geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

Geschreven door:

Fiona (3 havo)

Datum ingestuurd:

18 januari 2003

Taal:

Woorden:

1.350

Bekeken:

3681 keer (10 deze maand)

Waardering:

2.1/5 (29 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
De tempel van Artemis

De tempel van Artemis is hier afgebeeld op een met de hand ingekleurde gravure van Maarten van Heemskerck. De tempel werd in 356 v. C. gebouwd in het Griekse Efeze. In 262 n. C. werd de tempel verwoest door de Goten.

De Colossus van Rhodos

De Colossus van Rhodos, hier afgebeeld op een met de hand ingekleurde gravure van Maarten van Heemskerck, werd omstreeks 280 v.C. gebouwd. Het bouwwerk was dertig meter hoog en werd gebouwd ter bescherming van de haven in Rhodos. Het werd door de oude Grieken en Romeinen beschouwd als een van de zeven wereldwonderen.

De Pharos van Alexandrië

De Pharos van Alexandrië, een oude vuurtoren, is hier afgebeeld op een met de hand ingekleurde gravure van Maarten van Heemskerck. De vuurtoren stond op een eiland in de haven van Alexandrië en was meer dan 134 m hoog.

Hangende tuinen van Babylon

Op deze met de hand ingekleurde gravure van de 16de-eeuwse Nederlandse kunstenaar Maarten van Heemskerck zijn de hangende tuinen van Babylon afgebeeld, een van de zeven wereldwonderen. De tuinen hingen niet, maar lagen op de daken en verhoogde gedeelten van het koninklijk paleis in Babylon. Neboekadnessar II, de Chaldeese koning, liet volgens overlevering de tuinen omstreeks 600 v. C. aanleggen voor zijn echtgenote, die afkomstig was uit Medië en heimwee had naar de natuur van haar vaderland.

Mausoleum van Halicarnassus

Het Mausoleum van Halicarnassus, hier afgebeeld op een met de hand ingekleurde gravure van Maarten van Heemskerck, werd omstreeks 353 v. C. gebouwd. Het mausoleum, een enorme marmeren grafmonument, werd gebouwd voor koning Mausollus van Carië in Klein-Azië.

Standbeeld van Zeus

De Griekse beeldhouwer Phidias maakte dit twaalf meter hoge standbeeld van Zeus rond 435 v. C. Dit beeld stond in Olympia en was misschien wel het beroemdste beeldhouwwerk in het oude Griekenland. Phidias maakte de mantel en ornamenten van de godheid van goud en sneed het lichaam uit ivoor.

Piramides in Egypte

De beroemde piramides van Gizeh, in de buurt van Caïro, Egypte, is het oudst en het best bewaard gebleven van de zeven wereldwonderen. De Egyptische koningen hadden ze laten bouwen als graftombes, hoewel de Grieken en Romeinen de bouwwerken zagen als puur decoratief. De zgn. Grote Piramide (137 m hoog) is met twee andere piramides, alledrie gebouwd tussen ongeveer 2600 en 2500 v. C., het best bewaard gebleven voorbeeld van de Egyptische bouwkunst.

Zeven wereldwonderen

De zeven wereldwonderen waren kunst- en bouwwerken die door de oude Grieken en Romeinen werden beschouwd als de meest fantastische creaties van hun tijd. Het waren de piramides van Egypte, de legendarische hangende tuinen van Babylon, de tempel van Artemis te Efeze, het standbeeld van Zeus, het mausoleum van Halicarnassus, de Colossus van Rhodos en de vuurtoren op het eiland Pharos bij Alexandrië.

1. Geschiedenis

De stad wordt reeds in de 23ste eeuw v.C. vermeld, maar kreeg haar betekenis pas als hoofdstad van de dynastie van Hammoerabi (vanaf ca. 1900 v.C.), die zijn macht over geheel Mesopotamië wist uit te breiden en Babylon tot rijkshoofdstad maakte. Omstreeks 1595 v.C. werd de stad veroverd door de Hettiet Moersilis I (einde Oudbabylonische rijk), waarbij het beeld van Mardoek weggevoerd werd. Daarna was Babylon tot in de 12de eeuw de residentie van de Kassieten.
1.1 Conflicten met Assyrië
Van Assyrië had de stad zwaar te lijden, vooral ca. 1220 v.C. door de verovering en ontmanteling door Toekoeltininoerta I. Ca. 1165 v.C. werd de stad ingenomen en geplunderd door de Elamiet Soetroeknacchoente, die veel belangrijke monumenten wegsleepte, die begin 20ste eeuw in Soesa werden ontdekt (o.a. de Codex Hammoerabi). In het 1ste millennium v.C. was de stad steeds betrokken bij de machtsstrijd tussen binnendringende Arameeërs, Assyriërs, Chaldeeën en Babyloniërs: het bezit van de troon van Babylon betekende politieke macht en prestige. Vanaf de 8ste eeuw v.C. verschenen steeds meer Chaldeese koningen op de troon, die zich, vaak met steun uit Elam, ontwikkelden tot exponenten van een anti-Assyrische, nationale Babylonische politiek.
De confrontatie met Assyrië leidde uiteindelijk in 689 v.C. tot een radicale verwoesting van de stad door Sanherib van Assyrië. Wegens het culturele en religieuze prestige van Babylon, ook in Assoer erkend, kon en wilde men het gebied niet tot een provincie van het rijk maken, maar wél moest Assyrië het politiek en militair controleren. Dit leidde tot diverse oplossingen: bondgenootschappen, vazalstatus, het plaatsen van pro-Assyrische prinsen op de troon, personele unie (verscheidene Assyrische heersers lieten zich ook tot koning van Babylon kronen); het anti-Assyrische verzet bleef echter telkens oplaaien. Esarhaddon verzoende zich met de stad, die hij herbouwde, en liet zich tot koning van Babylon kronen. Na zijn dood werd het rijk door zijn twee zoons geregeerd, waarbij Sjamasjsjoemoekin de troon van Babylon besteeg. Dit leidde tot een nieuw conflict, een broederoorlog, waarbij Babylon door de Elamieten gesteund werd. Na een lange belegering viel Babylon in 648 v.C., waarbij zijn vorst de dood vond.
1.2 Het Nieuw-Babylonische Rijk.
Vanaf 630 maakte Babylon zich onder Nabopolassar steeds meer zelfstandig; in 626 v.C. werd hij officieel koning van Babylon: het begin van het Nieuw-Babylonische rijk of de Chaldeese dynastie. Onder diens zoon Neboekadnessar II bereikte dit rijk zijn grootste bloei. Vrijwel alle grote bouwwerken stammen uit deze periode. Na de regering van Nabonidus kwam de stad in 539 v.C. in de macht van de Perzen onder Cyrus, die volgens zijn eigen inscripties als bevrijder (van het religieuze en sociale onrecht door Nabonidus begaan) werd binnengehaald, de stad met haar tempels en inwoners spaarde en in tegenstelling tot Nabonidus Mardoek devoot vereerde. Cyrus’ opvolgers verlegden het zwaartepunt van het Achaemenidische rijk (zie Achaemeniden). Na anti-Perzische opstanden onder Darius I en Xerxes I werd de stad geplunderd en ten dele ontmanteld (522–521 v.C. en vooral 484–482 v.C.). In 331 v.C. veroverde Alexander de Grote de stad. Spoedig daarna werd Seleucia aan de Tigris residentie, al bleef Babylon in de hellenistische tijd een belangrijke stad, met een groot theater en een astronomenschool. De betekenis ging tijdens de daarop volgende Sassanidische periode (zie Sassaniden) snel achteruit, waarop de stad uit de geschiedenis verdween en zelfs de identiteit in vergetelheid raakte, zodat vroege reizigers de ruïnes van de torentempel van Doer-Koerigalzoe voor die van de ‘Toren van Babel’ konden aanzien.
2. Stadsbeeld
In haar klassieke Nieuw-Babylonische periode had de binnenstad, met de meeste paleizen en tempels, die zich aan weerszijden van de door een brug (ca. 130 m lang en 20 m breed) overspannen Eufraat-arm uitstrekte, een oppervlakte van ca. 400 ha en was zij omgeven door een dubbele muur, evenals de veel grotere buitenstad (ca. 1200 ha). De fantastische opgaven van Herodotus ( ‘een muur van 480 stadiën’) en oude reizigers berusten niet op waarheid; misschien zag men de vestingwerken van de naburige stad Kisj voor Babylons buitenmuur aan of interpreteerde men de resten van de Babylonische waterlinie als delen van de stadsmuur.
Volgens de oude stadsbeschrijpving kende de stad ruim 50 tempels, naast bijna 1000 kapellen en altaren. Het religieuze centrum was het tempelcomplex van de hoofdgod Mardoek op de oostelijke Eufraatoever: binnen een bijna vierkant complex (de tempelhof) met zijden van 400 m lengte verhief zich de torentempel (zikkoerrat) Etemenanki, aan de basis 91 × 91 m en in zijn klassieke vorm bestaande uit zeven etages (thans rest hiervan slechts een vierkant gat in de grond). Ten zuiden ervan lag de ‘laagtempel’: het woonhuis van Mardoek en zijn beeld, Esagila, een complex dat ook veel andere goden huisvestte. Vanuit dit tempeldomein en dan langs de oostelijke muur van de tempelhof noordwaarts, liep de befaamde verhoogde processiestraat, Aijbursjaboe, geflankeerd door muren versierd met geglazuurde baksteenreliëfs van leeuwen en mythische dieren. Deze weg voerde via de Isjtar-poort in de binnenmuur – op dezelfde wijze versierd in overwegend blauwe tinten; gedeelten van weg en poort zijn te bezichtigen in het Pergamon Museum in Berlijn – naar het buiten de stad gelegen Akitoe-huis, waar het nieuwjaarsfeest werd gevierd.
Aan de westelijke kant van de Isjtar-poort bevond zich het grote paleiscomplex dat ca. 6 ha besloeg. In het uiterste noorden, bij de buitenmuur, ligt de ruïne van Neboekadnessars zomerpaleis. Ten zuidoosten van de Isjtar-poort bevindt zich de thans gereconstrueerde Ninmach-tempel.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.