Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Medicatie

Verzorging

Sectorwerkstuk

7.0 / 10
  • Jacqueline
  • NL
  • 7648 woorden
  • 44273 keer
    536 deze maand
  • 25 maart 2006
MEDICATIE

1. Inhoud
2. Geneesmiddelen in het lichaam
3. Vormen en toedieningsvormen medicatie
4. Negatieve effecten van medicatiegebruik
5. Zelfmedicatie
6. Waarom medicatie toedienen
7. Hoe komt een zorgvrager aan een medicijn
8. Richtlijnen voor het uitzetten, toedienen, controleren en registeren van medicatie.
9. Etikettering van een medicijn
10. Medicijngroepen
11. Voorbeelden van medicijnen per groep
12. Het adverteren met medicijnen
13. bronnen

Een medicijn of geneesmiddel is een preparaat van chemische, plantaardige en/of dierlijke stoffen dat toegediend kan worden om ziektes te voorkomen, genezen of te verlichten.


Geneesmiddelen in het lichaam
Een geneesmiddel moet op de juiste plaats in het lichaam terechtkomen en nadien verdwijnen zonder de normale lichaamsfuncties teveel te belasten of te verstoren. De reis van het geneesmiddel begint bij de opname hetzij via de mond, de huid, de longen, de maag, de darmen of de bloedbaan.
De lever is het belangrijkste orgaan in de verwerking en eliminatie van medicijnen en andere lichaamsvreemde stoffen.
Een aanzienlijk gedeelte van het medicijn wordt al verwerkt bij een eerste passage door de lever, nog voor het doelwitweefsel is bereikt. Ook als een geneesmiddel zijn taak heeft volbracht, moet het zo snel mogelijk uit het lichaam verdwijnen. Sommige geneesmiddelen worden nauwelijks of niet afgebroken en grotendeels onveranderd uitgescheiden via de urine of de uitwerpselen. Meestal echter worden ze door allerlei enzymen in de lever gewijzigd zodat er afbraakstoffen of metabolieten ontstaan. Het lichaam tracht de medicijnmoleculen zo te veranderen dat ze goed oplossen in water. Ze kunnen dan via de nieren met de urine of via de gal en de darm met de uitwerpselen worden afgevoerd.

Enzymen verrichten in de lever de afbraak van geneesmiddelen. Na een aantal fases van afbraak wordt uiteindelijk het afval product uitgescheiden door darmen (faeces) blaas (urine) of huid (transpiratie)

Vormen en toedieningsvormen medicatie

Een geneesmiddel kan in verschillende vormen worden toegediend:

Vloeibare of opgeloste vorm
Bij toediening als drank of druppels (oraal toegediend) wordt de werkzame stof direct door de slijmvliezen opgenomen (mond, keel, oog, maagdarmkanaal)

Ø Een drankje waarin het geneesmiddel opgelost is vaak eenvoudig in te nemen door de patiënt. (b.v. hoestdrankje)
Ø Druppels zijn tevens een vorm waarin het geneesmiddel is opgelost en is makkelijk toe te dienen (b.v.oogdruppels)
Ø Een smeersel kan een prima manier zijn om medicijnen toe te dienen op de direct daarvoor bestemde plek. In het smeersel dat kan variëren van een emulsie (vloeibaar) tot een pasta (stevige zalfachtige massa) wordt een geneesmiddel opgelost. Een goed voorbeeld hiervan is een hydrocortison crème die direct op de aangedane (smet) plek gesmeerd kan worden.
Ø Via een infuus kan ook medicatie worden toegepast. Druppelsgewijs word een vloeistof onder de huid of in de aderen gebracht. Ampullen met een geneesmiddel worden meestal direct geïnjecteerd. Deze vorm van toedienen wordt parantaal genoemd. Een chemokuur ter behandeling van kanker is een voorbeeld van deze vorm van medicatie toedienen.
Het geneesmiddel wordt direct in de bloedbaan gebracht en kan direct zijn helende werking starten.
Ø Dan zijn er nog de diverse vormen van vloeibare medicatie als spoelvloeistoffen, gorgeldrankjes, neusdruppels etc.

Vaste vorm
Ø Poeders worden op 2 manieren geleverd. In onverdeelde vorm, waarbij de poeders per theelepel gedoseerd worden of de verdeelde vorm waarbij de poeders in een sachet verpakt zijn. Sommige poeders dienen in water opgelost te worden waarna ze door de maag worden opgenomen en de werkzame stof aan het bloed worden afgegeven.
Poeders voor uitwendig gebruikt worden strooipoeders genoemd. Strooipoeders worden direct op de aangedane huid gestrooid en beginnen direct hun helende of verzachtende werking.

Ø Tabletten zijn machinaal samengeperste poeders. Er zijn tabletten met een gedoseerde afgifte van het medicijn. Deze tabletten zijn herkenbaar aan de toevoeging retard, durrette of depot. Deze mogen dan ook niet fijngemaakt worden omdat dan de regulerende werking verloren gaat. Eenmaal in de maag komt de werkzame stof vrij als de maagsappen het omhulsel hebben verteerd. Hierna worden de stoffen opgenomen door het maagslijmvlies en afgegeven aan het bloed.
Ø Bruistabletten worden in water opgelost.
Parels of capsules zijn omhuld met een stof die pas in de maag oplost en mogen dus niet geopend worden bij inname.
Ø Zetpillen zijn staafjes van een bij lichaamtemperatuur smeltende stof waarin zich het geneesmiddel bevindt. Zetpillen worden rectaal of vaginaal toegediend en geven dus daar hun werkzame stof aan waar ze bedoeld zijn, in de vagina of de darmwand. Ook kan het zo zijn dat het geneesmiddel niet bestand is tegen de zuren in de maag en daarom ‘laag’in het lichaam in de bloedbaan gebracht dienen te worden, via de slijmvliezen van de dikke/endeldarm/vagina

Gas
Ø Sommige geneesmiddelen worden in de vorm van een gas toegediend d.m.v. inhalatie. Voordeelden hiervan zijn het geven van narcose en bij de behandeling van astma. Door inhalatie komen de werkzame stoffen via de longen en hun slijmvliezen in de bloedbaan.

Negatief effect van geneesmiddelen

Geneesmiddelen hebben niet altijd een positieve uitwerking. Veel medicijnen hebben zeer nadelige effecten bij kort of langdurig gebruik.

Ø Iemand kan immuun worden bij veelvuldig gebruik van bepaalde medicijnen, iemand wordt dan resistent voor een middel, het werkt niet meer(goed).
Ø Na langdurig gebruik van b;.v. paracetamol (pijnstiller) kunnen lever- en nierwerking worden aangetast. Er kan geelzucht ontstaan. De lever kan (vooral bij te hoge doseringen) beschadigd raken; dit is onomkeerbaar. Veranderingen in het bloedbeeld zijn ook mogelijk.
Ø Opiaten als morfine zijn zeer sterke pijnstillers. In tegenstelling tot de bovengenoemde paracetamol is er geen echte maximumdosis. In theorie kan men altijd meer pijnstilling verkrijgen door de dosis te verhogen. In de praktijk lukt dit natuurlijk niet altijd, omdat men last kan krijgen van de bijwerkingen. Er kunnen vele bijwerkingen optreden. De meest voorkomende is verstopping.(obstipatie). De meeste artsen schrijven bij een opiaat dan ook meteen een laxeermiddel erbij voor.
Ø Laxeermiddelen echter kunnen het nare gevolg hebben dat de darmen ‘lui’ worden, m.a.w., de peristaltiek neemt af waardoor de patiënt in een vicieuze cirkel blijft door steeds opnieuw laxeermiddelen te nemen.
Ø Bij de voorschrijven van antitrombose middelen (antistolling) is het minste wondje al aanleiding tot het ontstaan van een hevig bloedende wond. Immers, het bloed wordt ‘geadviseerd’ niet te stollen, waardoor de bloeding moeilijker te stelpen is.

Zelfmedicatie.

Er zijn een aantal algemene richtlijnen die een ieder zou moeten hanteren bij de toepassing van zelfmedicatie (het zelf aanschaffen/toedienen van vrij verkrijgbare geneesmiddelen)
Ø probeer in te schatten of zelfmedicatie verantwoord is; schakel bij twijfel een arts in
Ø ga niet te lang door met zelfmedicatie, pas zelfmedicatie niet langer toe dan twee à drie weken
Ø bij acute klachten moet de situatie snel beter worden, binnen enkele uren
Ø bij langer bestaande klachten moet er na enkele dagen duidelijk verbetering zijn

Bij kinderen kan zelfmedicatie minder stresvol zijn dan een bezoek aan de huisarts. Bij het tandjes krijgen is een behandeling van chamomilla (homeopathisch) vaak doeltreffend. Bij langdurig gebruik van chamomilla zijn geen bijwerkingen bekend. Toch kan de zelfmedicatie ook hier zorgen dat zaken over het hoofd gezien worden. Men neemt al gauw aan dat het gedrag van de zuigeling te maken heeft met het tandjes-krijgen. Huilen en koorts kan echter uiteraard ook ergens anders op duiden. Voorzichtigheid blijft dus geboden.
Ook volwassenen kunnen sneller resultaat hebben als ze in bepaalde gevallen aan zelfmedicatie doen. Er zijn verschillende middelen in de handel om spierpijn te bestrijden. In de vorm van zalf of wrijfmiddel kunnen direct de aangetaste plaatsen worden ingesmeerd. Nadeel kan zijn dat men toch onbewust de spieren overbelast waardoor de kwaal alleen maar erger wordt.
Ouderen met onduidelijke pijntjes kunnen baat hebben bij het slikken van pijnstillers die vrij verkrijgbaar zijn. Het verhoogt het gevoel van zelfredzaamheid en zelfvertrouwen bij de oudere. Hier kunnen echter onderliggende kwalen door gemaskeerd worden waardoor er te laat ingegrepen wordt. Ook het gebruik van aspirine kan bij trombosepatiënten (die reeds antistolling slikken) tot levensgevaarlijke situaties leiden. Aspirine is immers ook een bloedverdunner.

Waarom wordt gekozen voor medicatie

Er zijn een aantal redenen om medicijnen toe te dienen, op voorschrift van de arts of op eigen initiatief.

Ø Pijnbestrijding. (Symptomatische therapie)
Om de pijn tijdens een aandoening te verlichten kan een pijnstiller toegediend worden. Ook tijdens de behandeling van een ziekte ( bv. Botbreuk) kan tijdelijk een pijnstiller gegeven worden. Soms wordt voor het geven van zorg (adl) een pijnstiller aangeboden om de dagelijkse zorg minder pijn lijk te maken.
Pijnbestrijding is dus altijd een symptoombestrijding. Een lichte vorm van pijnbestrijding kan zijn in de vorm van paracetamol, severe pijn kan betreden worden met b.v. morfine

Ø Behandeling van een acute aandoening (Causale therapie)
Bij een acute ziekte kan gebruik worden gemaakt van medicijnen om de ziekte snel onder controle te krijgen c.q. te genezen.
Een voorbeeld hiervan is een infectie. Meestal is een antibioticakuur voldoende om de infectie te bestrijden. Een vorm van een infectieziekte is een zware griep die met symptoombestrijders niet over gaat.
Er zijn verschillende vormen van antibiotica. Verderop in dit verslag wordt uitgelegd wat die verschillen zijn en wanneer ze toegepast dienen te worden.

Ø behandeling van een chronische aandoening (Substitutie therapie)
Soms is een ziekte niet te genzen en moet levenslang een medicijn, en soms meerdere gebruikt worden. Diabetes Melitus is zo’n ziekte. De meeste dragers van deze aandoening zullen op gezette tijden medicatie moeten gebruiken om een zo normaal mogelijk leven te kunnen leiden.

Ø Voorkomen van een ziekte/aandoening. (profylactische therapie)
Bepaalde ziektes zijn te voorkomen door toediening van medicatie. Vaccineren is daar een goed voorbeeld van. Een vaccin zet het lichaam aan tot het ontwikkelen van een antistof. Kinderen worden op deze manier beschermds tegen een aantal ziektes als Rode Hond en Polio.

Hoe komt een zorgvrager aan een medicijn.

Casus:
Mw X is een 82 jarige weduwe die sinds 5 jaar in een verzorgingshuis woont. Zij werd hier opgenomen nadat haar echtgenoot was overleden. Mevrouw was toen al slecht ter been en heeft diabetes, type 2. Mevrouw gebruikte in haar thuissituatie alleen medicatie voor haar diabetes. Mevrouw gebruikt LANTUS, dit is een langwerkend insuline analoog, mevrouw spuit zichzelf, 1x daags in de ochtend. Mevrouw heeft geen familie of andere mantelzorg.
Sinds enige tijd lijkt mevrouw wat teneergeslagen te zijn. De verzorging denkt dat mevrouw als gevold van de diabetes wel eens depressiviteit zou kunnen gaan ontwikkelen. Immers, het is bekend dat diabetes patiënten een 2x verhoogde kans op depressies hebben dan anderen.
Tijdens het MDO (Multi Diciplinair Overleg) van mevrouw worden een aantal zaken afgesproken.
In eerste instantie wordt de sociaal werker van de instelling gevraagd eens bij mevrouw langs te gaan. Wellicht is er iets anders aan de hand waardoor mevrouw depressief is.
Later blijkt dat er geen veranderde factoren spelen waardoor mevrouw een depressie heeft ontwikkeld. Besloten wordt om de arts in te schakelen.
Deze constateert inderdaad een depressie en er wordt Besitran voorgeschreven. De werkzame stof in dit medicijn heeft een gunstig effect op de werking van bepaalde hersenstoffen. Deze hersenstoffen spelen o.a. een belangrijke rol bij de hersenfuncties die de stemming bepalen. Verstoring van de balans van deze stoffen kan depressie veroorzaken. Een diabetes patiënt kan deze medicatie zonder problemen gebruiken. Mevrouw zal wekelijks geëvalueerd worden door de verzorging op eventuele nadelige bijwerking en/of vooruitgang. Nadat de verzorging het recept doorgegeven heeft aan de apotheek, wordt het medicijn bezorgd. Nog dezelfde avond kan mevrouw haar eerste tablet innemen.

Casus
Dhr B. is een vitale, vrolijke 79 jarige man die geheel zelfstandig met zijn vrouw in een rustige buurt woont. Beiden zijn goed gezond en hebben slechts weinig met dokters en ziekenhuizen van doen gehad.De laatste tijd heeft dhr wat last van hoofdpijn, vlekjes voor de ogen, oorsuizingen, hartkloppingen en neusbloedingen.
Dhr is op aandringen van zijn echtgenote naar de huisarts geweest waar de bloeddruk van dhr opgemeten werd.De bloeddruk wordt gemeten met een bloeddrukmeter. Men blaast een manchet op aan de bovenarm, en door de druk in de manchet geleidelijk te verminderen kan men de druk aflezen op een kwikkolom. Met een stethoscoop ter hoogte van de elleboogslagader kan men de 1e en de laatste toon horen die de bloeddrukwaarden weergeven.
- De eerste waarde is de systolische bloeddruk, die de druk in de slagader weergeeft op het moment dat het hart samentrekt.
- De tweede waarde is de diastolische bloeddruk, die de druk in de slagader weergeeft tijdens de ontspannen van het hart tussen twee samentrekkingen in.
Normaalgezien moet de bloeddruk lager zijn dan 140/90 mmHg.
Met de leeftijd kan ook de bloeddruk verhogen, en dan vooral de systolische bloeddruk door verminderde elasticiteit van de bloedvaten.
De bloeddruk van Dhr bleek te hoog; de meter gaf een waarde aan van 180/100.
De huisarts heeft dhr een recept voor medicatie meegegeven plus een voedingsadvies.
Met dhr is een vervolgafspraak gemaakt om over 2 weken terug te komen, of eerder als de klachten daartoe aanleiding geven.
Dhr heeft meteen het recept opgehaald bij de apotheek en slikt nu getrouw Normatens. Dit medicijn is werkzaam via het centrale zenuwstelsel (o.a. hersenen). Het verlaagt de weerstand van de lichaamsweefsels tegen doorbloeding (= vermindering van de perifere weerstand). Hierdoor daalt de bloeddruk.

Verder houd hij zich zo veel mogelijk aan het dieetvoorschrift van zijn huisarts dat luidde als volgt:
Ø niet te veel zout (chips, drop, soepen uit blik e.d.);
Ø eet voldoende groente en fruit;
Ø voldoende beweging;
Ø voldoende ontspanning en rust
Ø niet roken

Richtlijnen voor het uitzetten, toedienen, controleren en registeren van medicatie.

In het omgaan met medicatie is secuur en geconcentreerd werken een prioriteit
Immers, het verkeerde medicijn, of de verkeerde dosering, zelfs het verkeerde tijdstip kan enorme gevolgen hebben voor de zorgvrager.
En hoe secuur medicijnen ook uitgezet worden, er dient altijd een nacontrole te zijn door een tweede persoon. Als daarna de medicatie gegeven en afgetekend wordt op een lijst, worden de medicijnen nogmaals gecontroleerd.
Bij het toedienen van de medicijnen moet op een aantal dingen gelet worden:
Ø Zorg dat het juiste medicijn in de juiste dosering toegediend wordt
Ø Zorg dat het medicijn op het voorgeschreven tijdstip toegediend wordt.
Ø Zorg dat het medicijn op de juiste wijze toegediend wordt.
Ø erop toezien toe dat de zorgvrager het medicijn ook werkelijk inneemt.
Ø Observeer hoe de zorgvrager op het medicijn reageert en maak daar melding van.
Iedere instelling heeft een eigen manier van medicatie verstrekking. Soms gebeurt dat door middel van een dag- of weekcassette, soms worden dagelijks medicijnen gedeeld.Administratie van medicijnen is van cruciaal belang en moet aan een aantal voorwaarden voldoen:
Ø Naam zorgvrager
Ø Naam medicijn
Ø Tijdstip van toedienen
Ø Manier van toedienen
Ø dosering
Als laatste is het van belang te letten op de houdbaarheid van de medicijnen en het bewaaradvies. Uiteraard worden medicijnen opgeborgen op een plaats waar onbevoegden geen toegang hebben of overeenkomstig de wens van de zorgvrager.Bij het toedienen van de medicatie dienst uiteraard gelet te worden op de hygiëne. Handen wassen is een pre en bij het rectaal of parentaal toedienen van medicatie zijn handschoenen natuurlijk noodzakelijk. De wens van de zorgvrager staat altijd voorop; bij het innemen van de orale medicatie dient altijd gevraagd te worden naar de wens van water, melk of sap.Let wel op: niet alle medicijnen mogen met melk ingenomen worden.
Het spreekt voor zich dat naast een zelfstandige zorgvrager,alleen personen die bevoegd en bekwaam zijn handelingen met de medicijnen mogen uitvoeren.

Wettelijke eisen aan etikettering van medicatie

Een medicijnetiket moet wettelijk aan een aantal eisen voldoen. Zo moeten de volgende zaken op het etiket vermeld staan:
Ø Naam van de apotheek plus apotheker
Ø Afleveringsdatum
Ø Naam, adres en geboortedatum van de zorgvrager voor zie het medicijn bestemd is
Ø Naam en sterkte van het medicijn
Ø Gebruiks- en bewaarvoorschrift
Ø Naam van de arts die het medicijn voorgeschreven heeft
Handig is daarbij het kleursticker systeem. Witte etiketten geven aan dat het middel voor inwendig gebruik is. Medicatie voor uitwendig gebruik heeft een blauwe streep waarop staat ‘niet om in te nemen’ of een andere aanduiding als ‘neusdruppels’.
Een gele of rode sticker op de verpakking duidt aan dat het middel het reactievermogen kan beïnvloeden.
Aan de hand van deze gegevens kan de verzorgende een de medicijnlijst aanpassen/aanvullen en zodoende de administratie up to date houden. Immers, niet ieder medicijn heeft dezelfde dosering en zelfs als 2 zorgvragers hetzelfde medicijn gebruiken kan de dosering verschillen.

Groepen geneesmiddelen

Pijnstillers (analgetica)
Groep van medicijnen met een pijnstillende, koortswerende en/of ontstekingonderdrukkende werking.
Pijnstillers worden onderverdeeld in:
gewone/eenvoudige pijnstillers
Gewone pijnstillers worden onderverdeeld in:
Ø niet ontstekingremmende pijnstillers, waaronder acetylsalicylzuur (o.a. in aspirine«), ibuprofen en naproxen
Ø overige eenvoudige pijnstillers, waaronder paracetamol

sterke/zware pijnstillers (= opioïden, narcotische analgetica) afgeleid van opium of morfine
Groep van matig tot zeer sterk werkzame pijnstillers die hun pijnstillende via het centrale zenuwstelsel uitoefenen. Alle opioïden zijn oorspronkelijk afgeleid van opium uit papaver (Papaver somniferum), dat al duizenden jaren als pijnstiller wordt gebruikt. De bekendste opioïde pijnstiller is morfine.
Sterke of opioïde pijnstillers worden onderverdeeld in:
Ø Opiaat-agonisten, waaronder de opium-alkaloïden (o.a. morfine en codeïne) en synthetische opiaat-agonisten (o.a.methadon en fentanyl)
Ø Partiële opiaat-agonisten/antagonisten, zoals nalbufine en pentazocine
pijnstillers bij chronische gewrichtspijnen
De drie meest voorkomende oorzaken van langdurige gewrichtspijnen zijn chronische gewrichtsontsteking, reuma en artrose

Tot de gewrichts(pijn)middelen behoren o.a.:
Ø pijnstillers
Ø gewone pijnstillers
Ø ontstekingremmers: corticosteroïden
Ø specifieke reumamiddelen
jicht-middelen
Groep van medicijnen die bij jicht worden toegepast.
Jicht-middelen worden onderverdeeld in:
Ø middelen bij een jichtaanval
Ø middelen om een jichtaanval te voorkómen

Cytostatica

Groep van medicijnen die bij de meeste vormen van kanker worden toegepast. Middelen tegen kanker worden ook wel oncolytica of cytostatica genoemd. Vaak wordt ook gesproken van 'chemo-therapie' of 'chemokuur'.

De keuze van kankermiddelen hangt onder andere af van:
- het type kanker/tumor
- de aard van de werking
- de aard en ernst van de bijwerkingen
- lichamelijke conditie van de patiënt.
- het is gebruikelijk dat er vaak combinaties van kankermedicatie wordt toegepast.
- Kankermedcatie wordt ook vaak gecombineerd met radiotherapie.
Middelen tegen kanker worden onderverdeeld in:

Ø alkylerende middelen
Ø antihormonen
Ø monoklonale antilichamen
Ø antimetabolieten
Ø anti-mitotische middelen
Ø anti-tumor-antibiotica
Ø hormonen
Ø immuno-modulantia
Ø interferonen
Ø topo-isomerase-remmers
Ø restgroep

alkylerende middelen
Groep van kankermiddelen die de celdeling - en daarmee de tumorgroei- remmen door een zgn. alkyl-verbindingen aan te gaan met uiteenlopende celbestanddelen (o.a. eiwitten en nucleïne-zuren). Hierdoor wordt de celdeling gestopt en sterft de cel af.

Alkylerende middelen worden onderverdeeld in:
- stikstofmosterd-derivaten: chloorambucil (= Leukeran®), cyclofosfamide (= Endoxan®), estramustine (= Estracyt®), ifosfamide (= Holoxan®), melfalan (= Alkeran®)
- ethyleen-imine-derivaten: thiopeta (= Ledertepa®)
- alkylsulfonzuur-derivaten: busulfan (= Myleran®), treosulfan
- nitrosureum-derivaten: lomustine (= Cecenu®)
- restgroep: dacarbazine (= Déticène®), procarbazine (= Natulan®), temozolomide (= Temodal®)

Antihormonen
Groep van medicijnen die de werking van bepaalde natuurlijke hormonen tegengaan De toepassingen van antihormonen zijn zeer uiteenlopend omdat die geheel wordt bepaald door het hormoon waartegen ze werkzaam zijn.

monoklonale antilichamen
Groep van monoklonale antilichamen die de groei van bepaalde tumoren remmen. Bevacizumab (= Avastine®) remt de groeifactor van de binnenwand van de vaten en wordt toegepast bij darmkanker met uitzaaiingen.
Dit type middelen wordt gecombineerd gegeven met fluorouracil (= Fluracedil®), folinezuur en eventueel ook irinotecan (= Campto®).

Anti-metabolieten
Groep van middelen die de celgroei remmen door verstoring van de cel-stofwisseling.
Anti-metabolieten worden onderverdeeld in:
- foliumzuur-antagonisten (= foliumzuur-blokkers): methotrexaat (Emthexate®, Ledertrexate®, Metoject®)
- purine-antagonisten: fludarabine (= Fludara®), mercaptopurine (= Puri-Nethol®) en tioguanine (= Lanvis®)
- pyrimidine-antagonisten: capecitabine (= Xeloda®), cytarabine (= Cytosar®), fluoro-uracil (= Fluracedyl®), gemcitabine (= Gemzar®) tegafur/uracil (= UFT-capsules)
- restgroep: pemetrexed (= Alimta®), raltitrexed (= Tomudex®)

Anti-mitotische middelen
Groep van kankermiddelen die de celgroei -en daarmee de tumorgroei- remmen door de celdeling (= mitose) te blokkeren.
-Anti-tumor-antibiotica
Groep van antibiotica die de celgroei -en daardoor de tumorgroei- remmen door o.a. de eiwitproductie en deling van de tumorcellen te blokkeren.

Hormonen
Groep van medicijnen die bij bepaalde hormoonafhankelijke vormen van kanker worden toegepast.

Hormonen tegen kanker worden onderverdeeld in:
- anabole steroïden: zie Deca-Durabolin®
- oestrogenen: zie Honvan®, Estradurin®
- progestagenen: zie Depo-Provera®, Farlutal®, Medroxyprogesteron, Provera®, Megace®, megestrol tabletten

Immunomodulantia
Groep van medicijnen bij bepaalde infectieziekten (bijv. hersenvliesontsteking) en vormen van kanker die worden toegepast om het bij (verzwakte) immuun-systeem te stimuleren.

Interferonen
Groep van medicijnen met een:
- werking tegen virussen (= anti-virale werking)
- afweer-versterkende werking (= immuno-modulaire werking)
- weefselgroei-remmende werking (= anti-proliferatieve werking)

Interferonen worden onderverdeeld in:

Ø alfa-interferonen: Infergen®, Intron®, Pegasys®, PegIntron®, Roferon®: o.a. bij leukemie, melanoom (= huidkanker), Kaposi-sarcoom (vorm van huidkanker bij AIDS-patiënten), chronische hepatitis B eb c
Ø beta-interferonen: Avonex®, Betaferon®, Rebif®: o.a. bij multipele sclerose (= MS) om terugval (= recidief) te voorkomen
Ø gamma-interferonen: Immukone®: o.a. ter verbetering van de levenskwaliteit tijdens het eindstadium van bepaalde vormen van kanker waarbij geen andere behandeling meer mogelijk is.
De werkingen van de verschillende interferonen overlappen elkaar.

Topo-isomerase-remmers
Groep van kanker-middelen (zie hieronder) die de celgroei en daarmee de tumor-groei afremmen door het cel-enzym topo-isomerase, dat betrokken is bij de tumorcel-deling, te blokkeren.

Plasmiddelen
(vochtafdrijvende middelen, diuretica)
Groep van medicijnen die de urineproductie verhogen en daardoor de totale hoeveelheid lichaamsvocht verkleinen.
Mogelijke toepassingen van plasmiddelen :
- bloeddrukverhoging
- hartfalen
- nefrotisch syndroom
- levercirrose
Plasmiddelen worden onderverdeeld in:
Ø kalium-sparende diuretica: scheiden minder kalium uitscheiden dan de andere plasmiddelen (= aldosteron-antagonisten
Ø lis-diuretica: werkzaam via de nierlissen
Ø thiazide-diuretica en verwante verbindingen: werken voornamelijk via de nierbuisjes (= tubuli).
Ø restgroep: osmotische werkzame plasmiddelen, zoals mannitol, acetazolamide (= Diamox«) en Reinosan«
Ø combinatie-middelen: o.a. triamtereen/hydrochloorthiazide (= Dytenzide«)
Kaliumsparende plasmiddelen (aldosteron-antagonisten)
Groep van plasmiddelen die de urineproductie van de nier vergroten door de uitscheiding van water te bevorderen zonder dat daarbij kalium-ionen verloren gaan.
Kaliumsparende diuretica worden met name toegepast bij bloeddrukverhoging door hartfalen.
Kaliumsparende diuretica worden vrijwel altijd toegepast in combinatie met thiazide-diuretica.
Lis-diuretica
Groep van sterkwerkende plasmiddelen die de urineproductie door de nieren vergroten door de uitscheiding van water en zouten via de nierlissen te stimuleren.
Thiazide-diuretica
Groep van middelsterk-werkende plasmiddelen die de urineproductie door de nier vergroten door de uitscheiding van water via de nierbuisjes te stimuleren.

Laxeermiddelen (laxantia)
Groep van medicijnen die bij verstopping de ontlasting dunner maken en zo de stoelgang bevorderen.
Laxeermiddelen worden ook -vaak in de vorm van een klysma- gebruikt om de darm voor een operatie of röntgenopname te ledigen

Laxeermiddelen worden onderverdeeld in:
Ø darmwandprikkelende middelen, die de darmwand chemisch prikkelen en zo de darmwerking (= peristaltiek) bevorderen
Ø verzachtende middelen die de ontlasting zachter maken
Ø glijmiddelen, die het glijden van de ontlasting door de darm bevorderen
Ø waterbinders (= osmotische middelen die vocht vasthouden en zo de ontlasting vloeibaarder maken
Ø zwelmiddelen, die het volume van de darminhoud vergroten waardoor de darmwerking wordt bevorderd

Luchtwegmiddelen (longmiddelen)
Groep van medicijnen die worden toegepast bij aandoeningen van de luchtwegen, zoals astma, bronchitis, emfyseem, longontsteking, long-fibrose)en taaislijmziekte
Luchtwegmiddelen worden onderverdeeld in:
Ø astma- en COL-middelen (COL = chronische obstructieve longziekten)
Ø hoestmiddelen
Ø longslijm-oplossende middelen
Ø luchtwegverwijdende middelen
Ø middelen bij longontsteking
Ø verkoudheidsmiddelen
Ø overige luchtwegmiddelen

Hart- en vaatmiddelen
Groep van medicijnen met een gunstige werking op het hart en/of de bloedvaten (= tractus circulatorius).

Hart- en vaatmiddelen worden onderverdeeld in:
Ø Beta-blokkers
Groep van medicijnen die de beta-1receptoren van het hart en/of de beta-2-receptoren van de bloedvaten, longen en alvleesklier
Onderverdeling
- beta-1-selectief (acebutolol, atenolol, betaxolol, bisoprolol, celiprolol, esmolol, metoprolol en nebivolol): hebben vooral effect op het hart (beta-1-receptoren) en niet of nauwelijks op de bloedvaten en luchtwegen (bèta-2-receptoren)
- niet-selectief (carvedilol, oxprenolol, pindolol, propranolol, sotalol): blokkeren zowel de bèta-1-receptoren van het hart als de bèta-2-receptoren van de bloedvaten, nieren en longen: ze worden voornamelijk toegepast als bloeddrukverlager, maar niet bij astma, bronchospasmen of andere chronisch obstructieve longziekten en suikerpatiënten.

Ø bloeddrukverhogende middelen
Ø groep van medicijnen die een abnormaal lage bloeddruk kunnen verhogen.
Ø bloeddrukverlagende middelen
Groep van medicijnen die hoge bloeddruk kunnen verlagen
Bloeddrukverlagers worden onderverdeeld in:
- ACE-remmers, die op de nieren en het hart werken
- alfa-1-blokkers, die vaatvernauwing via de alfa-receptoren tegengaan
- angiotensine-II-blokkers
- bèta-blokkers
- calcium-antagonisten, die op het hart en de bloedvaten werken
- centralewerkende bloeddrukverlagers, die via het centrale zenuwstelsel werken
- combinatiepreparaten, die twee bloeddrukverlagende stoffen bevatten
- direct-werkende bloeddrukverladers , die de bloedvaten niet centraal maar direct verwijden
- feochromocytoom-middelen, die de afgifte van adrenaline door het bijniermerg blokkeren
- middelen bij pulmonale bloeddrukverhoging
- vochtafdrijvende middelen, die de totale hoeveelheid lichaamsvocht en daarmee het bloedvolume verminderen

Ø coronaire middelen (Kransslagadermiddelen)
Ø hartdoorbloeding-bevorderende middelen
-Goep van uiteenlopende medicijnen die de doorbloeding van de hartspier via de kransslagaderen (= coronaire arteriën) verbeteren.
Ø hartfaal-middelen
Groep van medicijnen die worden gebruikt bij hartfalen

Hartfaal-middelen worden onderverdeeld in:
- Bèta-1-blokkers: verlagen de hartfrequentie en voorkómen daardoor hartritmestoornissen zoals tachycardie, fibrilleren en fladderen
- RAS-remmers (= RAAS-remmers): (1) ACE-remmers: hebben een vaatverwijdend en vochtuitdrijvend werking en worden vooral toegepast na een hartinfarct, (2) angiotensine-II-remmers: hebben vooral een bloeddrukverlagend effect (o.a. candesartan = Artacan®)
- vocht-afdrijvende middelen (= diuretica, plasmiddelen)
- hartglycosiden: digoxine (= Lanoxin®): vergroot de hartspierkracht waardoor de pompprestatie verbetert
- nitraten: werking: (1) verwijding van de kransslagaderen (= coronaire vaten) waardoor het hart meer zuurstof krijgt, (2) verwijding van de slagaders (= arteriën) waardoor het hart minder krachtig hoeft te pompen en (3) verwijding van de venen waardoor de druk op het hart vanuit de toevoerende aders (= venen) minder wordt.
- overige middelen: Corotrope®, Enoximon injecties, Ibopamine tabletten, Inopamil®, Milrinon Injecties, Perfan®
Ø hartritmenormaliserende middelen
Groep van medicijnen die een verstoord hartritme kunnen normaliseren of een verstoring van het hartritme voorkomen.

Anti-aritmica worden onderverdeeld in:
- actiepotentiaal-verlengende middelen
- bètablokkers
- hartglycosiden
- membraanstabiliserende middelen
- hartritmeverhogende middelen
- overige anti-aritmica
Ø kransslagadermiddelen
(= coronaire middelen)
Ø perifere doorbloedingmiddelen (= middelen bij perifere doorbloedingsstoornissen, zoals ziekte van Raynaud en claudicatio intermittens)
Groep van medicijnen die worden toegepast bij stoornissen in de doorbloeding van de bloedvaten van vingers en tenen (fenomeen van Raynaud) of armen en benen (claudicatio intermittens).
Ø spatadermiddelen
Ø vaatvernauwende middelen
Groep van medicijnen die worden toegepast bij:
- bloeddrukverlaging (= hypotensie): o.a. bij circulatoire shock; zie ook: lage bloeddruk (= hypotensie)
- plaatselijke verdoving (in combinatie met plaatselijk verdovende middel) om de verdoving te versnellen, langer te laten duren en de kans op bijwerkingen te verminderen;
Ø vaatverwijdend middelen (= vasodilatoren)
Groep van medicijnen die hoge bloeddruk kunnen verlagen door verwijding van bloedvaten

Bloedstollingmiddelen
Groep van medicijnen die het bloedstollingproces of bevorderen
Bloedstollingmiddelen worden onderverdeeld in:
Ø bloedstollingremmende middelen (= bloedverdunners = trombosemiddelen = antitrombotica)
Ø bloedstollingbevorderende middelen (= bloedstelpende middelen = hemostatica)
Ø bloedstolseloplossende middelen (= tromb0-lytica)

Bloedstollingremmende middelen
Groep van medicijnen die de bloedstollingstrijd verlengen en daardoor het ontstaan van bloedstolsels tegengaan.

Anticoagulantia worden onderverdeeld in:
Ø anti-trombotica
Ø cumarinen
Ø heparinen
Ø heparinoïden
Ø tromboneremmers
Ø trombocyten-aggregatie-remmers
Ø trombo-lytica

Anti-trombotica
Groep van medicijnen die het ontstaan van bloedstolsels voorkómen door vertraging van de bloedstolling en zo de kans op trombose en embolie verminderen.
Cumarinen (coumarinen)
Groep van medicijnen die de vorming van bloedstolsels tegengaan door verdringing van vitamine K bij de vorming van bepaalde bloedstollingsfactoren
Heparinen
Groep van medicijnen die zijn afgeleid van heparine en de vorming van bloedstolsels (trombus, embolus) tegen gaan.
Heparinoïden
Groep van medicijnen die op heparine-achtige wijze de vorming van bloedstolsels tegen gaan.
Trombine-remmers
Groep van medicijnen die de bloedstolling remmen door de blokkade van trombine. Trombine activeert de bloedplaatjes waardoor het stollingsproces in gang wordt gezet.
Trombocyten-aggregatie-remmers
Groep van medicijnen die de samenklontering van bloedplaatsjes remmen.
Hierdoor wordt het ontstaan van bloedstolsels voorkómen en de kans of een hart- of herseninfarct verkleind (tot gemiddeld 50%).

Bloedstolseloplossende middelen (trombolytica, hemolytica)
Groep van medicijnen die bloedstolsels (= trombi) oplossen (= lysis).
Bloedstollingbevorderende middelen

Groep van medicijnen die bloedingen tot stilstand kunnen brengen door het bloedstollingproces te bevorderen. Hierdoor kan overmatig bloedverlies, zoals bij ernstig bloedingen en bloederziekte worden voorkomen.

Bloedstollingbevorderende middelen worden onderverdeeld in:
- bloedstollingsfactoren: eptacog-alfa, factor VII, factor VIII, Factor VIII/von Willebrandsfactor, factor IX, factor XIII, fibrinogeen, moroctocog-alfa, nonacog-alfa, protombine-complex (factor II, VII, IX en X)
- fytomenadion (= vitamine K)
- anti-fibrinolytica: aprotinine (= Trasylol«) en tranexaminezuur (= Cyklokapron«)

bloedstolseloplossende middelen

Groep van medicijnen die bloedstolsels oplossen

Antibiotica (antibacteriële middelen)
Medicijnen die werkzaam zijn tegen infecties met bacteriën
Antibiotica remmen de groei of doden bacteriën
De keuze van een antibioticum wordt bepaald door de aard van de bacterie en de mate van gevoeligheid voor het antibioticum.
Homo zijn kun je leren! Van bear tot buttplug. Van rimmen tot Hepatitis B. Regisseur Sanne Vogel maakte drie pikante interviewfilms met jonge homo’s. Lees meer...


Antibiotica worden onderverdeeld in:
Ø aminoglycosiden
Ø bèta-lactam-antibiotica: penicillinen en cefalosporinen
Ø chinolonen
Ø macroliden
Ø sulfonamiden/trimethoprim
Ø tetracyclinen
Ø overige antibiotica
aminoglycosiden
Groep van antibiotica met een bacteriedodende werking. Aminoglycosiden passeren de celwand van de bacterie en verstoren in de cel de synthese van boodschapper-RNAbij zowel delende als niet-delende bacteriën.
Na langdurig gebruik kunnen de bacteriën ongevoelig worden voor deze antibiotica.

Bèta-lactam-antibiotica
Groep van antibiotica die werkzaam zijn tegen bepaalde bacteriële infectieziekten.
Dit type antibiotica, waartoe ook penicilline behoort, tast de bacteriële celwand aan, waardoor de bacterie doodgaat. Veel bacteriën zijn echter in staat dit type antibioticum af te breken zodat ze er ongevoelig voor worden.
Chinolonen
Groep van antibiotica die de groei van bepaalde bacteriën remmen door remming van het bacteriële enzym DNA-gyrase. Hierdoor wordt de opbouw van de bacteriële DNA-synthese verstoord.
Macroliden en clindamycine
Groep van antibiotica die de bacteriële eiwitsynthese remmen en daarmee de bacteriegroei Bij veelvuldig en langdurig gebruik van macrolide-antibiotica kunnen bacteriën er ongevoelig voor worden.
Sulfonamiden/trimethoprim
Groep van antibiotica met een bacteriegroeiremmende werking.
Sulfonamiden blokkeren in de bacterie de synthese van foliumzuur, waardoor de groei van de bacteriën wordt vertraagd.
Veel bacteriën worden betrekkelijk snel ongevoelig) voor sulfonamiden
Sulfonamiden worden vaak gecombineerd met trimethoprim dat ook -maar op een andere wijze dan de sulfonamiden- de bacteriële foliumzuur-synthese remt.
Tetracyclinen
Groep van antibiotica met een groeiremmende werking op veel verschillende bacteriën (= breed-spectrum).
Tetracyclinen passeren de celwand van de bacterie en verstoren in de cel de bacteriële eiwitsynthese.
Veel bacteriën kunnen ongevoelig worden voor tetracyclinen.
Antibiotica, restgroep
Groep van uiteenlopende medicijnen die werkzaam zijn tegen bacteriën, maar niet kunnen worden geplaatst in een van de overige groepen van antibiotica.

Spierontspanners/-verslappers (spier-relaxantia)
Groep van medicijnen die de skeletspieren ontspannen en/of verslappen.

Spierverslappers worden onderverdeeld in:
Ø spierontspanners/-verslappers bij spierkrampen
Ø spierverslappers bij operaties
Spierontspanners/-verslappers
Groep van medicijnen die worden toegepast om spasmen of -krampen van de skeletspieren te voorkomen of op te heffen.

Mogelijke toepassingen o.a.
- baarmoederhalsspasmen: o.a. botuline-toxine A en B (Botox«)
- nachtelijke spierkrampen: o.a. hydrokinine
- ooglid- (= blefaro-) en gezichtsspasmen (= hemifacialis-spasmen): o.a. botuline-toxine A en B (Botox«)
- pijn-krampen (= reflectoire spierkrampen): o.a. clonazepam, diazepam
- spasticiteit (van uiteenlopende oorzaak): o.a. baclofen, clonazepam, dantroleen, diazepam
- spier-spasmen (clonische spierkrampen): o.a. mefenoxalon en tizanidine
- spierverkrampingen (= tetanische spierkrampen)
Psychofarmaca
Groep van medicijnen die aangrijpen op het centrale zenuwstelsel en werkzaam zijn tegen psychische aandoeningen.

Psychofarmaca worden onderverdeeld in:
Ø angstdempende middelen: bij angststoornissen
Ø antidepressiva: bij depressies en manisch-depressieve aandoeningen
Ø anti-psychotica: bij psychosen en schizofrene aandoeningen
Ø lithiummiddelen: bij manie en manisch-depressieve aandoeningen
Ø psycho-stimulantia: bij ADHD en slaapzucht
Ø kalmerende middelen: bij opwinding, onrust en zenuwachtigheid
Ø slaapmiddelen: bij slapeloosheid

Angstdempende middelen (anxiolytica)
Groep van medicijnen die worden toegepast bij aanhoudende en/of hevige angstgevoelens indien die het dagelijkse functioneren verstoren.
Antidepressiva
Groep van medicijn die worden toegepast bij depressie. Sommige antidepressiva worden ook toegepast bij bepaalde angststoornissen.
Anti-psychotica
Groep van medicijnen die werkzaam zijn bij psychotische verschijnselen die leiden tot een verstoorde ervaring van de werkelijkheid, het normale functioneren thuis en op het werk verstoren en ernstig psychisch leiden tot gevolg hebben.
Lithiummiddelen
Groep van medicijnen die lithiumcarbonaat bevatten. Lithium heeft een centrale (op de hersenen) werking. Het is (nog) niet bekend hoe lithium precies werkt.
Psychostimulantia
Groep van medicijnen die het centrale zenuwstelsel en daarmee de psychische functies stimuleren.
Kalmerende middelen (sedativa)
Groep van medicijnen met een kalmerende werking die worden toegepast bij lichte vormen van zenuwachtigheid wanneer die als lastig of belastend worden ervaren.
Slaapmiddelen (hypnotica)
Groep van medicijnen die de kwaliteit van de slaap bevorderen . Slaap is nodig voor goed functioneren overdag en moet daarom verkwikkend zijn, d.w.z. voldoende diep, voldoende lang en voldoende gelijkmatig (stabiel).
De benodigde slaapduur kan van persoon tot persoon sterk verschillen. De één kan met enkele uren slaap per nacht toe, terwijl een ander 8-9 uur nodig heeft.
Ouderen hebben over het algemeen een lichtere, kortere en vaker onderbroken slaap.
Van een slaapstoornis is sprake als het normale functioneren overdag door slecht slapen wordt verstoord.
Bij pseudo-slapeloosheid kan het slecht slapen ingebeeld zijn (bijv. denken dat men per se 8 uur moet slapen) of het gevolg van slechte leefgewoonten. In dat geval wordt het gebruik van slaapmiddelen ten sterkste afgeraden.

Slaapmiddelen worden onderverdeeld in:
Ø benzodiazepinen en verwante verbindingen
Ø overige slaapmiddelen
Benzodiazepinen
Groep van medicijnen die o.a. worden toegepast bij angst, pijn en slapeloosheid als gevolg van psychische en/of lichamelijke aandoeningen.
Overige slaapmiddelen
Groep van medicijnen (met uitzondering van de benzodiazepinen) die de slaap kunnen bevorderen.

Tot deze restgroep behoren:
- barbituraten: cyclobarbital
- chloralhydraat: Chloralhydraat FNA
- cyclopyrolonen: zoldpidem (= Stilnoct®) en zoplicon (= Imovane®), waarvan de werking vergelijkbaar is met die van de benzodiazepinen

Voorbeelden van medicijnen, gebruik, dosering en (bij)werking

Analgetica (pijnstillende middelen)
Paracetamol
Mogelijke bijwerkingen
o Bloedbeeldveranderingen
o Huidreacties, allergische
o Leverbeschadiging, na hoeveelheden van 6 gram of meer per keer of chronisch gebruik van 3-4 g per dag.
o Nierontsteking, na langdurig gebruik
o Overgevoeligheid voor dit middel of andere middelen die paracetamol als werkzame stof bevatten
Hoe werkt het:
Paracetamol vermindert pijn en onderdrukt koorts . De werking van paracetamol is niet precies bekend. Mogelijk remt deze stof de productie van prostaglandinen in het centrale zenuwstelsel.
De pijnstillende en koortsverlagende werking begint na 15-30 min en duurt ca. 3-5 uur.
Dosering:
Ø Kinderen van 3-12 maanden: 4-6 x per dag 60 mg paracetamol.
Ø Kinderen van 1-2 jaar: 4-6 x per dag 120 mg paracetamol.
Ø Kinderen van 2-4 jaar: 4-6 x per dag 120-180 mg paracetamol.
Ø Kinderen van 4-6 jaar: 4-6 x per dag 180 mg paracetamol.
Ø Kinderen van 6-9 jaar: 4-6 x per dag 240-250 mg paracetamol.
Ø Kinderen van 9-12 jaar: 4-6 x per dag 360-375 mg paracetamol.
Ø Volwassenen en kinderen ouder dan 12 jaar: 500-1000 mg (= 0,5-1 gram) paracetamol per keer tot maximaal 4 gram per dag bij kortdurende gebruik en tot maximaal 2 gram per dag bij chronisch gebruik.


Depronal:
Capsules met gereguleerde afgifte: 150 mg dextropropoxyfeen-hydrochloride per capsule
Hoe werkt het:
Depronal is een opiaat-agonist die de opiaatreceptoren in de hersenen stimuleert en een matig pijnstillende werking heeft. Na inname van 1 capsule duurt de werking 8-12 uur. Dit medicijn valt vanwege de aard van de werking en bijwerkingen onder de Opiumwet.
Dosering:
Volgens voorschrift arts. In het algemeen dient 1 capsule voor het slapen gaan en 1 capsule na het ontwaken te worden ingenomen. Indien nodig kan overdag nog 1 capsule worden toegediend.

Mogelijke bijwerkingen
Ø Braken
Ø Buikpijn
Ø Duizeligheid
Ø Gezichtsstoornissen
Ø Hoofdpijn
Ø Huiduitslag
Ø Leverontsteking
Ø Maagdarmklachten
Ø Misselijkheid
Ø Opgetogenheid
Ø Slaperigheid
Ø Stemming, somber
Ø Verstopping
Ø Zwakte



Cytostatica
Honvan

Hoe werkt het:
Dit medicijn remt de tumorgroei.
Dosering: uitsluitend p voorschrift arts
Mogelijke bijwerkingen
Ø Bloeddrukverhoging (= hypertensie)
Ø Borstontwikkeling (= gynaecomastie)
Ø Braken
Ø Koorts
Ø Misselijkheid
Ø Rillingen
Ø Seksuele lust (= libido), verminderde
Ø Trombose en embolie (= trombo-embolie)
Ø Vochtophoping (= oedeem), verdwijnt vaak bij verlaging van de dosis (in overleg met de arts!)
Platosin

Hoe werkt het
Dit middel blokkeert de celdeling.

Dosering:
Altijd op voorschrift arts. Gebruikelijke dosering: 1 injectie per week. Bij oncologische indicaties zijn dosering en doseerfrequentie sterk individueel bepaald, aan wijzigingen onderhevig en afhankelijk van onder andere algemene toestand en bloedbeeld. Ampullen verkrijgbaar in 10, 50 EN 100 ml

Mogelijke bijwerkingen
Ø Autonome zenuwstelsel, beschadigingen
Ø Beenmergdepressie, met name afname van het aantal bloedplaatjes
Ø Bevingen
Ø Bloedarmoede
Ø Bloeddrukverlaging bij opstaan
Ø Braken, meestal binnen enkele uren na infusie en duurt meestal 4-6 uur (bij daarvoor gevoelige personen soms 1 week); het braken kan ook vertraagd (na ca. 24 uur) optreden
Ø Diarree
Ø Duizeligheid, bij opstaan
Ø Geheugenverlies
Ø Gehoorbeschadigingen, met name bij kinderen en ouderen
Ø Gezichtsstoornissen
Ø Haaruitval (= alopecia)
Ø Hemolyse (= vrijkomen van rode bloedkleurstof uit de rode bloedcellen van het bloed)
Ø Misselijkheid, meestal binnen enkele uren na infusie en duurt meestal 4-6 uur (bij daarvoor gevoelige personen soms 1 week); de misselijkheid kan ook vertraagd (na ca. 24 uur) optreden

Ø Mondslijmvlies-ontsteking
Ø Nierbeschadigingen
Ø Pijnscheuten vanuit ruggenmerg naar armen en benen bij vooroverbuigen van het hoofd
Ø Ruggenmergaandoeningen
Ø Slijmvliesontsteking
Ø Smaakverlies
Ø Toevallen
Ø Zenuwbeschadiging, o.a. veranderde gevoelswaarneming via de huid en verlies van peesreflexen

Plasmiddelen

Furosemide

Dosering
altijd op voorschrift arts, de gebruikelijke dosering is 1x daags 40-80 mg, bij voorkeur ‘s morgens

Hoe werkt het
De werkzame stof in dit medicijn bevordert de afscheiding van water en zout door de nieren en daarmee de productie van urine door de nieren. Hierdoor wordt vochtophoping in de weefsels en bloeddrukverhoging tegengegaan De werking van dit medicijn begint 30-60 min na inname via de mond. De werkingsduur is afhankelijk van de ingenomen hoeveelheid.

Mogelijke bijwerkingen
Ø Alvleesklierontsteking
Ø Bloeddrukverlaging
Ø Calciumspiegel in bloed, verlaagd
Ø Chloridenspiegel in bloed, verlaagd
Ø Bewusteloosheid wanneer ook sprake is van een leveraandoening
Ø Bloeddrukverlaging
Ø Duizeligheid
Ø Flauwte of instorting, vooral bij ouderen
Ø Geelzucht
Ø Glucose-tolerantie, verminderd (NB suikerpatiënten!)
Ø Gezichtsstoornissen
Ø Hersenaandoening, degeneratief wanneer ook sprake is van een leveraandoening
Ø Kaliumspiegel in bloed, verlaagd
Ø Kalkneerslag in de nieren
Ø Magnesiumspiegel in bloed, verlaagd
Ø Natriumspiegel in bloed, verlaagd
Ø Maagdarmklachten
Ø Nierstenen
Ø Spierkrampen
Ø Trombose en embolie
Ø Uitdroging
Ø Urinezuurspiegel in bloed, verhoogd, soms met acute jichtaanval
Ø Verwardheid
Ø Water- en zoutbalans, verstoring; vooral bij hoge dosering en natriumarm dieet
Ø Zwakte
Lasix

Dosering

De dosering is in het algemeen 250-500 mg per dag

Hoe werkt het
De werkzame stof in dit medicijn bevordert de productie van urine door de nieren. Hierdoor wordt vochtophoping in de weefsels en bloeddrukverhoging tegengegaan. De werking van dit medicijn begint 30-60 min na inname via de mond. De werkingsduur is afhankelijk van de ingenomen hoeveelheid

Mogelijke bijwerkingen
Ø Alvleesklierontsteking
Ø Bloeddrukverlaging
Ø Calciumspiegel in bloed, verlaagd
Ø Chloridenspiegel in bloed, verlaagd
Ø Bewusteloosheid wanneer ook sprake is van een leveraandoening
Ø Bloeddrukverlaging
Ø Duizeligheid
Ø Flauwte of instorting, vooral bij ouderen
Ø Geelzucht
Ø Glucosetolerantie, verminderd (NB suikerpatiënten!)
Ø Gezichtsstoornissen
Ø Hersenaandoening, degeneratief wanneer ook sprake is van een leveraandoening
Ø Kaliumspiegel in bloed, verlaagd
Ø Kalkneerslag in de nieren
Ø Magnesiumspiegel in bloed, verlaagd
Ø Natriumspiegel in bloed, verlaagd
Ø Maagdarmklachten
Ø Nierstenen
Ø Spierkrampen
Ø Trombose en embolie, vooral bij ouderen
Ø Uitdroging
Ø Urinezuurspiegel in bloed, verhoogd, soms met acute jichtaanval
Ø Verwardheid
Ø Water- en zoutbalans, verstoring; vooral bij hoge dosering en natriumarm dieet
Ø Zwakte
Laxeermiddelen
Dulcolax
Hoe werkt het
De werkzame stof werkt op het darmslijmvlies. Hierdoor neemt de hoeveelheid vocht in de darm toe en wordt de darmwerking gunstig beïnvloed. Na inname via de mond begint de werking na 5-10 uur, afhankelijk van de maagvulling.

Dosering
Dosering: in het algemeen kunnen volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar volstaan met 1-4 doses. Neem de eerste keer 's avonds 2 tabletten of dragees ineens (10mg), of een zetpil voor volwassenen (10mg). Bij onvoldoende effect de volgende dag doorgaan, tot maximaal 20mg per dag.
Voor kinderen van 4-12 jaar gelden halve doseringen (zetpillen voor kinderen bevatten 5mg).
Mogelijke bijwerkingen
Ø Buikkrampen
Ø Darmwerking, verstoord
Ø Diarree, waterige, met verlies van veel water en kalium (bij langdurig gebruik)
Ø Eiwit in de urine
Ø Gewichtsverlies
Ø Irritatie van de anus (bij gebruik van zetpillen)
Ø Spierzwakte
Bisacodyl
Hoe werkt het
De werkzame stof werkt op het darmslijmvlies. Hierdoor neemt de hoeveelheid vocht in de darm toe en wordt de darmwerking gunstig beïnvloed. Na inname via de mond begint de werking na 5-10 uur, afhankelijk van de maagvulling.
Dosering:
Obstipatie: Volwassenen en kinderen vanaf 10 jaar: gemiddelde dosering 5–10 mg oraal 's avonds, bij hardnekkige obstipatie tot max. 20 mg/dag; rectaal (zetpillen): 10 mg per keer. Kinderen: 4–10 jaar: 5 mg oraal per keer, max. 10 mg per dag; jonger dan 4 jaar: rectaal (zetpillen) 5 mg per keer, max. 10 mg/dag.
Ter ontlediging van de darm: Volwassenen: 10–20 mg oraal 's avonds, gevolgd door 10 mg rectaal de volgende ochtend. Kinderen vanaf 10 jaar: 5–10 mg oraal 's avonds, gevolgd door 10 mg rectaal de volgende ochtend. Kinderen 4–10 jaar: 5 mg oraal 's avonds, gevolgd door 5 mg rectaal de volgende ochtend.

Mogelijke bijwerkingen
Ø Buikkrampen
Ø Darmwerking, verstoord
Ø Diarree, waterige, met verlies van veel water en kalium (bij langdurig gebruik)
Ø Eiwit in de urine
Ø Gewichtsverlies
Ø Irritatie van de anus (bij gebruik van zetpillen)
Ø Spierzwakte

Luchtwegmiddelen
Seritide
Hoe werkt het
Salmeterol verwijdt de bronchiën langdurig. Hierdoor wordt de ademhaling verbeterd. Fluticason remt de ontstekingsreactie van het longslijmvlies.
Dosering:
Volwassenen en kinderen ouder dan 12 jaar: Twee maal daags twee inhalaties (25/250 mcg)
Mogelijke bijwerkingen
Ø Bevingen (= tremor)
Ø Bronchusvernauwing, paradoxale (kan optreden)
Ø Gewrichtspijn
Ø Hartritmestoornissen (o.a. hartfrequentietoename en hart-aritmieën)
Ø Hartkloppingen
Ø Heesheid

Pulmicort
Hoe werkt het
De werkzame stof is een corticosteroïd dat o.a. ontsteking van het longslijmvlies remt . Zo nodig kan de gewone dosisaërosol worden voorzien van een inhalatiekamer. De werking begint binnen 10 dagen en is na enkele weken maximaal.
Dosering
2-4 maal daags 1 inhalatie (maximaal 800 µg per dag) van Pulmicort 200 Dosis-aërosol, Spacer of Nebuhaler of 2-4 maal daags 4 inhalaties van Pulmicort 50 Dosisaërosol, Spacer of Nebuhaler.
Mogelijke bijwerkingen
Ø Droge mond (ook wel vieze smaak)
Ø Heesheid
Ø Hoest
Ø Huidirritatie (bij toediening van de inhalatievloeistof met een gezichtsmasker)
Ø Keelirritatie
Ø Misselijkheid
Ø Schimmelvorming achter in de mondholte

Hart- en vaatmiddelen
Atenol
Dit medicijn blokkeert de bètareceptoren, o.a. die op het hart. Hierdoor wordt de hartprestatie geremd en neemt het zuurstofgebruik door het hart af (= negatief-inotrope werking). Dit medicijn vertraagt bovendien de AV-prikkelgeleiding over het hart en verlaagt ook de bloeddruk. Het effect op de hartfrequentie treedt na ca. 1 uur op en is 2-4 uur na inname maximaal. De bloeddrukverlagende werking duurt ca. 24 uur.

Dosering
Altijd volgens voorschrift arts.
Algemeen:
Volwassenen1 tablet atenolol/chloortalidon 125 per dag.
Ouderen: 1 tablet atenolol/chloortalidon 62,5 per dag.

Mogelijke bijwerkingen
Ø Ademnood (door bronchospasmen)
Ø Allergische huidreacties
Ø Bloeddrukverlaging (= hypotensie)
Ø verminderd Concentratie- en reactievermogen
Ø Duizeligheid
Ø Hartfalen
Ø verlaagde Hartfrequentie
Ø Hoofdpijn
Ø Koude en blauwe vingers en tenen
Ø Maagdarmklachten
Ø droge OGEN
Ø Overgevoeligheid of allergie voor dit medicijn of voor een van de hulpstoffen
Ø Slaapstoornissen
Ø Stemmingsveranderingen
Ø Vermoeidheid
Dixarit
Hoe werkt het
Dit medicijn is werkzaam via het centrale zenuwstelsel (o.a. hersenen). De wijze waarop het de bloeddruk verlaagt is niet precies bekend. De werking is na inname via de mond (= oraal) na 2-4 uur maximaal.
dosering
Volgens voorschrift arts. Algemeen: tweemaal per dag 1x 0,025 mg.

Mogelijke bijwerkingen
Ø Bloeddrukverlaging, bij hoge doses tijdens de behandeling van migaine
Ø Droge mond
Ø Duizeligheid
Ø Eetlust, verminderde
Ø Ejaculatiestoornissen
Ø Gezichtsstoornissen
Ø Huiduitslag (exantheem)
Ø Impotentie
Ø Misselijkheid
Ø Moeheid (bij hogere doses)
Ø Onrust
Ø pijn aan Oorspeekselklier,
Ø verminderd of afwezig Orgasme
Ø afname Polsfrequentie
Ø Sufheid
Ø Verstopping
Ø Waanvoorstellingen
Bloedstollingmiddelen
Ascal
Hoe werkt het
Dit medicijn remt in lage doseringen de bloedstolling, waardoor de bloedingstijd wordt verlengd. De werking duurt na stoppen van het gebruik nog ca. 4-6 dagen.
Dosering
Volgens voorschrift arts. 1 bruistablet per dag. (38 mg) Oplossen in water
Mogelijke bijwerkingen
Ø Bloedarmoede (na veelvuldig of langdurig gebruik)
Ø Bloedingstijd-verlenging
Ø ongemerkt Bloedverlies via de ontlasting,
Ø Maagklachten
Ø lichte tot ernstige Overgevoeligheidsverschijnselen

Persatin
Hoe werkt het
Dit medicijn gaat de bloedstolling tegen door remming van de samenklontering van de bloedplaatjes
Dosering
Volgens voorschrift arts, algemeen: tweemaal daags één capsule à 150 mg
Mogelijke bijwerkingen
Ø Bloeddrukdaling
Ø Braken
Ø Diarree
Ø Duizeligheid
Ø Hartritme, toename
Ø Hoofdpijn
Ø Maagdarmklachten
Ø Misselijkheid
Ø Rood worden van gezicht en hals
Ø Spierpijn

Antibiotica (antibacteriële middelen)

fusidin

Hoe werkt het

Dit medicijn is werkzaam is tegen ziektekiemen die gevoelig zijn voor fusidinezuur.
Dosering

Volgens voorschrift arts, algemeen: 2x daags 500 mg

Mogelijke bijwerkingen
Ø Braken
Ø Buikpijn
Ø Diarree, lichte
Ø Maagdarm-stoornissen
Ø Misselijkheid
Ø Verstopping

Tetracycline
Hoe werkt het
Dit is een antibioticum dat werkzaam is tegen ziektekiemen die gevoelig zijn voor tetracycline.
Dosering
Volgens voorschrift arts, algemeen: 200 mg op de eerste dag van de behandeling, gevolgd door een onderhoudsdosis van 100 mg per dag.

Mogelijke bijwerkingen
Ø Allergische reacties (o.a. huiduitslag, jeuk, shockreactie)
Ø Bloedarmoede
Ø Bloedbeeldveranderingen
Ø veranderingen bloedwaarden, (o.a. ureum, creatinine, stikstofhoudende verbindingen)
Ø Bovenbuik, brandend gevoel
Ø Braken
Ø Diarree
Ø Diktedarmontsteking
Ø Hersendruk (= intracraniale druk), verhoogd (o.a. hoofdpijn, kloppende fontanel bij zuigelingen)
Ø Leverbeschadiging, soms met alvleesklierontsteking, bij hoge doseringen
Ø Lichtovergevoeligheid
Ø Maagdarmstoornissen
Ø Misselijkheid
Ø Tandverkleuring, daarom niet gebruiken tijdens zwangerschap en borstvoeding en niet bij kinderen jonger dan 8 jaar
Ø Vitamine B-tekort, na langdurig gebruik

Spierontspanners/-verslappers (spier-relaxantia)

Diazepam
Hoe werkt het
De werkzame stof in dit medicijn werkt op de hersenen en heeft zowel een angstverminderende, een kalmerende als een spierontspannende werking.
Dosering
Volgens voorschrift arts, algemeen:
Bij angst en spanningstoestanden:
- thuisbehandeling: 3 maal daags 2 mg
- behandeling in het ziekenhuis: 3 maal daags 10 tot 20 mg.
Bij slaapstoornissen:
- 5 tot 20 mg (maximaal 30 mg) voor het slapen gaan.
Bij verkrampte spieren
- 3 maal daags 5 tot 10 mg
Ter verzachting van ontwenningsverschijnselen:
- 3 tot 4 maal daags 10 mg.
Bij ouderen, kinderen (6 tot 12 jaar) en bij patiënten met lever- en nierfunctiestoornissen en een bepaalde ademhalingsstoornis wordt de helft van de gebruikelijke dosering gegeven.
Voor kinderen onder de 6 jaar geldt een kwart van de volwassen dosering.
Mogelijke bijwerkingen
Ø Afhankelijkheid
Ø Bloeddrukdaling
Ø Depressie
Ø Duizeligheid
Ø Eetlust, toename
Ø Geheugenstoornissen
Ø Gewichtstoename
Ø Huidreacties
Ø Incontinentie (= onwillekeurige urinelozing)
Ø Maagdarmklachten
Ø Opwinding, vooral bij kinderen en ouderen
Ø Verminderde seksuele lust
Ø Slaperigheid overdag
Ø verhoogde speekselafscheiding,
Ø onduidelijk spreken
Ø Spierzwakte
Hydrokinine
Hoe werkt het
De werkzame stof remt mogelijk aanhoudende samentrekkingen van de skeletspieren.

Dosering
Volgens voorschrift arts, algemeen: 200 mg bij de avondmaaltijd, gevolgd door 100 mg voor het slapen gaan, gedurende 14 dagen
Mogelijke bijwerkingen
Ø Allergisch astma
Ø Allergische huidreacties
Ø Bloedarmoede
Ø Bloedbeeldafwijkingen
Ø Braken
Ø Duizeligheid, bij hogere doses
Ø Gehoorstoornissen, bij hogere doses (
Ø Gezichtsstoornissen en soms blindheid, bij hogere doses
Ø Maagpijn
Ø Misselijkheid
Ø Oorsuizen, bij hogere doses
Ø verminderd reactie- en concentratievermogen, (met name bij gebruik van hoge doseringen)

Psychofarmaca

Prozac

Hoe werkt het
De werkzame stof in dit medicijn heeft een gunstig effect op de werking van bepaalde hersenstoffen. Deze hersenstoffen spelen o.a. een belangrijke rol bij de hersenfuncties die de stemming bepalen. Verstoring van de balans van deze stoffen kan depressie veroorzaken.
dosering
Volgens voorschrift arts, algemeen: 20mg per dag
Mogelijke bijwerkingen
Ø Allergie
Ø Angst
Ø Benauwdheid
Ø Concentratieproblemen
Ø Droge mond
Ø abnormale dromen
Ø Duizeligheid
Ø Griepachtige verschijnselen
Ø Gewichtsafname (vooral bij bestaand overgewicht)
Ø Gewrichtspijn
Ø Gezichtsstoornissen (wazig zien)
Ø Hartkloppingen
Ø Hoofdpijn
Ø Huiduitslag
Ø Lichaamszwakte
Ø Longaandoeningen
Ø Maagdarmklachten
Ø Misselijkheid
Ø Moeheid
Ø Nervositeit
Ø Opwinding
Ø Pijn in de borst
Ø Seksuele stoornissen (o.a. verminderde zin in seks)
Ø Slaapproblemen
Ø Smaakveranderingen
Ø Spierpijn
Ø Sufheid
Ø Trillingen/bevingen
Ø Zweten

Trimipramime

Hoe werkt het
De werkzame stof in dit medicijn heeft een gunstig effect op de werking van bepaalde hersenstoffen. Deze hersenstoffen spelen o.a. een belangrijke rol bij de hersenfuncties die onze stemming bepalen. Verstoring van de balans van deze stoffen kan depressie veroorzaken.
Dosering
Volgens voorschrift arts, algemeen: tot 100mg per dag, verdeeld over meerde tijdstippen
Mogelijke bijwerkingen
Ø verhoogde bloeddruk
Ø Droge mond
Ø Duizeligheid, o.a. bij plotseling opstaan
Ø Gewichtstoename
Ø Hartritme, versneld
Ø Hartritmestoornissen
Ø Hart- en vaatklachten
Ø allergische huidreacties,
Ø Gezichtsstoornissen
Ø Krampen, plotselinge
Ø toename van lever-enzym-functie,
Ø verminderde maagdarmmotoriek,
Ø verminderd reactie- en concentratievermogen
Ø Seksuele stoornissen (o.a. verminderde lust en potentie)
Ø Slapeloosheid
Ø Sufheid
Ø Trillingen/bevingen
Ø bemoeilijkte urinelozing,
Ø Verwarring/delier
Ø Zweten

Het adverteren met medicijnen
In zowel vak- als reguliere tijdschriften wordt regelmatig geadverteerd met medicijnen.
De advertenties in vaktijdschriften worden meestal alleen gelezen door personen werkzaam in de zorgsector of direct betrokkenen met een ziekte.
Wellicht is het zelfs zo dat medicatieadvertenties in vaktijdschriften serieuzer genomen worden, hoewel dit zeker niet zo hoeft te zijn.
In beide gevallen kan het zo zijn dat mensen medicamenten gaan kopen of (laten) aanschaffen waarvan niet zeker is of het wel het juiste middel bij de kwaal is. Bij advertenties in reguliere bladen zal dit overigens vaker het geval zijn dan bij de vaktijdschriften, aangezien het dan vaker gaat om specifiekere middelen. Voorzichtigheid is dus geboden, in beide gevallen! Een juiste voorlichting van degene die het middel verkoopt is van groot belang, evenals een duidelijke bijsluiter waarin de bijwerkingen e.d. goed staan vermeld.
Veel medicamenten die in vaktijdschriften worden aangeboden, zijn doorgaans alleen op doktersrecept te verkrijgen, terwijl de advertenties in reguliere bladen meestal vrij verkrijgbaar zijn.

Voorbeelden van advertenties van medicijnen.

Oralbalance
Een droge mond is het gevolg van een te geringe productie van speeksel door de speekselklieren waardoor de slijmvliezen onvoldoende worden bevochtigd of een afwijkende samenstelling van het speeksel.
Oralbalance is kunstspeeksel (tot enkele uren werkzaam) om zodoende de mondholte vochtig te houden. Hierdoor is de mondholte minder gevoelig voor onstekingen en schimmelinfecties. De gel wordt aangebracht op een schone vinger (handschoen) en in de mondholte gebracht.
Nutilis
Nutilis is een instant verdikkingsmiddel in poedervorm dat speciaal geschikt is om koude en warme dranken en gepureerde gerechten te verdikken. Door het verdikken van dranken en gerechten, wordt de dikte aangepast. Dit is van belang indien er sprake is van slikproblemen.
Slikken gaat het gemakkelijkst als voeding glad en egaal is en als alles dezelfde dikte heeft. Niet al te dun, want dan wordt het moeilijker om het in de mond te houden. Maar ook zeker niet te dik, zodat er gekauwd moet worden..
De juiste consistentie kan verkregen worden door de voeding of drank te verdikken met Nutilis.
Ensure
Voor zorgvragers met een tekort aan calorieën en eiwitten is dit een uitgebalanceerde en zo nodig een volledige voeding.
Met name geschikt voor ongewenst gewichtsverlies, verhoogde energiebehoeften, zoals bij chronische ziekten, anorexie, geriatrische patiënten, pre- en postoperatief of voorbereiding darmonderzoek

Bronnen:
· Boeken: Omgaan met Geneesmiddelen (Elsevier)
· Diverse Internetsites: Consumed.nl, Medicijnen.net
· praktijksituaties

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Homo zijn kun je leren! Van bear tot buttplug. Van rimmen tot Hepatitis B. Regisseur Sanne Vogel maakte drie pikante interviewfilms met jonge homo’s. Lees meer...

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

2406
 

reacties

 
ik moet voor school een opdracht maken over waarom medicijnen in verschillende vormen worden verpakt en hoe die medicijnen toegedient moeten worden
door lb (reageren) op 1 maart 2011 om 11:37
@lb: ik weet nix
door joshua (reageren) op 17 oktober 2014 om 9:41