Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Scholieren.com zoekt: scholieren met fotografietalent  en schrijftalent en 'n afgestudeerde (volwassen) webdeveloper

Hoofdstuk 2, Water

Scheikunde

Samenvatting

Chemie overal

Water

 
4.5 / 10
40 stemmen van bezoekers
3e klas havo
niveau
  • Daan
  • NL
  • 313 woorden
  • 3061 keer
    1 deze maand
  • 31 maart 2008

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Hoofdstuk 2: water

1. De massa van één liter ijs is kleiner dan de massa van één liter water.

2. …Daardoor is de dichtheid van ijs kleiner dan de dichtheid van water.

3. soortelijke warmte betekend dat er veel warmte nodig is om één kg water een graad warmer te maken.

4. Adsorptiemiddel: koolstof (norit)

5. Adsorptie: kleur, geur en smaakstoffen verhuizen vanuit water naar koolstof en blijven ze er aan vast plakken, zo wordt het water weer schoon.


6. fijn verdeelde koolstof wordt ook wel norit genoemd.

7. een oplossing is een mengsel dat altijd helder (doorzichtig) is.  opgelost.

8. een suspensie is een mengsel dat altijd troebel (ondoorzichtig) is.  niet opgelost.

9. vaste stoffen: hoe hoger de temp. des te groter wordt de oplosbaarheid.

10. gassen: hoe hoger de temp. des te kleiner wordt de oplosbaarheid.

11. als stof is opgelost in alcohol noemen we die oplossing ook wel een tinctuur.

12. bijv. jodiumtinctuur: een oplossing van 1% jood in alcohol.

13. oppervlaktewater: het water in rivieren en zeeën.

14. grondwater: het water dat in de grond zit.

15. ADI-waarde: aanvaarbare dagelijkse inname = gevarengrens.

16. water waar opgeloste kalk in zit, heet hard water.

17. DH = Duitse Hardheidsgraden.

18. Een emulsie is een mengsel van twee vloeistoffen die eigenlijk niet goed mengbaar zijn. = altijd troebel.

19. Hulpstof die een emulsie in stand kan houden, noem je een emulgator.

20. emulgatormolecuul heeft een lange staart (koolstof en waterstof atomen) en een kleine kop(zuurstof atomen)

21. emulgatormolecuul kop is hydrofiel omdat kop goed oplosbaar is in water. Staart alleen in olie en heet hydrofoob.

22a. Zure oplossing: pH = minder dan 7

22b. Neutrale oplossing: pH = 7

22c. Basische oplossing: pH = meer dan 7

22d. Je kunt de pH van een oplossing meten met een strookje universeel indicatorpapier.

23. Zeep is een emulgator.

 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

8165
 

reacties