CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Annick [meer]

Datum ingestuurd:

9 april 2003

Taal:

Woorden:

1.500

Bekeken:

2961 keer (11 deze maand)

Waardering:

2.8/5 (18 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
3,5

Stelsel sociale zekerheid:
Sociale verzekeringen: Worden allen uitgekeerd als er premies zijn afgedragen. Kan je indelen in werknemersverzekeringen en volksverzekeringen.
Sociale voorzieningen: Iedere Nederlander die niet over inkomen beschikt kan een beroep doen op de sociale voorzieningen. Wordt betaald door belastingontvangsten.

Werknemersverzekeringen, premies betaald door werkgevers en werknemers:
- WW: werkeloosheidswet, gedekt risico inkomensverlies
- WAO: Wet op arbeids ongeschiktheid, gefinancierd uit werknemerspremies.
- ZW: Ziektewet, is voor een groot deel geprivatiseerd sinds 1 maart 1996. Kosten geneeskundige verzorging
- ZWF: Ziekenfondswet

Volksverzekeringen, betaald door werknemers en zelfstandigen:
- AOW: Algemene ouderdomswet, inkomensverlies
- Anw: Algemene nabestaanden wet
- AAW: Algemene arbeids ongeschiktheids wet
- AWBZ: Algemene wet bijzondere ziektekosten, kosten geneeskundige verzorging

Sociale voorzieningen, betaald door algemene middelen:
- Abw: Algemene bijstandswet
- Laow: Wet inkomens voorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkeloze werknemers
- Loaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
- TW: Toeslagenwet
- AKW: Algemene kinderbijslag wet

Werknemersverzekering is verplicht voor iedereen die in loondienst is bij een werkgever. De premies zijn afhankelijk van de hoogte van het salaris. Hoe hoger het inkomen hoe meer premie betalen hoe hoger de uitkering. Dit staat bekent als het equivalentiebeginsel.

Omslagstelsel: dan wordt er gekeken naar hoeveel premies er nodig zijn en dan moet dat bedrag door de huidige premiebetalers bij elkaar worden gebracht. De hoogte van de premies worden vastgesteld door de minister van sociale zaken.

Volksverzekeringen: iedereen tussen de 15 en 65 die belasting verplicht is moet dit betalen. De hoogte van je salaris beļnvloed niet de hoogte die je moet betalen. Dit heet het solidariteitsbeginsel.

Georiėnteerde marktsector: dat is de economie in Nederland, het is niet alleen maar eigen belang maar ook solidariteit.

Mensen met lage inkomens hebben de neiging om op bepaalde verzekeringen te bezuinigen omdat zij de premies niet of nauwelijks kunnen betalen. Daarom zijn er verplichte verzekeringen ingesteld voor deze inkomens groepen.


Niet alle medische kosten zijn geregeld via de AWBZ en de ZWF. Daarom kan je je particulier bijverzekeren.

AOW is basisvoorziening. Als je werkt wordt je verzekert door de bedrijfspensioen regeling. Je AOW uitkering kan dan met maximaal 70% van je laatstverdiende brutoloon worden aangevuld. Voor elk jaar dat minder is gewerkt wordt de 70% met 1,75 vermindert.

Kapitaaldekkingsstelsel: je pensioen wordt door premie betaald, door die premies word een fonds gevormd waaruit later het pensioen gehaald kan worden.

Waardevast: Als je pensioen gekoppeld is aan de inflatie dan is het waardevast.
Welvaartsvast: als je pensioen gekoppeld is aan de gemiddelde loonstijging.
VUT: vervroegde uittreding, dus dan stoppen mensen eerder met werking dat is flexibel pensioen. Door een flexibel pensioen zullen de collectieve lasten dalen.

3.6


verhouding tussen economische actieven en inatieven kan worden uitgerekend door:
inatieven/ actieven x 100%
De verwachting is dat de i/a- verhouding voorlopig blijft afnemen, dat betekent dat er meer mensen gaan werken.

Minder belasting betalen door:
Ontduiking: Handelingen die niet volgens de wet zijn toegestaan; zwart werken of bedrijven die een deel van de omzet niet opgeven. Dit staat bekend als het zwarte circuit ( tientallen miljarden per jaar)
Ontwijking: legale wijze premies ontduiken, door bijvoorbeeld in Belgiė te gaan wonen of hoofdkantoor overbrengen naar de Antillen of de Bahamas’.
Afwenteling : Als hogere belasting of premies in rekening wordt gebracht spreek je van afwenteling. Werknemers kunnen daardoor hogere lonen eisen en dan kan de ondernemer er voor kiezen om dit door te berekenen in de prijzen.

Laffer- curve: te hoge belasting tarieven zorgen voor het slechter uitvoeren van het werk op een bepaald punt. Dat kan je zien in de Laffer curve.
X-as= belastingtarieven en Y-as = totale belastingopbrengsten.

Oneigenlijk gebruik sociale zekerheid:
Frauderen: bijv 2 personen hebben een alleen wonende uitkering terwijl ze samenwonen en dat niet opgeven.
Ten onrechte ziekmelden door werknemers: Om dit te ontmoedigen hebben ze er al voor gezorgd dat mensen de eerste 52 weken 70% van hun loon ontvangen
Mensen die in de WW zitten en niet willen solliciteren of aangeboden banen weigeren: De duur van de WW hangt af van het aantal gewerkte jaren (arbeidsverleden) Ook moet je nu eerder een baan accepteren.
Zwartwerkers die naast hun werk een uitkering ontvangen: belastingdienst en bedrijfsvereniging proberen dit soort mensen op te sporen. Als iemand wordt betrapt kan er geld terug worden gevraagd.
Mensen die ten onrechte arbeidsongeschikt zijn verklaard: In verleden veel mensen arbeidsongeschikt verklaard omdat een WW uitkering lager was dan een WAO. Maar de keuringseisen zijn aangescherpt en mensen kunnen bijpassend werk krijgen.
Voordelen minder werkeloosheid: Minder uitkeringen nodig en eer mensen die premies af staan.

JWG; Jeugd werk garantiewet. Jongeren tussen de 17 en 26 jaar die tenminste een half jaar werkeloos zijn krijgen 2 keer een baan aangeboden. Als ze die niet aannemen verliezen ze hun uitkering.


Hoofdstuk 5


Paragraaf 1

Centrale overheid= rijk. Dat is het belangrijkste deel uit de collectieve sector, ook wel overheidssector. Hier worden allerlei beslissingen genomen waar de collectieve secor zich aan moet houden

Collectieve sector bestaat uit:
- de centrale overheid of rijk
- Lagere overheid die bestaat weer uit provincies en gemeenten
- Sociale zekerheids organen

Tot stand koming wet:
- Wetsvoorstel ingedient, meestal door minister opgesteld met hulp van zijn ambtenaren.
- Wetsvoorstel door 2de kamer beoordeeld. Moet goed keuren, ze kunnen hem ook veranderen
- De eerste kamer kan de wet verwerpen. De eerste en 2de kamer vormen samen het parlement ofwel de staten generaal
- Regering zorgt voor uitvoering. Tweede kamer controleert of de wet goed is uitgevoerd.

Wetgevende macht:
- regering: koning, ministers. Zorgen voor het indienen wetsvoorstellen en het uitvoeren van de wetten
- parlement: eerste kamer en tweede kamer. Goed keuren en het aannemen van wetten en 2de kamer controleert het uitvoeren van wetten

wetsvoorstellen komen tot stand door geluiden die de samenleving laat horen via bijv: vakbonden, werkgeversorganisaties, belangenorganisaties, milieuorganisaties.

De overheid kan inspelen op verschillende problemen en ontwikkelingen door hulp van het CBS, CPB en SER (sociaal economische raad)
Sociaal economische raad: bestaat uit 45 leden. 15 vertegenwoordigers van centrale werkgeversorganisaties, 15 van centrale werknemrsorganisaties en 15 die door de regering zijn benoemd. SER geeft adviezen en houdt in de gaten of de bestaande wetten aangepast moeten worden.
CPB: Probeert te voorspellen wat het effect van bepaalde beleidsmaatregelen van de overheid zal zijn
CBS: Verzamelt jaarcijfers. Bij. Hoe hoog is het nationaal inkomen, samenstelling bevolking…
Extern effect bijvoorbeeld de milieuvervuiling van een product, dat zit niet in de prijs verwerkt
Bedrijfssom: worden betaald door de kopers van het product + Externe effecten: worden betaald uit algemene middelen van de overheid= maatschappelijke kosten van de productie.

Semi-collectieve goederen: Zouden ook door de particuliere sector kunnen worden aangeboden bijv onderwijs, welzijn en wegen.
Individuele goederen: De gebruiker betaald hiervoor de prijs. Bijvoorbeeld: gas, licht, water en electriciteit. Een aantal bedrijven zijn nu overgedragen aan particuliere bedrijven: geprivatiseerd. Bijv geprivatiseerde bedrijven zijn: PTT, DSM, de Staatsuitgeverij en de NS

Waarom biet overheid semi-collectieve en bepaalde individuele goederen aan?
- te hoge innings kosten
- iedereen moet van de ze goederen gebruik kunnen maken
- Het optreden van positief extern effect
- De overheid vind dat ze soms moeten bemoeien met consumptie. Goederen die niet worden gestimuleerd heten demerit goederen en wel gestimuleerd merit goederen.
- Voorkomen dat er ongewenste particuliere monopolieposities ontstaan.

Stabilisatie functie: de overheid wilt dat de vraag aansluit bij de productie capaciteit en bij aanbod dat de economie evenwichtig en duurzaam laat groeien.

Kapitaalvernietiging: het sluiten van een bedrijf, hierdoor gaat een deel van de kapitaalvoorraad verloren.
Met evenwichtige groei wordt ook bedoelt dat niet te veel mensen hun baan verliezen door arbeidsbesparende technieken.
Keerzijde economische groei: milieuvervuiling en een te snelle uitputting van grondstoffen.

5 doelstellingen economische politiek:
- evenwichtige arbeidsmarkt, niet te veel werkeloze
- stabiel prijsniveau
- Rechtvaardige inkomensverdeling, er zijn daarom belastingen
- Evenwicht op de betalingsbalans, de import en export moeten ongeveer even hoog zijn
- Evenwichtige groei
Nog een doelstelling zou kunnen zijn het verminderen van het financieringstekort.

De problemen:
- verschillen van mening
- tegenstrijdige doelen
- Europese inbreng


Paragraaf 4

Directe belastingen: geheven op inkomen winst en vermogen
Voorbeelden: Loonbelasting, inkomstenbelasting, vermogensbelasting, vennootschapsbelasting, kansspelbelasting en successierechten

Indirecte belastingen: geheven over goederen en werken daardoor kostprijsverhogend.
Voorbeelden: omzetbelasting, accijnzen, motorrijtuigenbelasting, invoerrechten en overige
Niet-belastingontvangsten:
Bijv: aardgasinkomsten, winstuitkeringen, staatsbedrijven of de bedrijven waar de overheid aandelen over bezit, omroepbijdragen, boetes, lesgelden, enzovoort.

Departementen: ministeries

De rijksbegroting: deze wordt op prinsjes dag op de derde dinsdag van september gepresenteerd door de minister van financiėn. In die begroting staat waar de overheid geld aan wilt uitgeven en hoe zei dat gaan financieren.

MEV; Macro economische verkenning. Hierin staat voorspellingen van bepaalde economische ontwikkelingen. Dit is uitgegeven door het CPB.

Waarom is plannen moeilijk?:
- De overheid bied voorzieningen aan waarvan alleen maar geschat kan worden hoeveel er gebruikt gaat worden. Als het anders gaat is het een open einde regeling
- Er kunnen totaal onverwachte dingen gebeuren.
- Prognoses blijven hoe dan ook verwachtingen. Als de economische groei tegenvalt kan de overheid honderden miljoenen aan inkomsten mislopen.

Begrotingstekort: Doordat de uitgaven al behoorlijk lang de ontvangsten overtreffen ontstaat er een begrotings tekort. Hiervoor moet de overheid geld lenen. Zo ontstaat er een staatsschuld
Het geld wordt vaak verkregen door institutionele beleggers. Tot nu toe moet de overheid steeds meer geld lenen dan dat zei aflost.

Het tekort dat overblijft als de aflossingen van de begrotingstekort zijn afgetrokken heet het financieringstekort.

3 redenen om schuld te verlagen:
- De overheid moet veel geld lenen.
- De hoge staatsschuld van dit moment kost de overheid veel rente
- Nederland wil toetreden tot de EMU. Daarvoor mag de schuld van de collectieve sector en de staatsschuld niet groter zijn dan 60% van BBP.

Gulden financieringsregel: uitgaven voor investeringen mogen gefinancierd worden omdat de toekomstige generatie hier ook profijt van heeft. De kosten worden als het ware gedeeld door de toekomstige generatie.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.