Egypte

Geschiedenis

Werkstuk

Oude Egypte

5.0 / 10
  • Esmee
  • NL
  • 2145 woorden
  • 8692 keer
    14 deze maand
  • 23 juni 2003
Inleiding

Er is waarschijnlijk geen land in de wereld dat zo tot de verbeelding spreekt als Egypte. De farao's, de enorme piramides en de dodencultus: er zijn in de loop der jaren boeken vol over geschreven. Nog altijd blijft het land boeien. Legendes over de vloeken van de farao's, bij betreding van hun graf, doen nog steeds de ronde. Vooral de vondst van het graf van de legendarische toetanchamon in 1922 deed veel stof opwaaien.


Egypte is eeuwenlang een wereldrijk geweest en het was het eerste wereldrijk waarmee het volk IsraŽl in haar geschiedenis mee te maken kreeg.

We gaan een kijkje nemen in het land van de piramides.

Land en volk

Het droge land Egypte is geheel afhankelijk van de rivier de Nijl, die dwars door het land stroomt. Deze rivier is zo belangrijk dat de oude Egyptenaren hem als een god beschouwde. Ze noemden hem Hapi en hij werd afgebeeld als een dikke man met een kroon van waterplanten. De Nijldelta, het gebied aan de Middellandse Zee is de vruchtbaarste streek.

De droge gebieden werden door de Egyptenaren met een systeem van greppels en grachten bevloeid. In Egypte was wijnbouw mogelijk maar men verbouwde voornamelijk graan. Veeteelt was in eerste instantie niet zo gewoon maar al snel zag men de voordelen van runderen, geiten, schapen, varkens en ganzen. Toen de Egyptenaren delen van AziŽ veroverden maakten ze ook kennis met het paard maar men zag deze dieren in het begin niet veel.

Hoewel alle Egyptenaren dus afhankelijk waren van wat de boeren in de Nijldelta en langs de rivier zelf produceerden, werden boeren, op slaven na, gezien als de laagste klasse. Het werk van een boer was zwaar. Schrijvers uit die tijd zeiden dat de mensen op het land even snel versleten als werktuigen. Slaven waren er dus nog slechter aan toe. Egyptische slaven waren meestal van vreemde afkomst dat wil zeggen: zij waren buitenlanders. De IsraŽlieten waren in de tijd van Mozes ook slaven in dienst van de staat van Egypte. In tegenstelling tot wat we bijvoorbeeld in BabyloniŽ zullen zien, werden de slaven erg slecht behandeld. Vaak werden ze geketend en ze moesten letterlijk slavenarbeid doen. De IsraŽlieten moesten zo waarschijnlijk helpen met het bouwen van de immense gebouwen die ontsproten aan het brein van de bouwlustige farao Ramses II.


Weggelopen slaven werden ook altijd terug gehaald. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de farao in Exodus 14:5 besluit de IsraŽlieten terug te halen. Het waren immers weggelopen slaven.

Het gezin stond in Egypte erg hoog aangeschreven. Op verschillende muurschilderingen die zijn aangetroffen ziet men een man vaak met zijn vrouw afgebeeld. Het echtpaar heeft de armen om elkaar heen en hun kinderen staan tegen hen aangedrukt. Een man mocht bijvrouwen nemen maar het kwam niet veel voor bij het gewone volk. De farao had vaak meerdere vrouwen. De belangrijkste was de koningin.

Godsdienst


De Egyptenaren waren een zeer vroom volk. Ze hadden onnoemelijk veel goden die op de meest vreemde manieren werden uitgebeeld. Zo werd de godin Hathor uitgebeeld als vrouw met koehoorns en een zonneschijf maar ook als leeuwin, cobra of nijlpaard. Goden waren volgens de Egyptenaren niet almachtig. Zij konden dus bijvoorbeeld nooit op twee plaatsen tegelijk zijn. Daarom waren er regiogoden; dit waren goden die over een bepaalde regio of stad heersten en daar ook aanbeden werden. In de landelijke verhalen moesten de Egyptenaren dan de naam van hun eigen god invullen.

De belangrijkste godheid was de zonnegod Re die vaak in drie gestalten werd weergegeven: Chepre (de wordende: zonsopgang), Harachte (Horus van de horizon: de zon overdag) en Atoem (vermoeide oude man: zonsondergang). Re werd dus elke dag opnieuw geboren uit de schoot van zijn moeder, de hemelgodin Noet, en stierf elke avond weer.

Naast de zon was water het belangrijkst in Egypte. Zoals we gezien hebben vereerde men de Nijl in de vorm van de god Hapi maar er waren meer, vaak streekgebonden, watergoden zoals bijvoorbeeld Sobek, die werd afgebeeld als een krokodil in een gebied waar het wemelde van deze beesten waar de Egyptenaren een heilig ontzag voor hadden. Door Sobek te vereren hoopte men aan de vraatzucht van het dier te ontkomen. In sommige steden werden zelfs heilige krokodillen gehouden die na hun dood ook werden gemummificeerd. Goden voor meer abstracte begrippen waren er ook. De godin Mašt, dochter van Re, stond bijvoorbeeld voor de waarheid. Zij werd later door de Romeinen overgenomen en is nu over de hele wereld bekend als Vrouwe Justitia.

De godenwereld van de Egyptenaren is niet in een paar woorden weer te geven. Elke god had zijn eigen streek en zijn eigen verering. Er zijn vele tempels gevonden. Dit zijn vaak reusachtige bouwwerken waar veel mensen leefden: ambtenaren, landbouwers en natuurlijk de priesters. Een tempel was vaak een klein dorp. De IsraŽlieten, slaven in Egypte, hebben vermoedelijk geholpen met het bouwen van de tempels die Ramses II liet neerzetten. Hij en andere farao's werden vaak gezien als reÔncarnatie of zonen van de goden Re of Horus. Zij werden ook als goden vereerd en van de diverse farao's zijn dan verschillende beelden, vaak van reusachtige afmetingen, gevonden.

Intermezzo: de dodencultus


De Egyptenaren zijn beroemd geworden om de piramides. Toen de IsraŽlieten in Egypte kwamen wonen was het piramidetijdperk al voorbij. De farao's werden begraven in rotsgraven zoals bijvoorbeeld gevonden in het Ďdal der koningení. Maar de dodencultus bleef.

Een groot deel van het leven van de Egyptenaren was gericht op het leven na de dood. Er wordt vaak van uit gegaan dta ze zich op de dood verheugden, maar dat is niet waar. Mensen die in een goede gezondheid een hoge leeftijd bereikten, werden door iedereen gerespecteerd. De Egyptenaren wisten echter dat de dood onontkoombaar was. Ook voor de Egyptenaren was er een hel en een hemel. Er werd alles aan gedaan om te zorgen dat men in de hemel belandde. In grafteksten ziet men vaak staan dat de dode rein is en dat de zonden zijn weggevaagd. Ze hoopten hiermee de goden gunstig te stemmen. Zo gemakkelijk kwam de dode er echter niet vanaf. Elke Egyptenaar verscheen voor het gerecht dat uit verschillende goden bestond. De dode moest dan 36 maal verklaren dat hij iets niet had gedaan. Maar hij werd niet zo gemakelijk geloofd. Zijn hart werd op een wegschaal gelegd waar het werd gewogen tegen een beeldje van de waarheid. was het beeldje zwaarder dan werd men welkom geheten in de hemel.

Van het graf, het eeuwige huis, werd heel veel werk gemaakt. Wij kennen de piramides als een wirwar van gangen met schilderingen die het leven van de dode uitbeelden. Piramides waren alleen weggelegd voor de farao's. Later werden zij in rotsgraven begraven. Maar ook de minder bedeelden maakten veel werk van hun graf. Aangezien het leven in het hiernamaals gewoon doorging werden allerlei gebruiksvoorwerpen aan de dode meegegeven. Servies om ter zijn tijd familie te ontvangen, voedsel, kleding, bedden en voor de farao's beeldjes van naakte vrouwen die moesten doorgaan voor hun bijvrouwen. De Egyptenaar was meestal zelf bij het bouwen van zijn graf aanwezig. Als hij uiteindelijk stierf, ging de familie zeventig dagen in de rouw. In die tijd werd het lijk gebalsemd. Met veel geweeklaag werd de dode dan naar zijn laatste rustplaats gebracht. Uiteraard ging het er bij de arme Egyptenaren anders aan toe. Zij weden wel gemummificeerd, maar kwamen vaak in een massagraf terecht waar nauwelijks gebruiksvoorwerpen voor het hiernamaals aanwezig waren en waar hun naam niet eens vernoemd was.


Na de bergafenis was het echter nog niet afgelopen. Sommige doden waren namelijk nogal wraakzuchtig. Zij slopen langs de goden om ziekten te verspreiden of een ander kwaad aan te richten.

Men weet heel veel over het leven van de Egyptenaren dankzij de talrijke graven en andere gebouwen die in de loop van de tijd opgegraven zijn. De oude Egyptenaren waren van mening dat als een graf eenmaal gesloten was het gesloten moest blijven om de rust van de dode niet te verstoren. Met het openen van de graven in deze tijd duikt de legende van de vloek van de farao's die in hun rust gestoord werden weer op.

De geschiedenis van Egypte


De genoemde jaartallen zijn niet absoluut. Er bestaan twee theorieŽn over de datering van de Egyptische geschiedenis, te weten: de zogenaamde 'vroege' en 'late' datering.

De geschiedenis van Egypte begint al in 5000 voor Christus Men leefde van jacht en visserij en toen begon langzaam de dodencultus al. Omstreeks 3000 voor Christus kwam het hyrogliefenschrift in gebruik. In deze tijd verscheen ook de eerste dynastie der farao's. De eerste koning was Menes. Hij stelde de offerdienst aan de goden in en ging op veldtochten uit om zijn gebied te vergroten. Egypte krijgt in de loop der jaren niet minder dan 30 dynastieŽn op de troon. Tussen 2650 en 2600 voor Christus is de derde dynastie aan de macht. Koning Djoser laat zijn graf maken van steen. Dit is het eerste geheel stenen bouwwerk en het begin van de piramidentijd.

De vierde dynastie begint met het bouwen van de grote piramides. Onder de vierde en vijfde dynastie (tot 2350) bloeit het land op. Daarna gaat het echter mis. Het land krijgt te maken met invallen van buitenaf. Het koningschap verzwakt. Pas in 1991 voor Christus, onder Amenemhet I van de 12e dynastie, breekt er weer een bloeiperiode aan.

Tijdens de 18e dynastie onder Amenhotep I (1524-1480) worden de piramides vervangen door rotsgraven. Onder Amenhotep III (1413-1377) bereikt Egypte het hoogtepunt van haar macht. Er ontstaan enorme bouwwerken onder andere in Thebe.

In 1318 komt de beroemde Ramses II aan de macht. Hij onderneemt verschillende veldtochten maar het rijk komt langzaam in verval. Dit weerhoudt hem er niet van grote bouwwerken neer te zetten.

De invallen in het land worden talrijker. In 669 verovert AssyriŽ Egypte. Assurbanipal (669-632) de laatste grote koning van AssyriŽ (zie de geschiedenis van AssyriŽ) zet een door hem uitgekozen farao op de troon.

AssyriŽ maakt van Egypte een provincie maar deze tweede wereldmacht is zelf al in verval en in 655 worden de AssyriŽrs weer verdreven.

In 609 komt Necho II aan de macht. Hij is degene, die koning Josia van Juda doodt (2Koningen 23:29). Zijn macht duurt niet erg lang want hij krijgt koning Nebukadnezar van BabyloniŽ (zie de geschiedenis van BabyloniŽ) voor zich en wordt door hem verslagen. In 587 komt farao Apries of Hofra Juda te hulp als dit land in opstand komt tegen Nebukadnezar. Hij verleent onder andere Jeremia asiel. Hofra's zoon wordt door de Perzen vermoord. Zij nemen de troon van Egypte over en regeren als farao's. Dit is het voorlopig einde van het rijk.


Egypte in de Bijbel


Egypte speelt in een groot deel van het Oude Testament een rol. Zelfs als het gebied wordt overheerst door AssyriŽ en later BabyloniŽ speelt Egypte nog een rol. Maar de grootste rol in de Bijbel speelt het land natuurlijk in de geschiedenis van Jozef. In 1710 voor Christus viel de Hyksos, een gemengd volk, Egypte binnen en nam zo'n 150 jaar lang de macht over. Het is waarschijnlijk dat Jozef in die tijd onderkoning werd aangezien de macht geheel in handen was van buitenlanders. De farao in die tijd was een niet Egyptische koning uit de 15e of 16e dynastie. Net als veel andere door honger bedreigde volken kreeg Jakob toestemming zich met zijn familie in Egypte te vestigen.

In 1570 verdrijft Ahmose I de Hyksos maar niet iedereen vlucht. Onder Amen-hotep I bloeit het land weer op. Er worden enorme bouwwerken gebouwd waarvoor men goedkope arbeidskrachten nodig heeft: de niet gevluchte Hyksos waaronder de Joden. Volgens Exodus 12:40 hebben de IsraŽlieten 430 jaar in Egypte door gebracht. Dit betekent dat zij tijdens de gehele 18e en een deel van 19e dynastie in het land verbleven. Dit is van ongeveer 1660 tot 1230 voor Christus. Dat betekent dat de IsraŽlieten ook slaven waren onder het regime van de beroemde toetanchamon (1358-1349). De farao van de uittocht wordt dan, zoals we gezien hebben Ramses II (1318 - 1234), een van de machtigste farao's aller tijden.
In de boeken Koningen en Kronieken komen we Egypte weer tegen. Het land is dan al een tijdje in verval. In 922 voor Christus is Sjesjonk I (Sisak) aan de macht. Hij is een Lybische huurlingaanvoerder en plundert Jeruzalem (1Koningen 14:25-28). Egypte moet het opnemen tegen AssyriŽ en BabyloniŽ. Ze zitten ze in hetzelfde schuitje als IsraŽl en dat verklaart waarom ze vluchtelingen uit dit land opnemen.

Het wereldrijk Egypte kan zich niet meer herstellen. Een bondgenootschap met het dan ook al in verval zijnde AssyriŽ helpt niet veel meer. Egypte moet de macht tenslotte afstaan aan de vierde wereldmacht in opkomst: PerziŽ.

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

1255
 

reacties

 
Dit is echt super! Maar misschien kunnen jullie het iets makkelijker maken zodat wij (ik) het beter kan of kunnen volgen. Snappen jullie? Gr. Isabella
door Isabella (reageren) op 14 september 2012 om 17:18
@Isabella: ja, en andere volgorde van hoofdstukken?? Geschiedenis als bijna laatste hoofdstuk, klopt volgens mij niet helemaal?!
door Andrea (reageren) op 19 november 2013 om 13:56