Columbus

Geschiedenis

Werkstuk

Christoffel Columbus

5.6 / 10
  • anoniem
  • NL
  • 1581 woorden
  • 33117 keer
    75 deze maand
  • 31 maart 2000
De inhoudsopgave p. 1

Hoofdstuk 1: De inleiding p. 2
Hoofdstuk 2: Het leven van Christoffel Columbus p. 3

Hoofdstuk 3: De expedities p. 5
3.1 De eerste reis p. 5
3.2 De tweede expeditie p. 6
3.3 De derde reis p. 7
3.4 De vierde reis p. 7

Hoofdstuk 4 Het reizen op een schip p. 8

Hoofdstuk 5 Het leven van een zeeman p. 9
5.1 Het voedsel p. 9
5.2 De gevaren p. 10
Eindconclusie p. 10





Hoofdstuk 1

De inleiding

Ik heb mijn werkstuk over Columbus gedaan omdat ik daar de meeste informatie over kon vinden. Ik heb daarvoor als informatiebronnen gebruikt:


1 De bibliotheek

2 De CD-rom encyclopedie Encarta 98

3 Het internet

Van de bibliotheek heb ik de volgende boeken gebruikt:

Mega geschiedenis

: Oudere schepen
: Andere tijden
: Ooggetuigen ontdekkingsreizen.

Hoofdvraag: ,, Heeft Columbus ooit zijn doel bereikt?"

Deelvragen:,, Hoe was het leven van Columbus?"
:,, Hoe was het leven op zee?"
:,, Wat aten ze op zee?"
:,, Wat waren de gevaren?"
Eindconclusie



Hoofdstuk 1

Het leven van Columbus.

In de vijftiende eeuw was er een Italiaanse zeevaarder die Christoffel Columbus heette. Columbus is in 1451 geboren in Genua. Vanaf zijn 14e jaar raakte hij vertrouwd met de zee doordat hij werkte voor Genuaanse
handelaren.



Toen hij ouder was beweerde Christoffel Columbus dat hij berekend had dat de afstand naar China maar 4500 kilometer naar het westen was. Hij kwam aan die ideeën doordat hij iets van Pierre d' Ailly's had gelezen. Deze dacht dat de aarde rond was. Maar weinig mensen geloofden hem.

(later werd ook bewezen dat het meer dan 4500 km was).
Toch mocht hij zijn ideeën in praktijk gaan brengen van de Spaanse koning & koningin.
Columbus kreeg van de Spaanse koning & koningin drie schepen namelijk de Nina, ongeveer 21 meter lang.

De Nina

De Pinta ook ongeveer 21 meter lang.

De Pinta

En de Santa Maria 27 meter lang




Hoofdstuk 3
De expedities

3.1 De eerste reis

Met hulp van de reder Alonso Pinzon werden de drie schepen uitgerust. Op 3 augustus 1492 verlieten zij de haven van Palos en voeren naar de Canarische eilanden. Vandaar uit voer Columbus naar het westen. Op 12 oktober was er land in zicht namelijk San Salvador. (men denkt nu dat het een van de Bahama eilanden was: Waitling).
Columbus dacht dat het een van de eilanden van Cipangu was, dat is het Japan van Marco Polo. Hij had contact met de inboorlingen en die raadden hem aan om meer naar het zuidwesten te varen. In november voer hij in oostelijke richting en ontdekte zo een eiland dat hij Espaņola noemde.
Op 24 december werd daar de eerste Spaanse nederzetting gesticht:
La Navidad. Daarna keerde Columbus terug naar Europa terwijl 40 van zijn matrozen in Navidad achterbleven.


3.2 De tweede expeditie

Toen Columbus in april 1493 weer terug was in Palos vroeg hij de Spaanse koning en koningin om materiaal voor een tweede reis. Hij kreeg de volledige steun want hij kreeg maar liefst 17 schepen met in totaal 1500 bemanningsleden. Op 25 september 1493 verliet hij de haven van Cādiz.
Nu voer hij via de Canarische eilanden meer in zuidelijke richting en ontdekte op 2 november Dominica. Daarna zette hij koers naar de Kleine antillen en via Porto Rico kwam hij in Haīti aan. Daar stichtte hij een nieuwe nederzetting met de naam Isabella. De contacten tussen de kolonisten en de oorspronkelijke bewoners waren erg slecht. De kolonisten gaven Columbus de schuld en maakten hem zwart bij de koningin. Hierdoor duurde het een tijd voor hij voldoende geld had om een nieuwe expeditie op touw te zetten.


3.3 De derde reis

Deze keer bestond de vloot uit 6 schepen en vertrok op 3 mei 1498 van
San Lucar de Barrameda. Drie schepen voeren direct naar Espaņola. De andere drie, met Columbus, gingen naar de Kaapverdische eilanden, vandaar uit verder langs de Afrikaanse kust en zetten toen koers naar het westen.
Op 31 juli zagen zij Trinidad, daarna Venezuela, waarvan Columbus dacht, dat dat het vaste land was. Ten slotte ging hij weer naar Espaņola. De toestand was daar nog steeds zeer gespannen. Columbus en zijn broer werden door een afvaardiging uit Spanje gevangengenomen en daarna naar Spanje gebracht. Columbus slaagde erin zijn onschuld te bewijzen maar hij verloor zijn titel van onderkoning.


3.4 De vierde reis

Op 9 mei 1502 vertrok hij vanuit Cádiz voor zijn vierde en laatste reis. Hij zeilde met vier schepen naar Arzila (Marokko). Vandaar uit voer hij naar het westen. Op 15 juni bereikte hij Martinique. Midden juli zette hij koers naar Jamaica, Honduras en Panama. Vanwege een schipbreuk op Jamaica en muiterij zat hij daar een half jaar vast. Op 5 november 1504 kwam hij weer in Spanje aan. 3 Weken voor de dood van de koningin Isabella.

Anderhalf jaar later stierf Columbus in slechte omstandigheden.
Columbus wist zeker, dat hij langs de oostkust van China en Japan was gevaren en deze had verkend. Hij was een ernstig, koppig en eerzuchtig iemand, maar hij was niet in staat om een nederzetting te leiden.

Hoofdstuk 4

Het reizen op een schip

Het leven voor de gewone zeelieden was in die tijd erg hard. Luxeartikelen waren niet aan boord, de rantsoenen waren beperkt en vaak waren ze maanden of ook wel jaren op zee.
De matrozen moesten vaak in hoge masten klimmen om de zeilen te hijsen. Dat gebeurde meestal in de meest onmogelijke weersomstandigheden. Het om beurten wacht lopen en het schrobben van de vieze dekken liet weinig vrije tijd over. Als ze vrij waren besteedden ze tijd aan hobby's en spelen of haalden streken met elkaar uit. Ook brachten ze dikwijls hun vrije tijd door met het graveren van tekeningen in walvistanden. Soms werden deze tekeningen ingesmeerd met zwarte inkt of roet, om een duidelijk beeld te krijgen. Deze kunst wordt scrimshaw genoemd.

4.1 Het leven van een zeeman

Waarom wilden sommige mannen toch naar zee? Het leven aan boord was ruw en gevaarlijk. Enkele mannen vonden het avontuurlijk of wilden rijk worden. Gewone matrozen verdienden heel erg weinig: 10 gulden per maand.
Ze wilden het liefst op een vissersboot of op een klein schip, dat dicht bij huis bleef. Het was heel moeilijk om matrozen te vinden voor een hele grote reis. Ze werden met mooie verhaaltjes aan boord gelokt nadat ze dronken gevoerd waren. Vaak waren het zwervers en bedelaars, boeven of arme boeren die matroos moesten worden. De kapitein moest wel erg streng zijn met zulke zeelui en de straffen waren erg zwaar. Om een kleinigheid werd men afgeranseld met een touw en als je iemand bedreigde met een mes werd je gekielhaald. Je werd aan touwen onder het schip doorgetrokken, tot je aan de andere kant weer boven kwam. Meestal was je dan al dood. Het was dus niet zo vreemd, dat ook Columbus problemen met zijn bemanning had. Door de beschuldigingen werden zijn plannen bemoeilijkt. De koningin gaf haar toestemming niet direct voor een nieuwe reis.

4.2 Het voedsel

In de vijftiende eeuw waren er nog geen blikken of diepvriezers. Het voedsel bewaren op een schip was een groot probleem. Er werd vaak scheepsbeschuit of kaak gegeten, want dat bleef jaren goed. Scheepsbeschuiten zaten vaak vol met wormen en kevers. Die moeten er eerst allemaal uitgehaald worden, voordat er kon worden gegeten. Er werden vaak bemanningsleden ziek van het eten. Soms ging wel de helft van de bemanning dood door het voedsel dat ze kreeg. Bij Columbus waren er ook veel doden gevallen door deze ziekten. In warme landen konden de zeelieden allerlei ziekten en koortsen oplopen.
De ziekte die het meest voorkwam was scheurbuik.

Scheurbuik kreeg je door een tekort aan fruit en verse groenten. Vroeger begreep men niet, waar die ziekte vandaan kwam.
Sommige dokters dachten zelfs, dat scheurbuik besmettelijk was. De zeelui merkten wel, dat de ziekte beter werd door het eten van verse groenten en fruit. Sommige kapiteins gaven hun mannen lepels citroensap. Dat hielp goed maar de dokters probeerden de ziekte beter te maken met drankjes en pillen. Columbus was nog niet op de hoogte van het gebruik van vitaminen.


4.3 De gevaren

Flinke storm op zee kon erg gevaarlijk zijn, want het schip zonk dan vaak, of de mast kon breken. Brand kwam ook heel vaak voor op zo'n schip omdat er aan boord kaarsen werden gebruikt. Er waren ook veel zeelui die rookten. Ook was er nog het buskruit voor de kanonnen. Een ander gevaar was dat er op zee erg veel zeerovers waren. Zij vielen de schepen aan en roofden ze daarna leeg. Met de bemanningsleden liep het meestal slecht af. Veel matrozen gingen de zeerovers meehelpen, omdat dat anders hun leven zou kosten. De zeerovers schoten op het schip en dan gooiden ze touwen met haken naar het andere schip en trokken het naar zich toe. Dan sprongen ze aan boord met messen en pistolen in de hand. In dat opzicht had Columbus erg veel geluk, want hij werd niet overvallen.

Columbus heeft China en Japan nooit gevonden. In plaats daarvan is hij de geschiedenis ingegaan als de ontdekker van Amerika.

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

6228
 

reacties

 
leuk werkstuk
door sami (reageren) op 4 april 2011 om 20:04
Leuk!
door anne (reageren) op 22 mei 2011 om 14:27
Wat Zijn De Links Van De Websites????????????????????????????????????????????????????
door fii uf (reageren) op 9 september 2011 om 16:36
wat zijn jouw bronnen
door gummybeartje (reageren) op 15 september 2012 om 17:59
begin van het werkstuk is een beetje onduidelijk (inleiding) voor de rest is het wel leuk
door piet (reageren) op 18 februari 2013 om 10:31
Beetje kort die reizen! voor de rest was het best wel oke (6)
door Hamid (reageren) op 29 maart 2013 om 13:41