Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

NRC en Scholieren.com onderzoeken: waarom zijn Nederlandse scholieren niet gemotiveerd? Laat jouw mening horen!

Hoofdstuk 3: de Franse Revolutie (Nemo)

Geschiedenis

Samenvatting

Franse Revolutie

 
  • As
  • NL
  • 1416 woorden
  • 8516 keer
    19 deze maand
  • 9 februari 2004

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Hoofdstuk 3: de Franse Revolutie.

Paragraaf 1: het oude Koninkrijk.

Belangrijke punten:

• De Franse samenleving was een standensamenleving ? De bevolking had weinig te zeggen.
• De sociale laag zag er zo uit: Geestelijken
Edelen
Burgers ( 95% van de bevolking)
• Alleen de 3e stand moest belasting betalen, 10% van je salaris aan de kerk betalen en een deel van hun tijd op het land van de edelman werken.

• De 1e en 2e stand hadden zo hun rechten en plichten maar de 3e stand kende alleen maar plichten.
• Lodewijk XIV voelde zich ver boven het volk verheven. Hij noemde zich de Zonnekoning omdat de zon het middelpunt van de aarde was. Hij woonde buiten Parijs in Versailles.


Zijn macht was onbegrensd. Hij had de wetgevende macht, de rechtsprekende macht en de uitvoerende macht. Hij bedacht wetten en stelde ze vast, hij benoemde rechters die de rechtspraak uitoefenden en hij zorgde ervoor dat zijn besluiten werden uitgevoerd ? Hij regeerde dus absoluut. Zijn manier van regeren noemen we absolutisme.
• Franse koningen verdedigden het absolutisme op verschillende manieren. Ze konden wijzen op de ideeën van Hobbes. Hij vond de mensen in wezen zo slecht dat het beter is als ze zich volledig onderwierpen aan de vorst.
• Niet iedereen was het hiermee eens ? Montesquieu vond het vreemd dat het leger het Franse koningsschap in stand moest houden.

Begrippen:

• Wetgevende macht: de macht om wetten te bedenken en vast te stellen.
• Rechtsprekende macht: macht om te oordelen over overtreders van de wet die voor de rechtbank moeten verschrijnen.
• Uitvoerende macht: de macht om besluiten en wetten in praktijk te brengen, wat vastgesteld is, laten uitvoeren.
• Absolutisme: vorm van bestuur waarbij de vorst/ koning alle macht heeft. in de 16e en 17e eeuw regeerde er in de meeste Europese landen een absoluut vorst.


Belangrijke personen:

Lodewijk XIV: Lodewijk XIV werd geboren op 5 september 1638 als zoon van Lodewijk XIII (1601-1643) en Anna van Oostenrijk (1601-1666). Koning Lodewijk XIV wilde alle macht in handen hebben. Hij en niemand anders bepaalde hoe het land geregeerd werd. Hij kreeg wel hulp van ministers en ambtenaren, maar Lodewijk was uiteindelijk de baas. Deze manier van regeren noemen we absolutisme. Lodewijk XIV was daarom een absoluut vorst. Bovendien dacht hij dat hij koning was, omdat God dat gewild had. God had hem het recht gegeven om te regeren over Frankrijk en de veroverde gebieden.

Montesquieu: Montesquieu was een Franse filosoof.Hij vond het belachelijk dat de Franse vorsten absoluut regeerden. Hij had theorieën over de scheiding van de machten van de vorst. Die worden nu nog steeds in de meeste democratische staten toegepast.


Hobbes: Hobbes vroeg zich af hoe het zou zijn als we geen vrije wil zouden hebben. Hij dacht dat we dat niet een zouden merken! Met andere woorden mocht de vorst alles bepalen. Dat was veel makkelijker vond hij! Hij was een Engelse filosoof.


Paragraaf 2: geld armoede en macht.

Belangrijke punten:

• Sociale laag: Geestelijken
Edelen
Burgers ? Niet iedereen was gelijk
• Burgers ? Arme loonarbeiders en de rijke kooplui ? Bourgeoisie.
• Graanoogst mislukt ? Dure broodprijs ? de arme hebben het zwaar te verduren.
• Na afloop van een moeilijke periode kwamen de arme Fransen in verzet.
• Hongersnood ? te druk met overleven om in verzet te komen.
• Alleen de 3e stand moest betalen. Dat vonden velen oneerlijk. En dat de belastingplichtigen niets over de besteding van het geld te zeggen hadden ? de Bourgeoisie wilde daarom politieke macht ? aantasting van het absolute gezag van de koning.
• De Bourgeoisie vond steun bij filosofen die tegen het absolutisme waren ? Voltaire, Rousseau en Montesquieu.
• Niet het geloof maar het verstand was de ware raadsman. Verstand zou licht brengen in de duisternis die door het geloof veroorzaakt werd ? filosofen die zo dachten horen bij de 18e eeuwse verlichting.
• Lodewijk XVI zat in 1788 in de problemen omdat zijn schatkist leeg was en het volk had genoeg redenen om in opstand te komen.

Begrippen:

• Verlichting: stroming in de 18e eeuw waarin geloof en absolutisme plaats moesten maken voor het verstand (de rede), vrijheid en gelijkheid en de idee van vooruitgang.
• Bourgeoisie: de rijke burgerij.

Belangrijke personen:

Voltaire: De Fransman François-Marie Arouet is beter bekend onder de Voltaire was onder meer auteur, filosoof en historicus tijdens de Verlichting. Hij was tegen het goddelijke absolutisme.

Rousseau: Rousseau was net als Voltaire een filosoof. Hij vond dat alle mensen gelijk waren en dat de standen moesten verdwijnen. Hoe een land bestuurd moest worden had volgens de filosofen niets met godsdienst te maken. Als je je verstand gebruikte, kon je de wereld begrijpen en verbeteren.

Lodewijk XVI: Deze 'laatste koning van Frankrijk' hield meer van jagen en knutselen aan ingewikkelde sloten, dan het besturen van zijn land.
Het liep dan ook tragisch met hem af. Lodewijk XVI volgde in 1774 zijn grootvader op. Als twintigjarige op de troon deed hij zijn best, maar was op geen enkele manier opgewassen tegen de eisen die het koningschap aan hem stelde. Hij gaf geld uit dat er niet was. Oorlogvoering en rent op schulden kostten zoveel dat hij elk jaar weer geld tekort kwam. Hij deed alleen maar waar hij zin in had. In 1789 voelde hij dat er een opstand dreigde.


Belangrijke jaartallen:
1789: Lodewijk XVI zat in echt in de problemen: zijn schatkist was leeg omdat hij te veel uitgaf en het volk had genoeg van hem.

Paragraaf 3: de revolutie breekt uit.

Belangrijke punten:

• Staten generaal: vergadering van vertegenwoordigers van de drie standen die met de koning overlegden omdat Lodwijk XVI geldproblemen had. In mei 1789
• Nationale vergadering: vergadering van de derde stand omdat ze kwaad waren over de oneerlijke stemverhouding richten ze een eigen vergadering op. Het doel daarvan was zorgen voor een grondwet.
• Bestorming van de Bastille: bestorming van de staatsgevangenis omdat het gerucht ging dat de koning de Nationale vergadering uit elkaar wilde jagen.
• La Grande Peur: de bestorming van kastelen van de heren omdat het gerucht ging dat de edelen de Nationale Vergadering gevangen wilde nemen.
• Rechten van de mens en burger: In augustus nam de Nationale Vergadering de Rechten van de Mens en Burger aan. Hierin stond onder andere dat het volk de baas was en zijn eigen regering kon kiezen.
• Frankrijk was bezig met een grote verandering: de Franse Revolutie was aangebroken!

Begrippen:

• Staten-Generaal: in Frankrijk de vergadering van vertegenwoordigers van de drie standen die met de koning overlegden.
• Nationale Vergadering: in 1789 door vertegenwoordigers van de derde stand bijeen geroepen uit protest tegen de standensamenleving.
• Grondwet: document waarin de rechten en plichten van burgers en bestuur staan opgetekend.
• Grande Peur: opstand van de Franse boeren tegen de adel in de zomer van 1789. Ze waren bang dat de adel de Revolutie zou keren, vandaar de naam.
• Rechten van de mens en Burger: geschrift dat de Franse volksvertegenwoordigers opstelde, waarin alle rechten staan die de inwoners van een land moeten hebben.
• Franse Revolutie: grote, plotselinge verandering van de Franse samenleving die begon in 1789.

Belangrijke jaartallen:

1789: Lodewijk XVI zag zich gedwongen om de Staten Generaal bijeen te roepen, de Bastille werd op 14 mei 1789 bestormd en kastelen werden in zomer van 1789 geplunderd.
Paragraaf 4: dood aan de koning!

Belangrijke punten:

• Lodewijk XVI moest in 1789 met de Nationale Vergadering vergaderen in Parijs omdat het volk het bestuurd dan beter kon controleren. De Nationale Vergadering trok zich niets van de koning aan en besloot dat alle landerijen, paleizen en kloosters van de kerk bezit waren van de Franse Staat
• Veel Katholieke Fransen waren het daar niet mee eens. De paus was woedend en riep alle Europese vorsten op om oorlog te voeren om het absolutisme in Frankrijk te herstellen.
• Lodewijk XVI besloot toen om te vluchten maar hij werd in Varennes ontdekt en teruggebracht naar Parijs.

• Frankrijk kreeg in 1791 een nieuwe grondwet en behield zijn koning ? monarchie. De macht van de koning werd beperkt door wat er in de grondwet stond ? constitutionele monarchie. De koning moest de wetten uitvoeren zoals de Nationale Vergadering ze vaststelden. De Nationale Vergadering werd gekozen door mensen met bezit.
• Frankrijk kwam in 1792 in oorlog met Oostenrijk en Pruisen. Vrijwilligers uit Frankrijk werden soldaat om hun revolutie te verdedigen en Europa te bevrijden van het absolutisme.
• Lodewijk XVI wist niet wat hij moest doen en schreef brieven met de Oostenrijkse bevelhebbers ? dat werd ontdekt en hij en zijn familie werd gevangen genomen ? na een kort proces werd hij onthoofd ? Frankrijk was een republiek!

Begrippen:

• Monarchie: vorm van bestuur met een koning of keizer aan het hoofd.
• Constitutionele monarchie: koninkrijk waarbij een grondwet de macht van de koning beperkt.
• Marseillaise: Franse volkslied, eerst gezongen door vrijwilligers uit Marseille, die als soldaat dienst namen om Frankrijk en de revolutie te beschermen.

Belangrijke jaartallen:

1791: Frankrijk kreeg een nieuwe grondwet.
1792: Frankrijk kwam in oorlog met Oostenrijk en Pruisen.
1793: Lodewijk XVI is onthoofd ? Frankrijk werd een republiek.


 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

Reactie (quote)
Jouw naam*
E-mail (niet publiek)*
Geheime code*
1380
 

reacties

 
 
Het is niet echt een grote fout. Maar in dit verslag staat een stukje over Lodewijk de 14e, de zonnekoning. Die heeft niks met de franse revolutie te maken. later gaat het wel gewoon over Lodewijk de 16e, maar toch kunnen mensen(ik) er door in de war raken!!!
door Sheily (reageren) op 1 februari 2006 om 21:39

Bekijk nu onze
Zeker Weten Goed
pagina

Al onze beste boekverslagen op een rijtje

Naar de pagina