ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4 vmbo)

Datum ingestuurd:

15 april 2001

Taal:

Woorden:

5.800

Bekeken:

16851 keer (12 deze maand)

Waardering:

3.6/5 (186 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
1 Inleiding

1.1 Historie opvang
Nederland vangt in de zestiende en zeventiende eeuw zo’n 150.000 Vlamingen en Walen en 75.000 Hugenoten op. In die periode is één op iedere veertig inwoners van Nederland vluchteling. Nu is dat één op vijfhonderd. De catastrofes in de twintigste eeuw tonen direct de oorsprong van vluchtelingen. De Eerste Wereldoorlog, de Russische Revolutie en de val van het Ottomaanse Rijk brengen aan het begin 1900 grote vluchtelingenstromen op gang. Meer dan één miljoen mensen die de Eerste Wereldoorlog ontvluchtten, vinden een plek in het neutrale Nederland.
Halverwege de twintigste eeuw vluchten miljoenen mensen ten gevolge van:
- de Tweede Wereldoorlog en het nazisme,
- kolonisatie en dekolonisatie in Afrika,
- dictatuur in Latijns Amerika,
- het Arabisch-Israëlisch conflict,
- het Sovjetbewind in Centraal Europa en
- later de oorlog in Vietnam.
Tienduizenden mensen uit Duitsland vinden onderdak in Nederland aan het einde van de jaren dertig, duizenden Hongaren zoeken in de jaren vijftig veiligheid in Nederland. Later zoeken mensen uit Vietnam, Chili en voormalig Joegoslavië hier een veilig heenkomen.
Oorlog, vervolging en intolerantie zijn zo oud als de mensheid en duren ook nu nog voort. Hoewel het overgrote deel - ongeveer 85% - van de vluchtelingen in de Derde Wereld verblijft, draagt Nederland ook zijn steentje bij.

1.2 Trefwoorden
AC Aanmeldcentrum
A-status Vluchtelingenstatus
AVO Aanvullend Opvang
AZC Asielzoekerscentrum
AZC Asielzoekerscentrum
B-document Kaart van de Ministerie van Justitie t.b.v. A-statushouder
COA Centrale Opvang Asielzoekers
C-status Vergunning tot Verblijf “humanitair”
D-document Kaart van de Ministerie van Justitie t.b.v. VtV-er
F-document Kaart MvJ t.b.v. VVtV-er
IND Immigratie- en Naturalisatiedienst
OC Opvang- en onderzoekscentrum
ROA Regeling Opvang Asielzoekers
UNHCR United Nations High Commissionaire for the Refugees
VTV Vergunning tot Verblijf
VtV Vergunning tot Verblijf
VVTV Voorwaardelijke Vergunning tot Verblijf
VVtV Voorwaardelijke vergunning tot Verblijf
VWS (Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport
W-document Identiteitskaart t.b.v. asielzoekers (groene kaart)
ZZA Zelfzorgarrangement

1.3 Bronnenvermelding:
Ik heb al mijn informatie gehaald bij; de gemeente Marum, van het Internet, van het AZC zelf en van de bewoners van Marum.

1.4 Wat zijn vluchtelingen?
Wereldwijd zijn vijftig miljoen mensen op de vlucht. Eén op iedere 120 mensen is dus vluchteling. Het aantal vluchtelingen houdt volgens de UNHCR direct verband met schendingen van mensenrechten die helaas nog in elk werelddeel voorkomen.
Bij schendingen van mensenrechten wordt vaak gedacht aan etnische zuiveringen in Centraal Afrika (Burundi, Rwanda) of dichter bij huis in voormalig Joegoslavië. Maar ook op een kleinere schaal worden groepen mensen vervolgd. Bijvoorbeeld omdat zij openlijk voor democratie eisen, christen zijn of gewoon tot een minderheidsgroep behoren. Vluchtelingen zijn mensen die uit angst voor hun leven of vrijheid veel hebben moeten opgeven. Huis, bezittingen, familie en land verruilen ze voor een onzekere toekomst in een vreemd land.
De term ‘vluchtelingen' wordt gehanteerd als verzamelnaam voor vreemdelingen met verschillende soorten statussen. Het door elkaar gebruiken van de diverse benamingen zorgt voor veel onduidelijkheid.

1.5 Asielzoekers
Dit zijn vreemdelingen die om uiteenlopende redenen hun land hebben verlaten om in een ander land asiel aan te vragen. Asiel aanvragen betekent ergens anders bescherming zoeken. Zolang zij nog in de asielprocedure zitten, die vaak jaren kan duren, zijn hun mogelijkheden voor scholing en werk erg beperkt.

1.6 Definitie begrip vluchteling
De basisregels voor de asielprocedure staan in de Vreemdelingenwet. Daarin staat ook een definitie van het begrip vluchteling, die rechtstreeks terug voert naar het Vluchtelingenverdrag, waaraan het Ministerie van Justitie de asielaanvraag toetst. Een vluchteling is iemand die uit gegronde angst voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groepering, zich buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan, of uit angst, niet wil inroepen.

2 Het Opvangmodel voor asielzoekers
2.1 Opvang
Een asielzoeker die wordt toegelaten tot de procedure gaat naar een Opvang- en onderzoekscentrum (OC) van het COA. De opvang daar richt zich op een verblijf van enkele maanden. Daarna volgt overplaatsing naar een asielzoekerscentrum (AZC) of Aanvullende Opvangaccommodatie (AVO). De opvang hier is gericht op een langer verblijf.

Ondertussen loopt de asielprocedure door. Nog steeds bestaat de mogelijkheid van een afwijzing van het asielverzoek. De asielzoeker moet terugkeren. Is de beslissing positief dan ontvangt de asielzoeker een verblijfsvergunning. Hierop volgt reguliere huisvesting in een gemeente.
De opvang staat bijna voortdurend onder hoge druk. De opvangcentra komen in de problemen als er in korte tijd veel asielaanvragen zijn. De bezetting is altijd zeer hoog. Daardoor is er weinig ruimte om grote stoom asielzoekers op te vangen. Dat betekent dat het COA in die gevallen heel snel nieuwe capaciteit - nieuwe centra dus - moet werven. Deze verwerving kost tijd. Er is overleg met onder andere gemeenten nodig; er zijn vaste procedures die gevolgd moeten worden.

2.2 Verblijfsduur
De verblijfsduur zorgt ook voor een hoge druk op de opvang. De verblijfsduur hangt samen met de doorlooptijd van de asielprocedure. Duurt het lang voordat een beslissing valt dan moet iemand lang in een centrum verblijven: hij houdt dus een plaats bezet. De invoering van de Vreemdelingenwet 2000 per 1 april 2001 moet deze gemiddelde verblijfsduur verkorten. Het streven is om een asielzoeker maximaal een jaar in de opvang te laten verblijven.

2.3 vormen van opvang
Of een asielzoeker in Nederland mag blijven, hangt af van de beslissing over het asielverzoek. De behandeling ervan is de verantwoordelijkheid van de IND. Deze beslissing wordt genomen op grond van het Vluchtelingenverdrag van Geneve. Ruim honderd landen, waaronder Nederland, hebben dit verdrag ondertekend.

2.3.1 AC
Ieder persoon die in Nederland asiel wil aanvragen wordt doorverwezen naar een van de drie aanmeldcentra (AC‘s) in Zevenaar, Rijsbergen of Schiphol. Op het AC stellen contactambtenaren van het ministerie van Justitie binnen 48 uur vast of de aanvrager toegelaten wordt tot de asielprocedure. Justitie past hier een eerste selectie toe en verzamelt gegevens van de asielzoeker zoals foto‘s, documenten en vingerafdrukken. Bovendien brengt ze de vluchtroute van de persoon in kwestie in kaart. Na deze intake‘ wordt bepaald of de asielzoeker in aanmerking komt voor de asielprocedure. Circa vijftien procent van de aanvragers wordt direct teruggestuurd. De AC‘s vallen onder verantwoordelijkheid van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

2.3.2 OC
Een asielzoeker die in het Aanmeldcentrum geen negatieve beslissing heeft ontvangen, gaat naar een opvang- en onderzoekscentrum (OC) van het COA. Daar vindt de opvang plaats en krijgt de asielzoeker een medisch onderzoek en voorlichting.

2.3.3 AZC
Asielzoekers die voorlopig in Nederland mogen blijven, gaan naar een asielzoekerscentrum (AZC) van het COA. Het COA sluit ook kortlopende contracten af met eigenaren van onder meer pensions en hotels. Dit heet de aanvullende opvang (AVO). In de AZC’s en AVO’s bereiden de asielzoekers zich voor op hun toekomst. Of deze nu in Nederland ligt of in het land van herkomst. Ze kunnen Nederlands leren en zich verdiepen in de Nederlandse maatschappij. Ook kunnen ze vrijwilligerswerk en onder bepaalde voorwaarden betaald werken.

2.3.4 ZZA
In 1998 was de opvangcapaciteit onvoldoende. Het was onmogelijk deze snel genoeg uit te breiden. Daarom zijn andere vormen van opvang ontwikkeld. Met het Zelf Zorg Arrangement mogen asielzoekers op vrijwillige basis zelf bij bijvoorbeeld bij familie of vrienden verblijven. In dat geval moeten asielzoekers zich één keer per week bij een opvangcentrum melden. Het centrum zorgt ervoor dat asielzoekers beschikbaar zijn voor de asielprocedure en informatie plus verstrekkingen ontvangen. Wanneer er medische problemen zijn, coördineert het centrum de nodige zorg.

2.3.5 COW
Ook leegstaande woningen worden gebruikt voor de opvang. Dit is de zogenoemde Centrale Opvang in Woningen (COW). Net als bij het ZZA zorgt het COA voor administratie, verstrekkingen en medische hulp.

2.4 Toelatingsmodel
Een vluchteling die Nederland binnenkomt en hier wil blijven, kan asiel aanvragen. Na goedkeuring van de aanvraag, wordt bekeken of hij/zij in Nederland mag blijven. Dit traject noem je de asielprocedure.

2.4.1 IND
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is verantwoordelijk voor deze asielprocedure. De IND bepaalt of een asielverzoek in behandeling wordt genomen. Daarna beoordeelt de IND het verzoek. Dan beslist het of een asielzoeker in Nederland mag blijven of terug moet keren naar het land van herkomst. Het COA vangt de asielzoekers op in één van zijn centra, ofwel de opvangaccommodaties. Hier wacht de asielzoeker de beslissing af.
Een asielzoeker moet zijn asielaanvraag indienen in een Aanmeldcentrum (AC). Hier bepaalt de IND binnen 48 werkuren of het de aanvraag (direct) kan afwijzen. Is dat niet het geval dan neemt de IND asielaanvraag verder in behandeling. De asielzoeker wordt in een Opvang- en Onderzoekscentrum (OC) van het COA geplaatst.

In deze fase beoordeelt de IND het asielverzoek. Ook hier geldt dat bij een negatieve beslissing de asielzoeker Nederland moet verlaten. Na enige tijd stroomt de asielzoeker door naar een Asielzoekerscentrum (AZC) van het COA. Naast opvang in AZC’s, biedt het COA in deze fase ook andere vormen van opvang.

2.4.2 Soorten statussen
2.4.2.1 A-status:
deze status is gebaseerd op de definitie van een vluchteling zoals die in het Vluchtelingenverdrag en in de Vreemdelingenwet staat. De erkende vluchteling krijgt dezelfde rechten en plichten als andere Nederlanders.

2.4.2.2 VTV of C-status:
hierbij is het element van de persoonlijke vervolging minder nadrukkelijk aangetoond en valt niet aannemelijk te maken dat er gegronde angst is voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De asielzoeker wordt toch toegelaten omdat hij zoveel heeft doorgemaakt dat terugsturen onmenselijk is. De persoon krijgt dan een Vergunning Tot Verblijf (VTV). Deze vergunning is een jaar geldig en kan vier maal voor een jaar verlengd worden. Als terugsturen dan nog steeds niet humaan is, wordt een definitieve vergunning afgegeven.

2.4.2.3 VVTV:
de Voorwaardelijke Vergunning Tot Verblijf is bedoeld voor asielzoekers van wie de overheid vindt dat zij niet teruggestuurd kunnen worden gezien de (oorlogs)situatie in het land van herkomst. Deze voorwaardelijke vergunning is tijdelijk en wordt afgegeven voor een jaar. De VVTV kan twee keer met een jaar worden verlengd. Als de situatie in het land van herkomst dan nog steeds gevaarlijk is, kan een VTV verstrekt worden.Over de criteria wanneer een land weer ”veilig” is.

2.4.2.4 AMA's
Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers (ama's) zijn vluchtelingenjongeren tot 18 jaar die zonder ouders in Nederland verblijven. Zij wonen in opvangcentra, in een pleeggezin, zelfstandig op kamers of soms met meerderen samen in zogeheten Kleine Wooneenheden.

2.4.2.5 Zza’ers
Dit zijn asielzoekers, vvtv-ers en A- en C-statushouders die zelf tijdelijk onderdak hebben gevonden bij familie, vrienden of kennissen via een zogeheten zelfzorgarrangement (zza). Deze regeling dient om de overvolle opvangcentra te ontlasten.

2.4.2.6 Cow-ers
Dit zijn asielzoekers, vvtv’ers en A- en C-statushouders die in tijdelijke woningen zijn gehuisvest via de Centrale Opvang in Woningen (COW). Ook deze regeling dient om de opvangcentra te ontlasten.

2.4.2.7 Uitgeprocedeerden
Dit zijn vreemdelingen van wie de asielaanvraag is afgewezen. Zij moeten Nederland verlaten, maar dit kan vertraging oplopen, omdat zij geen geldige reisdocumenten hebben of het land van herkomst hen niet wil terugnemen.

2.4.2.8 Illegalen
Dit zijn vreemdelingen die in Nederland verblijven zonder een geldig verblijfsdocument. De schattingen over het aantal illegalen in Nederland lopen sterk uiteen.

3 Asielzoekerscentrum Marum
3.1 Gemeente Marum:
Marum is een gemeente met een oppervlakte van 6.497 hectaren. en ongeveer 10.000 inwoners. De gemeente bestaat naast Marum uit de dorpen Boerakker, De Wilp, Jonkersvaart, Lucaswolde, Niebert, Noordwijk en Nuis.
Uniek is Marum in zijn centrale ligging; centraal in een economisch actieve driehoek Groningen-Assen-Drachten aan de autosnelweg A7, Randstad-Duitsland/Scandinavië.
Gemeentehuis in Marum.
De omgeving leent zich goed voor vele vormen van recreatie, zoals fietsen, wandelen en paardrijden. Men vindt rondom Marum diverse gebouwen met monumentale waarde. Het enige Steenhuis in de provincie Groningen staat in Niebert: het Iwema Steenhuis, genoemd naar de vroegere bewoners. Dit Steenhuis is vermoedelijk gebouwd tussen 1375 en 1400. In de schuur van het Steenhuis is een museum ingericht. Het Steenhuis staat aan één van de oudste voetpaden van Nederland. Aan dit pad staat in Nuis ook de Coendersborg, een borg gebouwd in 1813.
In Niebert treft u tevens een korenmolen aan. Deze zeskante bovenkruier met stelling gebouwd in 1899 is elke zaterdagmiddag in bedrijf en te bezichtigen.

3.2 Vluchtelingen werk:
3.2.1 Verdrag van Genevé 1951:
'De verdragsluitende Staten zullen een vluchteling zo gunstig mogelijk behandelen en in elk geval niet minder gunstig dan vreemdelingen in het algemeen onder dezelfde omstandigheden, wat betreft het verkrijgen van roerende en onroerende goederen en andere daarop betrekking hebbende rechten, alsmede huur en andere overeenkomsten betreffende roerende en onroerende goederen.'

3.2.2 Stichting vluchtelingenwerk GRONINGEN
Uit angst voor vervolging ontvluchten grote groepen mensen over de hele wereld hun vaderland. Zij worden gediscrimineerd, bedreigd, gemarteld en zijn bang om gevangen genomen te worden. Zij zijn hun leven niet zeker. Door bekrachtiging van het Vluchtelingenverdrag van Genevé (1951) en in aanvulling daarop het Protocol van New York (1967), hebben meer dan honderd en twintig landen, waaronder Nederland, zich verplicht tot de bescherming van vluchtelingen.
Het Vluchtelingenverdrag omschrijft een vluchteling als iemand 'die uit gegronde angst voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan, of uit hoofde van bovenbedoelde angst, niet wil inroepen'. Het recht op asiel geldt als een fundamenteel, onvervreemdbaar recht van ieder individu en is als zodanig ook vastgelegd in, onder andere, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (artikel 14): 'Een ieder heeft het recht in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging'.

3.2.3 Wat doet de vluchtelingenwerk GRONINGEN
Vluchtelingenwerk Groningen zet zich dagelijks in voor vluchtelingen en stelt zich ten doel haar cliënten tijdens de asielprocedure zo goed mogelijk (juridisch) te begeleiden. Dit houdt in dat zij haar contacten met de advocatuur, het Ministerie van Justitie (IND) en tal van andere instellingen gebruikt om te bewerkstelligen dat mensen die hun land zijn ontvlucht wegens gegronde angst voor vervolging, krijgen waar zij recht op hebben, namelijk een Vluchtelingenstatus of een Vergunning tot Verblijf op humanitaire gronden. Daarnaast helpt zij vluchtelingen die recht hebben op Gezinshereniging en Naturalisatie. Momenteel heeft Vluchtelingenwerk Groningen ongeveer 600 cliënten die zij tijdens de spreekuren (ma.t/m do. van 13.00 tot 16.00 uur) en d.m.v. contactpersonen juridisch begeleidt. Twintig vrijwilligers zorgen ervoor dat cliënten op vier locaties (sinds 1 juli 1998 zijn drie opvanglocaties samengevoegd tot een asielzoekerscentrum) in de stad Groningen terecht kunnen met hun vragen over de asielprocedure en aanverwante zaken.
Als cliënten uitgeprocedeerd raken, bestudeert Vluchtelingenwerk het dossier om te kijken of er geen belangrijke feiten over het hoofd gezien zijn. Zij doet dit in samenwerking met de Unit Uitgeprocedeerden van het Landelijk bureau van Vluchtelingenwerk. Als zij van mening is dat een cliënt ten onrechte uitgeprocedeerd is geraakt, probeert zij een advocaat te vinden die de zaak wil heropenen.

3.3 COA
Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).
Het COA zorgt ervoor dat iedere asielzoeker ‘bed, bad en brood’ krijgt. Zij worden zo veel mogelijk voorbereid op een zelfstandig bestaan in de Nederlandse samenleving of in hun land van herkomst.
Verder geeft het COA algemene informatie over de opvang- en asielprocedure en wijst hen de weg naar de reguliere maatschappelijke instanties en zorginstellingen.

3.4 AZC
Marum beschikt over een asielzoekerscentrum, dit wordt beheert door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).
Het AZC in de gemeente Marum is gelegen aan de rand van Marum. Het centrum heeft een capaciteit van 400 bewoners en er zullen ongeveer 30 nationaliteiten gehuisvest worden.
organisatie van het AZC

3.4.1 De AZC-organisatie
In een gemiddeld asielzoekerscentrum van ongeveer 300 bewoners, werken ongeveer 25 personeelsleden, in dienst van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Onder de eindverantwoordelijkheid van de centrumdirecteur, wordt de opvang aan asielzoekers verleend, waarbij twee werkvelden te onderscheiden zijn:
- De materiële kant van de opvang: het verstrekken van een onderdak, het zakgeld, een ziektekostenverzekering, een bed, een bankpasje, de inkomende post en telefoongesprekken enzovoort. Onder de dagelijkse leiding van de coördinator materieel zorgen drie administratief medewerkers, een technisch medewerker, een kok, een magazijnbeheerder, een werkmeester (in COA-jargon een coördinator dagstructurering), twee beveiligingsbeambten en drie schoonmakers elke dag voor een zo optimaal leefbaar asielzoekerscentrum.

- De coördinator immaterieel zorgt met zijn team van 6 groepsleiders (agogisch medewerkers Groepsopvang), twee doktersassistenten, twee verpleegkundigen en twee artsen, voor een adequate medische verzorging en een eerste aanspreekpunt bij problemen en vragen van de asielzoeker. De afdeling Groepsopvang is verantwoordelijk voor de optimale bezetting van de 282 bedden (in 1996 bijna 98%), de in-, door- en uitplaatsing van asielzoekers, de voorlichting en de taallessen, de recreatieve activiteiten (van bingo & disco tot excursies en zomerkampen), het signaleren van en het doorverwijzen bij problemen en de werving en begeleiding van vrijwilligers.

- De medische staf is verantwoordelijk voor de preventieve en curatieve medische zorg aan asielzoekers, waarbij zoveel als mogelijk van de diensten van de normale lokale instellingen en instanties (bijv. RIAGG, tandarts, ziekenhuis en apotheek) gebruik gemaakt wordt.

- De totale kosten per asielzoeker per dag (inclusief het salaris van bovenstaande medewerkers) bedroeg in 1996 fl.75,-

3.4.2 Functie AZC.
De bewoners zijn voornamelijk afkomstig uit Opvang- en onderzoekscentra ergens anders in Nederland. Zij bevinden zich in de juridische procedure in afwachting van hun asielverzoek beslissing.

AZC Marum heeft een semi-permanente status: het wordt in gebruik genomen voor de periode van vijf jaar. Het AZC maakt deel uit van de gemeente Marum.
De bewoners zijn gehuisvest in caravans waar twee gezinnen samen, een keuken, toilet, douche en woonkamer delen.

Op het terrein bevindt zich de basisschool voor de leerplichtige asielzoekers. De basisschool biedt plaats aan ongeveer 90 leerlingen.
In vier dienstengebouwen zijn de kantoren van de COA-medewerkers gehuisvest. Ook bevinden zich hier de kantoren van Vluchtelingen Werk, de
Vreemdelingendienst, De Opbouw, de Internationale Organisatie voor Migratie en de Medische Opvang Asielzoekers. In deze gebouwen zijn bovendien leslokalen, een crèche en een recreatieruimte.

Gedurende het verblijf in het AZC kunnen de bewoners deelnemen aan verschillende activiteiten zoals Nederlands, Maatschappij-orientatie en computerlessen. Bewoners kunnen in het centrum of ergens anders vrijwilligerswerk verrichten en worden gestimuleerd te participeren in de Nederlandse samenleving door bijvoorbeeld lid te worden van een sportvereniging of door gebruik te maken van externe voorzieningen zoals de bibliotheek.

3.5 Dagelijkse praktijk
De meeste asielzoekers willen zelf verantwoordelijk zijn voor hun bestaan in de opvang. Dat wil niet zeggen dat iedereen in is voor sport of taallessen. Soms willen mensen even met rust gelaten worden. De gelegenheid hebben om bij te komen en te wennen aan hun nieuwe situatie.

3.5.1 Programma
Voor de dagelijkse invulling stelt het COA een algemeen programma van activiteiten beschikbaar. Dit programma bestaat uit de volgende vier onderdelen:
- Eigen huishouding voeren in het centrum.
- Lessen op het gebied van de Nederlandse taal, maatschappij oriëntatie en inzicht in
beroepen plus de arbeidsmarkt en inzicht de eigen mogelijkheden.
- Ontspanning, bijvoorbeeld sport, lezen of handarbeid
- Vrijwilligerswerk binnen of buiten het centrum of betaald werk twaalf weken per
jaar.
Kinderen zijn leerplichtig en volgen dus gewoon onderwijs.

3.5.2 Inburgering of terugkeer
Asielzoekers die een verblijfsvergunning ontvangen, worden gehuisvest in een gemeente. Daar volgen ze een verplicht inburgeringtraject.
Een groot deel van de asielzoekers moet Nederland uiteindelijk verlaten. Het is dus verstandig daar in het programma rekening mee te houden. Omdat onzeker is welke asielzoekers blijven of teruggaan, is het belangrijk een programma aan te bieden dat hen in beide gevallen helpt en voorbereidt. Overigens mag een asielzoeker die na 10 februari 2000 een negatieve beslissing heeft ontvangen, geen Nederlandse taalles meer volgen.

3.5.3 Wonen
Het COA zorgt voor opvang van asielzoekers. Dit gebeurt onder het motto ‘sober doch humaan’. Het COA moet ervoor zorgen dat er voldoende opvangplaatsen zijn. Daarnaast moet de asielzoeker gebruik kunnen maken van voorzieningen als keuken en wasmachines. De opvangmodaliteiten zijn echter verre van luxueus.
Vaak slapen en leven asielzoekers met vier of vijf personen in één kamer. Wanneer asielzoekers worden opgevangen in een woning, geldt ook hier dat meerdere personen of gezinnen in één huis worden geplaatst.

3.5.4 Aanpassing
Verschillende nationaliteiten leven in een opvangcentrum onder één dak. Mensen met verschillende politieke, godsdienstige, culturele en andersoortige overtuigingen moeten naast en met elkaar leven. Dat is niet makkelijk en vraagt veel aanpassingsvermogen van de centrumbewoners. Het COA ziet erop toe dat de bewoners op een zo prettige mogelijke manier kunnen samenleven. Het streven is bijvoorbeeld mensen met tegenovergestelde overtuigingen niet bij elkaar te plaatsen.

3.6 Rechten & plichten
De rechten en plichten van asielzoekers in de opvang zijn onder meer in de Regeling Verstrekking Asielzoekers (Rva) aangegeven. In de Rva is onder andere geregeld hoe hoog de wekelijkse financiële toelage is die asielzoekers ontvangen. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van de gezinssituatie. De Rva bepaalt ook dat asielzoekers verzekerd zijn tegen ziektekosten.

3.6.1 Rechten
Asielzoekers kunnen daarnaast iets bijverdienen. Voor vrijwilligerswerk in het centrum geldt een vergoeding van één gulden per uur tot maximaal f 25,00 per week. Dit bedrag is overigens voor alle vrijwilligers hetzelfde. Voor vrijwilligerswerk buiten het centrum wordt met de werkgever een onkostenvergoeding afgesproken.
Onder bepaalde voorwaarden mogen asielzoekers ook betaald werk verrichten. Asielzoekers hebben ook recht op dagstructureringsactiviteiten. Leerplichtige asielzoekers genieten net als leerplichtige Nederlanders onderwijs.

3.6.2 Plichten
Asielzoekers hebben ook plichten. Natuurlijk moeten zij beschikbaar zijn voor de asielprocedure en vraagt de huisvesting met anderen om huisregels. Zo moeten bewoners van centra de eigen woonruimte onderhouden. Ook dient er gedurende bepaalde tijden rust en stilte op het centrum te zijn. Het COA gaat hierbij wel uit van de eigen verantwoordelijkheid van asielzoekers .

3.7 Vragen over Asielzoekers
Æ Waarom vluchten de mensen?
Å Vluchtelingen zijn mensen die hun land ontvluchten uit gegronde angst voor vervolging, oorlog of geweld. Redenen voor vervolging zijn vaak ras, religie, politieke overtuiging of het lidmaatschap van een bepaalde sociale groep. Daarnaast migreren mensen om economische redenen. Hierbij kun je denken aan gastarbeiders of werknemers van multinationale ondernemingen.

Æ Waar komen de meeste asielzoekers vandaan?
Å In de maand augustus 1998 kwamen de meeste nieuwe asielzoekers uit
§ Afghanistan (832),
§ Irak (614),
§ Bosnie (354),
§ Joegoslavie (346),
§ Somalië (303),
§ Soedan (165),
§ Iran (96),
§ Syrië (84),
§ Azerbajdzjan (72),
§ Turkije (67)
§ en overig (832).

Æ Zijn de asielzoekers verschillend?
Å Kleur, taal, geur en gebaar onderscheiden de ene mens van de andere. Maar de belangrijkste dingen kent iedereen: geluk, verdriet, angst en hoop. Dat maakt dat we elkaar kunnen begrijpen. Als we dat willen tenminste.

Æ Wat zijn de werkelijke cijfers van de vluchtelingenstromen?
Å 26.000.000 mensen zijn wereldwijd op de vlucht,
21.000.000 mensen worden in buurlanden opgevangen,
5.000.000 mensen trekken verder dan de directe omgeving. Een deel daarvan komt naar West-Europa,
54.070 mensen vroegen in 1998 asiel aan in Nederland,
Ongeveer de helft daarvan zal uiteindelijk voor langere tijd in ons land blijven (0,4 % van het totaal) en
1 op de 2600 vluchtelingen wereldwijd is in Nederland.

Æ wat doen de asielzoekers de hele tijd?
Å Asielzoekers mogen geen betaald werk doen. Dat betekent echter niet dat ze de hele dag zitten te niksen. Net als Nederlanders in hun eigen huis of op de camping, richten de bewoners van een asielzoekerscentrum zoveel als mogelijk zelf hun dagelijks leven in. Vanaf het moment dat zij in het AZC arriveren worden ze aangezet tot de dingen van alledag. Zoals het klaar maken van een ontbijt voor de kinderen die naar school moeten, boodschappen doen voor de avondmaaltijd, koken, het leren van de Nederlandse taal en het verrichten van vrijwilligerswerk in en om het centrum. De beeldvorming van de 'eeuwig pingpongende asielzoeker' komt dus zeker niet overeen met de werkelijkheid. Het is een dagelijks leven dat, ondanks de bijzondere omstandigheden, in veel opzichten heel gewoon is.
Asielzoekers mogen buiten het centrum geen betaald werk verrichten. Maar dat houdt hen niet tegen om aan de slag te gaan. In het centrum is altijd wel wat werk te doen. Per dag zijn zo'n twintig asielzoekers bezig met klein onderhoud en reparaties aan hun eigen kamers en aan de gemeenschappelijke ruimtes. Een verstopping hier, een schilderbeurt daar en op kamer 13 is voor de zoveelste keer geen warm water te krijgen. Drie man is elke dag bezig met prikkers het terrein te schonen van zwerfvuil, zowel aan onze kant als op het terrein van onze buren.
Allen ontvangen voor deze werkzaamheden het symbolische bedrag van f. 1,- per uur, met een maximum van f. 30,- per week. Sommigen zien dit werk als een manier om de Nederlandse samenleving iets terug te geven, de meeste zijn blij dat ze zo iets kunnen bijverdienen bovenop hun zakgeld. Allen beleven plezier aan het werk. Even zijn de problemen en de onzekerheid over de toekomst naar de achtergrond verdwenen. Voor sommige werkzaamheden is dan ook een wachtlijst.

Æ Welke taal spreken jullie met asielzoekers?
Å Met de meeste asielzoekers wordt Nederlands gesproken, maar voor sommigen en bij belangrijke gesprekken wordt er gebruik gemaakt van de zogenaamde Tolkentelefoon. De meest gebruikte andere talen zijn Engels en Frans.

Æ Waarom komen asielzoekers juist naar Nederland ?
Å Voor sommige asielzoekers heeft Nederland naam als een gastvrij, democratisch en tolerant land, voor anderen is Nederland of beter Schiphol, een toevallige landingsplaats na een turbulente vlucht uit het land van herkomst en is men er gestrand op doorreis naar Canada of de VS.

Æ Hoe lang blijven asielzoekers in een AZC?
Å De gemiddelde verblijfsduur in een AZC in het algemeen is ongeveer 18 maanden.

Æ Hoeveel mensen verblijven er in het AZC van Marum?
Å In het AZC van Marum verblijven er 400 asielzoekers.

Æ Hoeveel mensen wonen er in een caravan?
Å Dat is verschillend, maar meestal zitten er twee gezinnen in. Soms zitten daar opa en oma bij in.

Æ Hoeveel caravans zijn er in totaal?
Å In totaal staan er in het AZC 40 caravans.

Æ Wat doen de vrijwilligers voor de vluchtelingen?
Å In alle opvangcentra voor asielzoekers zijn zo'n 3000 vrijwilligers actief. Zonder hun inspanningen zou er een einde komen aan heel veel activiteiten. Er zou geen of veel minder sportbegeleiding zijn, geen bingo, taalles of naaicursus, geen tweedehands kledingwinkel of gastadres, geen vrouwengroep of kindercrèche. De centra zouden er zonder hen erg kaal uit gaan zien. Vrijwilligers kennen de weg in de stad of het dorp en kunnen dus in belangrijke mate bijdragen aan de deelname van asielzoekers in de Nederlandse samenleving. Zij vormen een brug tussen de asielzoeker en de samenleving.
Het werken met asielzoekers is moeilijk, maar ook dankbaar werk, wat veel voldoening kan opleveren. Je leert sommige asielzoekers echt kennen, je kan je beter verplaatsen in hun problemen en het is prettig om met asielzoekers samen te werken.
Door hierover in de familie- en kennissenkring te vertellen, krijgen die ook eens andere verhalen over asielzoekers te horen.
Op die manier zijn vrijwilligers dus eigenlijk de ambassadeurs van een opvangcentrum

Æ Hoe zit het met een verblijfsvergunning, krijgen ze allemaal een, zijn er ook uitzonderingen?
Å Er zijn altijd uitzonderingen, bijvoorbeeld als ze niet kunnen “bewijzen” dat hun leven in gevaar is in eigen land.


Æ Welke statussen zijn er ?
Å Een A-status is een status waarvoor geldt dat een vreemdeling volgens de vreemdelingenwet is erkend als vluchteling en dus voor in principe onbepaalde duur in Nederland mag blijven.
Een C-status (ook wel VTV genoemd) is een status waarvoor geldt dat een vreemdeling in Nederland mag blijven om humanitaire redenen (men is niet erkend als vluchteling) en deze status moet per jaar verlengd worden.
Een VVTV-status is een status waarvoor geldt dat een vreemdeling tijdelijk in Nederland mag verblijven en terug moet naar zijn/haar land op het moment dat de situatie aldaar dit toelaat, mits hij/zij minder dan drie jaar een VVTV heeft gehad.

Æ Welke faciliteiten zitten er in zo’ n caravan?
Å In een caravan delen de bewoners samen een keuken, toilet, douche en woonkamer.

Æ Wat is er allemaal op het AZC zelf? (zoals onderwijs/ activiteiten)?
Å Op het terrein bevindt zich de basisschool voor de leerplichtige asielzoekers. De basisschool biedt plaats aan ongeveer 90 leerlingen. Voortgezet onderwijs wordt gevolgd op het Nienoord College (internationale schakelklas) te Leek.

Æ Waarom werd er een AZC in Marum gezet?
Å Het moest van de regering, de gemeente Marum ging er mee akkoord. Vanwege de vergoedingen die daar bij hoorden. Bijvoorbeeld het asfalteren van de wegen. De gemeente kreeg daardoor ook meer inkomsten.

Æ Wanneer kwamen de eerste mensen hier?
Å In April 2000 kwamen de eerste mensen in het AZC van Marum.

Æ Hoe reizen ze hierheen/ welk vervoersmiddel?
Å Op alle mogelijke manieren; vliegtuig, auto, bus, boot of een combinatie van deze vervoersmiddelen.

Æ Hoe gaat het verder met de asielzoekers wanneer ze uit het AZC gaan, hoe komen ze aan een woning?
Å Ze krijgen een ROA-woning. Dat regelt het COA. Het COA huurt woningen voor de asielzoekers en die woningen worden gemobiliseerd met vaak tweede hands spullen. Het huis bevat het meest noodzakelijke spullen (geen telefoon). De huur wordt door COA betaalt samen met de rekeningen van gas, elektriciteit en verzekeringen. De asielzoekers krijgen maandelijks f.450,= zakgeld voor eten en drinken per persoon.

Æ Wat gebeurt als de asielzoeker verblijfsvergunning krijgt?
Å Wanneer een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, noemen we hem een statushouder. Hij hoeft niet langer in de centrale opvang te blijven, maar kan zelfstandig gaan wonen. Iedere gemeente in Nederland moet jaarlijks een bepaald percentage van de woningen voor statushouders reserveren. Het kan echter enige tijd duren voordat een statushouder kan verhuizen naar een gemeentewoning.

Æ Wordt er nog contact gehouden na het verlaten van het AZC?
Å Nadat ze het AZC verlaten wordt er geen contact gehouden met de asielzoekers.

4 Een vluchteling
4.1 Irak
Irak is bijna twaalf keer groter dan Nederland en telt ongeveer 19 miljoen inwoners. Bagdad is de hoofdstad met ruim 5 miljoen inwoners. Irak ligt in het Midden-Oosten en wordt omringd door Turkije, Iran, Kuwait, Saudie-Arabië, Jordanië en Syrië. In het zuiden is er een korte kustlijn aan de Perzische Golf.
Jaarlijks vluchten er veel mensen uit Irak. Dit komt met name door de oorlogen en de slechte mensenrechtensituatie. Er wordt gemarteld, de vrijheid van meningsuiting is beperkt, er is geen gelijke toegang tot voorzieningen en veel mensen worden bedreigd met de doodstraf. De afgelopen jaren is een groot aantal Koerden uit het noorden van Irak vervolgd en gedeporteerd naar andere delen van het land vanwege hun politieke overtuigingen.

De sjiieten in het zuiden van Irak werden tijdens de oorlog tegen Iran vaak de grens naar het buurland overgezet. Na de opstanden in 1991 zijn veel mensen gevlucht naar omringende landen en naar de moeilijk begaanbare moerasgebieden in het zuiden van Irak. Nu worden deze drooggelegd en vinden er regelmatig beschietingen plaats. Ook zijn velen naar Europa gevlucht.
In Nederland kregen tot 1996 4.393 Iraki’s een A-status in Nederland.

4.2 Koerden
Op het grensgebied van Turkije, Syrië, Irak en Iran leven ca 30 miljoen Koerden in een uiterst bergachtig gebied. In dit gebied bestaat al eeuwen een verlangen tot onafhankelijkheid. Tot op de dag van vandaag is dat niet gerealiseerd, ondanks al het gewapend verzet en talrijke beloften.
Koerdistan: uitgestrekt bergachtig gebied van ruim 500.000 km² tussen de Taurus in Zuid-Turkije en de Zagros in Wes-Iran. De hoogste berg is de Ararat (5156 m) waar de ark van Noach na de zondvloed zou zijn vastgelopen.
V óór de coup in 1980 in Turkje werd het Koerdisch beschouwd als een van de naamloze talen die door de Turkse wet verboden waren. Het gebruik van het Koerdisch was absoluut verboden in alle overheidsinstellingen, waaronder scholen en gerechtshoven. Toch probeerden intellectuele Koerden halverwege de jaren 60 en 70 Koerdische kranten op te richten. Geen van de publicaties hield het langer dan een paar nummer uit omdat de landsadvocaten telkens weer iets vonden om de kranten te verbieden.
Halverwege de jaren 80 vond er een enorme migratie van Koerden plaats uit gebieden waar zij traditioneel verbleven. Ze zochten hun heil in de West Turkse steden waar het Koerdische besef onder hen steeds sterker werd. De Koerdische identiteit krachtig stand werd gehouden... Door deze opstelling groeide onder de autochtone Turkse bevolking de weerzin tegen alles wat Koerdisch was.

4.3 Het verhaal van een ex-asielzoeker uit Koerdistan/ Irak
Een Koerdische vrouw uit het noorden van Irak vertelt haar verhaal.
Mevrouw K.:
Ik ben geboren en getogen in een stad uit het zuiden van Koerdistan (Noorden van Irak), in 1979 heb ik het Bsc diploma in elektrotechniek behaald bij de technische universiteit in Koerdistan. Ik ben nog twee jaar bij de universiteit blijven werken.
In 1982 werd Saddam Husein boos op de activiteiten van onze universiteit en heeft het verplaatst naar een andere stad. Ik ging niet mee omdat ik intussen getrouwd en in verwachting was van mijn oudste dochter.
ik ben ergens anders gaan werken. Een jaar daarna heb ik nog een zoon gekregen. Mijn man werd ontslagen van zijn baan vanwege zijn politieke meningen en zijn steun voor de Koerdische verzet tegen de regime in Bagdad. Dan werkte ik alleen. We hadden geen financiële problemen. Hij was werkeloos en altijd thuis. Daar bleef het niet bij, maar onze leven allemaal kwam in gevaar want ze lieten niet met rust.

22 juni 1986 moesten we huis en haard verlaten met twee peuters. we gingen eerst te paard naar Iran. We bleven daar wachten op het einde van Saddam’s regime om terug te keren naar ons huis en familie, maar dat einde kwam nooit. In Iran zag ik er geen toekomst voor mijn dochter en ik in sluiers. Dus gingen we naar Libië, hopend op een goede baan en een toekomst voor onze kinderen.
in Libië heb ik onder zeer slechte omstandigheden gewerkt, het was een kwestie van overleven.
Uiteindelijk was de maat vol toen ik ontslagen werd omdat men ontdekte dat ik niet moslims was. En mijn zes jarige dochter werd op school geslagen en gepest door de leerkracht omdat ze niet moslims was en haar Arabische uitspraak niet goed genoeg was.
v Op 31 december 1989 kwamen we op Schiphol aan. Het was een hele mooie oudejaaravond. Mijn kinderen waren verrukt van de mooie kerstbomen en de vele kerstmannen. waarom Nederland? Ik weet het niet. Het was niet bewust gekozen. Maar we hebben er geen spijt van.
v Na twee dagen op Schiphol (vanwege de vrije feestdagen), kregen we een lange verhoor op Schiphol. Daarna kregen we trein en bus kaarten om naar de AZC van Luttelgeest te gaan omdat het OC vul was.
v In Luttelgeest zijn we 10 weken gebleven in een bungalow die bestond uit: één slaapkamer, badkamer en de woonkamer. We mochten niet koken in de bungalow. Het eten, thee en koffie werd in de restaurant van de bungalowpark verzorgd.
Daar kregen we ook informatie over Nederland in het algemeen, Nederlandse lessen, juridische informatie, medische inentingen en onderzoeken in een ziekenhuis in Lelystad en werden we met vrijwilligers naar het centrum van het dorp gebracht. Men liet ons de winkels zien en ons informatie gaf over de aard van sommige winkels.
v We kregen een groene kaart die wekelijks gestempeld moest worden bij de politie.
v Op de Koerdische nieuwjaarsdag (21 maart 1990) werden we verplaatst naar de gemeente Leek. Daar kregen we van Het COA een ROA-woning,
v Alles was geregeld voor ons: gemobiliseerde woning, bankrekening, school voor de kinderen en Nederlandse lessen voor de volwassenen.
v Na ongeveer twee jaar kregen we de A-status.
v In 1996 zijn we genaturaliseerd.
v Eenmaal in Nederland begon het harde werken: alles vanaf het NULL beginnen alsof je nooit een opleiding hebt gehad. Maar het is ons gelukt.

5 Conclusie
Het leven van een vluchteling gaat niet over rozengeur en maneschijn. Je verlaat je familie, je vrienden en je vertrouwde omgeving.
Het COA samen met het vluchtelingenwerk helpen die mensen om weer op hun eigen benen te kunnen staan.
Het leven in een OC of een AZC is verre van ideaal, maar voor een tijdelijke leven is het vul te houden, maar het mag niet te lang duren, want twee families met kinderen in één huis is niet echt leuk. Het wordt soms te veel voor die mensen die naast heimwee naar hun familie en land om nog een keer onder zulke omstandigheden in onzekerheid te leven.
Het COA probeert de asielzoekers in redelijke woningen te plaatsen. Maar de gemeentes werken niet mee, daarom dwingt COA soms die gemeenten om asielzoekers aan te nemen, zoals het geval van gemeente Marum. Het COA doet haar best om de gemeenten te helpen met subsidies.
Maar de mensen in de omgeving moeten ook ingelicht worden over asielzoekers en hun land van herkomst. Niet alleen over de politiek van die landen.
De asielzoekers die in Europa aankomen zijn niet arm geweest. Sommigen betalen al hun bezittingen om in veiligheid te komen. Dus die asielzoekers zijn geen dieven of criminelen zoals sommigen dat willen beweren.
Als je een jong mens voor een te lange periode onder druk zet, zonder keuzes en zekerheid dan creëer je een “misdadiger” van hem. Ze mogen niet werken, niet naar school gaan, wat moeten ze doen? Ze hebben geld nodig en ze vervelen zich.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.