wetenschap en filosofie:
Charles Darwin: bioloog, evolutietheorie, ophef ‘The origin of species’, niet door God geschapen, maar ene soort ontstaat uit andere. Wetenschappers schreven erfelijkheidsleer. (1871, Engels)
Friedrich Nietzsche: Duitse filosoof, God dood, mens zelf bepalen wat goed en kwaad, Übermensch (sterke onafhankelijke mens met vrije geest).
Sigmund Freud: Weense zenuwarts en psychoanalyticus, gevoelens verdrongen, onderbewuste (primitieve, seksuele verlangens en gevoelens), gedrag mens door onbewuste driften, niet louter rationeel. (1875, Oostenrijks)

2. Kunst
Midden 19e eeuw ontstond realisme: objectieve, zo getrouw mogelijke weergave werkelijkheid. Grondlegger was Gustave Courbet, werkelijkheid zonder mooier te maken. Schilderijen van arbeiders en boeren, banaal volgens rijken.
In Frankrijk ontstond 2e helft 19e eeuw impressionisme. Claude Monet grondlegger. Werkelijkheid als uitgangspunt, niet objectieve, maar persoonlijke indruk ervan. Zintuiglijke waarneming vangen in kleuren, vegen en vlekken. Schilders in open lucht, zintuigen, sfeer, licht ook in schilderij, vage lijnen. Schilders: Monet, Manet, Renoir (uitgaansleven, veel mensen), Degas (balletafbeeldingen), Van Gogh (vroege werk, late is expressionisme). Muziek: Ravel (bolero) en Debussy (vormgeving losgelaten).
Fotografie: voor helft, arm kwijt.

Wereldbeeld verandert: kunst – vluchtgedrag (escapisme), schoonheid (esthetiekàoverbeschaving, decadentie), kunstmatige paradijzen (drugs).

3. Literatuur
Schrijvers hadden fin de siècle gevoel, eind periode, mengeling in kunst. Verlangen naar en angst voor volgende eeuw:
- Impressionisme (vooral dichtkunst, minder in proza)
- Naturalisme (proza)
- Symbolisme
- Neoromantiek

Dandy: schrijver bang of wachtend, elegante bewegen, luxe gekleed, mooi verzorgd, modegevoelig (Oscar de Wilde, Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel en Louis Couperus).

Realisme: werkelijk objectief, eigentijds, niet zoals romantici verleden, personen niet heldhaftig, psychologische kanten belangrijk. Gustave Flaubert rel door onzedelijke inhoud van zijn boek: vrouw heeft minnaars en pleegt zelfmoord in boek.

Naturalisme: vervolg op realisme, niet alleen beschrijving, ook verklaren werkelijkheid. Verklaring door observatie, evolutietheorie, conclusie:
Karakter en levensloop mens bepaald door 3 factoren:
- Tijd waarin hij leeft,
- Eigenschappen van (voor)ouders geërfd,
- Sociale milieu waarin opgroeit, opvoeding.
In romans deze factoren objectief en precies beschrijven, naturalistische roman bijna wetenschappelijk experiment: laten zien waarom personen zo waren, leven alleen zo en niet ander kon verlopen.
Kenmerken naturalistische roman:
- Determinisme: levensloop ligt vast, zelf geen invloed, speelbal v/h lot, erfelijk belast, milieu heel veel aandacht.
- Fatalisme: lot, laten gebeuren
- Hoofdpersoon labiel karakter, nerveus, hysterisch, onevenwichtig. Relatie innerlijk en uiterlijk, soms gevoelig voor muziek, beïnvloedt stemmingen.
- Ontnuchtering: realiteit wint, hoofdpersoon berust in noodlot en pleegt zelfmoord, lopen slecht af. Hoofdpersoon romantische verlangens, botsen met werkelijkheid.
- Schrijver wil geen moreel oordeel geven over hoofdpersoon, heeft geen vrije wil, kan er niks aan doen, niks kan hem verweten worden, zelfs moord, drankmisbruik.
- Roman geeft kritiek op maatschappij, vooral op bourgeoisie met Victoriaanse moraal, standbesef en materialistische instelling.
- Totale werkelijkheid, inclusief seksualiteit, taboes doorbroken, zelfbevrediging, homoseksualiteit, bordelen.
- Natuurgetrouwe dialogen, zo realistisch mogelijk.
- Sommige hebben impressionistische stijl.
Romans somber en pessimistisch. Grondlegger is Emile Zola.
In Nederland Marcellus Emants: Een nagelaten bekentenis (erfelijk belaste man vermoordt vrouw).

Lodewijk van Deyssel: Een liefde (huwelijk twee mensen die niet bij elkaar passen)
Natuurwetenschappen:
- Max Planck: kwantummechanica
- Einstein: relativiteitstheorie
- Becquerel: radioactiviteit

De tachtigers (de beweging van tachtig): reactie op voorafgaande burgerlijke poëzie, domineespoëzie. (1885) à impressionisme
1. Vorm en inhoud zijn één
2. Schoonheid/estheticisme
- (Jacques Perk en) Willem Kloos: sonnetten, hoofdredacteur De Nieuwe Gids (1885-1943), reactie op De Gids. Eén taak: scheppen van schoonheid à l´art pour l´art, afzetten tegen kunst met boodschap.
- Frederik v. Eeden
- Albert Verwey
- Lodewijk v. Deyssel: 1e grote criticus, berucht vanwege scheldkritieken (recensies), vooral om schrijver onderuit te halen. Niet bij Multatuli en Busken-Huet. Komrij ook beetje scheldkritieken.
3. Persoonlijkheid van dichter belangrijk (individualisme)
Kloos: ‘kunst is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’

Frederik v. Eeden:
- Lid 80beweging, ook poëzie, los van tijdschrift, psychiater
- Naturalisme (Van de koele meren des doods)
- Bekeert zich tot Rooms-katholicisme na dood van zoon, werk meer godsdienstige boeken.
- Wil ideale samenleving creëren, soort communistisch project. WALDEN in ´t Gooi, tijdens naturalisme
- Thema alle boeken hetzelfde: aan ´t eind pleegt vrouw zelfmoord:
Tolstoi (Anna Karenina)
G. Flaubert (Madame Bovary)

Louis Couperus:
(Eline Vere) 1889, eerst in krantafleveringen.
1890: Noodlot
Poëzie zeer kritisch ontvangen door Kloos
LOT is groot thema in ieder werk,
3 genres:
1. naturalistisch - realistisch (Haagsche Romans)
Eline Vere, Van oude mensen de dingen die voorbijgaan, De boeken der kleine zielen.
2. ‘sprookjes’
Psyche, Fidessa
3. Klassieke romans: noodlot
Iskander, De berg van licht


Impressionisme: persoonlijke, zintuiglijke indruk van werkelijkheid, iets moois maken met woorden.

Kenmerken stijl:
- Neologismen: nieuwe woorden om gevoelens, stemmingen onder woorden te brengen.
- Verouderde woorden, archaïsme.
- Synesthesie: vermenging zintuiglijke waarnemingen. Klanken, kleuren, geuren veel aandacht en soms door elkaar: trompetterend rood.
- In proza lange zinnen met veel neologismen en bijvoeglijke naamwoorden, om sfeer te beschrijven.
- Natuurbeschrijvingen
- Sonnet
Gedichten geschreven door Kloos, Gorter, Liliencron. Louis Couperus ook in proza, voor beschrijving omgeving.
Kloos, zie tachtiger beweging.
Herman Gorter: Mei(1889), hoogtepunt impressionisme, geboorte leven en dood van het meisje Mei, later werd hij socialist en kunst met boodschap.
kunst met socialistische boodschap toneelschrijver Herman Heijermans. Behoefte aan mooiere toekomst arbeiders. Op hoop van zegen (1900), uitbuiting vissers.

Kenmerken Nederlands impressionisme:
- Alledaagse onderwerpen.
- Snelle techniek,
- Toevallige composities,
- Licht

Symbolisme: stroming in kunst en literatuur (poëzie). Abstracte ideeën uitdrukken. Daarvoor gebruikten ze metaforen en symbolen, verwijzen naar niet-tastbare, niet-zichtbare werkelijkheid. Baudelaire, Verlaine, Rimbaud, Rilke, Leopold, Boutens.

Neoromantiek: ± 1900, 1915
- Romantiek (1800-1850)
- Verleden, Middeleeuwen
- Verlangen
- Natuur
Schrijvers ontvluchten eigen tijd, ongelukkig, net als in Romantiek, daarom neo-. Veel romantische thema’s in romans en gedichten, geen historische feiten, verleden dient als sfeer, verhalen zijn sprookjesachtig en hebben impressionistische stijl.

Dichters:
J.C. Bloem: jeugd verlangt, ouderen niets vervuld, mislukt verlangen naar paradijs
A. Roland Holst: niet leesbaar, fel tegen Duitsers speelt rol (lukt nooit)

Schrijvers:
Aart van der Leeuw
Arthur van Schendel: neoromantiek: Een zwerver verliefd, titel paradox, kenmerkend, vaag verleden, niet concreet (kenmerk)
Naturalistisch/realistisch: Een Hollands drama, De waterman, Het fregatschip Johanna Maria (schuld, noodlot, Hollandse Romans)

1914-1940

1. Samenleving
Eerste wereldoorlog(1914-1918), mannen naar front, vrouwen in fabriek of verpleging, mannen loopgraven in. Was dieptepunt, 4 jaar, miljoenen doden, groot tekort aan mannen.
Erna roerige jaren in grote steden, jongeren geloof in westerse beschaving kwijt, uitgaansleven, vrouwen roken, dronken, jaagden op mannen. Lost generation leefde uit, rest bleef thuis. Seksuele moraal was enorm vrij, samenwonen was niet taboe.
Crisis op 24 oktober 1929, Zwarte Donderdag, door crash op Wall Street. Massale werkloosheid, voedsel moeilijk te verkrijgen voor hen.
Duitsland verliezer WO I, grote armoede en werkloosheid. Hitlers boek veranderde. Nationaal-socialistische ideeën, 1933 macht, superieure ras, Arische ras in één groot rijk.
1 september 1939 Polen binnen en WO II was begonnen.

2. Kunst
Modernisme:
Explosie stromingen in kunst rond WO I: expressionisme, kubisme, futurisme, dadaïsme, constructivisme, surrealisme en abstracte kunst. Overeenkomsten en verschillen, modernisme.

Kenmerken modernisme:
- Door WO I kunstenaars geloof in westerse samenleving kwijt, verzet tegen burgerlijk-kapitalistische samenleving waar gehecht aan ratio.
- Verzet tegen voorafgaande kunst, product aan westerse beschaving
- Anders, iets nieuws, mensen aan denken zetten, mentaliteit veranderen
- Werkelijkheid bestaat al, hoeft niet weergegeven. Eigen visie, ideeën, emoties in kunst, essentie, kern vastleggen in werk. Niet herkenbaar, niet wereld om ons heen.
- Experimenteren met kleur, vorm. Blauwe paarden met hoekige hoofden.
Expressionisme en dadaïsme hadden invloed op literatuur.

Expressionisme: reactie op realisme en impressionisme, werkelijkheid weg, emoties en gevoel erin. Ideeën als kracht of angst in schilderij, niet boerenlandschap. Sterke kleuren, hoekige lijnen, vereenvoudigde vormen, snel. Franz Marc, Ernst Ludwig Kirchner, Vasili Kandinski, Oskar Kokoschka (Duistland).
Dadaïsme: dadaïsten kwamen in 1916 bijeen, Cabaret Voltaire, afkeer oorlog, anti-houding, zelfs geen stroming. Tegen westerse cultuur, tegen burgerlijke-kapitalistische samenleving, tegen kunst van vroeger en nu. Voorstellingen vol nonsens poëzie en lawaaipuziek op potten en pannen, speelse, cynische, uitdagende kunst verwarde mensen. Hieven scheiding niet-kunst en kunst op, alles was bruikbaar als onderwerp en materiaal, collages. Fransman Marcel Duchamp met readymades.
Belangrijke uitvinden was sprekende film, montage ontdekt.
Jazz muziek, opzwepend, swingend en ritmisch uit Amerika. Ontstaan uit blues, klarinet en drums.
Reacties bij publiek, gewend aan natuurgetrouwe kunst, Hitler tentoonstelling van ontaarde kunst, afschrikwekkend voorbeeld, nazi´s vonden kunst decadent, landverraad, deel vernietigd, jazz en Joodse componisten verboden.

3. Literatuur:
Schrijver vernieuwde taal voor uitingen aan moderne levensgevoel, braken met traditionele vorm en onderwerpen. Geen verhaal van begin tot eind, chronologie hoefde niet, aandacht op psyche van personages, nieuwe verteltechnieken.

Modernistische poëzie: expressionisme en dada: reactie op realisme en impressionisme, eigen ideeën en gevoelens, niet meer buitenwereld.
Kenmerken expressionistische poëzie:
- Niet werkelijkheid, dichter uitgangspunt, gevoel en ideeën.
- Kern, essentie van dingen, korte, kernachtige regels, veel zelfstandig naamwoorden, kern raken, bijv. nmw. in andere vorm, schuimende morgen.
- Weinig of geen leestekens
- Traditionele vorm los, geen vaste strofe indeling of rijm.
- Vrije versvorm
- Grammatica verbrokkelt
- Stadse leven
- Straalt levenslust uit (vitalisme)

Kenmerken dadaïstische poëzie:
- Readymades: boodschappenlijstje letterlijk op in gedicht, collage van tekst.
- Experimenten met typografie, kleuren inkt, schuine, vet of grote letters, dwars of in cirkeltje.
- Spelen met klanken, soms alleen klanken, geen woorden.

Modernistische dichters:
Hendrik Marsman: Verzen (1923), Paradise Regained, Tempel en Kruis exp.
Vlaming Paul van Ostaijen: Feesten van angst en pijn(1919-1921), Het eerste boek van Schmoll, Music Hall, Bezette stad(1921). Dada
Amerikanen (Ezra Pound en )T.S. Elliot: The waste land (1922) mod.
Fransman Guillaime Apollinaire: Calligrammes (1918), vorm en inhoud, beeldgedichten.
Duitser Kurt Schwitters: klankgedichten, dada.

Martinus Nijhoff:
- Apart
- Tradionele vormgeving
- Inhoud modernisme
- Angst voor dood, eenzaamheid, wens om weer kindzijn
Uur U, Awater, Nieuwe Gedichten, Verzen
- Parlando: spreektaal, jaren ´30

Modernistische romans:
Oorlog had levens ontwricht, wereld anders. Romanschrijvers zagen mens als onzeker iemand in onzeker onlogische wereld, personage twijfelt, denkt na, gedachten en gevoelens personage belangrijk door Freud, onderbewustzijn, nieuwe verteltechnieken.
Kenmerken:
- Niet chronologisch, denkproces beter weergeven.
- Ikverteller, in hoofd van persoon
- Bewustzijnsstroom techniek, weergave denken in flarden.

In Duitsland boekverbrandingen door Hitler van Brecht, Mann en Zweig, boeken van schrijver die voor vrede waren, socialistische en joodse, naar buitenland.

Virginia Woolf: To the lighthouse(1927), verval familie,
James Joyce: Ulysses(1922) één dag uit leven,
Marcel Proust: A la recherche du temps perdu(1909-1922), herinneringen en geheugen, Thomas Mann: Doktor Faustus (1947), oordeel westerse beschaving.

Nieuwe zakelijkheid:
Alle kunst functie, versieringen onnodig, strakke belijning, architectuur. (Gerrit Rietveld)
Sommigen ook zakelijke literatuur, tegen modernisme, sobere zinnen zonder versiering. Tijdschrift Forum(1932-1935), Menno ter Braak en Ed du Perron. Spreektaal in boeken, iets meedelen, kritisch zijn. Belangrijk voor belangstelling, naar voren halen van schrijvers die persoonlijkheid hebben. Vorm/vent (vent belangrijker)

Jan Jacob Slauerhoff: Neoromantische gedichten en proza, scheepsarts, onrust, verlangen, zwerflust. (aan tbc gestorven op 36 jarige leeftijd)
- Zwerven, exotische, opstand tegen burgerdom, doosverlangen (poëzie)
- Poète maudit(kwade dichters, ook Slauerhoff): Rimbaud, Verlaine à schopten overal tegenaan (19e eeuw)
- Romans: Het verboden rijk (1932) in China, Camoës (Portugese dichter, 16e eeuw)
het leven op aarde (1934)
- Veel gedichten romantisch

Ferdinand Bordewijk
Nieuwe zakelijkheid, simpel, geen versiering.
Voor 1930 à fantastische vertellingen
Na 1930 à Bint, Knorrende beesten, Blokken (gaat eerst om bepaalde ideeën die later ondermijnd worden.
- Korte zinnen, eenvoudig taalgebruik, zo kaal mogelijk, expressionisme zonder gevoel.
- Karakter belangrijk

Willem Elsschot: niet ergens onder te brengen (Alfons de Ridder) ook romantisch
Villa des rozes (1911, debuut), nuchtere stijl, ironisch
Belangstelling vermindert, stijl zakelijk en ironisch ±1930 meer
- Ironie
- Tegenstelling zakenwereld-burgerij
- Burgerij ó kunst (idealisme)
- Realisme ó idealisme

Kaas: Laarmans = persoon steeds in boeken, idealist, dichter
Boorman = strenge zakenman ertegenover
Lijmen met vervolg Het Been
Een ontgoocheling

Nescio (ik weet niet), JHF Grönloh, De uitvreter, Dichtertje en Titaantjes (1918), hopeloze strijd tegen burger, dichters plegen zelfmoord of worden gek.

Simon Vestdijk: modernistische technieken
ideaal beeld (Ina Damman) , vormen erotiek, personages die plattere erotiek vertegenwoordigen (huishoudsters).
Enorme productie o.g.v. romans, wetenschappelijk werk, poëzie.
Genres romans:
- Autobiografisch: 8 boeken (Anton Wachter cyclus)
in Lahringen (Harlingen) Terug tot Ina Damman (1934)
- Semi-autobiografisch: Koperen Tuin (beste, 1950)
- Psychologisch/contemporain: Ivoren Wachters, Pastorale ´43, verzetsroman, negatief beeld.
- Historisch: oudheid, 17e eeuw: Het vijfde zegel
- Fantastisch: irreëel, onwerkelijk: De kelner en de levenden.
- Wetenschappelijk werk: godsdienst, filosofie, psychologie interesse: de toekomst der religie (1947)
Goed musicus, piano, lang getwijfeld(arts musicus of schrijver)
Zeer getalenteerd, ook veel muziekkritieken.
Richt op individu, laat wereld voor wat hij is.

1940-1970

1. Samenleving:
Tweede wereldoorlog verpletterend, Joden afgevoerd, ingreep op samenleving, mensen, nu nog.
Koude Oorlog: communistische Oostblok tegenover kapitalistische westen, kernwapenwedloop, plaatsing Muur in Berlijn, gescheiden, 1989 muur weg, Koude Oorlog voorbij.
Na WO II, kolonies bevrijdden zich, 1949 Indonesië.
Wederopbouw , europa opnieuw opgebouwd, financiële hulp Amerika, arbeid, ging snel, jaren ´50, welvaartstaat, trouwden, babyboom. Steden groeiden, eind ´50 veel werk, gastarbeiders uit Turkije, Joegoslavië, Noord-Afrika voor werk, mensen vrije tijd, 40-urige week, vakantiedagen. Bioscoop, radio, tv.
Jeugdcultuur jaren ´60: jongeren twijfelen aan American dream, consumptiemaatschappij maakte niet gelukkig, verzet tegen macht, orde, kerk, politie, ouders onaanvaardbaar, eigen muziek, mode en levensstijl. Popmuziek, rock-‘n-roll, jeugdbendes, onveilig, Beatles, Rolling Stones, popconcerten, haar groeien. Hippies, protestsongs Bob Dylan, protest autoritaire maatschappij, verlangen vrijheid, flowerpower, dromend over wereld zonder oorlog, lief zijn voor elkaar, ouders geen invloed.
Massaprotesten: ideeën uitdragen, jongeren, tegen oorlog in Vietnam, voor rassengelijkheid, emancipatie van vrouwen en homoseksuelen en vrijere seksuele moraal (de pil, abortus), botsingen politie en jongeren, meer inspraak, revolutieachtig in Parijs 1968.

2. Literatuur:
Schrijvers naar Parijs na oorlog, geen hoop, existentialisme(bestaan is absurd en mens is eenzaam), filosofie van Franse auteurs Sartre en Camus en de Beauvoir, Kafka (bizarre wereld: het proces, het vlot, de gedaanteverwisseling), Celine, jongeren samen in cafés en jazzkelders, uniform: zwarte kleren, donkere bril, sluik haar. Niet alleen somber, sommige schrijvers schreven vitale teksten als tegengif verschrikkingen oorlog. Anderen wel pessimistische boventoon, anderen wilden maatschappij veranderen.
Engagement: betrokkenheid bij wereld, vlak na oorlog, geëngageerde schrijvers.
Kranten van nu uit oorlog: Het Parool, Trouw, Vrij Nederland. Bezige Bij

Literatuur in oorlog: Duitsers beslisten, Cultuurkamer, illegale pers, verzet gefinancierd, betrapt werd concentratiekamp, dagboeken (Anne Frank). Verzetsliteratuur(tegen vijanden, gedichten, niet goed, Geuzenliederen (Remco Campert met Het lied der 18 doden).

Literatuur over oorlog:
Onderwerpen en thema’s:
- Concentratiekampen: overleefd, gruwelijke ervaringen vertellen. Italiaan Primo Levi Is dit een mens?(1947). Oost-Duitse Jureck Becker Jakob der Lügner(1969). G.L.Durlacher Strepen aan de hemel(1985),
- Overlevenden: familie dood, zelf niet, Marga Minco De andere kant (1959), Een leeg huis (1966), De val (1983). Verlies, reacties, sobere stijl.
- Verzet: Theun de Vries Het meisje met het rode haar (1956). Simon Vestdijk met Pastorale ’43 (1948), negatief beeld.
- Soldaten: Evelyn Waugh Officers and Gentlemen (1955). Heinrich Böll Der Zug war pünktlich(1949) en Wanderer kommst du nach Spa (1950).
- Schuldvraag: wie was schuldig en hoe ga je daarmee om? Harry Mulisch Het Stenen Bruidsbed (1959) De aanslag (1982). Siegfried Lenz Deutschestunde (1968).
- Gevolgen evacuatie: ouders kinderen naar platteland. Jerzy Kosinski The painted bird (1966). Rudi van Dantzig Voor een verloren soldaat (1986).
- Kinderen van oorlogsslachtoffers: tweede generatie, joodse ouders. Carl Friedman Tralievader (1991). Leon de Winter en Arnon Grunberg, vaak joodse identiteit grote rol in romans.

Gerrit Achterberg, schreef 1000 gedichten, thema: zoeken naar iemand die er niet meer is, contact herstellen met verloren gegane. Ideaal bereiken, paradijs, geluk, samen met geliefde, voor moord op eigen vrouw ook al zulke gedichten.

Existentialisme: zin van bestaan.
Opvattingen binnen existentialisme:
- Wereld is absurd, chaotisch en zinloos
- Mens heeft twee zekerheden: bestaat en zal sterven. Mens niet gevraagd op geboorte, wetenschap van sterven is angstig, onzeker en eenzaam in onzekere wereld, gevoelens van walging angst en vervreemding overheersen.
- Mens is vrij om te kiezen, alleen hij is verantwoordelijk voor daden en keuzes. Vrijheid is moeilijk, wat moet je kiezen in onbegrijpelijke wereld? Sartre vond dat mens zich moest inzetten om samenleving te veranderen, Camus vond dat iemand alleen verantwoordelijkheid moest dragen.
Vijftigers waren jonge dichters van na WO II, contact met cobragroep, debuteerden rond 1950, modernistisch, spreektaalpoëzie werd moeilijker.
Experimenteerden door:
- Associatief taalgebruik, trage week, weke dagen.
- Beeldspraak ook associatief, woorden gebruikt die ander zijn tot dan toe gebruikelijk. Vrouw vergeleken met allen, niet meer alleen bloem of zon.
- Emotioneel, zintuiglijk, lichamelijk taalgebruik.
- Weinig interpunctie, vrije versvorm, veel alliteratie.
Jaren ´60: vermaatschappelijking
Jaren ´70: ik-tijdperk, zelfgericht, weg van maatschappij, zelfontwikkeling
Jaren ´80: academisme à verbonden met uni, geconstrueerd, symboliek, op vorm, veel motieven, te opvallend in elkaar gezet.

W.F. Hermans:
Onkenbaarheid van de werkelijkheid: thematiek in veel werk
Misverstanden, of bewust in het leven geroepen
Het behouden huis, Nooit meer slapen.

G. Reve:
De avonden: een wintervertelling (1947), verpletterende saaiheid, verveling hoofdpersoon.
Werther Nieland (1949, novelle)
1950 over eigen homoseksualiteit, in Engels verder door kwaadheid, later weer nl, omdat flopt.
Jaren ´60: brievenboeken: Nader tot U (1962)
Gedichten: seks met God, is ezel, hij is jongetje, proces om schokkend en godslastering
Thema’s: de dood, (homo)seksualiteit, geldgebrek en drankmisbruik
Jaren ´70: gewone romans: De vierde man (thrillerachtig), Bezorgde ouders (alle thema´s erin)
Reve is een super kletskous, saai en langdradig, oeverloos doorgaan over niets.
Het boek van het violet en de dood is streven hele leven, valt tegen.
Heeft extreem rechtse opvattingen, racistisch.

Harry Mulisch:
1951: Archibald Strohalm ,mysterieus, niet reëel
jaren ´50 meer mysterieus Het mirakel
Centraal staat dat mens wordt gedreven door krachten die hij zelf niet kan beheersen en niet kent.
Verhaal: Wat gebeurde er met sergeant Massoero (de versierde mens)
Het stenen bruidsbed (1959), markeert overgang, daarna existentialisme
Verslagen over van alles, linkse ontwikkelingen, taalontwikkeling, oorlog De zaak ´40-´61
´70: romans realisme: Twee vrouwen
De ontdekking van de hemel (1992)

J.Bernlef: (H.J.Marsman)
Dichters (K.Schippers) rond blad Barbarber (1958-1971) spreektaalgedichten, nieuwrealistisch.
Kenmerken:
- Eenvoudige en niet emotionele spreektaal
- Gebruik van ready mades
- Humor door anders naar gewone dingen te kijken.

Hugo Claus:
Poëzie, toneelstukken en romans, verstoorde familierelaties is thema. De metsiers (1951), Omtrent Deedee(1963), Een bruid in de morgen(1953, toneel).

Jan Wolkers:
Beeldende taal, romans met veel seks en dood (thema´s). Kort Amerikaans (1962), Turks Fruit (1969).

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.