Scholieren.com maakt gebruikt van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Maakbare natuur

Biologie

Samenvatting

  • Sanne
  • NL
  • 1137 woorden
  • 29 keer
    1 deze maand
  • 2 juli 2012

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Levensgemeenschap:
Alle organismen die in een bepaald gebied leven

Ecologie:
Specialisatie van de biologie die de relaties tussen organismen onderling en met hun omgeving bestudeert

Biotoop:
De leefomgeving van een organisme

Habitat :
- Een plaats binnen de biotoop waar levensomstandigheden voor een bepaald organisme gunstig zijn
- Een soort adres van een organisme

Biotische factoren :
De levende omgeving, maar ook de ‘niet meer levende’ zoals bijvoorbeeld een houdstronk of een dierenlijk.



Abiotische factoren :
De niet-levende natuur zoals bijvoorbeeld de temperatuur, vochtigheid,licht,luchtof de zuurtegraad van het water

Soort :
Bepaalde groep organismen die met elkaar zouden kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen zouden kunnen krijgen

Wetenschappelijke namen:
Haas : Lepus capensis
Konijn: Oryctolagus cuniculus

(1e deel ) = geslachts naam
(2e deel) = soortnaam

Ecosysteem :
- Een begrensd gebied waarin biotisch en abiotische een eenheid vormen
- Je spreekt van een ecosysteem waarneer je die kunt herkennen aan de samenstelling : Voorbeeld – de duinen – heidevelden – weilanden –sloten

Biosfeer
- Grootste ecosysteem
- De gehele laag om de aarde waar leven voor komt

Ecosysteem
Levensgemeenschap
Populatie
Individu (organisme)

Tolerantiegrenzen:
De minimale en maximale waarde van een abiotische factor waarbij een soort blijft leven.

Biodiversiteit:
De verscheidenheid aan soorten binnen een ecosysteem

Populatie dichtheid
- Geeft aan hoeveel individuen er leven in een bepaald gebied
- 4 factoren die dit beïnvloeden:
Geboortecijfer :Het aantal jongen dat per jaar geboren wordt
Sterftecijfer       :Het aantal dieren dat per jaar dood gaat
Emigratie          :Het aantal dieren dat per jaar vertrekt en niet meer terugkomt

Immigratie        :Het aantal dieren per jaar dat van elders komt en zich hier blijvend vestigd

Hoe bepaal je de individuen in een gebied ?
1. Vangen
(voorbeeld )
De 1e keer vang je 10 muizen waarvan je ze allemaal merkt
De 2e keer vang je 20 muizen waarvan er 5 zijn gemerkt
25% 10 x 4= 40

Formule :
X x Y X = totaal 1e vangst
Z Y = totaal 2e vangst
Z = deel gemerkt van de 2e vangst

2. Steekproef : kwadrant
- Voetbalveld van 10000 m4
- 4000 grasprieten per m4
Hoeveel grasprieten ? :10000 x 4000 = 40.000.000

Relaties tussen soorten :
Voedingsrelatie : De een eet de ander op , bijvoorbeel predatie of consumptie
Competitie          :2 soorten overlappen elkaar in voedingspatroon, schuilpatronen enz.
Symbiose            :Een zeer nauwe samenwerking tussen 2 soorten
Andere relaties   :Vormen van schuil-en woonplaatsen

Dieren worden op basis wat ze consumeren in 3 groepen verdeeld :
Herbivoren :Eten alleen plantaardig materiaal
Omnivoren :Eten plantaardig en dierlijk materiaal
Carnivoren :Eten alleen dierlijk materiaal

Consumenten:
Dieren die hun energie uit andere organisme halen

Producenten:
Planten + verschillende bacteriën die hun energie uit abiotische factoren halen :
- Licht
- Zon

Fotosynthese:
Producenten leggen zonne-energie of warme energie vast in biomassa. Als in deze gevallen de energiebron licht is noemen we dit fotosynthese

1. Consumenten 1e Orde :
Consumenten die producenten eten
2. Consumente 2e Orde:
Eten Consumenten van de 1e orde
3. Consumenten 3e Orde:
Eten Consumenten 2e orde.
Enz….

Autotrofe organismen:
- Voeden zich met behulp van abiotische factoren :zonlicht, warmte
- ‘’Auto ‘’ betekent : zelf
- ‘’ Troof’’ betekent: voeding
- Producenten zijn autotroof
- Ze zorgen voor hun eigen voeding

Heterotrofe organismen:
- Voeden zich met behulp van biotische factoren : andere organisme
- ‘’Hetero’’ betekent : anders
- ‘’ Troof ‘’ betekent : Voeding
- Alle consumenten zijn heterotroof
- Zij ‘eten anderen’

Competitie:
- Een soort haat relatie tussen organisme
- Bijvoorbeeld : Leeuwen stelen liever een prooi die door een hyena gevangen is omdat ze zelf daar te lui voor zijn

Last-minute leren


Stel je hebt morgen een belangrijke toets, hoe ga je daar mee om?

Tot in de kleine uurtjes leren.
Tot in de kleine uurtjes leren EN supervroeg opstaan om nog meer te leren.
Supervroeg opstaan om te leren.
Lekker (uit)slapen, het heeft toch geen zin meer.

- Competitie kan gaan om : - Voedsel , licht, ruimte , voedingstoffen , schuilplaatsen of bescherming ect…
- Als er schaarste is kan de competitie hevig zijn
- Vind plaats tussen soorten of individuen van een soort : Bijvoorbeeld mannen herten die vechten om het vrouwtje

Symbiose:
- Organisme van verschillende soorten leven ‘innig en intiem’ met elkaar samen
- Symbiose betekent letterlijk ‘samenleven ‘
3 vormen:
- Mutualisme            :Beide soorten hebben voordeel van de samenleving
- Commensalisme :1 heeft voordeel, de ander heeft geen voordeel maar ook geen nadeel
- Parasitisme            : Een van beide ( de parasiet ) heeft een voordeel de ander heeft nadeel ,   bijvoorbeeld : De mug , malaria

Biologisch evenwicht :
- Wanneer in de loop van tijd de populatie dichtheid een schommeling rond dezelfde waarde vertoont
- In stabiele ecosystemen blijven de populatiedichtheden voor cerschillende soorten min of meer hetzelfde

Draagkracht:
- Het maximale individuen dat in een gebied kan voorkomen
- Word bepaald door : Hoeveelheid : voedsel, ruimte , vijanden /predatoren en de ruimte die een soort nodig heeft

Ecologische Nis ( Niche )
- De functie van een soort binnen een ecosysteem
- 2 diersoorten kunnen niet binnen hetzelfde ecosysteem dezelfde Nis hebben
- Hoe soorterrijker het ecosysteem, des te gespecialiseerder de nis

2 manieren om ecosystemen in een groter geheel te plaatsen:
1. Kijken naar de veranderingen van een ecosysteem in de loop van tijd
2. Kijken naar de relatie van het ecosysteem met omliggende ecosystemen

Pioniersoorten :
- Kunnen tegen barre omstandigheden
- Na verloop van tijd verschijnen er door deze soort meerdere soorten

Planten :
- Beschutting tegen de wind
- Vocht tussen de bladeren , toch kou tijdens stijgende temperaturen

Successie:
De opeenvolging van levensgemeenschappen in een bepaald gebied

Climaxstadium:
- Het eindstadium van successie
- Zijn de voedselkringen gesloten en heersen biologische evenwichten
- Wanneer deze niet verstoord worden kan de samenstelling van het bosecosysteem min of meer gelijk blijven


Dynamiek :
- Betekenis
- Dat niet elke successie uitmont in een climax stadium is het gevolg van de dynamiek het milieu


 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

 

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

Jouw naam*
E-mail (niet publiek)*
Geheime code*
5300