Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Scholieren.com zoekt: scholieren met fotografietalent  en schrijftalent en 'n afgestudeerde (volwassen) webdeveloper

Parlementaire democratie

Maatschappijleer

Samenvatting

Thema's maatschappijleer

 
6.7 / 10
10 stemmen van bezoekers
4e klas havo
niveau
  • Joshimo
  • NL
  • 3259 woorden
  • 820 keer
    8 deze maand
  • 31 maart 2012

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Samenvatting Paragraaf 1 Hoofdstuk Parlementaire democratie
De deelvraag van dit hoofdstuk is :
Wat is politiek en waarom is het belangrijk dat we ons ermee bemoeien ?

Politiek kun je het beste omschrijven met : de manier waarop een land bestuurd wordt.
De belangrijke besluiten worden in ons land genomen door de regering en het parlement. De mensen die in deze groepen zitten worden gekozen door de Nederlandse bevolking, de gekozen kandidaten nemen dus besluiten waarmee de stemmer het eens is.


Er zijn een aantal terreinen waarover voortdurend besluiten worden genomen : openbare orde en veiligheid, buitenlandse betrekkingen, infrastructuur, welvaart, welzijn en onderwijs.
Iedereen in Nederland moet belasting betalen, dit is om al deze plannen te realiseren.

Nederland heeft een democratie, dit is een staatsvorm waarbij de bevolking invloed heeft bij de besluiten die genomen worden in een land. Nederland heeft een indirecte democratie, ook wel een parlementaire democratie genoemd. Door de democratie kunnen alle burgers zich bemoeien met de politieke besluiten, dit is belangrijk omdat iedereen wel een andere mening heeft.
Het tegenovergestelde van democratie is dictatuur, dit is een staatsvorm waarbij de macht in handen ligt van één persoon of een kleine groep mensen.

Begrippen :
- politiek : De manier waarop een land bestuurd wordt.

- algemeen belang : Een politieke term die het welzijn en belang van de mensen weergeeft.

- burgerlijke ongehoorzaamheid : Het openlijk overtreden van de wet om politici ervan te overtuigen date en genomen besluit verkeerd is.

- democratie : Een staatsvorm waarbij de bevolking invloed heeft op de politieke besluitvorming.

- directe democratie : Het volk neemt zelf de beslissingen.

- indirecte democratie : Het volk neemt niet zelf de beslissingen maar laat dit over aan gekozen vertegenwoordigers.


- parlementaire democratie : Het parlement neemt de belangrijkste beslissingen.

- autocratie / dictatuur : Alle macht ligt in handen van één persoon of een kleine groep mensen.


Samenvatting Paragraaf 2 Hoofdstuk Parlementaire democratie
Deze paragraaf gaat over de vraag : Welke verschillende politieke stromingen zijn er, en wat willen ze ?

Iedereen heeft een andere mening en verschillende ideeën, deze worden ook wel ideologieën genoemd. Alle aanhangers van een bepaalde ideologie vormen samen een politieke stroming. Nederland kent drie grote stromingen, het liberalisme, het socialisme en het confessionalisme. De meeste ideologieën gaan over waarden en normen, sociaal economische verhoudingen en machtsverdeling in de samenleving. Progressief en conservatief zijn het tegenovergestelde van elkaar, progressief is dat de maatschappij wil veranderen en conservatief is dat het liever wil behouden wat er al is.

Links en rechts, dit hoor jue vaak in verband met politieke partijen. Links is de vrijheid om te….. rechts is geen last hebben van…..

Begrippen :
- Ideologie : Een visie op het functioneren van de maatschappij.

- Politieke stroming : De aanhangers van een ideologie.

- Progressief : Vooruitstrevend, streven naar verandering.

- Conservatief : Behoudend, het oude willen behouden.

- Politiek links : De vrijheid om te…..

- Politiek rechts : Geen last hebben van…..

- Politiek midden : Linkse en rechtse standpunten.

- Liberalisme : Politieke stroming met ideeën voor vrijheid van iedereen.

- Socialisme : Politieke stroming waarbij de opbrengsten verdeeld worden over iedereen, gelijkheid.

- Confessionalisme : Ideeën gebaseerd op het geloof.


Samenvatting Paragraaf 3 Hoofdstuk Parlementaire democratie
De deelvraag van dit hoofdstuk is : welke partijen zijn er en wat zijn hun standpunten ?

Een politieke partij is een groep mensen met dezelfde ideeën over de ideale samenleving. Niet iedereen is het met elkaar eens en daarom bestaan er ook actiegroepen, deze voeren actie als ze het ergens niet mee eens zijn.

Nederland heeft een aantal politieke partijen, dit zijn bijvoorbeeld de SP, het PvdA, Het CDA en de VVD. Wat deze partijen doen en wat hun standpunten zijn staat allemaal op P80 van het lesboek beschreven.

Begrippen :
- Politieke partij : Een groep mensen met dezelfde ideeën over de ideale samenleving.

- Actiegroep : Een groep mensen die actie voert om zijn standpunt te bereiken, meestal via het parlement.

- Belangenorganisaties : Groepen die voor gemeenschappelijk belang opkomen.

- Ideologie : Een visie op het besturen van de maatschappij.

- One-issuepartij : Deze partijen richtten zich op één aspect van de samenleving en hebben daar een duidelijk standpunt over.

- Protestpartijen : Hebben een protest wanneer zij het ergens niet mee eens zijn.

- Niet-democratische partijen : De belangen van de oorspronkelijke autochtonen staat centraal en hun standpunten zijn vaak racistisch.

- Integratiefunctie : Een programma waarin eisen en wensen van hun eigen ideologie staan.

- Informatiefunctie : Helpen om de burgers hun eigen mening te vormen.

- Participatiefunctie : Politieke partijen proberen burgers actief deel te laten nemen aan de politiek.

- Selectiefunctie : mensen die in de politiek willen, meestal via een bestaande partij of ze richten er zelf eentje op.


Samenvatting Paragraaf 4 Hoofdstuk Parlementaire democratie
De deelvraag van deze paragraaf is : Hoe worden verkiezingen georganiseerd ?

Als je in Nederland achttien jaar of ouder bent mag je meedoen met de landelijke verkiezingen. Je kan meedoen door jezelf kandidaat te stellen bij een bepaalde partij of je kan stemmen op een kandidaat waarvan jij denkt dat hij de beste standpunten heeft. Het recht om te mogen stemmen noemen we ook wel actief kiesrecht, het recht om jezelf verkiesbaar te stellen noemen we passief kiesrecht.
Standpunten van de politieke partijen staan in een verkiezingsprogramma.
De lijsttrekker van een partij staat altijd boven aan de stemlijst.
Op welke partij jij wilt stemmen hangt af van een aantal punten, de overeenkomst van standpunten, jouw belangen, strategisch, en de aantrekkingskracht van de lijsttrekker.
Het kabinet bestaat uit alle ministers en staatssecretarissen samen.

Begrippen :
- actief kiesrecht : Het recht om je stem uit te brengen bij verkiezingen.

- passief kiesrecht : Het recht om je verkiesbaar te stellen bij verkiezingen.

- lijsttrekker : De bekendste kandidaat van een partij, hij/zij staat boven aan de verkiezingslijst.

- evenredige vertegenwoordiging : Alle zetels worden eerlijk verdeeldop basis van alle uitgebrachte stemmen.

- kiesdeler : De hoeveelheid stemmen die een partij nodig heeft voor één zetel.

- voorkeursstemmen : Je stemt bij voorkeur op een bepaalde persoon op de lijst.

- zwevende kiezers : Kiezers die niet op één vaste partij stemmen maar makkelijk van partij wisselen.

- tv en internetdemocratie : De media geeft een goed stemadvies.

- kabinet : bestaat uit alle ministers en staatssecretarissen.


Samenvatting Paragraaf 5 Hoofdstuk Parlementaire democratie
De deelvraag van dit hoofdstuk is : Hoe wordt een kabinet gevormd, wat doen ministers en wat doet de koningin ?

In Nederland hebben we een regering bestaande uit de koningin en al onze ministers. Na de Tweede – Kamerverkiezingen begint altijd direct de kabinetsformatie, het doel hiervan is om een kabinet te vormen van bekwame ministers en staatssecretarissen die het met elkaar eens zijn over een aantal punten. Een informateur is een persoon die aangesteld is door de koningin, zijn opdracht is om uit te zoeken welke partijen samen de meeste kans van slagen hebben. Onder de leiding van de informateur stellen de coalitiepartijen een regeerakkoord samen waarin de hoofdlijnen van het beleid van de komende jaren staan.
In Nederland spreken wij van een constitutionele monarchie in de regering, dit betekend : een staatsvorm waarin de taken en bevoegdheden van het staatshoofd wettelijk zijn vastgelegd.
Op Prinsjesdag worden de plannen voor het komende jaar bekend gemaakt tijdens de troonrede. De rijksbegroting wordt overhandigd in de vorm van een samenvatting, dit is de miljoenennota.

Begrippen :
- kabinetsformatie : Het samenstellen van een kabinet.

- Informateur : Politicus die van het staatshoofd de opdracht heeft ontvangen te onderzoeken welke combinatie van partijen de meeste kans van slagen heeft.

- formateur : Politicus die na het goede werk van een informateur geschikte ministers en staatssecretarissen bij elkaar gaat zoeken.

- Regeerakkoord : Hierin staan de hoofdlijnen van het beleid van de komende jaren.

- kabinetscrisis : Door problemen kan het hele kabinet in gevaar komen.

- demissionair kabinet : Heeft geen eigen ‘missie’ en handelt alleen lopende zaken af.

- constitutionele monarchie : Een staatsvorm waarin de taken en bevoegdheden van het staatshoofd grondwettelijk zijn vastgelegd.

- onschendbaarheid : Het kabinet is verantwoordelijk voor de inhoud van de wetten en de troonrede, maar ook voor alle gedragingen van alle leden van het Koninklijk Huis.

- ministeriële verantwoordelijkheid : De ministers hebben de verantwoordelijkheid voor het beleid.

- portefeuille : een eigen beleidsterrein.

- Minister : Beroep van iemand die in de regering zit.

- Staatssecretaris : Lid van de regering onder functie van de minister dat voor een bepaald deel van het beleid verantwoordelijk is.


Samenvatting Paragraaf 6 Hoofdstuk Parlementaire democratie
De deelvraag van dit hoofdstuk is : Wat doet het parlement en hoe is de taakverdeling met de ministers ?

De manier waarop de regering en het parlement met elkaar omgaan noemen we de politieke cultuur. Een kenmerk van de Nederlandse politiek is dat er veel bereidheid is voor overleg en besluitvorming, dit wordt ook wel poldermodel genoemd.
De eerste en de tweede kamer vormen samen het parlement, ook wel de Staten Generaal genoemd. Het parlement is gekozen door de burgers, direct of indirect.
De tweede kamer behandeld als eerste de wetsvoorstellen, ze mogen een wetsvoorstel afwijzen of veranderen. De eerste kamer krijgt pas na de tweede kamer het wetsvoorstel voor ogen, zijn mogen dit niet veranderen maar alleen goed of afkeuren.
Alle partijleden behoren tot een fractie, deze heeft elk een fractieleider.
De wetgevende macht is in handen van het parlement en de ministers, de uitvoerende macht ligt alleen in de handen van de ministers.

Begrippen:
- politieke cultuur : De manier waarop de regering en het parlement met elkaar omgaan.

- poldermodel : Bereid zijn tot overleg en het sluiten van compromissen.

- Eerste kamer : door de Provinciale Staten gekozen college, dat door de Tweede Kamer behandelde onderwerpen nog eens behandelt.

- Senaat : De Eerste Kamer

- Tweede kamer : Behandeld als eerste elk wetsvoorstel en mag deze afwijzen of veranderen.

- fractie : De groep vertegenwoordigers van een politieke partij in een gekozen orgaan.

- regeringsfractie : Partijen die ook ministers in de regering hebben zitten.

- oppositiepartij : Alle partijen die niet in de regering zitten.

- trias politica : Bestaande uit de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.

- stemrecht bij wetsonderwerpen : Beide kamers hebben het recht om om een wetsvoorstel aan te aanvaarden of te verwerpen.


- budgetrecht : het recht om de rijksbegroting wel of niet goed te keuren.

- recht van initiatief : het recht om wetsonderwerpen in te dienen.

- recht van amendament : Het recht om wijzigingen in een wetsvoorstel aan te brengen.

- schriftelijke vragen : Een schriftelijke vraag stellen.

- recht van interpellatie : Het recht om een minister ter verantwoording te roepen.

- parlementaire enquête : Een middel dat kan worden gebruikt om bepaalde informatie te krijgen over een bepaald onderwerp.

- motie van wantrouwen : Kameruitspraak waarin het vertrouwen in het gevoerde beleid wordt opgezegd.


Samenvatting Paragraaf 7 Hoofdstuk Parlementaire democratie
Er zijn in Nederland drie verschillende niveaus van besluitvorming : het Rijk, de provincie en de gemeente. De overheid stelt alleen in grote lijnen het beleid vast, maar de lagere overheden vullen de gedetailleerde stukken in. Nederland wordt daarom een gedecentraliseerde eenheidsstaat genoemd, het uitgangspunt hiervan is dat de besluitvorming zo dicht mogelijk bij de betrokkenen ligt. De belangrijkste taken van de provincie zijn de terreinen ruimtelijke ordening en milieu. Om alle plannen van een bepaald gebied aan te geven wordt een streekplan gemaakt. Eenmaal per vier jaar worden er verkiezingen gehouden voor het bestuur van de provincie, de gekozen vertegenwoordigers vormen samen de Provinciale Staten. De bestuurslaag die het dichts bij de burger staat, is de gemeente. Steeds meer beleidstaken komen vanuit Den haag naar de gemeenten, voorbeelden hiervan zijn huisvesting van scholen en de voorziening van gehandicapten. Samen met de beleidstaken worden ook de financiële middelen overgedragen aan de gemeenten. Het bestuur van de gemeente wordt gevormd door de gemeenteraad, deze wordt om de vier jaar gekozen. De burgemeester van een gemeente wordt voor zes jaar benoemd, de minister van binnenlandse zaken beslist uiteindelijk of een kandidaat burgemeester wordt.

Begrippen :
- decentralisatie : Het overgeven van taken en bevoegdheden naar een lager niveau van bestuur.

- gedecentraliseerde eenheidsstaat : De besluitvorming wordt voor een deel overgegeven aan een lager niveau van bestuur, maar een uitgangspunt hierbij is dat de besluitvorming op een zo dicht mogelijk niveau bij de betrokkenen moet plaatsvinden.

- ruimtelijke ordening : Het zo goed mogelijk inrichten en gebruiken van de beschikbare ruimte van een gebied.

- Streekplannen : Hierin staat aangegeven welke activiteiten in een gebied passen.

- Provinciale Staten : Het bestuur van een provincie.

- Gedeputeerde Staten : Het dagelijkse bestuur van de provincie, een soort minister op provincieniveau.

- Commissaris van de Koningin : De voorzitter van zowel de Gedeputeerde Staten als van de Provinciale Staten.

- gemeenteraad : De gemeenteraad staat in feite aan het hoofd van een gemeente en heeft het bestuur in handen. Zij keurt de plannen goed van het College van B & W en controleert ook hun daden.

- College van Burgemeester en Wethouders (B & W) : Dagelijks bestuur van een gemeente, gevormd door de burgemeester en de wethouders.

- Burgemeester : Hoofd van een gemeente, benoemd door de koningin.


Samenvatting Paragraaf 8 Hoofdstuk Parlementaire democratie
De deelvraag van deze paragraaf is : Hoe en waarom werken we samen met andere landen ?

Soms zijn er problemen die niet nationaal kunnen worden opgelost, daarom wordt er soms internationaal samengewerkt. Door deze samenwerking kunnen personen zich ook in het buitenland gaan vestigen. De twee redenen waarom internationale samenwerking goed is zijn dat de landen afhankelijkheid van elkaar zijn en het is efficiënter om een probleem samen aan te pakken. Door de samenwerking betekent het dus wel dat de soevereiniteit van het land wordt ingeperkt. Na de oorlog wilde een aantal verschillende landen gaan samenwerken om een aantal verschillende redenen. Deze redenen waren ; Een nieuwe oorlog voorkomen, op economisch gebied beter concurreren met de Verenigde Staten en het beschermen tegen het opkomende communisme van Rusland. De Europese unie kent net als de deelnemende lidstaten een scheiding der machten. De raad van Ministers keurt wetten goed of af, de Europese Commissie voert uit, het Europees Parlement controleert en het Hof van Justitie is de onafhankelijke rechterlijke macht. Er is ook kritiek op de Europese Unie maar hiernaast zijn er ook nog steeds goede ontwikkelingen door de Europese Unie ontstaan.

Begrippen :
- soevereiniteit : Het recht om zelf te bepalen welke regels worden vastgesteld.
- Europese Commissie : Het dagelijks bestuur van de Europese Unie.
- Raad van Ministers : Moet de voostellen van de Commissie goed of afkeuren.
- Raad van de Europese Unie : Ook wel de raad van Ministers genoemd, hierin zijn de regeringen van de deelnemende landen vertegenwoordigd.
- Europees Parlement : Het bestuursorgaan dat door de Nederlandse burgers wordt gekozen.
- Europese Hof van Justitie : De rechtsprekende macht in de EU, het doet uitspraken over kwesties tussen de lidstaten.
- Verenigde Naties ( VN ) : Organisatie waar bijna alle landen van de wereld lid van zijn. De organisatie is vooral opgericht om te zorgen voor vrede in de Wereld.
- secretaris-generaal : De hoogste ambtenaar van de VN, hij geeft leiding aan de VN en is voorzitter van de Algemene Vergadering.
- Algemene Vergadering : Een vergadering van alle VN leden.
- Veiligheidsraad : Orgaan binnen de Verenigde Naties, dat het doel heeft om ongeoorloofde agressie tussen landen te voorkomen en op te lossen.
- vetorecht : Het recht om de uitvoering van een resolutie te verbieden.
- VN vredesmissie : Een missie waarin soldaten uit verschillende landen zijn vertegenwoordigd, deze hebben als doel om te zorgen voor vrede.


Samenvatting Paragraaf 9 Hoofdstuk Parlementaire democratie
De deelvraag van dit hoofdstuk is : Hoe verloopt politiek besluitvorming en wie zijn daarbij betrokken ?

Bestuurlijke processen verlopen via vier fasen, de eerste fase is invoer, de tweede fase is omzetting, de derde fase is uitvoer en de vierde fase is terugkoppeling. In de eerste fase brengen groepen uit de samenleving allerlei eisen en wensen naar voren, hierdoor komt het onderwerp op de politieke agenda terecht. In de tweede fase wordt er iets met de kwestie gedaan, de belangen van de verschillende groepen worden besproken. Het onderzoek en het advies die worden gemaakt worden ook wel de beleidsvoorbereiding genoemd. Hierna kan de wethouder met een verordening of een wetsvoorstel komen. In derde fase zorgen ambtenaren dat het wetsvoorstel wordt uitgevoerd. In de laatste fase komen er reacties op de besluitvorming en als dit niet goed uitpakt moet het hele besluitvormingsproces overgedaan worden. Niet alleen politici hebben inspraak in de politieke besluiten, ook wij hebben politieke macht en dus worden wij politieke actoren genoemd. De media is in een democratie een belangrijke factor, de media vervult vijf politieke taken. Deze taken zijn informatieve functie, agendafunctie, commentaarfunctie, spreekbuisfunctie en de controlerende functie. De media zorgt voor een meningsvorming onder de burgers, door de persvrijheid in ons land is er maar heel weinig dat meer geheim blijft.


Begrippen :
- systeemtheorie : Een proces van vier fasen waarin bestuurlijke processen verlopen.

- politieke agenda : De politieke agenda is dan een lijst van problemen die aandacht krijgen van de beleidsmakers.

- beleidsvoorbereiding : Een ambtenaar onderzoekt een zaak en geeft hierbij een advies.

- politieke actoren : Alle burgers, groepen, bestuursorganen, en instanties die betrokken zijn bij het politieke besluitvormingsproces.

- klokkenluider : Werknemer die oneerlijkheden of soorten van fraude in de openbaarheid brengt.

- beleidsuitvoering : Her uitvoeren van goedgekeurde (wets)voorstellen.

- Vierde Macht : De ambtenaren.

- informatieve functie : kranten en de televisie berichten de mensen van belangrijke zaken in de politiek.

- agendafunctie : Het signaleren van problemen in de samenleving.

- commentaarfunctie : Commentaar op politieke kwesties in kranten en op de tv.

- spreekbuisfunctie : Kranten en tv geven de burgers ook ruimte om hun mening te geven, dit wordt ook wel op internet gedaan.
- controlerende functie : De media volgt de ministers kritisch en kijken of ze ook doen wat ze beloven.

- persvrijheid : De vrijheid van drukpers, het grondrecht om gevoelens en gedachten openbaar te maken. Alle informatie van de overheid moet openbaar worden gemaakt.

- meningsvorming : We vormen allemaal een mening doordat we alles kunnen zien en lezen over de politieke problemen.

- pluriformiteit : Er zijn een heleboel verschillende ( soorten ) kranten, tv-zenders en tijdschriften waar je uit kan kiezen, dus daar zijn ook veel verschillende meningen bij.

- pressiegroepen : Groepen die proberen invloed uit te oefenen op de politieke besluitvorming.

- Vijfde macht : Alle pressiegroepen samen.

- referendum : Een volksstemming waarbij alle kiezers hun mening kunnen geven over belangrijke kwesties.


 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

1314
 

reacties