Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Heb jij 10 minuten tijd voor een vragenlijstje over instructievideo's en YouTube-docenten? Onze dank is groot!

Werkwoordsvervoegingen

Frans

Samenvatting

 
6.1 / 10
190 stemmen van bezoekers
  • Jaan
  • NL
  • 520 woorden
  • 31544 keer
    10 deze maand
  • 15 mei 2007

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

De werkwoordsvervoegingen in het Frans
In het Frans maken we voor de werkwoorden onderscheid in 7 tijden, te verstaan:

1. Le Présent (o.t.t.)
2. Le Passé Composé (v.t.t.)
3. L’imparfait (o.v.t)
4. L’impératif (gebiedende wijs)
5. Futur (o.t.t.t)
6. Conditionnel (o.v.t.t.)
7. Participe présent (tegenwoordig deelwoord)


1. Le présent (de o.t.t.) - bijv. : ik luister
De regelmatige werkwoorden
De regelmatige werkwoorden worden via een vast patroon vervoegd, de uitgang (-er, -ir of -re) gaat eraf en je zet de juiste uitgangen erachter.


De onregelmatige werkwoorden
De onregelmatige werkwoorden hebben andere vervoegingen die je vanuit je boek moet leren. Let op : sommige werkwoorden op -ir / -re zijn onregelmatig zoals venir of prendre.

2. Le passé composé (de v.t.t.) - bijv. : ik heb geluisterd
Een hulpwerkwoord + Een voltooid deelwoord
avoir of être , afhankelijk van wat je in het Nederlands hoort. Alle wederkerende werkwoorden worden met être vervoegd.

Als het hulpwerkwoord être is moet je het voltooid deelwoord aanpassen :
- onderwerp vrouwelijk à voltooid deelwoord : + e
bijv. : elle est restée
- onderwerp meervoud à voltooid deelwoord : + s
bijv. : ils sont restés
- onderwerp vrl. mv. à voltooid deelwoord : + es
bijv. : elles sont restées

Het voltooid deelwoord van de regelmatige werkwoorden :
- werkwoorden op –er : - er + é = parlé
- werkwoorden op –ir : - ir + i = fini
- werkwoorden op –re : - re + u = perdu
Voor de onregelmatige werkwoorden moet je het voltooid deelwoord leren.

3. L’imparfait (de o.v.t.) – bijv. : ik luisterde
De stam van de imparfait : voor alle werkwoorden is de stam de “nous-vorm” van de présent zonder de uitgang “ons”. Bijv. :
écouter (infinif) à nous écoutons (présent) à écout (de stam van de imparfait)

4. L’impératif (de gebiedende wijs) – bijv. : Luister !
Deze tijd kent 3 vormen :

1. je - Écoute! - Luister! (enkelvoud)
2. nous - Écoutons! - Laten we luisteren!
3. vous - Écoutez! - Luister ! (meervoud)

5. Le futur (de o.t.t.t.) – bijv. : ik zal luisteren
De stam van de futur: het infinitif (min “e”) + de uitgangen van avoir (in de présent). Er is dus altijd een “r” voor de uitgang.
Bijv. : écouter (infinitif) à écouter (stam van de futur)
perdre (infinitif) à perdr (stam van de futur)

De onregelmatige werkwoorden hebben dezelfde uitgangen, maar ze hebben hun eigen stam voor de futur. Die moet je dus leren!
Bijv. : aller = ir (stam van de futur) = j’irai (ik zal gaan)

6. Le conditionnel (de o.v.t.t.) – bijv. : ik zou luisteren
Regelmatige werkwoorden :
Stam van de futur + de uitgangen van de imparfait
Onregelmatige werkwoorden :
Stam van de futur + de uitgangen van de imparfait
Bijv. : j’écouterais (ik zou luisteren) - j’irais (ik zou gaan)

In de conditionnel is er altijd een “r” voor de uitgang, in de imparfait niet.
Als je dit onthoudt kun je deze twee tijden niet door elkaar halen.

7. Le participe présent (tegenwoordig deelwoord) – bijv. : luisterend
De participe présent maak je als volgt : De stam van de imparfait + ant
Bijv. : écouter à écoutant (luisterend)
venir à venant (komend)
Sommige werkwoorden hebben een bijzondere stam, maar je herkent altijd de participe présent aan de uitgang “ant”. Bijv. : avoir à ayant (hebbend)


 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

7405
 

reacties

 
leg eens dingen normaal uit
door Klaas (reageren) op 9 oktober 2009 om 11:24
ik vind het goed uitgelegd. ik moet voor over een uurtje mijn frans kennen en net dit even geleerd. nu ken ik het perfect. c'est parfait.
door . (reageren) op 5 november 2010 om 9:34
Ik vind het een prima samenvatting. Wij wonen sinds kort in Frankrijk en moeten hier de Franse werkwoordsvervoegingen leren. Dat is best lastig maar met de Nederlandse termen erbij is het wel te snappen.
door Nicole (reageren) op 24 november 2010 om 22:33
super goed uitgelegd!
door mats (reageren) op 21 mei 2011 om 15:04
ben er superblij mee echt heel erg fijn (: moet allemaal werkwoorden uit m'n hoofd leren en dan is het wel handig hoe al die tijden werken...
door Denise (reageren) op 2 januari 2012 om 14:09
super goed
door anoniem (reageren) op 19 januari 2012 om 21:09