Geschreven door:

Stolluk [meer]

Datum ingestuurd:

4 mei 2003

Niveau:

5 havo

Woorden:

2883

Opvragingen:

7558 (98 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (30 stemmen)

Als je de stof van 22.1 beheerst kun je …

1. …met een voorbeeld duidelijk maken dat de concurrentieomstandigheden per bedrijfstak sterk kunnen
verschillen.
· De NS heeft bijvoorbeeld veel minder concurrentie de een ijssalon. Van die laatste zijn er mee.

2. …omschrijven wat heterogene producten zijn en er twee voorbeelden van geven.
· Heterogene producten zijn producten waarvan de consument vindt dat het uitmaakt waar je ze koopt, zoals kroketten en shoarma.

3. …de twee uitersten noemen op het gebied van concurrentieomstandigheden en het verschil tussen
beiden aangeven.
· Volkomen concurrentie en een monopolie. Bij de eerste is er volledige concurrentie, terwijl er bij de tweede sprake is van concurrentieloosheid.

4. …duidelijk maken waarom zuivere monopolies niet voorkomen.
· Een bedrijf concurreert altijd wel ergens mee. Zo concurreert de NS bijvoorbeeld ook met de PTT Telecom. Als mensen de trein te duur vinden bellen ze gewoon met familieleden die ver weg zijn.

5. …uitleggen wat het verschil is tussen een prijszetter en een hoeveelheidsaanpasser.
· Een prijszetter bepaalt niet alleen de hoeveelheid die hij produceert, maar ook de prijs daarvan. Deze wordt niet beïnvloed door enige concurrentie. Een hoeveelheidsaanpasser loopt met de prijs mee. Hij kan alleen zijn hoeveelheid bepalen.

6. …het kenmerk van een oligopolie noemen en twee voorbeelden geven van bedrijfstakken waarin deze marktvorm voorkomt.
· Bij een oligopolie zijn er weinig aanbieders, waardoor ze elkaars gedrag sterk beïnvloeden. Voorbeelden zijn vliegtuigmaatschappijen…punt

7. …omschrijven wat de marktvorm monopolistische concurrentie inhoudt en twee voorbeelden geven van bedrijfstakken met monopolistische concurrentie.
· Bij een monopolistische concurrentie zijn er veel aanbieders van heterogene producten. Voorbeelden zijn reisbureaus en cd-winkels.

8. …aangeven bij welke van de vier marktvormen ondernemers prijszetters zijn en bij welke hoeveelheidsaanpassers.
· De ondernemer is alleen bij volkomen concurrentie geen prijszetter, maar hoeveelheidsaanpasser. Bij de rest horen prijszetters.

9. …uitleggen of ondernemers bij monopolistische concurrentie vergeleken met oligopolisten in beperktere mate prijszetter zijn of juist niet.
· Ja, ze zijn in mindere mate prijszetter, omdat zij meer aanbieders hebben om op te letten.

10. …die marktvorm noemen war consumenten het meest mee te maken hebben.
· Je hebt als consument het meest te maken met een oligopolie of volkomen concurrentie.

11. …uitleggen waarom bij volkomen concurrentie geen klantenbinding in de vorm van het verstrekken van bijvoorbeeld Air Miles voorkomt.
· Door Air Miles worden de producten een beetje duurder en kunnen de consumenten minder goed rijzen vergelijken.



Als je de stof van 22.2 beheerst kun je…

1. …twee voorbeelden geven van een wettelijk monopolie.
· De Nederlandsche Bank mag als enige bankbiljetten in omloop brengen en de bezorging van brieven tot 500 gram.

2. …drie andere oorzaken noemen waardoor een bedrijf een monopoliepositie kan hebben.
· Doordat het de enige aanbieder is, doordat het kartels maakt of doordat het in zijn eentje een grondstof bezit.

3. …uitleggen waarom een betere benutting van kapitaalgoederen kostenbesparend werkt.
· De constante kosten kun je over meerdere machines uitbreiden.

4. …een andere reden noemen waarom grote bedrijven vaak goedkoper kunnen produceren dan kleinere bedrijven.
· Soms is er maar plaats voor één bedrijf, bijvoorbeeld een elektriciteitsbedrijf.

5. …omschrijven wat een kartel is.
· Een kartel is een afspraak tussen bedrijven die als doel heeft de concurrentie te verminderen.

6. …drie verschillende soorten kartels noemen.
· Een prijskartel, rayonkartel en productiekartel.

7. …twee nadelen van kartels noemen.
· De prijs voor bepaalde producten blijft te hoog door een laag aanbod en er komen weinig (ver)nieuw(d)e producten op de markt.

8. …het begrip productinnovatie beschrijven.
· Het met succes op de markt brengen van een nieuw product.

9. …aangeven wat de prijsafzetlijn van een monopolist weergeeft.
· Hoeveel verschillende eenheden een individuele aanbieder bij verschillende partijen kan afzetten.

10. …uitleggen met welke lijn deze samenvalt.
· Met de collectieve vraaglijn.

11. …duidelijk maken dat een stijgende aanbodlijn bij een monopolie niet kan voorkomen.
· De monopolist is de enige aanbieder.

12. …op grond van de prijsafzetfunctie van een monopolist de afzet en omzet bij verschillende prijzen
berekenen.
· (Gewoon met behulp van gegevens over de prijs de formule in kunnen vullen, dus bijv.:
Qv = -110p + 75)

13. …in een grafiek met een GO- en een GK-lijn aangeven bij welke hoogten dan de productie een
monopolist een winst behaalt.

14. …uitleggen hoe je in een dergelijke grafiek kunt zien of de ondernemer een hoeveelheidsaanpasser of een prijszetter is.
· Wanneer de grafiek over een monopolist gaat (en dus een rechte opbrengstlijn heeft) gaat het over een prijszetter.

15. …een economische en een politieke reden geven waarom de overheid een monopolie bij de wet zou
regelen.
· Een economische reden kan zijn omdat de consument anders te veel moet gaan betalen. Een politieke reden kan zijn om ‘gunst’ te winnen van kiezers die baat bij een monopolie hebben.

16. …twee manieren noemen waarop een monopolie de welvaart in ene land kan verkleinen.
· Bijvoorbeeld door een hoge prijs op het product te zetten of meer productiemiddelen op het product te zetten waardoor de prijs onnodig hoog wordt.

17. …uitleggen dat een monopolie voor de welvaart in een land ook gunstig kan zijn.
· Door schaalvoordelen behaalt de monopolist kostenvoordelen zodat het voor de consumenten goedkoper wordt.

18. …beredeneren dat samenwerkingen tussen ondernemingen zowel in het voordeel als in het nadeel van
de consument kan zijn.
· Een voordeel kan zijn dat wanneer onderneming met z’n allen iets inkopen, zij dan groepskorting krijgen, die ze niet doorberekenen in de vraagprijs. Een nadeel is dat natuurlijk als ze dat wel doen.

Als je de stof van 22.3 beheerst kun je…

1. …de twee kenmerken van een heterogeen oligopolie noemen.
· Weinig aanbieders die elkaar beconcurreren met een bepaald product en het “uniek” maken van een product.

2. …drie voorbeelden geven van bedrijfstakken met heterogeen oligopolie.
· Pepsi Cola, Douwe Egberts, Milner Kaas.

3. …omschrijven wat productdifferentiatie inhoudt.
· Wanneer bedrijven proberen klanten te winnen onder het mom dat hun product zich onderscheidt van al het andere.

4. …een andere vorm van productiebeleid noemen.
· Productinnovatie.

5. …uitleggen waarom een prijzenoorlog bij heterogeen oligopolie niet veel voorkomt.
· Omdat het gaat om heterogene producten. Wanneer er bijvoorbeeld een prijzenoorlog is op de wasmiddelmarkt, dan gaat men niet ineens meer wasmiddel kopen of meer wasjes draaien.I

6. …aannemelijk maken dat bij een homogeen oligopolie de kans op een prijzenoorlog juist wel heel groot is.
· Doordat er weinig bedrijven zijn die allemaal hetzelfde produceren, maakt de consument het niet uit waar het vandaan komt (bij heterogene producten wel) Dus je trekt klanten door een lagere vraagprijs in te voeren.

7. …de vier instrumenten van marketingmix noemen.
· Product, Prijs, Plaats, Promotie.

8. …omschrijven wat prijsdifferentiatie is en er een voorbeeld van geven.
· Het verschijnsel dat een ondernemer meerdere varianten van een product op de markt brengt, die verschillen in prijs, om verschillende groepen mensen te bereiken.

9. …met twee voorbeelden duidelijk maken wat promotiebeleid inhoudt.
· Reclame en huis-aan-huisbladen.

10. …met een voorbeeld uitleggen wat de betekenis is van plaatsbeleid als concurrentie-instrument.
· Een kauwgomballenfabrikant wil graag dat zijn product op zo veel mogelijk plaatsen wordt verkocht. Maar een fabrikant van een luxe geurtje is kieskeuriger, omdat de winkelformule voor hem belangrijker is.

11. …omschrijven wat de marketingmix inhoudt en de concurrentie-instrumenten noemen die er deel van uitmaken.
· Plaats: zo veel mogelijk plekken,
· Promotie: reclame en verkoopsinspanning,
· Prijs: goedkoop
· Product: kwaliteit, design

.12. …uitleggen dat aanbieders bij monopolistische concurrentie in zeker opzicht een monopoliepositie hebben, maar dat deze vele beperkter is dan bij monopolie.
· Ze hebben vaste klanten gewonnen door productdifferentiatie. Die klanten gaan niet zo snel nnaar iemand anders. Maar bij een monopolistische concurrentie heb je voor een product meestal andere alternatieven.

Als je de stof van 23.1 beheerst kun je…

1. …uitleggen wat het begrip consumentensoevereiniteit inhoudt en bij welke marktvorm daarvan het minst sprake is.
· Het houdt in dat er geproduceerd wordt waar vraag naar is. Worden er dingen geproduceerd door een bedrijf dat men niet nodig heeft, dan zal met het niet kopen en gaat het bedrijf failliet.. In een monopolie is daar het minst sprake van.

2. …een reden noemen waarvoor de overheid de rol van het marktmechanisme in de economie wil vergroten.
· De regering wil het marktmechanisme vergroten, omdat het zorgt voor een marktwending en dus voor meer banen en producten.

3. …twee manieren noemen waarop de overheid de marktwerking van de economie wil versterken.
· Omvang van de overheidssector verkleinen, door taken naar de marktsector te verplaatsen.
· Het aantal regels voor ondernemers verminderen (deregulering)

4. …de begrippen privatisering en deregulering omschrijven en er een voorbeeld van geven.
· Privatisering is het afstoten van overheidstaken naar de marktsector (bijv. PTT). Deregulering is het verminderen van de regels op ondernemers (bijv. zelf bepalen hoe laat de winkel open is)

5. …uitleggen wat negatieve externe effecten zijn en hiervan twee voorbeelden geven, zowel in de
productieve als in de consumptieve sfeer.
· Negatieve externe effecten zijn gevolgen van productie dat tot negatieve gevolgen leidt bij anderen, bijvoorbeeld vervuiling van grond of water.




6. …met een voorbeeld duidelijk maken dat productie ook gepaard kan gaan met het optreden van positieve externe effecten en een beschrijving van dit begrip geven.
· Een positief extern effect is een voordeel dat je krijgt en waarvoor je niet betaalt. Een voorbeeld is de uitbreiding van Schiphol, nl; meer werkgelegenheid.

7. …uitleggen wat de toedelingsfunctie van de overheid inhoudt en twee redenen noemen waarom de overheid deze functie uitoefent.
· De toedelingsfunctie van de overheid is de beïnvloeding van de overheid van het gebruik van productiefactoren. Dit doet de overheid omdat er anders ongewenste machtsvorming ontstaat.


Als je de stof van 23.2 beheerst, kun je…

1. …het uitgangspunt en het doel van de Mededingingswet aangeven.
· Het uitgangspunt van deze wet is dat er geen afspraken mogen worden gemaakt tussen bedrijven, tenij zij kunnen aantonen dat het gunstig is voor de welvaart.
· Het doel is concurrentiebeperking onder ondernemers tegen te gaan.

2. …de instantie noemen die ervoor moet zorgen dat bedrijven zich aan de regels houden uit deze wet.
· De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)

3. …het doel van het consumentenbeleid van de overheid aangeven.
· Het versterken van de consument als marktpartij. (door middel van wetgeving)

4. …drie wetten noemen waaruit dit beleid blijkt en bij elk van deze wetten aangeven waarvoor ze regels geven.
· De Wet Productaansprakelijkheid – de afhandeling van schadegevallen door gebreken aan producten.
· De Warenwet – het zetten van de ingrediënten op de verpakking.
· Colportage Wet – beschermt de consument tegen iets overhaast kopen.

5. … aangeven welke minister prijsbeleid kan toepassen en met welk doel hij dat kan doen.
· De minister van Economische Zaken, dit kan hij doen door de consument te beschermen tegen een te hoge prijs.

6. …de begrippen maximumprijs en minimumprijs omschrijven.
· De maximum en minimumprijs is de prijs waarboven of waaronder een product niet verkocht mag worden.

7. …zie opgave 24, kunnen maken


8. …beredeneren wie er voordeel hebben van een maximumprijs.
· De consumenten, zij zullen zo nooit te veel betalen voor een product.

9. …aannemelijk maken dat er aanvullende maatregelen nodig zijn bij maximum en minimumprijzen, en aangeven waaruit deze maatregelen kunnen bestaan.
· Bij een maximumprijs is de vraag groter dan het aanbod. Kopers die het goed toch willen hebben zullen de prijsvoorschriften gaan ontduiken. De regering kan dan met bonnen gaan werken.

10. …beredeneren wie er voordeel hebben van een minimumprijs.
· De ondernemers, zij weten zo zeker dat de vraagprijs niet onder een bepaald bedrag zal dalen.


11. …uitleggen dat de instelling van een minimumprijs tot kosten kan leiden voor de overheid.
· Wanneer het aanbod door de minimumprijs groter is dan de vraag ontstaat er een overschot. Dit overschot wordt opgekocht door de regering, omdat zij ook de minimumprijs heeft ingesteld.


Als je de stof van 23.3 beheerst kun je…

1. …uitleggen wat quasi-collectieve goederen zijn.
· Goederen die door de overheid geproduceerd worden, hoewel de particuliere ondernemingen dat net zo goed hadden kunnen doen.

2. …vier redenen noemen waarom de overheid zich bezighoudt met de productie van quasi-collectieve goederen en elk van deze redenen toelichten met een voorbeeld.
· Stimulans producten met positieve externe effecten (bijv. onderwijs)
· Goederen leveren grote schaalvoordelen (bijv. gasvoorziening)
· Rechtvaardigheid (bijv. volksverzekeringen)
· Stimulans voor het gebruik van merit goods, zoals musea en theaters.

3. …het verschil tussen merit en demerit goods uitleggen, en van beide categorieën een voorbeeld geven.
· De overheid stimuleert het gebruik van merit goods (zoals musea) en ontmoedigd het gebruik van demerit goods (zoals sigaretten)

4. …drie manieren noemen waarop de overheid het gebruik van bepaalde goederen kan tegengaan.
· Een verbod uitvaardigen,
· Wettelijke regels op verkoop stellen,
· Een accijns opleggen.

5. …op grond van gegevens over verkoopprijzen en een heffing uitrekenen welk dele van de heffing wordt afgewenteld op de afnemers.
· Zie opgave 37.

6. …met een voorbeeld duidelijk maken dat de overheid negatieve externe effecten kan bestrijden door het geven van subsidies.
· Subsidies geven op zuinigere auto’s, zodat deze meer gekocht worden.

Als je de stof van 24.1 beheerst kun je…

1. …het verschil tussen de Rijksbegroting en de Miljoenennota uitleggen.
· De Rijksbegroting is een overzicht van de verwachte en voorgenomen uitgaven van het rijk in het volgende jaar. De Miljoenennota is daar een samenvatting van.

2. …de publicatie van het CPB noemen die gelijktijdig met deze twee stukken verschijnt en aangeven wat er in dit boekje staat.
· De MEV (Macro Economische Verkenning) bevat voorspellingen die aan de hand van het beleid uit de Rijksbegroting worden gemaakt.

3. …uitleggen dat de cijfers uit deze publicatie voor de regering en het parlement van groot belang zijn.
· Deze cijfers geven aan wat er zou kunnen gebeuren, dus de regering kan zich daar klaar voor maken. Stel dat er een hoge werkloosheid voorspelt wordt, dan kan de regering manieren verzinnen om meer banen te creeeren.

4. …de drie grootste uitgavencategorieën van de overheid noemen.
· Onderwijs, Cultuur en wetenschappen,
· Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
· Rente Staatsschuld.

5. …aangeven welk soort instellingen het grootste deel van de rentebetaling door het rijk ontvangen.
· De institutionele beleggers (zoals vliegtuigmaatschappijen, pensioenfondsen en spaarbanken) ontvangen de meeste rente.

6. …drie voorbeelden van deze instellingen geven.
· Vliegtuigmaatschappijen, pensioenfondsen en spaarbanken.

7. …twee voorbeelden geven van uitgaven die bij het opstellen van de Rijksbegroting niet makkelijk verlaagd kunnen worden, en uitleggen waarom dit zo is.
· Leningen (lijkt me vanzelfsprekend) en de rente op de staatsschuld. Ook lonen kunnen niet zomaar omlaag.

8. …een andere oorzaak noemen waardoor overheidsuitgaven gemakkelijker stijgen dan dalen.
· Er zijn in Nederland nog een hoop dingen die moeten gebeuren, en die kosten allemaal geld.

9. …de twee categorieën noemen waarin je overheidsuitgaven kunt indelen en het verschil ertussen uitleggen.
· Overheidsuitgaven zijn:
o Overheidsbestedingen (ambtenaarssalarissen)
o Overheidsinvesteringen (investering in kapitaalgoederen)
o Overheidsconsumptie (overige zaken)

10. …twee voorbeelden geven van overdrachtsuitgaven door de overheid.
· Overdrachtsuitgaven zijn betalingen van de overheid. Daarbij kun je denken aan bijstandsuitkeringen en subsidies.

11. …de twee soorten overheidsbestedingen noemen, het verschil tussen beiden uitleggen en van elke soort twee voorbeelden geven.
· Overheidsbestedingen zijn : Overheidsinvesteringen (kapitaalgoederen)
Overheidsconsumptie (ambtenaarssalarissen)


12. …omschrijven wat de collectievenuitgavenquote inhoudt en uitleggen waarom door een daling ervan de internationale concurrentiepositie van Nederland verslechterd.
· De collectieve uitgavenquote is een getal dat we met z’n alle per jaar uitgeven. Als deze daalt verslechterd de concurrentiepositie, want er valt minder in te kopen voor bedrijven, maar ook minder aan te bieden.


Als je de stof van 24.2 beheerst kun je…

1. …een omschrijving geven van het begrip belastingen.
· Belastingen zijn betalingen aan de overheid waar geen directe tegenprestatie tegenover staat.

2. …de twee groepen belastingen noemen, het verschil tussen beiden uitleggen en van elke groep drie voorbeelden geven.
· Directe belasting, belasting op inkomsten, winst en vermogen.
Winst van kleine bedrijven, pachtinkomens en rente over spaargelden.
· Indirecte belasting, belasting wanneer je iets koopt
BTW, accijnzen en invoerheffingen.

3. …uitleggen waarin retributies verschillen van belastingen en twee voorbeelden van retributies geven.
· Een retributie is een betaling die je doet voor een overheidsdienst, maar alleen als je gebruik maakt van die dienst. Bijvoorbeeld de parkeergarage en de betaling voor het kijken naar de televisie.

4. …het beginsel noemen dat bij retributies wordt toegepast.
· Het profijtbeginsel.

5. …drie voorbeelden geven van niet-belastingontvangsten.
· Retributies, bekeuringen en winstuitkeringen van bedrijven.

6. …uitleggen waarom slechts een deel van de niet-belastingontvangsten tot de collectieve lasten worden gerekend.
· Het zijn de ontvangsten waar geen directe tegenprestatie tegenover staat, zoals milieuheffingen.

7. …de begrippen gemiddelde belastingdruk en collectievelastendruk omschrijven.
· Gemiddelde belastingdruk: alle belastingen / binnenlandse inkomen
· Collectieve Lastendruk: (niet-belastingontvangsten + sociale premies + collectieve lasten) / binnenlandse inkomen.

8. …op grond van gegevens over belastingen, premies en niet-belastingontvangsten en het bbp de gemiddelde belastingdruk en de collectieve lastendruk berekenen.
· 21a)
Belastingen zijn om de overheidsuitgaven te financieren, Sociale premies om sociale voorzieningen te regelen.
21b)
90+65+25+16+28 = 224 miljard gulden.
21c)
90+65+25+28 x 100% = 24,5%
850
21d)
208+128+4 x 100% = 40%
850


Als je de stof van 24.3 beheerst kun je…

1. …het verschil uitleggen tussen overheidsschuld en staatsschuld.
· Het verschil tussen de twee schulden is het verschil van andere onderdelen van de collectieve sector.

2. …verklaren waarom de overheidsschuld ook wel de EMU-schuld wordt genoemd.
· De hoogte van de schuld is van belang voor toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU).

3. …het verband beschrijven tussen de staatsschuld en de tekorten van het rijk in het verleden.
· De staatsschuld is ontstaan doordat het rijk steeds moest lenen om tekorten te dekken.

4. …aangeven wat het betekent als de overheid geld leent op de ‘kapitaalmarkt’.
· De overheid investeert minder in kapitaal (minder overheidsinvesteringen.

5. …een reden noemen waarom het veiliger is om in staatsobligaties te investeren dan in obligaties van ondernemingen.
· Op het kapitaal dat je uitleent krijg je meer rente dan op een spaarrekening.

6. …uitleggen hoe een grotere overheidsschuld tot stijgende overheidstekorten kan leiden.
· Een hogere staatsschuld betekent een hoger bedrag dat terugbetaald moet worden. Dat is een hogere rente en dus een hoger tekort.

7. …aangeven tussen welke twee grootheden de overheidsschuldquote de verhouding is en hoe je deze quote ook wel noemt.
· Tussen overheidsschuld en bbp. Een ander woord hiervoor is de EMU-schuldquote.

8. …uitleggen hoe de overheidsschuld kan stijgen terwijl de overheidsschuldquote daalt.
· Het bbp kan procentueel meer gestegen zijn dan de overheidsschuld. De verhouding tussen overheidsschuld - bbp daalt dan.

9. …beredeneren dat toekomstige generaties niet alleen nadeel ondervinden van de hoge staatsschuld, er ook van kunnen profiteren.
· De toekomstige bezitters van staatsobligaties ontvangen rente, dus inkomen.

10. …een nadelig gevolg noemen als de overheid op grote schaal op de kapitaalmarkt leent.
· Als de overheid leent van beleggers, concurreert zij met de bedrijven die kapitaal nodig hebben. Door de extra vraag stijgt de rente op langlopende leningen, waardoor er minder geïnvesteerd wordt. Voor een goedlopende economie zijn investeringen nodig.

11. …het verschil tussen het begrotingstekort en het financieringstekort uitleggen.
· Begrotingstekort: verschil tussen alle inkomsten en alle uitgaven
· Financieringstekort: verschil tussen inkomsten en uitgaven. Hier zijn de aflossingen niet meegeteld.

12. …duidelijk maken welke van de twee altijd het kleinst is.
· Het financieringstekort is altijd kleiner, omdat dat degene is zonder de aflossingen.

13. …beredeneren in welk geval een begrotingstekort niet tot een hogere staatsschuld leidt.
· Als het begrotingstekort even groot is als de aflossingen op de staatsschuld. Het financieringstekort is dan 0.




14. …op grond van gegevens over bbp, begrotingstekort en staatsschuld het financieringstekort en de aflossingen op de staatsschuld op de staatsschuld uitrekenen.

· 34a)
0,04 x 800 = 32 miljard euro

34b)
Schuld in 2005 = 0,7 x –750 = -525 miljard.
In 2006 is dat : 0,69 x –800 = -552 miljard.
De toename is dus –27 miljard.

34c)
aflossingen = begrotingstekort – financieringstekort
aflossingen = 32 – 27
aflossingen = 5 miljard.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken

a d v e r t e n t i e


Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!

a d v e r t e n t i e

Win beltegoed met Cash


Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!

help mee!

Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.



Maxim maakte als klein jochie in Frankrijk een foto van een luchtballon. En toen? Lees het korte verhaal.

geef je mening: Dag van de leerplicht

Bekijk het één keertje van de andere kant: wat vind jij leuk aan school?



» resultaten poll