Deel 1

Grieks

Vertaling

Pallas

8.1 / 10
2e klas vwo
  • Lineke
  • NL
  • 4012 woorden
  • 35182 keer
    552 deze maand
  • 11 april 2007
Tekst 3A

Herakles is geen mens. Herakles is geen god. Herakles is een held/halfgod. Herakles is ook een slaaf. Waarom is Herakles een slaaf? Eurystheus heeft een slaaf. De slaaf is Herakles! Eurystheus stuurt zijn slaaf naar Nemea. Waarom stuurt Eurystheus zijn slaaf naar Nemea? Daar woont de leeuw. De leeuw woont in een grot. Het land heeft angst/is bang. Waarom heeft het land angst/is het land bang? De leeuw verwoest het land. Maar Herakles is niet bang.


Tekst 3B

Herakles draagt zijn boog. Plotseling merkt Herakles het beest op. Herakles gaat niet naar het beest toe. Herakles schiet met zijn boog. Herakles doodt het beest niet. Waarom doodt Herakles het beest niet? Het beest heeft een ondoordringbare huid. Zo redt de huid het beest.

Tekst 3C

Herakles draagt de knuppel/knots. Herakles gaat naar het beest toe, en vlucht niet voor de strijd. Nu heeft de leeuw angst/is de leeuw bang. De leeuw vlucht in de grot. Ook Herakles gaat naar binnen; daar begint de strijd. Herakles pakt het beest en wurgt hem. De huid redt het beest niet. Herakles draagt de huid naar Mykene. Waarom doet Herakles dat? Daar zit zijn meester te wachten. De meester is Eurystheus. Herakles brengt het beest naar zijn meester.
Herakles roept zijn meester. Eurystheus merkt het beest op en vlucht. Waarom doet Eurystheus dat? De meester heeft angst.

Tekst 4A

Herakles gaat naar Lerna; daar huist een grote slang. De slang is een verschrikkelijk beest. Het verschrikkelijke beest veroorzaakt veel angst: want hij verwoest het land. De grote slang is ook angstaanjagend. Hij heeft niet één hoofd, maar negen. Herakles zoekt de verschrikkelijke slang. Tenslotte vindt hij de verschrikkelijke slang. Dan schiet Herakles een lange pijl. Daarna pakt hij de grote slang en houdt hem stevig vast. Één kop slaat hij eraf, maar hij bereikt niets, want een nieuwe kop groeit aan. Zo weet Herakles zich geen raad.


Tekst 4B

De slang heeft een helper. De helper is verschrikkelijk, want de helper is een grote kreeft. De grote kreeft pakt Herakles vast, hij bijt in zijn scheenbeen. Wat doet Herakles nu? Eerst doodt hij de grote kreeft. Vervolgens roept ook hij zelf zijn helper. De helper is Iolaos. Iolaos is zijn vriend.

Tekst 4C

Herakles slaat de nieuwe kop eraf. Iolaos brandt de wond dicht. Waarom doet Iolaos dat? Op die manier kan er geen hoofd groeien. Daarna slaat Herakles iedere kop eraf. En Iolaos brandt iedere kop dicht. Tenslotte is er één kop overgebleven. Waarom is de ene kop overgebleven? Hij is onsterfelijk. Tenslotte slaat Herakles de overgebleven kop eraf, en begraaft hem onmiddellijk. De grote rots verbergt de verschrikkelijke kop.

Tekst 5A

De koningin is Hippolytè. Hippolytè is zeer krijgshaftig en dappper. Hippolytè heeft een lange en mooie gordel. Grote roem heeft de gordel; want het is een geschenk van Ares, want de god houdt veel van de krijgshaftige koningin. Admètè is een geliefde dochter van Eurystheus. Admètè bewondert de mooie en lange gordel. Dan vraagt zij haar vader om de gordel: ‘Pappa, ik bewonder de amazonische gordel. Ik wil de mooie gordel hebben. Wil jij, pappa, Herakles om de gordel sturen? Op die manier zal jij altijd grote beroemdheid hebben.’ ‘Ik bewonder de gordel erg,’ zegt Eurystheus, ‘ik zal dus doen zoals je vraagt.’

Tekst 5B

Herakles gaat naar de streek van de Amazonen. Daar ontvangt de koningin Herakles gastvrij, want zou houdt van hem en bewondert de grote held erg. De koningin zegt: ‘Waarom ben je hier gekomen, held?’ Herakles vraagt haar om de wapengordel en zegt: ‘Ik ben gekomen, omdat ik je bewonder, koningin, en jouw wapengordel. Ik wil de gordel hebben. Wil jij die dus geven?’ Hippolytè stemt er meteen mee in om de gordel los te maken. Hera, de godin, is zeer boos. Dus gaat ze naar de Amazonische streek, als Amazone, en zegt op sluwe wijze tot het Amazonische volk: ‘De vreemdeling is slecht en onbetrouwbaaar, hij is een verschrikkelijke en slechte daad van plan. Want hij is van plan koningin Hippolytè te ontvoeren.’ Het volk gaat onmiddellijk op de grote Herakles af. Daarna is de lange strijd groot. Herakles vindt de koningin gemeen en doodt haar. Zo pakt hij de mooie gordel en brengt hem onmiddellijk naar Admètè.

Tekst 5C

Herakles gaat naar beneden in de onderwereld. Daar is Hades meester. Hades merkt Herakles op en zegt: ‘Wat doe en zoek je hier, held? Waarom ga je niet terug naar Mykene?’ Herakles verlat de onderwereld niet, maar zegt: ‘Ik ben gekomen omdat Eurystheus, mijn meester, mij beveelt om Kerberos naar Mykene te brengen. Wil jij dan, Hades, hem aan mij geven? In ieder geval ben ik van plan hem terug te brengen.’ De god gaat akkoord, maar zegt: ‘Ik beveel je om de boog en de knots buiten te laten.’ Zo zoekt Herakles ongewapend Kerberos. Hij vindt het beest en staat op het punt hem te pakken. Maar de lange staart bijt Herakles; want de lange staart is een draak. Toch vlucht de held niet, maar hij knijpt het verschrikkelijke beest de kelen dicht. Zo brengt Herakles Kerberos naar Mykene.

Tekst 6A

De Atheense burgers sturen zeven jongens en zeven meisjes naar Kreta. De jongens en de meisjes zijn Atheense kinderen. Kreta is een groot eiland. Daar is Minos meester. Minos heeft een labyrint. Het labyrint levert veel gevaar op. Want daarin zijn veel bochten. Door de bochten vindt niemand de uitgang. Daar wonen geen mensen, maar Minotauros woont. Minotauros is een verschrikkelijk beest, want hij is voor de helft mens, en voor de helft stier. Waarom sturen de Atheners de kinderen naar Kreta? De jongens en de meisjes zijn voer. Want Minotauros eet alleen maar mensen.

Tekst 6B

Theseus en de jonge kinderen verlaten Athene: ze hebben een schip en varen naar Kreta. Zwarte zeilen heeft het schip wegens groot verdriet. Na lange tijd komen ze bij Kreta. Minos en zijn echtgenote wonen in een mooi paleis. Daar woont ook een dochter van hen. De dochter is Ariadnè. Theseus is een mooie en sterke jongen. Daarom bewondert Ariadnè hem. Eerst ontvangen Minos en de koningin de vreemdelingen. Daarna brengen ze de nieuwe Atheners naar de gevangenis en bewaken hen. ’s Nachts gaat Ariadnè naar de gevangenis en stiekem roept ze Theseus. Ze houdt van Theseus en wil hem redden. En dus zegt Ariadnè dan tegen de kinderen en Theseus: ‘Als jíj, Theseus, míj naar het mooie Athene brengt en met mij trouwt, dan wil ik jou en de kinderen redden.’ Theseus gaat akkoord en Ariadnè is blij.

Tekst 7A

Ariadnè redt Theseus en de kinderen als volgt:
Zij geeft een draad aan hem, en Theseus neemt de draad mee.
Minos brengt de Atheners naar het labyrint en zegt:
‘Hier woont de Minotauros en hij wacht op voedsel. Jullie(met nadruk), kinderen, zullen het voedsel aan hem geven voor vele dagen.’ Dan zeggen de kinderen door angst: ‘Maar wij willen geen voer zijn. Dus wij zullen niet naar het labyrint gaan, maar wij wachten hier: want wij zijn erg bang.’ Theseus heeft grote moed en spreekt het zo moed in: ‘Ik verwonder me er niet over dat jullie niet verder willen gaan. Ik verzoek ieder van jullie hier te blijven. Ik zal alleen de Minotauros zoeken en doden.’ De kinderen wachten, Theseus doet als volgt: Hij maakt de draad aan de deur vast en gaat naar het labyrint. Tegelijkertijd trekt hij de draad achter zich aan. Zo zoekt Theseus de Minotauros alleen.

Tekst 7B

Theseus zoekt de Minotauros maar vindt hem niet. Plotseling hoort hij een verschrikkelijk geluid en nu grijpt angst Theseus aan: hij merkt de Minotauros op, maar… het beest slaapt. Theseus gaat stilletjes naar het beest, dan opent het beest zijn ogen en tilt de grote kop op. Theseus pakt onmiddellijk het hoofd en slaat hem met zijn vuisten, want hij is ongewapend. Zo doodt hij de gevaarlijke Minotauros. Daarna pakt hij de draad en zo vindt hij de deur. Daar merken de kinderen Theseus op en zij zeggen: ‘Wij zijn erg blij en bewonderen jóu, Theseus. Want jij bent erg sterk en dapper. Zo redt jij ons en Athene. Eerst roepen de kinderen Ariadnè want Ariadnè wacht buiten. De kinderen zeggen: ‘Theseus, de Athener, heeft de Minotauros gedood. Nu verlangen we naar buiten te gaan. Wil jij de deur open doen, Ariadnè?’ En Ariadnè is blij en opent de deur. Meteen vluchten Theseus en Ariadnè en de kinderen naar de zee. Daar gaan ze naar het schip en varen weg.

Tekst 8A

Zo, door de dood van de Minotauros, krijgen Theseus en de kinderen de vrijheid. Meteen vlucht Theseus met de kinderen uit Kreta. Ook Ariadnè neemt deel aan de vlucht. Eerst varen ze naar het eiland Naxos. Naxos is gewijd aan de god Dionysos. ’s Nachts gaan ze uit het schip. En ze slapen op het strand van de zee, want ze zijn erg moe ten gevolge van de gevaren. Hier merkt de god van de wijn Ariadnè op. Meteen zegt hij tegen zichzelf: Bij de goden, ik verlang dat meisje. Onmiddellijk zal ik haar wegbrengen en trouwen, zo mooi vind ik het meisje. Dan ontvoert hij Ariadnè en brengt haar uit Naxos. Zo is hij schuldig aan groot verdriet.

Tekst 8B

’s Morgens vroeg wekt de zon Theseus uit zijn slaap. Theseus kijkt om zich heen, maar hij ziet Ariadnè niet, behalve de kinderen is het strand zonder mensen. Nu roept Ariadnè, en roept weer. Tenslotte hoort hij eens stem, de stem is niet van Ariadnè, maar van de god; want Dionysos zegt: ‘Geen mensen houden van Ariadnè, maar een god! Nu is Ariadnè niet van ene mens echtgenote, maar van een god! Want jij trouwt nu niet met Ariadnè, maar ik!’ Nu is Theseus vervuld van groot verdriet, want hij verlangde erg naar de mooie Ariadnè. Tenslotte ontwaken de kinderen uit hun slaap. En met de kinderen, zonder de geliefde Ariadnè vaart hij van het eiland weg, naar Athene.

Tekst 8C

Aigeus, de heerser van Athene, beklimt dagelijks de hoge kust van Attika en kijkt naar de zee: want hij mist zijn zoon erg en de andere kinderen ook. Na lange tijd merkt hij het schip op, maar in plaats van vreugde houdt de angst de heerser in zijn greep: want het schip is zonder witte zeilen; zwart zijn de zeilen van het schip. Nu huilt Aigeus veel en jammert: ‘Wat vreselijk, de Minotauros heeft mijn zoon vermoord. Nu zal ik mijzelf ook van het leven beroven.’ Daarna gooit hij zichzelf van de hoge kust af; hij valt in de zee en zo sterft hij. Wat is de oorzaak van het verschrikkelijke ongeluk? Het verdriet over Ariadnè is de oorzaak. Want door het verdriet bekommert Theseus zich niet over de zeilen. Zo, zonder het te willen, is hij de oorzaak van de dood van Aigeus.

Tekst 9A

Veel schepen liggen voor anker bij Aulis: want veel Grieken komen de meesters te hulp, veel legeraanvoerders zijn aanwezig, en veel matrozen en soldaten. Eerst gaan Menelaos en Agamemnon en de andere legeraanvoerders aan boord van het schip. Daarna dragen zij de soldaten op om de wapens aan boord te dragen. Allen zijn erg blij om de expeditie en de wapens. Tenslotte zijn allen op de schepen. Daarna hijsen de matrozen de zeilen. Nu stoppen de gideb de wind plotseling, waarom doen de goden dit? De goden stoppen de expeditie, omdat Artemis boos is op de aanvoerder Agamemnon; want Agamemnon heeft de godin beledigt: want hij heeft op de jacht het hert, gewijd aan de godin, gedood. Tegelijkertijd zei hij dit: ‘Zelfs jij, Artemis, schiet niet zo!’ Zo is Agamemnon zeer gehaat bij de godin.

Tekst 9C

De bodes en Ifigeneia rijden met een wagen naar Aulis. Daar brengt Agamemnon het kind niet naar Achilles, maar…. Naar het altaar. Want hij si van plan de dochter te offeren an de verschrikkelijke godin. De andere legeraanvoerders en soldaten zijn aanwezig en hebben medelijden met het meisje. Ifigeneia is dapper onder het verschrikkelijke ongeluk en huilt niet. Het meisje is al op het altaar, Agamemnon aarzelt lange tijd, tilt toch het mes op. Plotseling is het meisje niet meer aanwezig. In plaats van het meisje is een hert op het altaar. Want Artemis helpt Ifigenei, want ze heeft medelijden met haar en brengt haar weg. Agamemnon slacht het hert in plaats van het meisje. Want Ifigeneia’s offer bevalt de godin en Artemis is de Grieken weer goedgezind. Hierna is er weer mooie wind. De Grieken maken de touwen van de schepen los en varen naar Troje onder een mooie wind.


Tekst 10A

Achilles wil, door zijn woede, niet meer voorvechter zijn in de strijd, maar zit werkeloos in zijn tent. Daar zingt hij met de lier over de daden van de oude Grieken. Zo hebben de Trojanen macht over de Grieken in de strijd en doden veel van hen; ze zijn al dichtbij het Griekse kamp. De legeraanvoerders van de Grieken verliezen de moed; ze beschouwen Agamemnon schuldig aan de rampen. Tenslotte zeggen ze tegen de meester Agamemnon: ‘Meester, luister naar uw vrienden en wees niet boos; niet wij zijn schuldig aan de vele rampen, maar u, meester, u bent schuldig. Wees nu niet meer koppig, maar doe als volgt: stuur het meisje Briseïs weg naar Achilles; geef hem bovendien vele geschenken. Als u dit doet, kunt u zijn woede stoppen. Misschien wil Achilles weer voorvechter zijn.’ Agamemnon gaat akkoord met hun woorden en zegt: ‘Jullie zijn trouwe vrienden, legeraanvoerders, en jullie hebben gelijk. Verlies dus niet de moed; want ik ben klaar om dit te doen. Kies de beste bodes en stuur hen met geschenken naar Achilles.

Tekst 10B

Achilles ziet de bodes en zegt: ‘Gegroet, vrienden, want jullie zijn mij dierbaar. Ga hier zitten!’ Hij kijkt eerst naar Patroklos en zegt: ‘Vooruit, Patroklos, geef hen wijn en voedsel.’ Na de maaltijd zegt Odysseus: ‘Ook jij gegroet, Achilles. Het is lekker voedsel! Toch interesseert het voedsel mij niet, maar iets anders: de ellende van de Grieken! Want de Trojanen zijn al dichtbij ons legerkamp en staan op het punt de schepen in brand te steken. O geliefde Achilles, wees niet meer koppig, maar heb medelijden met je vrienden; want Agamemnon is klaar om het meisje Briseïs weg te sturen, en stuurt vele mooie geschenken!’ Achilles luistert naar de woorden en zegt: ‘Zeg niks, mijn vrienden, over geschenken! Gehaat zijn die geschenken! Wees niet dwaas: want jullie zijn niet in staat me te overreden! Ook niet Agamemnon! Niet de strijd interesseert me meer, maar de terugkeer naar huis! Want Thetis, mijn moeder, heeft me dit voorspeld: Als jij, Achilles, naar huis komt heb jij een lang leven; als je blijft en om Troje oorlog blijft voeren, ga je jong dood.’ Nu bevallen mij de terugkeer naar huis en het lange leven. Ga weg en bericht dit aan Agamemnon.

Tekst 11A

Lange tijd hadden de Trojanen macht over de Grieken in de oorlog en zij waren al dichtbij de schepen. Achilles bekommerde zich niet om het lot van de Grieken; de vriend van Achilles, Patroklos, vergoot vele tranen; want hij bekommerde zich zeer om de Grieken. Achilles zegt uit medelijden tegen Patroklos: ‘Huil niet zo, Patroklos, zoals een klein meisje. Zeg echter: wat is de oorzaak van de tranen?’ Patroklos – want hij was bereid om oorlog te voeren – zei: ‘Oorzaak van de tranen is het verschrikkelijke lot van de Grieken. Want velen van hen sterven, velen zijn gewond. Jij, Achilles, van wie niet Peleus de vader en Thetis ook niet de moeder is, maar de grijsblauwe zeen en de harde rotsen hebben jouw gebaard. Maar stuur mij en de soldaten in de strijd; geef mij ook jouw wapens; zo menen de Trojanen misschien dat jij, Achilles, weer deelneemt aan de strijd. Zo hoop ik hen bij de schepen weg te verdrijven, het zal een adempauze voor de Grieken zijn.’
Zo sprak jij, Patroklos, grote dwaas. Want jij zou vragen om jouw eigen dood.

Tekst 11B

Zo gaf Achilles instructies aan Patroklos: ‘Als de Trojanene bij mijn schepen komen, dat zal het einde van mijn woede zijn, maar niet eerder. Maar jij, Patroklos, neem mijn wapenuitrustign en trek hem aan. Breng de soldaten in de strijd en verdrijf de Trojanen. Luister goed, Patroklos, en wees niet ongehoorzaam – want ook eerder was je altijd een trouwe vriend voor mij – verdrijf eerst de Trojanen weg bij de schepen, ga daarna meteen terug naar de tenten!’ En Patroklos nam de prachtige wapens van Achilles over en trok ze aan. Meteen gingen Patroklos en de soldaten in de sterke strijd en meteen brachten ze grote angst teweeg bij de Trojanen. Toen vluchtten de Trojanen weg van de schepen naar de stad; maar Hektor wacht alleen op Patroklos. Patroklos bekommerde zich helemaal niet om de woorden van Achilles en ging niet meer terug naar de tenten; want hij verlangde onsterfelijke roem.

Tekst 11C

Antilochos kwam naar Achilles en vergoot warme tranen: ‘O Achilles, de geliefde Patroklos is niet meer! Hektor was de oorzaak van zijn dood, nu heeft hij je wapens. Een zwarte wolk van verdriet bedekte Achilles. Hij pakte veel as en strooide dat over zijn hoofd. De slavinnen van Patroklos kwamen uit hun tenten en weenden zeer: want altijd was Patroklos hun goedgezind. Ook Achilles neemt deel aan het geween. In de onmetelijke zee luisterde Thetis naar het geween. Meteen wilde zij de oorzaak van het geween weten. Ze steeg dus op uit de zee en sprak tegen haar zoon: ‘Mijn kind, wat is de oorzaak van het geween?’ Achilles zie met vele tranen tegen de godin: ‘Mijn moeder, de geliefde vriend Patroklos is niet meer. En mijn wapens. Eerder had Patroklos ze, Hektor heeft ze nu. Het lot van Patroklos is onrechtvaardig en bestraffenswaardig.’ Thetis had medelijden met haar zoon en zei tegen hem: ‘Wacht, mijn kind, want je hebt nu geen wapens. Maar Hefaistos is in staat om wapens te maken in één dag. Als de wapens klaar zijn, zoek dan Hektor!’

Tekst 12B

Niemand van de mannen en vrouwen bleef op de bolwerken van Troje; want allen kwelde het lot van de leider Hektor. Eerst renden Andromachè, zijn vrouw, en Hekabè, zijn moeder naar de wagen en raakten zijn hoofd aan. Daarna draagt Priamos hem naar zijn huis en legt hem neer op bed. Andromachè omvatte met haar handen zijn hoofd en begint de rouwklacht: ‘Geliefde man, je stierf jong en laat mij als beroofd achter! Want jouw, bewaker en redder van Troje, richtte een vijandig met een speer te gronde in de strijd. Onze zoon is heel klein, zijn naam is Astyanax; want jij, geliefde Hektor, was altijd bewaker en heerser van de burcht. Nu voorspel ik dit jou, mijn kind: de Grieken zullen spoedig eerst de stad vernietigen, daarna ons wegvoeren in slavernij. Dan zal jij, mijn kind, slaaf zijn van een slechte meester. Of iemand van de Grieken zal jouw hand vastpakken en jou van het bolwerk afgooien. Want de Grieken zijn boos op jouw vader omdat hij een broer, of een vader, of een zoon vernietigde. Want jouw vader doodde velen in de bittere strijd.

Tekst 13A

Na de dood van Achilles verlangen Odysseus en Ajax beiden de wapens van Achilles, want de wanpens waren een eerbewijs voor de beste leider van de Grieken. Odysseus was de slimste van de Grieken, Ajax was de dapperste en de grootste, als een toren. De leiders belegden een vergadering over de wapens; eerst zei Ajax hen zo: ‘Ik ben sterker in daden, jij bent sterker in woorden want ik kan niet spreken als jij, jij bent niet beter in de strijd als ik. Ik kan de oorlogen afweren en zo de dappere Grieken redden. Maar jij, Odysseus, vluchtte in de oorlog altijd voor Hektor. Wie is dapperder en sterker dan ik? Wie is laffer en slechter dan jij, Odysseus? Dus, Grieken, bekijk niet de woorden, maar de daden; want wat is beter in de oorlog? De daden of de woorden? Dus wat, Grieken, beslist over de oorlog? De daden of de woorden?

Tekst 13B

Als tweede in de vergadering zei Odysseus:
‘Jij, Ajax, sprak over daden en woorden, sprak over dapperheid en lafheid! Sterker is inderdaad Ajax en hij is groter dan ik. Maar, mannen, is door dit de beste van alle Grieken Ajax? Nee, bij Zeus! Ik voer niet als een wild beest oorlog zoals Ajax. Menen jullie daarom dat ik laffer ben dan Ajax, mannen? Want ik kan door mijn grote wijsheid beter de Grieken redden dan Ajax; want ik bespioneerde de situatie in Troje en daarom kennen wij de plannen van de vijanden. Jij, Ajax, helpt de Grieken met de dapperste daden, ik door mijn wijsheid en woorden. Dus wie van beide is beter in de oorlog? Oordeel dus, mannen leiders, brengen wij meer schade toe aan de vijanden door dapperheid of door wijsheid?’ De meesten van de leider meenden dat Odysseus het best sprak; dus zo kenden zij hem de wapens toe. Ajax sprong op en zei: ‘Jullie doen een groot onrecht, mannen! Nu beschouw ik jullie allen als vijanden, niet langer als vrienden.’ Daarna verliet hij de vergadering met grote woede.


Tekst 13C

Ajax, de sterkste van alle Grieken, zat in de tent en huilde erg; want grote schaamte hield hem in zijn macht, omdat hij schapen doodde in plaats van leiders. ‘Waarom doodde ik schapen, maar niet alle leiders? Ik was de wapens waardig, ik ben niet zwakker den Odysseus!’ Tekmessa, de geliefde slavin van Ajax, ging de tent binnen en keek de man aan. Ze zegt dit: ‘Ajax, wat doe jij? Wat ween je eigenlijk? Zo kwel je jezelf alleen maar meer!’ Maar Ajax weende en zei ook niets. Plotseling pakt de held zijn zwaard en zet het vast in de grond; Tekmessa riep uit; ‘Doe geen slechte daad, Ajax! Jij bent voor mij de geliefdste en beste. Doe dit dus niet, want je bent niet bij je verstand.’ De slavin snelde toe, maar het was al te laat. Want Ajax werpt zichzelf in het zwaard. Zo sterft de grote held, de beste na Achilles, sterker dan alle andere Grieken.

Tekst 14A

Daar rende Laokoön, de priester van de Trojanen, uit Troje naar beneden met zijn twee zonen, want hij was zeer boos op de burgers en drukte hen op het hart: ‘Burgers, wat doen jullie? Jullie zijn niet verstandig! Want de Grieken zijn zeer onbetrouwbaar, zelfs al laten ze geschenken voor jullie achter! Maar luister naar mij: sleep alsjeblieft dat paard niet in de stad! Want het zal jullie allen veel slechts brengen. Vertrouw mij en doe als ik jullie op het hart druk!’ Zo waarschuwt Laokoön de burgers. Bovendien gooide hij een sper op het peerd. Toen gleden twee grote slangen uit de zee op het land; ze waren zeer angstaanjagend en ze gleden naar Laokoön. Meteen wurgden zij met hun lichamen Laokoön zelf en zijn zoons. Toen kregen de Trojanen meer angst; allen zeiden tegen elkaar: ‘De dood van Laokoön is een duidelijk teken voor ons; zijn dood is een straf van de goden, want het is een heilig paard. Sleep hem naar de stad.’ Daarna slepen de Trojanen het paard Troje in.

Tekst 14B

Ook Menelaos nam deel aan de verwoesting van Troje. Hij doodde velen van de Trojanen, tegelijkertijd zocht hij Helena, zijn vrouw, want hij was zeer boos op haar en wilde haar doden. Toen nu Helena Menelaos zelf van verre opmerkte, vluchtte zij met zeer grote angst voor hem, maar ze kon hem niet ontkomen. Hij achtervolgde haar en tilde het zwaard in zijn hand al op! Helena viel bij zijn knieën en smeekte hem: ‘Zeer geliefde man, dood mij niet, maar heb medelijden! Want ik ben niet slecht, maar dezelfde vrouw als vroeger. Afrodite zelf is de oorzaak van mijn ongeluk. Want voor haar ben ik hier en in de woning van Priamos. Dus schenk mij vergiffenis. Want ik houd van jou alleen ik wil voor jou, niet voor een andere man de beste vrouw zijn.’ Menelaos aarzelde: ‘Moet ik haar doden, of niet? Duidelijk is, dat het dezelfde vrouw is als vroeger, want ze schijnt me mooi toe en gelijkend aan een of andere god. Hij liet zijn zwaard vallen uit zijn hand. Menelaos vergeeft haar: want hij houdt ook nu nog van zijn vrouw!

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

1473
 

reacties

 
wow dit helpt echt!
door tommie (reageren) op 5 februari 2011 om 12:21
Moet het morgen afhebben. Dit helpt echt heel goed!
door Iemand (reageren) op 26 oktober 2011 om 22:37
Ok dit is echt handig doei
door Clarieke (reageren) op 14 november 2011 om 20:37
Vanaf tekst 5B klopt het volgens mij niet meer! @ 2 gymer
door Juliaaa (reageren) op 22 november 2011 om 16:03
Echt een goede vertaling!! Ze kloppen allemaal. Echt fijn dat je de vertalingen erop hebt gezet! xxxjuuulsaaabliiis
door J&L&S (reageren) op 25 november 2011 om 15:37
echt top!
door save (reageren) op 6 december 2011 om 20:02
alleen in 5c staat verlat i.p.v verlaat voor de rest top!
door save (reageren) op 6 december 2011 om 20:05
Waar is tekst 12a?
door Mobster Bitch (reageren) op 12 december 2011 om 19:30
jaa inderdaad waar is 12A , ik kan hem helemaal nergens op internet vinden !
door anoooniem (reageren) op 10 januari 2012 om 18:31
@anoooniem @bobster, misschien dan maar zelf vertalen?
door wow, i feel good! (reageren) op 5 maart 2012 om 16:50
Echt goede vertalingen, hoef ik het niet steeds zelf te doen!
door Marije (reageren) op 14 april 2012 om 11:48
Waar is 9B??
door - (reageren) op 25 april 2012 om 19:12
Super vertalingen HEEEEEEEEL ERG BEDANKT!
door Chris (reageren) op 24 oktober 2012 om 19:13
Thankyouuuuuu! 😊😊
door SomsGeenZinInHWMaken (reageren) op 19 december 2012 om 22:45
Heeeele fijne vertalingen! Alleen in 14A staan een par tijdsfoutjes... Hartstikke bedankt! Xx
door annastasia de vries (reageren) op 30 januari 2013 om 20:18
Heel handige teksten. Maar er staan geen zinsnummers bij. ik geef het een 9,5
door d (reageren) op 2 maart 2013 om 13:30
Echt handig! Goede vertalingen, dank je, nu hoef ik nooit meer huiswerk te maken, want ik vul alles lekker meteen in.
door Spencer Vlug (reageren) op 20 maart 2013 om 12:51
Geweldig
door Michiel (reageren) op 3 april 2013 om 20:20
Super dat sommige mensen dit doen! Als je dan geen tijd hebt voor huiswerk kun je het zo overschrijven. Goede vertalingen! Super handig, dankjewel!
door Lara (reageren) op 15 april 2013 om 14:52
heeeeeeee, super dankjewel, moet morgen vertaling 8a t/m 8c afhebben, maar was nog niet begonnen.
door Naomi (reageren) op 17 juni 2013 om 18:52
Super bedankt! De teksten zijn echt goed vertaalt, weinig foutjes enzo Super handig dat ze hier ook te vinden zijn
door Sarah1410 (reageren) op 6 november 2013 om 17:19
Geweldig Deze moet ik onthouden!
door Na-chan (reageren) op 11 november 2013 om 21:16
Eindelijk kan ik mijn teksten goed nakijken als ik een les gemist heb
door Yellos (reageren) op 3 januari 2014 om 11:03
Heey super!!! Soms missen er een paar woordjes, maar dat maakt niet heel veel uit. Bedankt!
door anoniem (reageren) op 22 november 2013 om 17:05
kijk ook op latijnengrieks.nl
door yuhanun (reageren) op 5 maart 2014 om 15:43
IK HOU VAN JE
door jasmijn (reageren) op 12 maart 2014 om 17:20
Bedankt!!
door someone (reageren) op 10 april 2014 om 18:31
Dit helpt echt ik doe nu 4e klas en zelfs dan helpt het nog, geweldig geschreven Lineke
door Yolanda (reageren) op 17 april 2014 om 14:21
Tip: 3C regel 10, Herakles draagt het beest en niet de huid
door Rosee (reageren) op 26 september 2014 om 17:21