Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Longkanker

Biologie

Werkstuk

Longkanker

 
7.2 / 10
25 stemmen van bezoekers
  • Anouk
  • NL
  • 2670 woorden
  • 3694 keer
    0 deze maand
  • 15 mei 2008

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Tumor is een ander woord voor gezwel. Er zijn goedaardige en kwaadaardige gezwellen of tumoren. Alleen bij kwaadaardige tumoren is er sprake van kanker.

Goedaardige gezwellen, bijvoorbeeld wratten, groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door het lichaam. Wél kan zo'n tumor tegen omliggende weefsels of organen drukken. Dit kan een reden zijn om het gezwel te verwijderen.
Bij kwaadaardige tumoren zijn de genen die de cellen onder controle houden zo beschadigd, dat de cellen zich zeer afwijkend gaan gedragen. Zij kunnen omliggende weefsels en organen binnendringen en daar ook groeien. Zij kunnen ook uitzaaien.


Goedaardige gezwel: De gevormde cellen dringen omliggend weefsel niet binnen.
Kwaadaardig gezwel: De gevormde cellen dringen omliggend weefsel wel binnen.

Longkanker is er in 2 groepen:
* kleincellige longkanker
* niet kleincellige longkanker
Over beide soorten kanker ga ik een uitleg geven.

Kleincellige longkanker
Deze vorm van kanker kenmerkt zich door hele kleine cellen die zich snel delen. Hierdoor worden de cellen snel door het lichaam verspreid. Vaak is kleincellige longkanker dan ook al uitgezaaid op het moment dat klachten ontstaan. Er zal dan niet operatief worden ingegrepen, maar wordt behandeld door middel van radiotherapie (bestraling) en chemotherapie.

Oorzaken
* roken van sigaretten. Doordat je schadelijke stoffen rookt, ontstaan er veranderingen in het DNA van de cel, daardoor gaat de cel verkeerd delen.
* vervuilde lucht

De symptomen
De klachten of symptomen van longkanker worden niet alleen veroorzaakt door de tumor zelf, maar ook door de (eventuele) uitzaaiingen door het lichaam en hun invloed op de werking van andere organen, kunnen klachten veroorzaken.
Klachten die door een tumor kunnen ontstaan :
▫ hoesten
▫ opgeven van bloed bij het slijm
▫ kortademigheid ( piepende ademhaling )
▫ herhaaldelijk optredende ontstekingen van de luchtwegen

Als er door het lichaam al uitzaaiingen zijn kunnen daarop ook klachten komen.
▫ Door vergrote lymfklieren kan een dichtdrukken van de holle bovenste lichaamsader optreden (vena cava superior syndroom)

dat kun je zien door :
▫ uitgezette aderen in de hals
▫ opgezet gezicht en armen
▫ klachten van hoofdpijn
▫ Heesheid kan een gevolg zijn van het kapot gaan van de zenuw die naar de stemband gaat door druk van vergrote lymfeklieren of door de tumor zelf. ▫ Pijn in de borstkas kan optreden door de ingroei in de borstwand.
▫ Slikklachten kunnen ontstaan door vergrote lymfeklieren die de slokdarm dicht drukken.

Omdat deze tumor zich snel uitzaait door het lichaam, kunnen de klachten vrijwel overal in het lichaam optreden. Bijvoorbeeld :
▫ Botpijnen in de rug / in de armen of benen kunnen duiden op uitzaaiingen in het bot.
▫ Hoofdpijn kan duiden op uitzaaiingen in de hersenen.
▫ geelzucht en pijn in de lever kunnen duiden op uitzaaiing in de lever

Onderzoek naar longkanker (onderzoeken in blijlage)
Als er een verdenking is op longkanker moeten er onderzoeken plaatsvinden. Met onderzoeken kan men erachter komen of er sprake is van een tumor is. En zo ja: hoe groot deze tumor is en welke behandelingen in aanmerking komen.
▫ De arts begint met het afnemen van een anamnese (het stellen van doelgerichte vragen) om te achterhalen of de symptomen in de richting van een kwaadaardige aandoening van de longen wijzen.
▫ Ook moet er worden onderzocht of er nog andere gezondheidsproblemen zijn. met name aan het hart en aan de longen. Er wordt dan een lichamelijk onderzoek gedaan waarbij er op gelet wordt of er vergrote klieren gevoeld kunnen worden.
▫ Een longfoto wordt gemaakt om te kijken of er afwijkingen zijn, zoals een tumor / vergrote klieren of vocht tussen de longvliezen.
▫ Met een CT-scan wordt de plaats en de relatie met de omliggende weefsels van de tumor duidelijker. Gelijktijdig worden opnamen gemaakt van de lever en de bijnieren.
▫ met een bronchoscopie (kijken in de luchtweg met een buigbare slang) kunnen ze materiaal uit de luchtwegen halen voor pathologisch onderzoek.

Na de diagnose
Als er vastgesteld is dat het om kleincellige longkanker gaat moet er nog meer onderzoek volgen. Bij kleincellige longkanker wordt er vaak al vanuit gegaan ( door de snelle groei ) dat er sprake is van uitzaaiingen (extensive disease)
▫ er wordt naast de CT-scan van de borstkas en bovenbuik een onderzoek gedaan naar de toestand van het skelet. door middel van een skeletscan (een onderzoek met behulp van een radioactieve stof)
▫ ook wordt er een onderzoek gedaan om te zien of er uitzaaiingen zijn in het centraal zenuwstelsel doormiddel van een CT-scan van de hersenen.

Belangrijk is ook de meting het aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) vanwege de mogelijke behandeling met cytostatica.
De behandeling
De onderzoeken die gedaan worden zijn om er achter te komen of de tumor beperkt (limited disease) of uitgebreid (extensive disease) is.

Als de tumor klein is zonder (tekenen van) uitzaaiingen volgt er een chirurgische behandeling waarbij de tumor met omringend weefsel wordt verwijderd.
na de operatie volgt een behandeling met chemotherapie. dat gebeurt om eventuele hele kleine uitzaaiingen, die met de onderzoeken niet zijn te vinden, te verwijderen.

Is chirurgische verwijdering van de tumor niet mogelijk, omdat er te veel uitzaaiingen zijn, komt er een behandeling met chemotherapie.

Als de ziekte beperkt is tot de borstkas en er een goede reactie op de chemotherapie is, dan volgt radiotherapie (bestraling) op de tumor en klieren in de borstkas en op het hoofd. Dat is nodig omdat geneesmiddelen niet goed doordringen in de hersenen en er dan alsnog uitzaaiingen kunnen groeien.

Chemotherapie
Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica. Door middel van een infuus gaat de cytostatica via het bloed naar de kankercellen.
Bij de behandeling van kleincellige longkanker gebruikt men meestal cytostatica die via een ader van een arm worden toegediend. Deze medicijnen worden volgens een bepaald schema toegediend: de cytostaticakuur.

Bestraling na chemotherapie
Als de ziekte beperkt is gebleven tot één helft van de borstkas, is bestraling (radiotherapie) bij patiënten met een kleincellige longtumor een vast onderdeel van de behandeling.
De behandeling heeft als doel achtergebleven kankercellen te vernietigen.

Bestraling als palliatieve behandeling
Als de ziekte na een behandeling met chemotherapie terugkeert, kan radiotherapie worden toegepast als palliatieve behandeling. Een bestraling op de borstkas is er dan op gericht om de ziekte af te remmen en om eventuele klachten als benauwdheid of hoesten tegen te gaan.
Radiotherapie kan ook worden toegepast om pijn te bestrijden. Bijvoorbeeld als de pijn wordt veroorzaakt door uitzaaiingen in de botten. Met het bestralen van de schedel kunnen klachten worden tegengegaan die worden veroorzaakt door uitzaaiingen in de hersenen.

Niet kleincellige longkanker
Niet kleincellige longkanker heeft grote kankercellen. Deze cellen hebben ook een bepaalde volgorde in het weefsel. Een aantal kenmerken van de cel en de volorde worden onderscheiden: adeno-carcinoom, grootcellig-carcinoom en plaveiselcel-carcinoom. De groeisnelheid van de cellen is verschillend, de plaveiselcel groeit het langzaamst en de groot cellige tumorcel het snelst. De kankercellen zaaien zich langzaam uit door het lichaam. Dit komt omdat de tumor al lang in het lichaam groeit, voordat het kan worden ontdekt

Oorzaken
* roken van sigaretten. Doordat je schadelijke stoffen rookt, ontstaan er veranderingen in het DNA van de cel, daardoor gaat de cel verkeerd delen.
* vervuilde lucht

De symptomen
De klachten of symptomen van longkanker worden niet alleen veroorzaakt door de tumor zelf, maar ook door de (eventuele) uitzaaiingen door het lichaam en hun invloed op de werking van andere organen, kunnen klachten veroorzaken.
Klachten die door een tumor kunnen ontstaan :
▫ hoesten
▫ opgeven van bloed bij het slijm
▫ kortademigheid ( piepende ademhaling )
▫ herhaaldelijk optredende ontstekingen van de luchtwegen

Als er door het lichaam al uitzaaiingen zijn kunnen daarop ook klachten komen.
▫ Door vergrote lymfklieren kan een dichtdrukken van de holle bovenste lichaamsader optreden (vena cava superior syndroom)
dat kun je zien door :
▫ uitgezette aderen in de hals
▫ opgezet gezicht en armen
▫ klachten van hoofdpijn
▫ Heesheid kan een gevolg zijn van het kapot gaan van de zenuw die naar de stemband gaat door druk van vergrote lymfeklieren of door de tumor zelf. ▫ Pijn in de borstkas kan optreden door de ingroei in de borstwand.
▫ Slikklachten kunnen ontstaan door vergrote lymfeklieren die de slokdarm dicht drukken.

Omdat deze tumor zich snel uitzaait door het lichaam, kunnen de klachten vrijwel overal in het lichaam optreden. Bijvoorbeeld:
▫ Botpijnen in de rug / in de armen of benen kunnen duiden op uitzaaiingen in het bot.
▫ Hoofdpijn kan duiden op uitzaaiingen in de hersenen.
▫ geelzucht en pijn in de lever kunnen duiden op uitzaaiing in de lever

Behandelingen
Als de tumor nog klein is, nog niet is ingegroeid en nog niet is uitgezaaid, wordt bij een niet-kleincellige longtumor meestal voor een operatie gekozen.


Operatie (chirurgie)
Een longoperatie is een zware operatie . voor de operatie is de conditie van ze zorgvrager erg belangrijk. Ook belangrijk is de verwachting na de operatie ( genezingsproces , kwaliteit van leven ) en de resterende longfunctie na de operatie is ook erg belangrijk.

Wat tijdens de operatie
Tijdens de operatie wordt de tumor met een deel van het omringende weefsel verwijderd. Dit kan inhouden dat één longkwab wordt verwijderd, maar het komt ook voor dat één van de longen in zijn geheel wordt weggehaald. De ruime verwijdering betekent dat ook een deel van het schijnbaar gezonde weefsel wordt weggenomen. Dit gebeurt omdat tijdens de operatie niet te zien is of het weefsel net buiten het tumorgebied vrij is van kankercellen. Het ruim opereren vergroot de kans dat alle kankercellen allemaal weg zijn.
Meestal worden ook enkele nabijgelegen lymfeklieren verwijderd. Een patholoog onderzoekt de randen van het weggenomen weefsel onder de microscoop op de aanwezigheid van kankercellen. De uitslag van dit onderzoek geeft belangrijke informatie over het stadium van de ziekte. Deze informatie bepaalt mede of verdere behandeling noodzakelijk is.
Er is altijd intensieve nazorg nodig, met een goede pijnbestrijding. Steeds is er begeleiding door een fysiotherapeut, die u leert om op de juiste manier adem te halen en slijm op te hoesten. Wanneer een deel van een long wordt weggenomen, brengt de chirurg een afvoerslang (drain) in in de borstholte, die na de operatie vocht en lucht afvoert. Deze drain mag er na een aantal dagen uit.

Gevolgen
* Door het wegnemen van een (deel van een) long ontstaat ruimte. Is een long in zijn geheel verwijderd, dan vult de ruimte zich met vocht. Als een gedeelte van een long wordt verwijderd, vult de ruimte die dan ontstaat zich met het overgebleven deel van de long. De borstkas zal vaak iets kleiner worden aan de kant waar een deel van de long is weggenomen.
* Tijdens verschilldende weersomstandigheden, zoals vochtig weer, kou of veel wind, de ademhaling moeizamer gaan. ook kan een verminderde longinhoud betekenen dat uw uithoudingsvermogen verminderd.

Bestraling (radiotherapie)
Bestraling is behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en herstellen zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel.


Uitwendige bestraling
De straling komt uit een bestralingstoestel. Het te behandelen gebied wordt van buitenaf door de huid heen bestraald. De radiotherapeut zorgt ervoor dat de stralen nauwkeurig wordt gericht en dat het omliggende, gezonde weefsel zo veel mogelijk buiten het te bestralen gebied blijft.
Over het algemeen duurt een bestralingsbehandeling een aantal weken en vind vier of vijfmaal per week plaats. In die periode krijgt de zorgvrager per keer een aantal minuten een dosis straling. Voor bestraling is meestal geen opname in het ziekenhuis nodig.

Radiotherapie
Radiotherapie kan als behandeling worden gekozen als de tumor niet operatief kan worden verwijderd, of als de conditie van een patiënt een longoperatie niet toelaat.
Bestraling heeft tot doel de longtumor en/of de uitzaaiingen in de lymfeklieren in het mediastinum (de ruimte tussen de twee longen) zoveel mogelijk te verkleinen en in hun groei te remmen.
Uitwendige bestraling wordt ook toegepast als er na de operatie nog tumorcellen zijn achtergebleven. Met bestraling kunnen klachten zoals bloed opgeven, hoesten en kortademigheid worden verminderd.
Ook kan met bestraling pijn worden bestreden, bijvoorbeeld als de longkanker in de ribben doorgroeit of bij uitzaaiingen in de botten.

Bijwerkingen
Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kunnen er bijwerkingen ontstaan:
* vermoeidheid.
* reactie van de huid, een rode of donker verkleurde huid kunnen ontstaan op de plek waar de zorgvrager de straling heeft gekregen.
* vaak ligt de slokdarm in het bestraalde gebied. Dan kan bij het doorslikken van voedsel een branderig gevoel achter het borstbeen ontstaan. Deze klacht verdwijnt na twee tot drie weken na de bestraling.

Inwendige bestraling
Voor inwendige bestraling komt een beperkt aantal mensen met longkanker in aanmerking. Zo'n inwendige bestraling wordt ook wel brachytherapie genoemd. Hierbij wordt via een bronchoscoop een bestralingsbron met een dun slangetje in de luchtwegen geplaatst, dicht bij de tumor.
Inwendige bestraling wordt veelal als palliatieve behandeling gegeven, om klachten te verminderen.

Chemotherapie
Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica. Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. De medicijnen kunnen op verschillende manieren worden toegediend, bijvoorbeeld per infuus, als tablet of per injectie.
Via het bloed verspreid de cytostatica zich door het lichaam en kunnen op bijna alle plaatsen kankercellen bereiken.
Vaak worden verschillende combinaties van medicijnen gegeven.
* Meestal worden de cytostatica gedurende een aantal dagen of uren toegediend volgens een vastgesteld schema. Hierna volgt een rustperiode van een aantal weken of dagen.


Bijwerkingen
* Haaruitval
* misselijkheid
* braken
* darmstoornissen
De bijwerkingen verminderen / verdwijnen nadat de behandeling is gestopt.

Bijlage
Onderzoeken
Röntgenonderzoek
Röntgenonderzoek neemt bij het onderzoek van de longen een belangrijke plaats in. Er kunnen 'gewone' röntgenfoto's van de borstkas (thoraxfoto's) gemaakt worden. Hierbij worden ten minste twee overzichtsfoto's van de longen gemaakt. Op de foto kunnen afwijkingen gezien worden.

Bloedonderzoek
Bij een bloedonderzoek wordt er bloed afgenomen van de patiënt en dat wordt dan in het laboratorium onderzocht.
De resultaten die uit het bloedonderzoeken komen kunnen de arts informatie geven over de gezondheid van de patiënt.

Sputumonderzoek
In opgehoest slijm (sputum) kunnen zich kankercellen bevinden die zijn losgeraakt van de longtumor. Om na te gaan of er zich kankercellen in het opgehoeste slijm bevinden, wordt dit onder een microscoop onderzocht. Vaak wordt tijdens de bronchoscopie al sputum verzameld.

Bronchoscopie
Met een bronchoscopie gaat er een dun flexibel slangetje in de luchtwegen.
het onderzoek word gedaan omdat er een verdenking is op een afwijking in de longen.
De arts kan tijdens het onderzoek in de luchtwegen kijken en dan een stukjes weefsel en slijm halen om te onderzoeken wat er aan de hand is. Dit onderzoek kan helpen vaststellen of er sprake is van longkanker of van een andere longaandoening. ook kan er bekeken worden waar de afwijking precies zit, hoe groot de afwijking is, en hoe die er uitziet.

CT scan
Een CT (computer tomografie) apparaat kan een röntgenfoto maken van hele dunne dwarsdoorsneden (plakjes) van de longen, buik of andere delen van uw lichaam. Door de plakjes weer samen te voegen tot een geheel, kan men een heel goed beeld krijgen van het lichaamsdeel dat onderzocht is.

MRI (Magnetic Resonance Imaging)
Bij deze onderzoeksmethode wordt gebruikgemaakt van een magneetveld in combinatie met radiogolven en een computer. De techniek maakt 'dwars- of lengtedoorsneden' van het lichaam zichtbaar, waardoor een eventuele tumor en/of uitzaaiingen in beeld komen.

 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

4701
 

reacties

 
goed werkstuk ben trots op je anouk
door aysa (reageren) op 18 maart 2013 om 12:53