Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Titratie natronloog met zoutzuur

Scheikunde

Verslag

Pulsar chemie

 
5.3 / 10
1 stem
6e klas vwo
niveau
  • Sep Woolschot
  • NL
  • 579 woorden
  • 111 keer
    0 deze maand
  • 4 december 2013

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Titel: Titratie natronloog met zoutzuur

Onderzoeksvraag: Wat is de molariteit van het zoutzuur?

Benodigdheden:   -Labjas

                                   -Veiligheidsbril

                                   -Gedestilleerd water

                                   -Pipet (10mL)          

                                   -Erlenmeyer glazen

                                   -Maatbeker (minimaal 60mL)

                                   -Buret (50mL) met Natronloog (0,1041M)

                                   -Zoutzuur (onbekende M)

                                   -Indicator: fenolftaleïen

                                   -Horlogeglas

                                   -Doekjes (om de pipet af te drogen)

Werkwijze:

Maak alles schoon met gedestilleerd water en breng de pipet op concentratie (op smaak) met het zoutzuur. Neem vervolgens een bekerglas met ca. 50mL zoutzuur en pipetteer hier exact 10,00mL van. Dit doe je door de vloeistof op zo’n manier op te zuigen, dat de onderkant van de meniscus de 10mL streep nét raakt. Droog de punt af en doe dit onder een hoek van 45° in de erlenmeyer. Zet de pipet wel tegen de wand en wacht 10 seconden tot alle vloeistof er uit is. Doe hetzelfde met de andere erlenmeyers (het aantal erlenmeyers dat je gebruikt is afhankelijk van hoe precies je de proef wilt doen – hoe meer, hoe exacter).

Vervolgens ga je met de buret werken. Controleer ten allereerste of deze in orde is. Breng de vloeistof in de buret in de schaalverdeling, en lees de beginwaarde af op twee cijfers significant. Deze lees je af ter hoogte van de onderkant van de meniscus. Maak een ruime schatting van je eindvolume, in dit geval ongeveer 25mL. Bij een andere molariteit/hoeveelheid titratiestof verschilt dit. Doe per 5mL eindvolume 1 druppel fenolftaleïen.

Nu is het tijd om te titreren. Hou je ene hand bij de kraan, terwijl je met de ander zwenkt. Draai de kraan langzaam open, zodat deze druppelt. Aan het begin mag die aardig doordruppelen, zolang je maar niet gaat stralen. Als je bijna 10 á 11 milliliter hebt getitreerd, draai je het kraantje iets dicht en laat hem rustig druppelen. Spoel de wand van de erlenmeyer met iets gedestilleerd water zodat de restjes zuur ook in de oplossing terecht komen. Ga zo door tot er een lichtroze oplossing ontstaat. Draai de kraan dan meteen dicht en lees de eindwaarde af. Als de oplossing niet transparant wordt binnen 20 seconden, heb je de proef goed uitgevoerd. Noteer je waarnemingen en resultaten en doe de proef nog een aantal keer. Dan kan je de molariteit van het zoutzuur bepalen.

Resultaten:

Gebruikte NaOH

1

2

3

 

 

Gemiddeld verschil

Beginstand (mL)

0,23

11,95

23,35

Eindstand   (mL)

11,51

23,02

34,70

Verschil      (mL)

11,28

11,07

11,35

11,2333333

 

Gemiddeld was er dus 11,23mL NaOH nodig om 10mL H3O+ te titreren. Met deze informatie kun je de molariteit van het zoutzuur bepalen.

Reactievergelijking:

OH- (aq) + H3O+ ­(aq) à 2H2O (l)

1          =    1          =    1

Hieruit blijkt dat ik 1 mol OH- nodig heb om met 1 mol H3O+ te reageren.

Berekeningen:

mol OH-

0,1041

x

L oplossing

1,00

11,23333

Hieruit blijkt dat x = 0,1041•11,2333 = 1,169x10-3 mol OH-

dus je hebt ook 1,169x10-3 mol H3O+ nodig.

mol H3O+

1,17x10-3

x

L oplossing

10x10-3

1,00

x = 1,17x10-3/10x10-3 = 1,17x10-1 M = 0,1169 M

Conclusie:

Ik heb dus berekend dat de molariteit van H3O+ 0,1169 is. Dit lijkt me een redelijk aanneembaar getal, dus ik neem ook aan dat de proef goed gelukt is. Het getal heeft echter iets kunnen afwijken vanwege onnauwkeurigheid bij het uitvoeren van de titratie, bijvoorbeeld door het niet spoelen van de randen, vergeten te snuiten of door onvoldoende schoonmaken. Al met al heeft mijn oplossing toch een nette lichtroze kleur gekregen, die het equivalentiepunt aangaf. Titratie geslaagd!


 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

1821
 

reacties