Geschreven door: | Linda [meer] |
Datum ingestuurd: | 29 maart 2003 |
Taal: |  |
Woorden: | 5.100 |
Bekeken: | 7488 keer (4 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Module 9 Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog
H1 Voor de tweede keer Wereldoorlog
1.1 Oorlog in Europa
Van augustus 1939 tot mei 1940 gebeurde er in het Westen vrijwel niets. Frankrijk
kon met de zware verdedigingswerken van de Maginot-linie in offensief opzicht weinig doen. Groot-Brittannië was de Duitse marine wel de baas, maar had daar op dat moment ook niet veel aan. In West-Europa viel dus niets te merken van de oorlog, er heerste een spookoorlog. In het voorjaar van 1940 nam Hitler het initiatief. Van april tot juli werden achtereenvolgens Denemarken, Noorwegen, Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk verslagen. Op de Britse eilanden na had Hitler in West-Europa zijn tegenstanders uitgeschakeld en er een bezettingsmacht gelegerd. In Nederland kwam een Duits burgerlijk bestuur. Koningin Wilhelmina wist aan de bezetters te ontkomen en vluchtte naar Engeland, van waaruit zij het grondgebied in de Oost (Nederlands-Indie) en in de West (de Antillen en Suriname) bleef besturen. Zweden, Zwitserland, Spanje en Portugal bleven neutraal en Italië was sinds 1936 bondgenoot in de As tussen Rome en Berlijn. De Duitsers bezetten het gedeelte van Frankrijk tussen Duitsland en de Atlantische kust, met Parijs als belangrijkste stad. De rest, VICHY-FRANKRIJK, werd geregeerd door de collaborerende maarschalk Pétain.
BATTLE OF BRITAIN
Groot-Brittannië verzette zich onder de leiding van Winston Churchill. De Luftwaffe beschikte over zeker 2 maal zoveel vliegtuigen als de Royal Air Force (RAF) en daarom wilde Hitler eerst het Britse luchtruim veroveren, waarna een invasie het kleine Britse leger moest overrompelen. Ver beten en onder grote verliezen, maar geholpen door het nieuwe wapen radar, verdedigden de Britse piloten hun land. De Luftwaffe begon nu Britse steden te bombarderen, zoals ook al met Warschau en Rotterdam was gedaan. Het verliezen van deze BATTLE OF BRITAIN was de eerste grote tegenvaller voor Hitler.
OPERATIE BARBAROSSA
Al in Mein Kampf had Hitler zijn doelen beschreven. Naast de strijd tegen het jodendom moest Duitsland Oost-Europa koloniseren om de ‘untermenschen’ daar, de Slavische volkeren, te onderwerpen. Gedeeltelijk zou zelfs ontvolking nodig zijn om plaats te maken voor Duitse kolonisten. De DRANG NACH OSTEN zou de Duitsers de nodige ‘lebensraum’ verschaffen. De Tsjechen en Polen waren al overwonnen. De Slowaken waren weliswaar Slavisch, maar werden bondgenoot van Duitsland. In 1941 was de Sovjetunie aan de beurt. Op 22 juni 1941 lanceerde Hitler de grootscheepse verrassingsaanval OPERATIE BARBAROSSA. Hitler wilde voor de strenge Russische winter Leningrad, Moskou en Stalingrad in handen hebben. Het Rode Leger was onvoorbereid, mede doordat Stalin in de jaren 30 zoveel van zijn beste mensen had laten wegzuiveren. Doordat de winter al vroeg begon en de Duitsers daar geen rekening mee hadden gehouden, waren de Duitsers verlamd door de kou. Leningrad en Moskou weerstonden zo de aanval en Stalingrad was nog niet bereikt.
1.2 De Grote Alliantie
Na de aanval op de Sovjetunie sloot dat land een bondgenootschap met Groot-Brittannië. Het bondgenootschap was uit nood geboren: de vijand van de vijand is een vriend. Naarmate Duitsland verzwakte, zouden oude en nieuwe spanningen boven tafel komen. Ook de Nederlandse regering in ballingschap sloot zich aan bij de Grote Alliantie die aan het ontstaan was.
De Amerikaanse president Roosevelt was in 1940 nog een overtuigd aanhanger van de isolationistische politiek. Toch steunden de VS de Britten en vanaf de zomer van 1941 ook de Sovjetunie. Deze steun was erg gunstig voor de Amerikaanse economie. Naarmate de oorlog vorderde, raakte Roosevelt ervan overtuigd dat Amerika uiteindelijk toch niet buiten de oorlog zou kunnen blijven. Het was Japan dat Amerika de oorlog in zou duwen. Japan was sinds 1936 bondgenootschap van Duitsland en Italië in het anti-Komintern pact. Japan had de ambitie zijn macht sterk uit te breiden en veroverde grote delen van China. De VS kondigden hierop een economisch boycot tegen Japan af.
Op 7 december 1941 vernietigde Japan een groot deel van de Amerikaanse vloot bij verrassingsbombardementen op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbour bij Hawaï. Duitsland verklaarde op 11 december de oorlog aan de VS, waardoor de Amerikanen ook partij werden in de oorlog in Europa. Japan begon een grote opmars in Azië en veroverde de ene Europese kolonie na de andere. Net als bondgenootschap Duitsland leed ook Japan vanaf 1942 de eerste grote verliezen tegen de geallieerden.
NOORD-AFRIKA en D-DAY
Vanaf 1942 drongen de geallieerden de Duitse legers terug. In Noord-Afrika verloren de Duitsers de slag bij EL-ALA-MEIN tegen de Britten. Amerikaanse troepen landden later in hetzelfde jaar in Algerije en Marokko, en in 1943 moest Hitler Noord-Afrika opgeven. De Russen vingen nog steeds veruit de meeste klappen op. In de slag bij Stalingrad alleen al hadden de Russen meer doden te betreuren dan Amerika in de hele oorlog. In totaal kostte de Grote Vaderlands Oorlog de Sovjetunie meer dan 20 miljoen mensen levens.
In 1943 landden Amerikanen en Britten in het zuiden van Italië. De opmars ging maar langzaam, wat Stalin tot het inzicht bracht dat zijn bondgenoten het Rode Leger het zware werk lieten doen. Hij eiste dan ook een groter tweede front in Europa. Dat tweede front kwam er in 1944. Op 6 juni, D-DAY, de beslissende dag, vond een grootschalige landing plaats van geallieerden troepen op de stranden van Normandie. De opmars richting Duitsland kon beginnen. In het najaar liep de bevrijding in Nederland vast, ter hoogte van de grote rivieren bij Arnhem, waarna in de winter de Duitsers met het ARDENNEN-OFFENSIEF nog een laatste tegenaanval inzetten. Op 2 mei 1945 veroverde het Rode Leger Berlijn.
HIROSHIMA
In Azie was de strijd nog niet ten einde. Het Japanse fanatisme nam toe naarmate de geallieerden dichter bij hun doel kwamen. Japanners beschouwden sterven voor de keizer als een grote eer. KAMIKAZE-PILOTEN vlogen zich vrijwillig te pletter op Amerikaanse schepen. De VS besloten de oorlog tegen Japan snel te beëindigen. In het diepste geheim was gewerkt aan een nieuw wapen: de atoombom. Op 6 augustus 1945 schreef de B-29 bommenwerper Enola Gay geschiedenis door in één klap de stad HIROSHIMA van de aardbodem te vegen. Daarop verklaarde Japan zich bereid te onderhandelen. De VS hadden echter onvoorwaardelijke overgave geëist en wierpen een tweede bom op Nagasaki. Op 15 augustus capituleerde Japan op initiatief van de keizer. De Tweede Wereldoorlog was ten einde.
1.3 Nederland bezet
Na het bombardement op Rotterdam dreigden de Duitsers nog meer steden te verwoesten. In de zomer van 1940 werd de Nederlandse Unie opgericht. Velen werden lid, uit afkeer van de NSB en de Duitsers. De Nederlandse Unie verbond een flink aantal Nederlanders in deze bange dagen, maar werd, nadat er steeds meer kritiek van de Unie kwam op de jodenvervolging, verboden.
Alle partijen, behalve de NSB van Mussert, werden verboden en de werkzaamheden van het parlement opgeschort. Hoewel het aantal leden tot boven de 50000 steeg, bleef de NSB een partij van een kleine minderheid. Nederland werd een GELIJKGESCHAKELDE dictatuur onder Duitse leiding.
JODENVERVOLGING
De Duitse propaganda richtte zich ook tegen de joden. Langzamerhand werden de joden geïsoleerd. Ambtenaren moesten aangeven of zij joodse voorouders hadden: de ARIERVERKLARING. Daarna volgde ontslag voor joden uit overheidsdienst en onderwijs. De FEBRUARI/STAKING van 1941 was een openlijke vorm van protest tegen de manier waarop de joden werden behandeld. De strijd tegen het jodendom was van meet af aan een van de belangrijkste pijlers van de nazi-ideologie. In de bezette gebieden werd de joodse bevolking in GETTO´S bijeengedreven. In de Sovjetunie werden joden massaal geëxecuteerd door speciale EINSATZGRUPPEN die achter het front opereerden. Na 20 januari 1942 kwam er systeem in de strijd tegen de joden. Op de Wannsee-conferentie besloten de nazi´s tot een Endlösung der Judenfrage: joden werden massaal in kampen gestopt, aan slavenarbeid voor de Duitse industrie gezet en uiteindelijk en in speciale vernietigingskampen met het voor ongedierte bedoelde gas Zyklon B omgebracht. Miljoenen joden werden omgebracht in de shoah of HOLOCAUST. De raszuiverheidswaan van de nazi´s beperkte zich overigens niet tot joden. Zigeuners, homoseksuelen, communisten, Jehova´s Getuigen, ´asocialen´ en (verstandelijk) gehandicapten trof een zelfde lot.
VERZET EN AANPASSING
Wilhelmina verving al gauw premier De Geer, die het vanuit Londen op een akkoordje wilde gooien. In zijn plaats kwam Gerbrandy. Hij leidde de oorlogskabinetten, die regelmatig van samenstelling wisselden. Bernard Ijzerdraat gaf het eerste verzetsblad uit. Illegale bladen werden opgericht, zoals Trouw, Het Parool en Vrij Nederland.
In april kwam het weer tot een grote staking. Nu omdat de militairen die in 1940 uit krijgsgevangenschap waren vrijgelaten alsnog naar Duitsland moesten. Bovendien moesten 300000 mensen in Duitsland gaan werken als vervangers van de soldaten die in Rusland vochten. Ten slotte brak er eind 1944 een spoorwegstaking uit die het hele vervoer lamlegde. In een oorlog is keuzen maken moeilijk. Velen verkozen het om zich aan te passen, ze accommodeerden en probeerden het zo goed en zo kwaad als mogelijk was uit te zingen.
NA D-DAY
Iedereen dacht dat na D-day ook Nederland snel bevrijd zou zijn. In september 1944 ging het gerucht door ons land dat de bevrijders voorbij Breda waren. NSB´ers en andere landverraders vluchtten massaal naar de oostgrens; het was dolle dinsdag.
De aandacht van de geallieerden richtte zich voortaan op de verovering van het Ruhrgebied. Nederland lieten ze links liggen en een moeilijke hongerwinter wachtte het nog bezette gebied. In de loop van 1944 waren Limburg, Brabant en Zeeland bevrijd. De hongerwinter eiste het leven van 20000 mensen. Op 5 mei 1945 was het ook voor het bezette deel van Nederland bevrijdingsdag. In aanwezigheid van prins Bernhard tekenden de Duitsers de overgave in hotel De Wereld in Arnhem.
H2 Van Truman-doctrine tot Cubacrisis
2.1 Internationale afspraken
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, op 14 augustus 1941, sloten Churchill en Roosevelt
midden op de Atlantische Oceaan het atlantisch handvest. Er zou een internationale organisatie moeten komen die in staat zou zijn de veiligheid in de wereld te bewaren. In 1942 sloten 26 landen een verdrag dat tot de oprichting van zo’n organisatie besloot.
TEHERAN
In december 1943 kwamen Churchill, Roosevelt en Stalin voor het eerst bijeen in Teheran. Stalin kreeg zijn zin wat betreft het tweede front. Hij had al eerder geëist dat de Sovjetunie de in 1939 veroverde gebieden zou mogen houden, gebieden die in de tijd van de tsaar deel uitmaakten van het Russische Rijk.
Anders dan Roosevelt handelden Churchill en Stalin meer uit strategische dan idealistische overwegingen. Stalin eiste vooral veiligheid aan de grenzen en Churchill hield scherp de belangen van het Britse koloniale rijk in de gaten. Eind 1944 ging Churchill naar Moskou, waar hij met Stalin letterlijk een ruwe schets maakte voor de verdeling van invloedssferen in Oost-Europa.
JALTA EN POTSDAM
In februari 1945 kwamen de 3 wereldleiders Churchill, Roosevelt en Stalin bijeen in Jalta op de Krim. Afgesproken werd om Duitsland in vijven te verdelen. Eén stuk zou aan Polen en de Sovjetunie toevallen. De andere delen zouden voorlopig bezet worden door de VS, de Sovjetunie, Groot-Brittannië en Frankrijk.
In juli en augustus 1945 vond in Potsdam de laatste conferentie plaats. Roosevelt was inmiddels overleden en opgevolgd door Harry Truman. Churchill had na een verkiezingsnederlaag plaatsgemaakt voor Attlee. Steeds duidelijker werd dat wat Stalin in Teheran had verlangd van zijn buurstaten in wezen neerkwam op volstrekte afhankelijkheid. Het cordon sanitaire, de bufferzone aan de grenzen van de Sovjetunie, kreeg gestalte.
NEURENBERG EN TOKYO
Behalve voor de internationale verhoudingen en het persoonlijk leven van tientallen miljoenen mensen had de Tweede Wereldoorlog ook gevolgen voor het internationale recht. In Neurenberg werden Duitse oorlogsmisdadigers door een internationaal tribunaal berecht.
Het ging om 3 soorten vergrijpen:
- misdaden tegen de vrede
- oorlogsmisdaden waarbij het oorlogsrecht geschonden werd
- misdaden tegen de menselijkheid
In Tokyo werden volgens dezelfde principes Japanse oorlogsmisdadigers berecht.
2.2 Het IJzeren Gordijn
In het ene na het andere land kwamen communisten aan de macht die in Moskou waren opgeleid. Dit druiste volledig in tegen het Atlantisch Handvest. Albanië (’46), Bulgarije (’46), Roemenië (’47), Polen (’47), Tsjecho-Slowakije (’48) en Hongarije (’49) werden volksdemocratieën. Stalin was voornamelijk in veiligheidsgaranties geïnteresseerd en breidde om die reden zijn gebied en invloedssfeer uit. Stalin had in 1944 met Churchill keurige afspraken gemaakt over de invloedsferen na de oorlog. Dat de volksdemocratie onvrijheid inhield, werd door de communisten natuurlijk tegengesproken.
Oud-premier Churchill sprak, als reactie op Stalins optreden, in 1946 over “een ijzeren gordijn” dat over Europa werd dichtgeschoven. Stalin vond deze opvatting hypocriet en weer erop dat de Sovjetunie zich ook niet bemoeide met de regeringsvormen in de Britse invloedssfeer.
De Amerikaanse president Truman nam het vaandel in de strijd tegen het communisme van de Britten over. Hij kondigde in 1947 een politiek van containment. Enkele weken nadar deze truman-doctrine was geopenbaard, presenteerde de Amerikaanse minister van financiën het naar hem genoemde Marshallplan.
BLOKKADE VAN BERLIJN
De drie westerse sectoren in Berlijn, West-Berlijn, vormden samen een kapitalistisch eilandje achter het IJzeren Gordijn. Met de groeiende tegenstelling tussen de geallieerden en het uitblijven van een definitieve regeling voor Duitsland werd dit eilandje Stalin steeds meer een doorn in het oog. Toen de westelijke bezettingszones gezamenlijk een nieuwe munt kregen, verklaarde hij dat dat in strijd was met de gezamenlijke afspraken over Duitsland en sloot de toegangswegen naar Berlijn voor het Westen af. Tijdens de blokkade van Berlijn, van juni 1948 tot mei 1949, onderhielden de VS een luchtbrug. Elke 3 minuten landde er een Amerikaans vliegtuig met voorraden voor de West-Berlijners. De 3 westelijke bezettingzones in Duitsland gingen ten tijde van de blokkade op in een nieuwe staat naar westers model: de Bondsrepubliek Duitsland (BRD). Kort hierop volgde de nieuwe communistische satellietstaat DDR (Duitse Democratische Republiek) met (Oost-)Berlijn als hoofdstad. In 1949 richtten de VS en een aantal andere westerse landen de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) op, een militair bondgenootschap dat het vrij Westen moest beschermen tegen een aanval van de Sovjetunie.
Het gevoel van veiligheid in het Westen kreeg in 1949 grote klappen. Op 3 september pikte een Amerikaanse B-29 boven de Stille Oceaan radioactieve sporen op. Vervolgens werd een hele wolk in kaart gebracht en na enig onderzoek herleidde men dit verschijnsel tot een atoomontploffing boven Azië, de Sovjetunie had de bom. Voor Rusland werkende spionnen hadden uit de VS voldoende inlichtingen gesmokkeld om de Sovjetunie een atoombom te kunnen laten bouwen.
VERENIGDE NATIES
Als voortvloeisel van het Atlantisch Handvest trad op 24 oktober 1945, de Dag der Verenigde Naties, een nieuwe volkerenorganisatie in werking. In geval van oorlogshandelingen kon er onder de vlag van de Verenigde Naties militair worden ingegrepen. De VN kregen, in tegenstelling tot de Volkenbond, naast een Algemene Vergadering ook een aparte Veiligheidsraad. Daarin kregen de VS, de Sovjetunie, China, Groot-Brittannië en Frankrijk een permanente zetel en Vetorecht.
De begin periode van de Koude Oorlog laat al direct zien dat de VS als ‘wereldregering’ niet boven de supermachten stonden. De VS domineerde in de veiligheidsraad, maar de Sovjet-Unie gebruikte haar vetorecht zo vaak, dat het ‘njet’ spreekwoordelijk werd.
Toch is de nieuwe wereldorganisatie niet de mislukking geworden die de Volkenbond was. Ten eerste werkt de Algemene Vergadering als internationaal forum voor problemen en conflicten. Ten tweede is de diplomatieke invloed van de VN vanaf 1945 herhaaldelijk van betekenis geweest.
2.3 Vijandbeeld in de jaren vijftig
Omdat de Sovjetunie over een atoombom naar Amerikaans ontwerp bleek te beschikken, opende de FBI de jacht op de atoomspionnen. Zij rolde al snel een heel netwerk op, en in 1953 werd het echtpaar Rosenberg op de elektrische stoel gezet. Zij hielden tot het einde hun onschuld vol, en hoewel zij zeker agenten voor Rusland waren, hebben zij geen doorslaggevende rol gespeeld voor de ontwikkeling van de sovjetatoombom.
De republikeinse senator Joseph McCarhty ontketende in 1950 een ware heksenjacht tegen communisten, die hij overal in de Amerikaanse samenleving ‘ontmaskerde’. Het McCarthyisme woedde 4 jaar door, totdat de senator het leger wilde gaan zuiveren.
KOREAANSE OORLOG
De jaren vijftig begonnen met een echte oorlog tussen Oost en West, tussen Noord- en Zuid-Korea, en hun bondgenoten. De Sovjetunie had het noorden in 1945 op Japan veroverd, de VS het zuiden. Korea werd langs de 38ste breedtegraad gedeeld. Een commissie van de VN, die toezicht zou houden op vrije verkiezingen, mocht in het noorden haar werk niet doen. In 1948 ontstonden 2 staten: een westers georiënteerd Zuid-Korea en een volksrepubliek Noord-Korea. Dat Zuid-Korea in feite helemaal niet democratisch werd geregeerd, was voor de VS geen punt. Amerika was allang blij een anticommunistisch bondgenoot te hebben.
In juni 1950 vielen Noord-Koreaanse troepen het zuiden binnen. In een razendsnel tempo veroverden ze het grootste deel ervan, inclusief de hoofdstad Seoul. Heel wat Zuid-Koreanen waren op de hand van de noorderlingen. Waarschijnlijk was de invasie een initiatief van de Noord-Koreaanse regering zelf, en geen idee van Stalin. Stalin had pas troepen ui Noord-Korea teruggetrokken, eerder dan de Amerikanen dat deden uit Zuid-Korea. Twee dagen na de aanval riepen de VN in een resolutie op tot militaire hulp aan Zuid-Korea. De Sovjetunie maakte geen gebruik van haar vetorecht vanwege de boycot.
Het conflict werd ingewikkelder doordat Chinese troepen zich erin mengden. Zij dreven het front weer terug, totdat het in het voorjaar van 1951 rond de 38ste breedtegraad bleef steken. In 1953 werd de wapenstilstand in de Koreaanse Oorlog getekend.
In 1955 mocht West-Duitsland herbewapenen en richtte Moskou een militaire alliantie tegen de NAVO op: het Warschaupact.
Amerikaanse president Eisenhower zegde militaire hulp toe tegen communistische agressie waar dan ook ter wereld. Amerika zou terugslaan met ‘massale vergelding’, dat wil zeggen kernwapens. ‘Containment’ ging over in een politiek van ‘roll back’.
In 1951 ontwikkelde de VS een waterstof bom, kort daarop gevolgd door de Sovjetunie. De volgende stap werden de raketten. In 1957 nam de Sovjetunie een technologische voorsprong op Amerika met het in de ruimte brengen van de Spoetnik, ’s werelds eerste kunstmatige satelliet.
2.4 Vreedzame coëxistentie?
In 1953 overleed Stalin. De wereld raakte een machtige en moorddadige tiran kwijt, maar het was nog onzeker wat de toekomst brengen zou. Na enkele jaren werd Nikita Chroesjtsjov de nieuwe sterke man. Chroesjtsjov pleitte voor vreedzame coëxistentie met het Westen. Chroesjtsjov op zijn beurt wekte mee aan een vredesverdrag met Oostenrijk in 1955. Het land kreeg zijn onafhankelijkheid terug in ruil voor verdere neutraliteit.
HONGARIJE EN DE SUEZ-CRISIS
In 1956 stelde Chroesjtsjov de misdaden van Stalin aan de kaak. De SU luidde de ‘destalinisatie’ in: met Stalin en zijn aanhangers werd afgerekend. Dat Chroesjtsjov zelf een trouwe stalinist was geweest, was kennelijk geen bezwaar.
In andere communistische landen rook men een kans. In Polen vond in juni een arbeidersopstand plaats. Het Poolse leger greep in, waarbij vele gewonden en doden vielen. De stalinisten in de partijtop besloten, met toestemming van Moskou, wat gematigder communisten in hun midden op te nemen. De polen gingen echter verder dan Moskou bedoeld had en de gematigde Gomulka nam in de herfst het partijleiderschap over. Het Rode Leger stond klaar om in te grijpen. Doordat Gomulka Chroesjtsjov verzekerd had dat Polen communistisch en lid van het Warschaupact zou blijven, liep het niet uit de hand.
Ook in Hongarije was het onrustig. In oktober, toen het Rode Leger in Warschau dreigde in te grijpen, gingen Hongaren massaal de straat op om hun steun aan Polen te betuigen. De gematigde communist Imre Nagy werd als premier aan gesteld. De opstand breidde zich evengoed uit, waarop Nagy besloot met de stroom mee te roeien. Hij gokte erop dat het Rode Leger ook in Hongarije terughoudend zou blijven. Hij beloofde de democratie te herstellen en te gaan praten over vertrek van sovjettroepen uit het land. Een dag later kondigde hij aan dat Hongarije uit het Warschaupact zou treden.
Ondertussen zorgde Groot-Brittannië en Frankrijk voor spektakel elders in de wereld. Groot-Brittannië en Frankrijk leek de Hongarije-crisis, waarin de SU beziggehouden werd en de Amerikanen de eenheid van het Westen niet zouden willen verstoren, een mooi moment voor ingrijpen bij het Suezkanaal. In samenwerking met Israël vielen zij Egypte aan, omdat dat land het Suezkanaal genationaliseerd had. Terwijl de kranten bol stonden van Suez viel het Rode Leger Boedapest aan. Vanuit Boedapest riep Imre Nagy het Westen om hulp te komen. De NAVO greep niet in.
Hoofdstuk 3
3.1 Naar ontspanning
In 1960 kozen de Amerikanen de energieke en relatief jonge John F. Kennedy tot
president. In de voortdurende Koude Oorlog hoopte Kennedy met zijn tegen spelers Chroesjtsjov de vreedzame coëxistentie weer vlot te kunnen trekken. Al gauw kwam de eerste vuurproef.
Vanwege het hoge aantal Oost-Duitsers dat via West-Berlijn naar het vrije Westen vluchtte, sloot Oost-Berlijn op aandrang van Chroesjtsjov in 1961 alle straten af die Oost- en West-Berlijn verbonden. West-Berlijn werd ingemetseld. Amerikaanse tanks stonden bij de muur in aanbouw klaar, maar ondernamen niets. De muur diende officieel om ‘het facisme’ af te weren, maar in feite werden alleen Oost-Duitsers verhinderd naar het Westen te gaan. Wie het toch probeerde werd neergeschoten. De Berlijnse muur is een symbool geworden voor de Koude Oorlog.
CUBA
De periode-Kennedy bracht, ondanks goede bedoelingen, een nieuw, misschien wel hét hoogtepunt in de Koude Oorlog. In 1959 zette Fidel Castro op Cuba de Amerikaanse gezinde dictator Batista af en richtte zich, onder een Amerikaans boycot, steeds meer op het communisme. In 1961 deed de CIA met Cubaanse ballingen een slecht uitgevoerde poging tot een invasie in de Varkensbaai. Castro besloot nu de SU om militaire steun te vragen. De SU gaf die graag.
Op 16 oktober 1962 legde de CIA de Amerikaanse president foto’s voor die door een U2 spionagevliegtuig waren gemaakt. Hieruit viel af te leiden dat de SU raketbases op Cuba aan het bouwen was. Kennedy besloot tot een blokkade van Cuba. Chroesjtsjov waarschuwde Kennedy dat een blokkade onacceptabel was. De hele wereld wachtte met ingehouden adem af of een ramp onafwendbaar zou blijven. Op 24 oktober 1962 kon de marine melden dat Russische schepen niet hadden geprobeerd de blokkade door te breken.
De crisis was nog niet voorbij. De CIA beschikte een dag later over nieuwe foto’s waaraan te zien zou zijn dat de raketten op Cuba binnen drie dagen gebruiksklaar konden zijn. De VS troffen voorbereidingen voor een aanval op Cuba. Na onderhandelingen via de telex beloofde Chroesjtsjov uiteindelijk de raketten te zullen terughalen. In ruil daarvoor haalden de VS hun raketten uit Turkije weg en beloofden Cuba niet te zullen aanvallen. De wereld ontsnapte op het nippertje aan een ramp.
De Cubacrisis was een hoogtepunt in de Koude Oorlog, maar tegelijkertijd de afsluiting van een tijdperk.
3.2 Onderhandelingen en ontspanning
Na de Cubacrisis werkte Kennedy aan een nieuwe strategie, die van het passende antwoord. In eerste instantie moesten conventionele wapens een grotere rol gaan spelen, indien nodig zouden tactische kernwapens moeten worden ingezet en pas in uiterste instantie zouden strategische kernwapens worden gebruikt.
In 1963 kwamen de SU en de VS overeen geen bovengrondse kernproeven meer te houden. Vijf jaar later sloten beide landen het non-proliferatieverdrag. In 1972 ondertekenden de Amerikaanse president Richard Nixon en zijn tegenspeler Leonid Brezjnev het salt-I-verdrag. Dat de supermachten streefden naar een evenwicht was nieuw.
In de jaren zeventig sleten de scherpe kantjes van het Oost-Westconflict in Europa. De onvrijheid in de Oostbloklanden bleef streng gehandhaafd, maar tussen de staten aan weerszijden van het IJzeren Gordijn groeiden de contacten. De Duitse bondskanselier Willy Brandt geloofde dat de enige weg waarop de beide helften van zijn land nader tot elkaar zouden komen via Moskou liep. In 1970 sloot hij een vredesverdrag met de SU en één met Polen. Die laatste gelegenheid werd beroemd.
3.3 Midden-Oosten
Al tijdens WO I beloofden de Engelsen aan de zionistische joden een eigen ‘thuis’ in Palestina. Na de oorlog kregen de Engelsen steeds meer problemen met hun mandaatgebied, vanwege toenemende spanningen tussen joodse immigranten en Arabische Palestijnen. De opkomst van Hitler-Duitsland, de vervolging van de joden in de SU, Duitsland en de door de Duitsers bezette gebieden versterkte de joodse immigratie. Na WO II verliet Groot-Brittannië het mandaatgebied, zonder de kwestie goed opgelost te hebben. De VN stelden een verdelingsplan op, waarbij het tot een joods en een Palestijns deel zou komen. Toen de Engelsen zich terug trokken, riep David Ben Goerion de staat Israël uit. Het was het begin van militaire en politieke conflicten tussen Arabische landen en Palestijnen enerzijds en Israël en bondgenoten anderzijds.
In 1956 ontlaadden de spanningen zich in Egypte. De Egyptische leider Nasser was een groot voorvechter van de Arabische zaak. In de aanwakkerende Koude Oorlog wilde hij zijn land, dat voorheen tot de Britse invloedssfeer werd gerekend, een onafhankelijke koers tussen Oost en West in laten varen. De VS en Groot-Brittannië probeerden Nasser onder druk te zetten door hem wapenleveranties en financiële hulp voor een grote stuwdam in de Nijl te ontzeggen als Egypte zich niet in een pro-westers bongenootschap schikte. Nasser kocht zijn wapens vervolgens in het Oostblok en hij nationaliseerde het Suezkanaal, dat in het bezit was van een Engels-Franse kanaalmaatschappij. De SU dreigde Parijs en Londen te zullen bombarderen als vergelding. Groot-Brittannië werd op pijnlijke wijze wakker geschud in een wereld waarin het geen grootmacht meer was. Zonder Amerikaanse steun viel de operatie niet alleen al in financieel opzicht niet te bolwerken. De Franse en Britse troepen trokken zich terug. In 1964 namen Palestijnen zelf hun toevlucht tot de gewapende strijd. De ‘Palestijnse bevrijdingsorganisatie’ van Yasser Arafat hanteerde vooral terreur als wapen.
LATERE OORLOGEN
In het volgende conflict, de zesdaagse oorlog van 1967, leden Egypte, Jordanië en Syrië een verpletterende nederlaag tegen Israël, dat zijn grondgebied uitbreidde met de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, de Golanhoogten, de Sinai en de Gazastrook. In 1973 trachtten Egypte en Syrië op de joodse feestdag jom kippoer met een onverhoedse aanval terug te kunnen slaan. Israël wist zich te verdedigen.
Het Westen, dat immers Israël steunde, maakte vanaf 1973 kennis met een nieuw Arabisch wapen: de olieboycot. De olierijke Arabische staten bleken door de oliekraan dicht te draaien de westerse economieën in de problemen te kunnen brengen.
VREDESPROCES
Vanaf 1977 kwam er een – zeer moeizame – ontwikkeling naar vrede in het Midden-Oosten op gang. Toen bezocht de Egyptische president Anwar Sadat Israël. Een ongehoorde gebeurtenis. Het kwam in 1979 met Amerikaanse bemiddeling tot een vredesverdrag. Sadat bereikte wat met oorlog niet mogelijk was: Egypte kreeg Sinai terug. Over het Palestijnse probleem werd niets geregeld, reden waarom Sadat door velen als een verrader van de Arabische zaak werd gezien. In 1981 kwam Sadat bij een aanslag om het leven. Na een sinds 1987 jarenlang voortdurende Palestijnse volksopstand (Intifadah) is de Israëlische regering met de Palestijnen in gesprek getreden. Het vredesakkoord werd door vele Israëli’s beschouwd als het weggeven van land voor vrede.
3.4 Oorlog in Vietnam
Na WO II kregen de Fransen in hun kolonie Indo-China te maken met een communistisch georiënteerde guerrilla die ze niet konden verslaan. In 1954 werd Vietnam, een deel van voormalig Frans Indo-China, opgedeeld langs de 17de breedtegraad. Het noorden werd communistisch. Omdat het zuiden van binnen en van buiten onder communistische druk stond, nam de Amerikaanse bemoeienis met Zuid-Vietnam toe. Volgens de dominotheorie zou zonder inmenging het ene na het andere Aziatische land communistisch kunnen worden. Eind jaren 50 ontstond in het zuiden de communistische guerrillabeweging Vietcong. In 1961 zette de regering Kennedy voor het eerst Amerikaanse soldaten in om Zuid-Vietnam te verdedigen.
In Vietnam bleek voor het eerst hoe machteloos een supermacht kon zijn tegenover een guerrillabeweging. Materieel overwicht hielp niets in een tropisch woud waar vriend en vijand, burgerbevolking en Vietcong nauwelijks van elkaar te onderscheiden waren. De vijand vocht geen open oorlog, maar opereerde – vaak letterlijk – ondergronds. Een hoop Amerikaanse soldaten sneuvelden in deze oorlog, waar maar geen einde aan kwam. Omdat de vijand zo moeilijk te vinden was, werden waar hij vermoedelijk zat ‘bommentapijten’ gelegd.
TELEVISIEOORLOG
Het Amerikaanse thuisfront begon zich tegen de als zinloos ervaren oorlog te keren. De jongere generatie wilde niet hun levens riskeren voor een ver land die kennelijk niet van Amerika hield. Bovendien nam het Amerikaanse publiek via televisie en pers kennis van de gruwelen die in Vietnam werden aangericht. Vanaf 1969 kozen de VS voor ‘vietnamisering’ van het conflict. In 1973 trokken de troepen zich terug uit Vietnam, waarna ook het zuiden communistisch werd.
VERKILLING IN DE OOST-WESTBETREKKINGEN
In 1979 viel het Rode Leger buurland Afghanistan binnen. Het moest er in een woest en bergachtig gebied tegen een hardnekkige verzetsbeweging, de mujaheddin. Nadat de Russen zich vanaf 1988 terugtrokken uit Afghanistan bleek het communistisch bewind er niet te kunnen overleven. De Russische inval op Afghanistan verstoorde de politieke ontspanning van de jaren zeventig. In hetzelfde jaar had de islamitische revolutie van Ayatollah Khomeini de pro-Amerikaanse sjah van Perzie (Iran) afgezet. De regering van Jimmy Carter probeerde Amerikaanse gijzelaars in de ambassade in Teheran met helikopters te bevrijden. Terwijl de Amerikaanse invloed in het Midden-Oosten een klap kreeg, versterkte de SU haar invloed. In 1980 verloor de democraat Carter de verkiezingen. De republikeinse ex-acteur Ronald Reagan gaf het geplaagde Amerika weer hoop. Reagan stond voor de harde lijn tegenover de SU. In 1983 lanceerde Reagan het ambitieuze bewapeningsprogramma SDI (Strategic Defense Initiative). Voor de wapenwedloop betekende SDI een flinke impuls.
3.5 Het einde van de Koude oorlog
Vanaf 1985 stak er in de Sovjetunie een andere wind op. Mikhail Gorbatsjov ontpopte zich al snel als een voorstander van Glasnost en Perestojka. (openheid en economische hervorming). Hiermee hoopte hij de vastlopende Sovjetunie weer op gang te krijgen. Door Gorbatsjov nieuwe koers kwamen Oost en West weer nader tot elkaar. In 1985 en 1986 kwam het tot ontmoetingen tussen hem en Reagan in Genève en Reykjavik. Beide leiders deden ontwapeningsvoorstellen. De sfeer was enorm veranderd en enige jaren later kwam het tot daadwerkelijke vernietiging van wapens.Gorbatsjov besloot ook tot terugtrekking van het rode leger uit Afghanistan en Oost-Europa
1989 >>> gaf Gorbatsjov aan dat de Sovjetunie niet meer in zou grijpen in de binnenlandse aangelegenheden van de Oostbloklanden. Het was de brezjnev-doctrine geweest die de communistische regimes in stand had gehouden. Het brezjnev-doctrine hield in dat communistische landen ingrepen wanneer bij een bondgenootschap het communisme bedreigd werd. Gorbatsjov wilde het communisme redden, maar veroorzaakte zijn ondergang. Hongarije, Polen, Tsjechoslowakije en Bulgarije maakten zich onder druk van de bevolking los van het communisme. Hongaren begonnen het IJzeren Gordijn op te ruimen aan de Oostenrijkse grens. Ondertussen vluchtten meer en meer Oost-Duitsers via Hongarije naar het Westen. Partijleider Honecker trad af en binnen enkele weken viel de muur.
9 november 1989 leek heel Berlijn er bovenop geklommen te zijn om te feesten.
1990 >>> sloot de DDR zich bij de Bondsrepubliek van Helmut Kohl aan.
Kerstmis 1989 viel het laatste stukje Oostblok: de Roemeense dictatuur van het echtpaar Ceausescu.
Bijna was heel 1989 het jaar van de fluwelen revolutie geworden, maar het jaar eindigde gewelddadig. In Boekarest liep de confrontatie tussen bevolking en geheime politie uit op een bloedbad. De Ceausescu’s trokken aan het kortste eind. Voor de tvcamera’s werden ze berecht en ter dood gebracht. De sovjetunie scheurde zelf ook, dat riep om onafhankelijkheid. Gorbatsjov had de sovjetunie willen behouden, maar slaagde daar niet in. Toen conservatieve communisten Gorbatsjov afzetten, dreigde een burgeroorlog. De Russische president Boris Jeltsin verzette zich.
Eind 1991 hield de supermacht op met bestaan.
Een los samenwerkingsverband, het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) kwam ervoor in de plaats. Rusland was niet meer de supermacht van vroeger.
De Koude Oorlog was afgelopen, maar de hoop dar de wereld veiliger zou worden kwam paradoxaal genoeg niet uit. De wereld is onzekerder geworden en de uitkomst van conflicten onvoorspelbaar.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.