Geschreven door: | anoniem (5 havo) |
Datum ingestuurd: | 16 februari 2003 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.100 |
Bekeken: | 10935 keer (14 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Hoofdstuk 1: De invoering van de euro.Voordat de euro in ons leven kwam ging hier veel aan voor af. Het belangrijkste wat hier aan vooraf ging is volgens ons het ontstaan van de tegenwoordige Europese Unie. We zullen nu dus eerst even een korte uitleg geven hoe de Europese Unie is ontstaan.
§1 de EU.Voor de EG, de vorige naam van de EU, hadden de landen in Europa zo goed als niets met elkaar te maken . Lang geleden werden de landen van elkaar gescheiden gehouden door natuurlijke grenzen. Later werden dat vaak ook politieke grenzen wat nu nog steeds het geval is.
Robert Schuman was geboren aan de Frans- Duitse grens. Hij had de verschrikkelijke gevolgen van de twee Europese oorlogen meegemaakt. Schuman vond : grenzen zijn niet goed, zeker niet als ze er toe bijdragen dat mensen met elkaar in oorlog kunnen komen. Hij dacht veel na over dit probleem.
Op negen mei 1950 kwam hij met het voorstel om in West- Europa nauw te gaan samenwerken. Er waren toen zes landen die zich bij dit voorstel aansloten. Dit waren: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië. Ze werkten samen op het gebied van kolen en staal. Deze gemeenschap heette de EGKS oftewel de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. In 1957 werd de naam veranderd. Deze keer koos men voor de naam EEG. Dit is de afkorting van Europese Economische Gemeenschap. Later had men het over de EG, omdat het niet alleen meer om economische zaken ging. In 1973 besloten nog drie landen mee te doen aan de EG. Dat waren: Groot- Brittannië, Denemarken en Ierland. In 1981 trad ook Griekenland tot de EG toe. En in 1986 volgden Spanje en Portugal zijn voorbeeld. Tot slot zijn in 1995 Finland, Zweden en Oostenrijk tot de Unie toegetreden. De naam EG is inmiddels alweer veranderd. Het heet nu de Europese Unie, oftewel de EU. Alle landen die lid zijn van de EU heten lidstaten. Het is wel duidelijk dat er steeds meer eenwording is in Europa. Er zijn nu ook veel Oost-Europese landen die toe willen treden tot de EU. Een aantal hiervan is: Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Slovakije, Polen, Slovenië en Turkije.
§2 de EMU. Een ander punt wat voor het ontstaan voor de Euro belangrijk is, is het ontstaan van de EMU. EMU staat voor Economische en Monetaire Unie. Op 1 januari 1999 ging de EMU van start. Dat hebben de landen van de EU in 1991 in Maastricht besloten. Toen werden de onderlinge wisselkoersen aan elkaar gekoppeld. De wisselkoersen waren:
Duitsland DEM 1,95583
Ierland IEP 0,787564
Nederland NLG 2,20371
Griekenland GRD 340,750
Finland FIM 5,94573
Luxemburg LUF 40,3399
Oostenrijk ATS 13,7603
Frankrijk FRF 6,55957
België BEF 40,3399
Italië ITL 1936,27
Portugal PTE 200,482
Spanje ESP 166,386
Er zijn vier criteria, waaraan een land moet voldoen om mee te doen aan de EMU. Dat zijn:
1. Een lage inflatie. Dat betekent dat de stijging van de prijs van het Cpi niet hoger mag zijn dan 1,5 procentpunt, boven de inflatie van de drie EU landen met de laagste inflatie.
2. Een lage rente. De rente op langlopende staatsobligaties mag niet hoger zijn dan 2 procentpunten boven de rente van de drie EU landen met de laagste rente.
3. Degelijke overheidsfinanciën. Het begrotingstekort moet lager zijn dan 3 procent van het nationale inkomen. Of het moet aan het dalen zijn, en dus al bijna de 3 procent hebben berijkt. Of de overschrijding is van korte duur. De overheidsschuld moet ook lager zijn dan 60 procent van het nationale inkomen. Of de schuld moet in een voldoende tempo een duidelijkle daling tonen in de richting van de 60%.
4. Een stabiele wisselkoers. Volgens het verdrag moet de wisselkoers twee jaar lang zonder dat het geld minder waard word binnen de normale marges van het wisselkoersmechanisme van de EU-landen zijn gebleven en moet een land lid zijn geweest zijn van dit mechanisme.
Naast al deze vier dingen moet een land op tijd zijn Centrale-Bankwetgeving hebben aangepast.
Niet alle landen van de EU hebben aan de EMU deelgenomen. Een belangrijk land als Engeland heeft hier bijvoorbeeld niet aan meegedaan. De landen die hier wel aan meegedaan hebben zijn de landen die nu de Euro hebben en deze zijn Duitsland, Ierland, Nederland, Griekenland, Frankrijk, Luxemburg, Oostenrijk, Finland, België, Italië, Portugal en Spanje (Ding Flof Bips) ook namen de deelstaten Monaco, San Marino en Vaticaanstad deel.
§3 Het Euro tekenHet symbool voor de euro bestaat uit een Griekse epsilon met een extra horizontaal streepje in het midden: €.
Het eurosymbool werd op 12 december 1996 door de Europese Commissie gepresenteerd.
§4 belangrijke Euro data
1998 – De Europese Centrale Bank (ECB) werd opgericht. Deze bank staat in Frankfurt. De ECB regelt het vervaardigen van bankbiljetten en munten en pleegt overleg met de centrale banken in de lidstaten. Alles moet goed georganiseert worden om het vertrouwen van de burgers in de euro te vergroten
1999, 1 januari - De omrekeningskoersen van de valuta's van de dan aan de EMU deelnemende landen werden vastgesteld.
1999, vanaf 1 januari - De transacties en geldwisselingen werden tussen de Europese Centrale Bank en de Nationale Centrale Banken verandert in euro's. Voor de handelsbanken is de euro vanaf 1 januari 1999 al wettig betaalmiddel, maar de burgers kunnen er nog niet mee betalen.
1999, vanaf 1 januari - Vanaf dit jaar kwamen de staatsleningen in euro's.
Sinds 28 januari 2002 is de gulden geen wettig betaalmiddel meer. U kunt er dus niet meer mee betalen. Heeft u toch nog ergens guldens gevonden? De volgende data zijn belangrijk:
1 januari 2003
Komt u nog guldenmunten of guldenbankbiljetten tegen, dan kunt u ze nog tot 1 januari 2003 op uw eigen rekening storten. Hier kunnen echter kosten aan verbonden zijn.
1 januari 2007
Tot 1 januari 2007 kunt u guldenmunten bij kantoren van de Nederlandsche Bank (open: 9-12 uur) omwisselen voor euro's. U moet na 1 januari 2003 wel kunnen uitleggen waarom u de munten niet eerder kon omwisselen. Ook moet u een legitimatiebewijs tonen. U kunt maximaal 1000 munten per transactie inwisselen.
1 januari 2032
Tot 1 januari 2032 kunt u guldenbankbiljetten omwisselen tegen euro's bij kantoren van de Nederlandsche Bank (open: 9-12 uur). U moet na 1 januari 2003 wel kunnen uitleggen waarom u de bankbiljetten niet eerder kon omwisselen. Ook moet u een legitimatiebewijs tonen.
§5 Geldigheid van...In deze paragraaf geven we de geldigheid van bepaalde dingen wat met waarden in Guldens en Euro’s te maken heeft.
1 postzegelsHebt u nog postzegels met een waardeaanduiding in guldens? Gooi ze niet weg. Alle postzegels die vanaf 1977 zijn uitgegeven blijven voor onbepaalde tijd geldig, of er nu guldens of euro's op staan of beide. U kunt postzegels niet inwisselen voor geld. U mag guldenpostzegels en europostzegels samen op één brief gebruiken, mits u het juiste tarief plakt.
2 strippenkaartenNet als voorheen blijven strippenkaarten, ook nu de euro er is, geldig tot en met twaalf maanden na de laatste tariefwijziging. Vanaf 1 januari 2003 zijn strippenkaarten in guldens niet meer geldig. U kunt ze ook niet inwisselen voor geld.
3 waardebonnen
De meeste cadeaubonnen (bijvoorbeeld de Nationale Bioscoopbon, de Boekenbon, de Nationale Platen- & CD-bon®, de Theater & Concertbon, de VVV Geschenkbon en de Nationale Slijtersbon) waar nog een bedrag in guldens op staat, blijven gewoon geldig. Het guldenbedrag wordt omgerekend naar euro's volgens de officiële koers van 1 euro = 2,20371 gulden. Omdat elke uitgever van een cadeaubon zijn eigen beleid mag voeren, kunnen er ten aanzien van de geldigheidsduur cadeaubonnen zijn waarvoor andere regels gelden.
4 polissen Per 1 januari 2002 zijn verzekeringspolissen, lijfrentes, hypotheekaktes en alle andere financiële contracten omgezet in euro's. Zelfs als op de polis van een verzekering of op een ander contract nog een bedrag in guldens staat, dan moet dat sinds 1 januari 2002 worden gelezen als euro's, omgerekend tegen de officiële koers van 1 euro = 2,20371 gulden. Dit is wettelijk geregeld. Het is dus niet noodzakelijk dat u nieuwe polissen of contracten ontvangt.
Bij wet is ook bepaald dat alleen de bedragen zijn omgerekend, verder is er niets veranderd aan de contractvoorwaarden of percentages.
5 girale betalingenAlle girale betalingen gaan sinds 1 januari 2002 in euro's. U krijgt alle bank- en giroafschriften in euro's.
Hebt u nog oude rekeningen in guldens liggen, betaal deze dan ook in euro's. U hebt daarvoor euro-overschrijvingsformulieren van uw bank ontvangen. Op rekeningen die eind 2001 zijn verzonden, staat het te betalen bedrag meestal zowel in guldens als in euro's vermeld. U kunt ook zelf omrekenen volgens de officiële koers (deel het guldenbedrag door 2,20371).
Papieren betaalopdrachten in guldens worden door de banken nog tot 1 april 2002 verwerkt. Het elektronisch bankieren gaat sinds 1 januari 2002 volledig in euro's.
Acceptgiro's waarop bedragen in guldens staan, herkent u aan de kleur. Ze zijn lichtblauw. Op deze acceptgiro's kunt u géén eurobedragen invullen. Hebt u nog lichtblauwe gulden-acceptgiro's liggen, stuur ze dan zo snel mogelijk in. Ze worden nog tot 1 april 2002 door de bank verwerkt.
Op acceptgiro's die lichtgeel van kleur zijn, kunt u uitsluitend bedragen in euro's invullen. Deze nieuwe euro-acceptgiro's worden sinds december 2001 door de banken verwerkt.
§6 omrekenenMisschien wilt u af en toe nog even weten wat een product in guldens zou kosten. De euro is precies 2,20371 gulden waard. Wilt u van euro's terugrekenen naar guldens, dan vermenigvuldigt u met 2,20371. Een vereenvoudigde, maar iets minder nauwkeurige methode is:
· Vermenigvuldig het eurobedrag met 2 ( bijvoorbeeld €2 x 2 = 4)
· Neem tien procent van de uitkomst (10% x 4 = 0,40)
· Tel de tien procent op bij de uitkomst (4 + 0,40 = 4,40)
De uitkomst van deze vereenvoudigde methode is ƒ 4,40. Dit klopt niet helemaal, want volgens de officiële koers is € 2,- = fl.4,40742. Maar u hebt nu wel een idee van de prijs in guldens.
Wie guldenbedragen omrekent volgens de wettelijk voorgeschreven methode, met de volledige koers van 2,20371, komt uit op een getal in euro's met een heleboel cijfers achter de komma. Eindbedragen (de uitkomst van een berekening) moeten worden afgerond op eurocenten, dat is twee cijfers achter de komma.
afronden
Is het derde cijfer achter de komma een 5 of hoger, dan wordt het tweede cijfer achter de komma naar boven afgerond.
€ 6,8067032 wordt dus € 6,81.
Is het derde cijfer achter de komma een 4 of lager, dan blijft het tweede cijfer achter de komma gelijk.
€ 37,46307 wordt dus € 37,46.
Handige tip
Een bedrag van euro naar gulden: vermenigvuldig met twee en tel daar 10% bij op.
Een bedrag van guldens naar euro: deel door twee en trek daar 10% af.
Let op: voor de officiële omrekenwijze moet u de officiële omrekenregels hanteren.
Hoofdstuk 2: kenmerken Euro.
De biljetten en de munten van de Euro hebben bepaalde echtheids kenmerken. In dit hoofdstuk zullen we u de echtheids kenmerken uitleggen van de Euro.
§1 Euro biljetten.Er zijn in totaal 7 Eurobiljetten. Al deze Biljetten zijn in alle Eurolanden geldig. Er zijn geen verschillende kenmerken in biljetten wat aan het land gerelateerd is (in tegenstelling tot de munten). De echtheidskenmerken kun je dus overal op dezelfde manier controleren. De Eurobiljetten zijn zeer goed beveiligd tegen namaak. Ze zijn zelfs op meer punten beveiligd dan de Amerikaanse Dollar. Een combinatie van uniek papier, gemaakt uit katoen vezels, en een voelbaar relief op sommige delen maakt de biljetten voor iedereen duidelijk herkenbaar. Er zijn echter nog meer kenmerken en die zullen we in deze paragraaf voor u ophelderen.
1 het formaat.Waarde Kleur Lengte (mm) Breedte (mm)
€ 5 grijs 120 62
€ 10 rood 127 67
€ 20 blauw 133 72
€ 50 oranje 140 77
€ 100 groen 147 82
€ 200 geel 153 82
€ 500 paars 160 82
2 biljetten tracerenOp de biljetten kun je zien in welk land het biljet gedrukt is. U moet hiervoor kijken naar het serienummer. Elke nationale Centrale Bank heeft een letter toegewezen gekregen die aan het serienummer voorafgaat. (zie tabel)
NCB Codeletter
DuitslandIerlandGriekenlandNederlandFrankrijkLuxemburgOostenrijkFinlandBelgiëItaliëPortugalSpanje XTYPU*NLZSMV
3 watermerk
Hou je een eurobankbiljet tegen het licht, dan wordt het watermerk zichtbaar. Dit watermerk laat zowel een afbeelding zien als de waarde van het biljet in cijfers. Dit geldt voor alle biljetten.
4 veiligheidsdraadIn het papier van elk eurobiljet zit een donkere verticale draad. Wanneer je het biljet tegen het licht houd, zie je deze draad aan de linker kant van de voorzijde van het bankbiljet. Wederom geld dit voor alle biljetten.
5 baanvormig folie met hologramHou je het bankbiljet schuin dan zie je het Euro symbool en de waarde van het bankbiljet in een glanzende hologrambaan aan de voorkant. Dit geld alleen voor de biljetten met de waarde van 5, 10 en 20 Euro.
6 Iriserende baanBeweeg je het bankbiljet in het licht heen en weer dan zie je op de achterkant een glanzende regenboogachtige vaan die van kleur verandert. Het eurosymbool en de waarde van het biljet zijn dan zichtbaar. Wederom geld dit alleen voor de biljetten die de waarde hebben van 5, 10 en 20 Euro.
7 zegelvormig folie met hologramHou je het biljet schuin, dan zie je een afbeelding en de waarde van het bankbiljet in cijfers in een zegelvormig hologram, rechts aan de voorkant. Dit geldt alleen voor de biljetten die luisteren naar de waarde van 50, 100, 200 en 500 Euro.
8 Optisch variabele inktBeweeg je het bankbiljet in het licht heen en weer, dan zie je rechtsonder aan de achterkant dat de kleur van de waardecijfers verandert van paars naar olijfgroen of bruin. De kleurverandering komt door een speciale inkt en is afhankelijk van de lichtval. Wederom geldt dit alleen voor de biljetten die luisteren naar de waarde van 50, 100, 200 en 500 Euro.
§2 de Euro munten.De euromunten uit de twaalf landen die de euro hebben ingevoerd, zijn aan de achterzijde (de Europese zijde) overal hetzelfde. Er staat een afbeelding van Europa op en de waarde van de munt in cijfers.
De voorzijde van de euromunten (de nationale zijde) is in elk euroland anders. In de bijlage kunt u de nationale zijden van de Euro munten zien.
Maar ook al zijn ze verschillend, de euromunten uit alle landen zijn geldig in het gehele eurogebied. Ze passen in alle automaten die zijn omgebouwd voor acceptatie van euro's. In Nederland zal je ook euromunten uit andere landen tegenkomen. Misschien heb je al Duitse of Belgische euromunten in jouw portemonnee (of munten uit een van de andere eurolanden). Daarmee kan je gewoon overal in Nederland betalen. Andersom ook: Je kan met Nederlandse euromunten in elk ander euroland betalen. Er zijn in totaal 15 verschillende achterkanten van de munten. Dit zijn de europese zijden van de euromunten.
De Euromunten zijn minder goed beveiligd dan de Eurobiljetten, omdat munten minder fraude gevoelig zijn. Het kost waarschijnlijk meer om een munt te maken dan dat de munt waard is.
Veel mensen vinden de 1 en de 2 Eurocent munten overbodig, ze vinden dat deze verbannen zouden moeten worden.
Hoofdstuk 3: wisselkoersen en inflatie
Door de Euro zijn volgens veel Euro critici de prijzen behoorlijk gestegen. In dit hoofdstuk zullen we ingaan wat de Euro te maken heeft met de inflatie. We zullen eerst een globale uitleg geven over het hoe en wat van de wisselkoersen en de inflatie. Dan zullen we deze theorie toepassen op de cijfers van de inflatie van het CBS. We zullen dus de oorzaak en het gevolg verklaren van de cijfers.
§1 tot standkoming wisselkoersenin deze paragraaf gaan we nader in op de tot stand koming van de wisselkoersen
1 wat is de wisselkoersOnder de wisselkoers verstaan we de waarde van een munt, uitgedrukt in een andere munt. De Euro is de laatste paar weken flink in waarde gestegen op de valutamarkt, nu is de Euro zelfs meer dan een Amerikaans Dollar waard. Dit heeft zo zijn voordeel:
- De Eurolanden kunnen goedkoper buitenlandse valuta kopen waardoor de producten goedkoper te importeren zijn.
Maar er elk voordeel heeft ook zo zijn nadeel;
- Door de stijging van de koers van de Euro, wordt het voor niet Euro landen duurder om onze valuta in te kopen, dit is dus slecht voor onze concurentie positie, waardoor dus onze export terug zal lopen.
Hieronder staat een tabel van de wisselkoersen van de euro van 6 februari 2003.
1 euro =x x= 1 euro
American Dollar 1.0842 0.922339
Australian Dollar 1.837 0.544365
Botswana Pula 5.78086 0.172985
Brazilian Real 3.87493 0.258069
British Pound 0.658888 1.51771
Canadian Dollar 1.64744 0.607002
Chinese Yuan 8.97718 0.111394
Danish Krone 7.44303 0.134354
Hong Kong Dollar 8.45644 0.118253
Hungarian Forint 243.5 0.00410677
Indian Rupee 51.7922 0.0193079
Japanese Yen 129.865 0.00770028
Malaysian Ringgit 4.11996 0.242721
Mexican Peso 11.7798 0.0848908
New Zealand Dollar 1.97594 0.506087
Norwegian Kroner 7.55145 0.132425
Singapore Dollar 1.88922 0.529319
South African Rand 9.09644 0.109933
South Korean Won 1273.18 0.000785437
Sri Lanka Rupee 105.037 0.00952043
Swedish Krona 9.25365 0.108065
Swiss Franc 1.46801 0.681196
Taiwan Dollar 37.6651 0.0265498
2 appreciatie en depreciatieDe hoogte van de wisselkoers wordt bepaald door vraag en aanbod van valuta. Wanneer de vraag naar euro op de valutamarkt stijgt, zal de wisselkoers van de euro stijgen. Een stijging van de wisselkoers kan veroorzaakt worden door een daling van het aanbod. Zo’n stijging van de wisselkoers als gevolg van veranderingen in vraag en aanbod heet appreciatie. Wanneer de vraag naar euro op de valutamarkt daalt, of het aanbod van euro stijgt, zal de wisselkoers van de euro dalen. Zo’n daling van de wisselkoers heet een depreciatie.
3 wisselkoersen en import/exportDoor appreciatie van de Euro zullen producten voor niet Eurolanden duurder worden, dit heeft nadelige gevolgen voor onze export. Wat uiteindelijk weer nadelige gevolgen heeft voor de werkgelegenheid. Een voordeel van appreciatie is dat de import voor ons goedkoper wordt, wat dus een voordeel is voor de consument.
Door depreciatie van de Euro zullen producten voor niet Eurolanden goedkoper worden, dit heeft positieve effecten voor de werkgelegenheid in de Eurozone. Een nadeel van depreciatie is dat de import voor ons duurder wordt, wat ook wel een geimporteerde inflatie genoemd wordt.
4 gevolgen import/export op wisselkoersenAls door een appreciatie de export daalt dan zal de vraag naar de munt dalen, het gevolg hiervan is dat de wisselkoers dus ook weer daalt. Als door een depreciatie export toeneemt dan zal de vraag naar de munt toenemen waardoor de waarde van de munt weer zal stijgen.
5 sterke muntLanden met een sterke munt (munt waar weinig onverwachte koersschommelingen in zijn) hebben vaak een stabiel inflatiecijfer. Dit heeft zo zijn voordelen op de exportmarkt. Door weinig schommelingen in de koers zijn de nadelige gevolgen van een koersverandering bijna weg te denken. Het is dan dus niet zo heel erg nodig om je te verzekeren voor de nadelige effecten van de koersschommelen. Veel bedrijven doen het echter nog wel voor de zekerheid. Handel drijven met een land zonder sterke munt heeft meer weg van een gokje wagen, door de Euro heeft Europa een zeer sterke munt gekregen, wat dus voordeel heeft voor onze concurentiepossitie.
6 Rente en Wisselkoersen en inflatieDe ECB heeft als belangrijkste taak het in toom houden van de inflatie. Dit doet zij met haar rentebeleid. Als zij de rente laten stijgen zullen meer mensen gaan sparen en minder gaan lenen, hierdoor neemt de consumptie af, wat dus goed is om overbesteding tegen te gaan, waardoor de inflatie uiteindelijk weer daalt. Als zij de rente laat dalen, gaan de mensen meer lenen (lagere rente is voordeliger lenen) en minder sparen waardoor de consumptie toeneemt. Hierdoor stijgt de inflatie. Als de inflatie stijgt dan daalt onze concurentiepositie, waardoor de vraag naar onze munt daalt, wat weer een depreciatie ten gevolge heeft. Daalt de inflatie, dan gebeurt het tegenovergestelde. Zo zie je hoe de ECB met hun rentebeleid de inflatie en de wisselkoersen beinvloed.
§2 Inflatie en de Euro.Volgens velen is door de komst van de Euro het leven veel duurder geworden. We gaan nu de inflatie bekijken van de afgelopen jaren met behulp van het Cpi.
Consumentenprijsindex totalen (2000=100)
jan. feb. maart april mei juni juli aug. sept. okt. nov. dec. jaar
Alle huishoudens 2000 98,1 98,7 99,4 99,6 99,9 99,8 99,7 100,1 101,2 101,3 101,4 100,8 100,0
2001 101,8 102,6 103,5 104,1 104,4 104,0 104,0 104,3 105,5 105,4 105,3 105,0 104,2
2002 105,9 106,4 107,3 107,7 107,8 107,5 107,4 107,8 108,9 108,7 108,4 108,1 107,6
2003 108,6 *
Alle huishoudens, afgeleid 2000 98,2 98,7 99,5 99,6 99,9 99,8 99,6 100,0 101,2 101,3 101,3 100,8 100,0
2001 101,1 101,9 102,8 103,3 103,7 103,3 103,3 103,6 104,8 104,7 104,6 104,3 103,4
2002 105,1 105,6 106,5 107,0 107,0 106,7 106,6 107,0 108,1 107,9 107,6 107,3 106,9
2003 107,6 *
De algemene maatstaf van het de inflatie is de Cpi. In de tabel is het Cpi per maand af te lezen. Uit de tabel valt te concluderen dat de groei van het Cpi niet drastisch veranderd is sinds de invoering van de Euro. Toch zeggen veel mensen dat ze er op achteruit gegaan zijn sinds de invoering van de Euro. Hoe komt dit?
Ruim 70% van de Nederlanders is er naar eigen zeggen vorig jaar financieel op achteruit gegaan. Prijsstijgingen als gevolg van de euro en de achterblijvende inkomensstijging ziet men als de belangrijkste oorzaken. Dit blijkt uit de enquête ‘Een jaar euro’ van het NIBUD , De Telegraaf en het RTL Nieuws. De helft van de deelnemers aan deze enquête ziet ook het komende jaar niet met vertrouwen tegemoet. Zij denken er verder op achteruit te gaan. Opvallend is de daling van het vertrouwen in het eigen eurogevoel. Ruim veertig procent van de Nederlanders vreest nooit aan de euro te kunnen wennen. In augustus was dit nog 21 %.
(Onderzoek Nibud)
Uitgeven, bezuinigen en rood staanDe meeste mensen (72%) gaven vorig jaar meer uit dan het jaar ervoor, vooral aan de dagelijkse boodschappen, kleding en de horeca. Toch heeft bijna de helft van de mensen vorig jaar bezuinigd vooral op kleding en luxe goederen. En meer dan de helft van de mensen deed zijn boodschappen bijvoorbeeld in andere winkels dan voorheen. Opvallend is dat huishoudens met een bovenmodaal inkomen dit in vrijwel even grote mate deden als huishoudens met een inkomen beneden modaal.
Ondanks de bezuinigingen stond van de huishoudens met een inkomen beneden modaal 51%, en van die boven modaal 41%, voor het eerst, eerder of meer rood dan in 2001. En gemiddeld 16% kon zijn rekeningen helemaal niet op tijd betalen.
Dit geld uiteraard allen voor de mensen die meegewerkt hebben aan het onderzoek van de NIBUD.
Dat ons leven duurder geworden is ligt dus niet aan de Euro maar aans ons bestedingspatroon.
§3 welke soorten inflatie waren vooral van invloed op het Cpi?Er zijn 2 soorten inflatie die van invloed waren op het Cpi, dit waren Kosteninflatie en Bestedings inflatie.
1 Bestedingsinflatiezoals u in het onderzoek van Nibud kan lezen is de inflatie vooral het gevolg van bestedingsinflatie. Doordat mensen meer gingen uitgeven, steeg de vraag naar goederen, waar de vraag stijgt, stijgt dan de prijs.
2 KosteninflatieDoordat in het begin van de Euro de wisselkoers van de Euro gedaald was, was het duurder voor ons om buitenlandse valuta te kopen. Hierdoor werden geimporteerde producten duurder, hierdoor ontstond dus geimporteerde kosteninflatie. Gelukkig is de koers van de Euro weer gestegen, wat weer tot gevolg had dat de geimporteerde inflatie weer daalde.
In de grafiek van het Cpi valt af te lezen dat tussen de maanden december 2001 en januari 2002 de inflatie even 2,2% was dit komt omdat de prijzen even bevroren waren, er mochten toen dus geen prijzen veranderd worden. Dit had dus tot gevolg dat in januari de prijzen in ene keer omhoof gingen, om de achterstallige prijsgroei in te halen. Dit valt ook onder kosteninflatie.
Wat ook onder kosteninflatie valt is het stijgende loon van de werknemers, door loongroei wordt de productie van goederen duurer, waardoor de verkoopprijs natuurlijk ook omhoog gaat.
3 kosteninflatie à bestedingsinflatie.Kosteninflatie kan ook bestedingsinflatie tot gevolg hebben. Doordat werknemers verdienen stijgen de prijzen, maar de werknemers kunnen ook meer consumeren omdat ze meer verdien, hierdoor stijgt weer de vraag naar goederen wat weer bestedingsinflatie tot gevolg heeft. Volgens ons is de Cpi zo tot stand gekomen en had dat dus weinig met de Euro te maken.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.