Scholieren.com maakt gebruikt van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Hoofdstuk 8

Economie

Samenvatting

Economie in context

 
  • anoniem
  • NL
  • 1650 woorden
  • 157 keer
    19 deze maand
  • 25 juni 2012

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Paragraaf 8.1: Ondernemersrisico en ondernemingsplan

Risico’s voor ondernemers:

• Economische risico’s: bij te weinig verkoop de kosten niet kunnen betalen.

• Personele risico’s: als personeel ziek of arbeidsongeschikt wordt moet het minimaal 70 % van het loon maximaal 2 jaren doorbetaald worden.

• Schaderisico’s: schade aan bezittingen van het bedrijf: diefstal, brand, bederf, enz.

• Persoonlijke risico’s: als de ondernemer zelf ziek wordt dan heeft hij geen inkomen.

Tegen al deze risico’s kan de ondernemer zich verzekeren. Dit kost geld, dus de ondernemer zal de kosten en het risico tegen elkaar afwegen.



Taken van de Kamer van Koophandel:

• Uitvoering van wetten: Handelsregisterwet: elk bedrijf moet zich inschrijven bij de KvK, alle belangrijke gegevens moeten worden geregistreerd. Vestigingswet Bedrijven: bepaalde bedrijven moeten voldoen aan allerlei eisen van veiligheid, gezondheid en milieu.

• Verstrekken van informatie: informatie voor beginners, over export en import, bedrijfsovernames en wettelijke voorschriften.

• Bevorderen van het economisch klimaat in de regio: helpen van winkeliersverenigingen, industriële kringen en regionale afdelingen van werknemers en ondernemersorganisaties, maar ook gemeentes helpen bij het oplossen van knelpunten. Ruimtelijke ordening, milieu, energie, detailhandel, recreatie en toerisme, enz.

Startende ondernemers moeten een ondernemingsplan maken en op deze manier kunnen ze bij de bank om een lening vragen. De KvK helpt de startende ondernemer met een stappenplan. ( blz. 196). Verder denkt de ondernemer na over hoe hij zich kan onderscheiden van zijn concurrenten.

Belang van winst:

• Winst is het inkomen van de ondernemer.

• Zonder winst gaat het bedrijf failliet.

• Winst is nodig om te kunnen investeren.

• Winst is nodig om geld te lenen.

Faillissement:

Wanneer de schulden niet meer betaald kunnen worden, kan het bedrijf failliet verklaard worden. Er wordt een curator aangesteld, deze probeert de bezittingen in het bedrijf ( soms ook privébezittingen) om te zetten in geld, zodat de schulden betaald kunnen worden.


Paragraaf 8.2: Aansprakelijkheid en ondernemingsvorm

Eenmanszaak: heeft één eigenaar, hij kan wel werknemers in dienst hebben.

De eigenaar neemt alle besluiten en alle winst is voor hem. Over de winst moet inkomstenbelasting worden betaald. Een nadeel is dat de eigenaar aansprakelijk is met zijn bedrijfsvermogen en zijn privévermogen ( als hij in gemeenschap van goederen is getrouwd kunnen ook de bezittingen van zijn partner worden aangesproken) De eigenaar kan voor zichzelf geen werknemersverzekeringen afsluiten, hij moet zichzelf verzekeren. Banken zijn voorzichtig met het uitlenen van geld omdat er maar een eigenaar is.

Openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid: hier zijn meerdere eigenaren: de vennoten. Elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele schuld. Elke vennoot moet over zijn deel van de winst inkomstenbelasting betalen. Ook de vennoten moeten zichzelf verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Banken lenen iets gemakkelijker geld uit omdat er meerdere eigenaren zijn.

Besloten vennootschap (bv): het eigen vermogen is verdeeld in aandelen. Deze aandelen zijn eigendom van een of meer aandeelhouders. Iedere aandeelhouder is mede-eigenaar van de onderneming. Banken lenen gemakkelijk geld uit omdat er meerdere eigenaren zijn. De aandeelhouders worden ingeschreven in het aandeelhoudersregister van de bv. De aandelen staan op naam, je kunt ze alleen verkopen als je toestemming hebt van de andere aandeelhouders. De aandeelhouders vormen de hoogste macht binnen de bv. Het bestuur ( de directie) vormt de dagelijkse leiding. Leidinggevenden en eigenaars kunnen dus verschillende personen zijn. Bij grote bv’s kan een raad van commissarissen worden aangesteld, die toezicht houdt op het bestuur. De bv is een rechtspersoon. Een rechtspersoon is een organisatie die zelf rechten en plichten heeft. De bv betaalt zelf belasting over de winst: vennootschapsbelasting. De winst wordt verdeeld over de aandeelhouders: dividend en daarover moet dividendbelasting worden betaald. ( bij een winst van € 75.000, - of meer betaal je minder belasting dan bij een eenmanszaak) De bv kan failliet gaan, de eigenaren zijn dan het geld kwijt dat ze zelf in de onderneming hebben gestopt. De eigenaren zijn niet privé aansprakelijk met hun privé vermogen. ( alleen bij grove nalatigheid) De bv zelf is de onderneming en de directeur is in loondienst van de bv. Verder heeft de bv vaak ook werknemers in dienst.

Naamloze vennootschap ( nv): Het eigen vermogen is verdeeld in aandelen, maar deze aandelen zijn vrij verhandelbaar. Je kunt deze aandelen vrij kopen en verkopen via een effectenrekening van de bank. Minimaal een keer per jaar is er een aandelenvergadering. De nv is ook een rechtspersoon met alle rechten en plichten die daarbij horen.( zie bv). Aandeelhouders worden niet ingeschreven in een aandeelhoudersregister. De aandelen worden verhandeld op de beurs. Er is een scheiding van leiding en eigendom: de directie van de onderneming weet meestal niet wie de aandeelhouders zijn. De aandelenkoers stijgt als de winstverwachting van het bedrijf verbetert. Aandeelhouders kunnen aandelen dan met winst verkopen: koerswinst. Bij winst ontvangen aandeelhouders dividend. Over deze winstuitkering moet dividendbelasting worden betaald.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders is in theorie de hoogste macht.

Aandeelhouders willen een zo hoog mogelijke winst op korte termijn. Bestuurders willen rendement op lange termijn. Soms verdienen topbestuurders miljoenenbonussen als zij goede resultaten hebben op korte termijn, ze denken dan niet aan de lange termijn. Dit heeft geleid tot de kredietcrisis: banken staken geld in risicovolle beleggingen, hypotheken en andere kredieten. Dit gaf op korte termijn hoge omzetten en dus hoge bonussen.


Paragraaf 8.3: Balans en winst - en - verliesrekening

Balans: overzicht van bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van een organisatie op een bepaald moment.

Rechtspersonen zoals BV’s en NV’s moeten deze jaarstukken publiceren en ter inzage leggen in het handelsregister van de KvK.

Debetzijde: waarde van de bezittingen.

Creditzijde: hoe zijn de bezittingen gefinancierd.

Een balans is een momentopname en is altijd in evenwicht.

Debet:

• Vaste activa: bezittingen die langer dan een jaar meegaan. Bijv. winkelpand, inventaris, machines, bedrijfswagens, enz.

• Vlottende activa: bezittingen die korter dan een jaar meegaan. Bijv. voorraden, debiteuren: klanten die nog niet betaald hebben.

• Liquide middelen: kasgeld en banktegoeden.

Credit:

• Eigen vermogen: geld dat de eigenaar zelf in de onderneming heeft gestoken plus een deel van de winst dat in het bedrijf blijft.

• Vreemd vermogen lang: geleend geld met een looptijd langer dan een jaar, bijv. een hypothecaire lening.

• Vreemd vermogen kort: geleend geld met een looptijd korter dan een jaar, bijv. crediteuren: leveranciers die nog betaald moeten worden.

Liquiditeit en solvabiliteit:

Liquiditeit: in welke mate is een onderneming in staat om de kortlopende schulden terug te betalen.

Vlottende activa + liquide middelen

Liquiditeit = Vreemd vermogen kort

De liquiditeit moet minimaal 2 zijn, dan kunnen de korte termijn schulden gemakkelijk worden afgelost.

Solvabiliteit: in welke mate is de onderneming in staat om de totale schulden terug te betalen.

Totaal vermogen

Solvabiliteit = Vreemd vermogen x 100%

De solvabiliteit is goed als die hoger is dan 150%.

Winst en verliesrekening: een overzicht van de totale opbrengsten, de totale kosten en de nettowinst in een bepaalde periode.

Brutowinst: omzet – inkoopwaarde.

Nettowinst: brutowinst – overige bedrijfskosten.

Paragraaf 8.4: Rendement en rentabiliteit

Rentabiliteit: of rentabiliteit. Geeft de winstgevendheid van een bedrijf weer.

nettowinst

Rentabiliteit van het eigen vermogen (REV) = gemiddeld eigen vermogen x 100

Gemiddeld vermogen: het bedrag dat gemiddeld in het bedrijf is geïnvesteerd.

Winstmarge: nettowinst als percentage van de omzet.

nettowinst

Winstmarge = omzet x 100

De winstmarge verschilt per bedrijfstak. Op markten met veel concurrentie zijn de winstmarges laag. Als een onderneming een sterke machtspositie heeft zal de winstmarge hoger zijn.

Winstquote: hoeveel procent van het nationaal inkomen bestaat uit winstinkomen.

totale winst in de bedrijven

Winstquote = binnenlands inkomen x 100

De winstgevendheid van bedrijven heeft invloed op de investeringen en de werkgelegenheid in een land. Als de winsten dalen zullen de investeringen ook afnemen en de werkgelegenheid zal dalen. Rond 2009 steeg de winstquote nog wel maar de economische crisis heeft ervoor gezorgd dat de investeringen afnamen.

Paragraaf 8.5: Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Winst, bedrijfskosten en maatschappelijke kosten: een bedrijf maakt winst als de omzet hoger is dan de bedrijfskosten. De bedrijfskosten worden doorberekend in de prijzen van de producten.


Negatieve externe effecten: nadelige gevolgen van de productie, die niet in de verkoopprijs worden opgenomen. Bijv. milieuvervuiling en geluidsoverlast. Deze kosten noemen we maatschappelijke kosten. Deze negatieve externe effecten van consumptie en productie worden afgewenteld op de maatschappij, de belastingbetaler draait ervoor op. Bijv. zuiveringsinstallaties, opruimen van afval, geluidsschermen.

De overheid probeert de vervuilende producent en consument op te laten draaien voor de kosten: `de vervuiler betaalt´.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MOV): zuinig omgaan met mensen en milieu. We noemen dit duurzaam produceren, er wordt rekening gehouden met het milieu en de mens in het nu en de toekomst.

Het sociaal beleid van een onderneming is er op gericht dat er goed omgegaan wordt met het personeel en de betrokkenheid met de samenleving. Bijv. deel van de winst aan ontwikkelingshulp geven of sponsoren van evenementen.

Ethisch ondernemen: ondernemen volgens de normen en waarden van de samenleving.

Maatschappelijk ondernemen kan kostenverhogend zijn, maar het kan ook een stimulans zijn om bijv. nieuwe producten te ontwikkelen of minder energie te gaan gebruiken. Op deze manier onderscheidt het bedrijf zich van de andere ondernemingen en boort een andere doelgroep aan.


 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

 

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

Jouw naam*
E-mail (niet publiek)*
Geheime code*
9287