Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Lodewijk XIV

Geschiedenis

Profielwerkstuk

Lodewijk XIV

 
6.9 / 10
224 stemmen van bezoekers
  • Nicoline
  • NL
  • 5690 woorden
  • 15380 keer
    47 deze maand
  • 11 februari 2002

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

1.Inleiding

Als je de naam Lodewijk XIV hoort denken velen mensen aan hoge witte pruiken, pompeuse jurken en tierelatijnen. De film ‘The man in the mask’ met Leonardo DiCaprio spreekt ons nog meer tot de verbeelding.Bepoederde snoetjes,laag uitgesneden jurken en hoog gelach. Wie zou er nu niet in een wereld willen leven die er zo uitziet ?
Geen zorgen, maar vrijheid, blijheid.Het enige waar je je druk om moest maken was je imago want alles draaide om het uiterlijk.


Maar schijn bedriegt zoals velen van ons al weten.Het is niet al goud wat er blinkt, eerder zorgvuldig opgepoetst koper, en dan nog.Vele ziekten teisterden de ongelukkigen, want een bad was ongezond! Ontrouw vierde aan het hof hoogtij en het was wel zeker dat men nooit gehoord had van het woord ‘kuisheid’.Iedereen deed het met iedereen en tussen het krabben ,snuiten en zuchten droeg men ziektes over aan elkaar alsof het niet was.Luizen,schimmels,ratten en ander ongedierte liep in hun omgeving rond, op zoek naar lekkere hapjes( denk hierbij aan uitwerpselen). Iedereen was geobsedeerd door titels, rang en macht. En iedereen aanbad de koning want hij kon hun dromen waarmaken.

Maar wie was hij ? Was hij die roemrijk persoon met dat o zo romantische verleden ? Hoe zag de maatschappij eruit ? Was hij gelukkig,met zijn vrouw,zijn positie en zijn leven ? En wat heeft hij gedaan voor Frankrijk waardoor hij zo bekend is geworden ?

2.Lodewijk XIV : het begin

Hij werd geboren op 5 september 1638 als zoon van Lodewijk XIII (1601-1643) en Anna van Oostenrijk (1601-1666). In mei 1643 overleed zijn vader en omdat Lodewijk toen nog niet in staat was om zijn vader op te volgen, nam de eerste minister Mazarin het regeren op zich. Lodewijk XIV werd geboren op 5 september 1638 als zoon van Lodewijk XIII (1601-1643) en Anna van Oostenrijk (1601-1666). In mei 1643 overleed zijn vader en omdat Lodewijk toen nog niet in staat was om zijn vader op te volgen, nam zijn moeder de taken waar. Zij riep hier de hulp van kardinaal Mazarin voor in, die op die manier officieel de minister-president van Frankrijk werd. Op 9 maart 1661 overleed Mazarin en een dag later nam Lodewijk de macht over en werd hij officieel koning van Frankrijk. Al aan het begin van zijn regeerperiode had hij zichzelf een belangrijke rol in Frankrijk en Europa toebedacht. Zo liet hij zich graag door hovelingen "Zonnekoning" noemen en vergeleek hij zichzelf met Romeinse keizers. Evenals de planeten in het heelal rondom de zon draaien, moest alles in Frankrijk om Lodewijk draaien. Om dit idee gestalte te geven liet de koning buiten Parijs een geheel nieuw paleis bouwen: Versailles.

In dit paleis liet de koning de Franse adel onderbrengen en vermaken met muziek, dans en gokspelen. Aangezien de koning erg was gesteld op uiterlijk vertoon, verplichtte hij de adel om op deze hoffeesten naar zijn voorbeeld in dure kleding te verschijnen.
Koning Lodewijk XIV wilde alle macht in handen hebben. Hij en niemand anders bepaalde hoe het land geregeerd werd. Hij kreeg wel hulp van ministers en ambtenaren, maar Lodewijk was uiteindelijk de baas. Deze manier van regeren noemen we absolutisme. Lodewijk XIV was daarom een absoluut vorst. Bovendien dacht hij dat hij koning was, omdat God dat gewild had. God had hem het recht gegeven om te regeren over Frankrijk en de veroverde gebieden. Dat wordt ook wel het droit divin genoemd.
Lodewijk XIV had niet alleen veel invloed in Frankrijk, onder zijn leiding werd de Franse hofsamenleving het voorbeeld voor andere vorsten in Europa. Niet alleen op politiek gebied, maar ook wat betreft kunst, mode, muziek en architectuur. Met name de bouw van een groot paleis, Versailles en de luxe en overdadige levensstijl van de koninklijke familie en de Franse hofadel op Versailles, maakten erg indruk.
Hoe zat het met het huwelijk van Lodewijk XIV?
Voordat Lodewijk zelf het heft in handen nam, was er voor hem een geschikte vrouw gezocht. In Spanje vond men een geschikte kandidate, Maria Theresa, dochter van de Spaanse koning. Het huwelijk werd zeker niet uit liefde gesloten. Het echtpaar had elkaar nooit persoonlijk ontmoet al waren ze neef en nicht. Vooraf waren alleen portretten uitgewisseld. Maria Theresa schijnt na de eerste huwelijksnacht wel verliefd te zijn geworden op Lodewijk maar deze liefde was zeker niet wederzijds, integendeel, het huwelijk was om politieke redenen gesloten en er moest voor wettige nakomelingen worden gezorgd.
Liefde zocht Lodewijk bij zijn vele maîtresses. Maria Theresa was geen knappe verschijning. Ze was klein en dik. Daarbij kwam dat ze licht misvormd was; ze had een scheefgegroeide schouder. Ook was ze niet bijzonder intelligent. Ze is haar hele leven Lodewijk trouw toegedaan gebleven ondanks zijn afwijzende houding. In 1683 stierf ze, 47 jaar oud. Ze had 6 kinderen gebaard van wie alleen de kroonprins in leven was gebleven.

3.Het paleis Versailles

De Franse koningen hadden een aantal paleizen in Parijs. Het Louvre was hiervan het belangrijkste. Lodewijk begon steeds meer genoeg te krijgen van het drukke en luidruchtige Parijs. Hij had een hekel aan de vele nauwe straatjes en de voortdurende stank die overal in de stad hing. Uitwerpselen werden gewoon uit het raam gegooid, de straten waren onverhard en van verlichting was al helemaal geen sprake. Het Louvre zelf was open voor publiek. Er werd overnacht, gedronken, gehandeld, prostituees pikten er hun klanten op. Geen wonder dat Lodewijk het plan opvatte rust en frisse lucht op te zoeken buiten de stad.
In 1661 gaf hij de opdracht het jachtslot in Versailles te laten verbouwen tot zijn nieuwe residentie. In 1682 nam het hof zijn intrek maar er werd nog tot aan 1708 verder gebouwd door duizenden bouwvakkers. Het paleis groeide uit tot een kleine stad. Hoeveel mensen er woonden weet niemand precies. Men schat dat er zo' n 10.000 mensen woonden; de koninklijke familie, een deel van de hoge adel en dan nog al het personeel. Het paleis was indrukwekkend maar niet echt comfortabel.
Zomers was het er bloedheet en 's winters ijskoud. Ziekten als jicht, blaasontsteking, koorts en reumatiek kwamen veel voor. Verder waren er geen toiletten. Vrouwen deden hun behoefte vaak gewoon staande, uit het zicht door de dubbele rokken die ze droegen. Mannen gebruikten stille hoekjes achter de trap, zuilen, gordijnen of wandtapijten. Het is niet moeilijk te bedenken hoe het er geroken moet hebben. Ook de lichaamsverzorging liet veel te wensen over. 's Ochtends even een vochtig doekje over het gezicht en wat wijnazijn om de ergste slaaplucht te verdrijven, dat was alles.
Een bad werd door de dokters aan het hof afgeraden, alleen uit medische noodzaak was het soms verstandig een bad te nemen. Om alle vieze luchten te kunnen verdragen werd er rijkelijk gebruik gemaakt van parfum. Bijna alles werd geparfumeerd zelfs etenswaren zoals gebak, limonade, suiker en tabak werden geparfumeerd. Hiervoor werden nog geen natuurlijke geuren van planten of bloemen gebruikt, dat werd pas na de dood van Lodewijk XIV de gewoonte.
De slechte hygiëne maakte natuurlijk dat het ongedierte welig kon tieren. Met name de gewoonte om grote pruiken te gaan dragen, zorgde ervoor dat luizen vrij spel hadden. Met krabbertjes probeerde men de ergste jeuk tegen te gaan. Maar het ongedierte nestelde zich ook in de matrassen, het beddengoed, gordijnen en vloerkleden.

4.Het hofleven

Omdat Lodewijk zelf een pruik droeg, volgde al snel het hele hof. Lodewijk droeg een pruik om zijn kaalheid te verbergen. Zelfs 's nachts hield hij zijn pruik op. Geleidelijk aan werden de pruiken steeds groter. De pruiken waren zo groot dat het niet meer mogelijk was om er een hoed op te dragen. De hoed werd daarom onder de arm meegenomen of gewoon in de hand gedragen. Ook koetsen moesten hoger gemaakt worden om de pruiken bij het in en uit stappen niet te beschadigen.
Het is niet gek dat deze periode ook wel aangeduid wordt met de naam Pruikentijd. In het begin hadden de pruiken een natuurlijke kleur maar aan het begin van de 18e eeuw kwam de witte pruik in de mode. Deze pruiken werden gemaakt van natuurlijk haar dat gebleekt werd met chloor. Probleem hierbij was dat de pruik snel vergrijsden en daardoor vuil leek. Daarom werd de pruik met een dikke laag poeder bedekt. Bijkomend voordeel van de pruik was dat kaalheid als gevolg van ziektes als syfilis bedekt kon worden.
Symptomen van deze aandoening waren; kaalheid en vlekken op de huid. Deze vlekken werden ook zoveel mogelijk verborgen door bijvoorbeeld handschoenen te dragen of door er een dikke laag poeder overheen te smeren. Bovendien vond men dat een gezonde natuurlijke kleur te veel deed denken aan het gewone volk of boeren die de hele dag in de buitenlucht werkten. Adellijke lieden wilden natuurlijk niet mee vergeleken worden. Ze probeerden zoveel mogelijk uit de zon te blijven en ze maakten hun huid nog bleker met behulp van poeder.
Vrouwen droegen verder een zolaag mogelijk uitgesneden jurk waarbij de schouders en een groot deel van de borst werd vrijgelaten. Om de aandacht op bepaalde delen te vestigen werden zogenaamde 'assassins' of 'mouches' (schoonheidspleisters) aangebracht. De heupen moesten zo smal mogelijk lijken. Om deze zogenaamde 'wespentaille' te verkrijgen, moesten vrouwen een korset dragen met ingenaaide stalen baleinen die er voor zorgden dat de vrouwen een slanke taille kregen. Ondergoed werd nog bijna niet gebruikt.
Zoals al eerder gezegd was hiervan een voordeel dat tijdens de lange ontvangsten waarbij niet gezeten mocht worden de vrouwen heel makkelijk hun behoefte konden doen. Ook het gebruik van zakdoeken was nog niet normaal op de manier zoals wij dat nu gewend zijn. Zakdoeken waren een siervoorwerp die vooral gebruikt werden om nare luchtjes te vermijden. Om toch af en toe de neus te snuiten werden gordijnen of tafelkleden gebruikt.

4.1 De etiquette

De hele hofhouding moest zich aan een lange reeks etiquette(gedragsregels) en staatceremonieën houden. Ook onder Lodewijks voorgangers was dit al een gewoonte maar Lodewijk bouwde het systeem uit. Het was voor hem ook een manier om de adel onder controle te houden. Aan de privileges die de koning aan bepaalde personen verleende was duidelijk de status af te lezen. Hoe dichter men de koning mocht benaderen hoe hoger in rang de persoon was. Een bekend voorbeeld van zo' n ceremonie is de manier waarop het opstaan van de koning geregeld was, het 'lever'.
Ook hier gold hoe hoger men in rang was hoe eerder men bij het opstaan aanwezig mocht zijn. Het opstaan gebeurde als volgt: rond 8 uur werd de koning gewekt door de eerste kamerdienaar die aan het voeteneinde van zijn bed lag. De deur werd geopend om de kamerpages binnen te laten die de keuken waarschuwden dat het ontbijt klaargemaakt kon worden. Ondertussen werd de eerste twee belangrijke groepen binnen gelaten, dit waren meestal de directe familieleden (entreé familière) met de eerste dokter en de eerste chirurg en een aantal edellieden die zich goed gedragen hadden (grand entreé). De koning kwam dan uit bed terwijl zijn kleding werd klaar gelegd.
De derde groep werd nu geroepen (premiere entreè) de voorlezers en de mensen die verantwoordelijk waren voor het vermaak van de koning. Zij zagen hoe Lodewijk zijn schoenen aandeed. Voor het verdere aankleden werd nu ook groep 4 binnen gelaten (entreé de la chambre) bestaande uit ministers, staatssecretarissen, hoofdaalmoezenier, hoge officieren en maarschalken van het leger en de lijfwacht. Het nachthemd werd nu uitgetrokken door de twee hoogste vertegenwoordigers van de adel die aanwezig waren. Een de linkermouw en de ander de rechtermouw. Het daghemd werd aangereikt door een van de prinsen of door de opperkamerheer. Ook hier werden de mouwen door twee dienaren vastgehouden. Daarna werden de schoenen vastgemaakt, de degen omgedaan en de mantel aangetrokken. Terwijl Lodewijk aangekleed werd, sprak de aalmoezenier een kort gebed uit. Ondertussen wachtte het gehele hof in de grote galerij voor de slaapkamer op de koning.
's Avonds bij het naar bed gaan ging het op een zelfde manier en ook bij de koningin vond een zelfde ceremonie plaats. Het luisterde erg nauw wie wat deed. Zo kon het gebeuren dat de hofdame van dienst net de jurk aan de dame du paleis had aangereikt, meestal een prinses. Plotseling kwam de hertogin van Orléans binnen. Zij was hoger in rang dus moest de jurk weer terug naar het kamermeisje. Van het kamermeisje werd de jurk weer aan de hertogin van Orléans overhandigd. Op dat moment kwam de gravin van de Provence binnen die op haar beurt weer boven de hertogin stond. Op nieuw ging de jurk weer terug naar het begin om opnieuw aangereikt te worden aan de gravin. Al die tijd stond de koningin in haar blootje te wachten op haar kleren.
Lodewijk had dit ceremonieel niet zelf bedacht. Ook zijn voorgangers gebruikten dit om de adel aan zich te verplichten. Lodewijk heeft het wel verder ontwikkeld. De adel was zo afhankelijk van de koning voor hun prestaties en sociale positie. Iemand die aan het hof een rol van betekenis wilde spelen moest zich wel houden aan deze gang van zaken.

5. Belangrijke personen bij Lodewijk XIV.

Koningin-moeder Anna ofwel Anna van Oostenrijk, de dochter van Filips 3e uit Spanje, trouwde op 15 jarige leeftijd met Lodewijk XIII. Al haar jaloerse moederliefde ging uit naar haar oudste zoon Lodewijk-Dieudonné, de troonopvolger. Op september 1640 kreeg zij nog een zoon: Philippe, maar zij had veel meer aandacht voor Lodewijk dan voor hem. Lodewijk XIV werd voor haar ook steeds meer het middel om zich staande te houden tegenover Lodewijk XIII. Toen in 1643 Lodewijk XIII doodging richtte ze zich volop Lodewijk XIV. Ze moest ook, toen Lodewijk XIV nog minderjarig was en Lodewijk XIII dood was, Frankrijk regeren als regentes. Het lukte haar het niet zo goed om Frankrijk goed te besturen, maar gelukkig hielp Mazarin haar. In 1666 ging Anna dood.
Kardinaal Armand-Jean du Plessis, hertog de Richelieu ofwel kardinaal Richelieu was zonder enige twijfel, Frankrijks grootste staatsman uit die tijd. Hij had aan Lodewijks vader (Lodewijk XIII) beloofd dat hij al zijn ijver en macht zal gebruiken om de invloed van de hugenoten te ondermijnen, de trots van de hoge adel te breken en alle onderdanen te dwingen hun plicht te doen.
Jules Mazarini ofwel kardinaal Mazarin was de tot het uiterst verzorgde achterkleinzoon van Karel 5e, de politieke peetvader van Lodewijk XIV. Hij kwam helemaal uit Sicilië, maar hij werkte zich steeds meer in de noordelijke richting. Hij wilde eigenlijk de militaire richting op als officier bijvoorbeeld, maar Mazarin ging toch rechten studeren. In december 1643 volgde Mazarin Richelieu op als eerste minister. Mazarin beschikte over alles wat men in die tijd in de politiek nodig had. Zo was hij een groot intellect, had een vooruitziende blik, grote diplomatieke behendigheid, vasthoudendheid, moed, trots en hoffelijkheid. Hij bevoordeelde zijn familie veel en samen met de financiële manipulaties waren genoeg redenen om hem aan te vallen, maar Mazarin leek wel door de duivel beschermt te worden en dan als redder van de Franse koningsmacht de geschiedenis in te gaan. Mazarin was ook net zoals Richelieu heel belangrijk voor Frankrijk. Na zijn dood in 1661 regeerde Lodewijk helemaal alleen. Lodewijk nam geen eerste minister meer.
Over Philippe 1e staat niet zo heel veel in de literatuur geschreven. Philippe (de broer van Lodewijk XIV) is geboren in 1640. Philippe wordt ook wel 'Monsieur' genoemd, en werd in 1660 hertog van Orléans. Hij had homoseksuele gevoelens en probeerde om zich zwaar op te maken en schoenen met hoge hakken te dragen andere mannen te verleiden. In 1661 trouwde hij met Henriëtte-Anna van Engeland. Lodewijk respecteerde dit niet, want Lodewijk trok veel met haar op. Als afleidingsmanoeuvre haalde zij de La Vallière erbij, waardoor Lodewijk Henriëtte-Anna een beetje vergat. (La Vallière wordt later in dit verslag verder uitgewerkt). In 1670 ging Henriëtte-Anna dood en in 1671 werd Elisabeth-Charlotte van Beieren Philippes vrouw. Philippe 1e verwekte bij Elisabeth-Charlotte van Beieren in 1674 Philippe 2e, die in 1715 regent van Frankrijk wordt.
De Spaans-Habsburgse Maria-Theresa (MariaTheresia) is geboren in 1638 en was dus even oud als Lodewijk en werd op 9 juni 1660 Lodewijks echtgenote. MariaTheresia, de dochter van Filips 4e van Spanje was iets klein uitgevallen en vrij dik. Ze was licht misvormd door een opvallend scheve schouder. Zij hield veel van Lodewijk XIV en bleef hem altijd trouw. Mazarin had voor dit huwelijk gezorgd toen Spanje met Frankrijk vrede had. Spanje zorgde er wel voor dat Maria Theresia geen koningin van Spanje kon worden en beloofde haar dat ze een bruidsschat zou krijgen van 500 miljoen dukaten. Alleen, Spanje zou dit echter nooit kunnen betalen.
Koningin Maria Theresia kreeg 6 kinderen, namelijk Lodewijk, Anna-Elisabeth, Maria-Anna, Maria Thérèse, Philippe en Lodewijk Frans. De laatst 5 stierven heel snel. Anna-Elisabeth, Maria-Anna en Lodewijk Frans werden nog geen 1 jaar. Maria Thérèse werd 4 jaar en Philippe werd 3 jaar. Het eerste kind, Lodewijk, werd in 1661 geboren en ging in 1711 dood. Maria Theresia moest op uitdrukkelijk bevel van Lodewijk XIV leren al zijn maîtresses toe te staan, bij kerkdiensten en andere officiële gelegenheden naast hen zitten en beleefd met hen praten. Maria Theresia stierf op 47 jarige leeftijd op 30 juli 1683. Ze overleed waarschijnlijk aan kanker net zoals de moeder van Lodewijk XIV. Lodewijk hield zo veel van haar dat hij een rouwperiode van 72 uur hield, en haar hart liet overbrengen naar de kerk van Valde-Grace en haar lichaam rust in Saint-Denis.
Één van de 4 officiële maîtresses van Lodewijk XIV was Louise de La Baume Le Blanc ofwel Demoiselle de La Vallière. Ze was een opvallende schoonheid en bezat een modieuze wespetaille. La Vallière hield ook net als Lodewijk XIV veel van dansen. Ze werd in 1661 maîtresse van Lodewijk. Pas in 1663 merkte Maria Theresia van de verhouding die Lodewijk had met La Valière. Hoe serieus die zaak was kon ze vaststellen, doordat de La Valière Lodewijk een heel bijzonder kerstgeschenk gaf: op 19 december baarde zij een zoon die verder door madame Colbert onder haar hoede werd genomen. La Valière heeft echter nooit geprobeerd de plaats van Maria Theresia te verdringen. Na de geboorte van haar eerste zoon werd La Valière snel lelijk. Lodewijk wees haar toen de de deur, zoals bij de andere maîtresses gebeurde toen ze niet meer zo mooi waren. Lodewijk had toen ook al iemand anders gezien..... Françoise-Athénaïs de Rochechouart-Mortemart ofwel markiezin Montespan was de tweede maîtresse van Lodewijk XIV. Lodewijk vond haar ook erg aantrekkelijk door haar blonde haren en blauwe ogen. Zij zocht, toen la Valière nog maîtresse van Lodewijk was, La Valière telkens op om via La Valière en later ten koste van La Valière de vorst te veroveren. Zo werd Montespan echt de maîtresse van Lodewijk XIV. Markiezin Montespan was net zo hebzuchtig en vastbesloten als Lodewijk XIV. Ze zorgde er voor dat ze zelf en haar familie overal het grootste voordeel kregen. Zo kreeg haar broer de maarschalkstaf en andere familieleden kregen titels en voorrechten.

In 1678 werd La Fontagnes de derde maîtresse van LodewijkXIV. Zij zorgde voor wat ruzietjes tussen Montespan en de koning.Tegen Montespan had ze nog kunnen concurreren, maar tegen de volhardende persoonlijke diplomatie van de Maintenon was ze kansloos.Toen Fontagnes, net als La Valière, kinderen kreeg werd ze snel lelijk. En een jaar na haar verheffing tot hertogin ging ze tot matig verdriet van Lodewijk in 1682 dood.
De vierde maîtresse was madame Maintenon. Na de dood van de koningin bereikte madame Maintenon in december 1684 haar doel. Hoewel het nog jaren duurde voordat Lodewijk officieel afscheid nam van Montespan, trad hij in het geheim met madame de Maintenon in het huwelijk. Ze had veel meer belangstelling voor de gezondheid van de koning dan dat ze af en toe aan naastenliefde deed. Toen de koning stierf trok ze zich al terug voordat ze het bevel had gekregen om het hof te verlaten.

6.Muziek aan het hof van Lodewijk XIV

Tijdens de regering van de Franse koning Lodewijk XIV (1638-1715) was de culturele macht van Frankrijk het grootst. Het was onder andere zichtbaar op het gebied van architectuur en muziek.
Muziek was voor Lodewijk XIV erg belangrijk. Hij nodigde daarom veel componisten uit op zijn paleis om voor hem te spelen en muziekstukken te schrijven. Een aantal keer per week vonden er verschillende soorten uitvoeringen plaats. Zo werd er aan ballet gedaan, toneelstukken gespeeld en concerten gegeven. Vaak deed de koning daar zelf ook aan mee. In opdracht van Lodewijk XIV veranderde Lully de Italiaanse opera in een Franse versie. Dit type opera bestond uit een samenvoeging van de traditionele ‘ballet de court’ (hofballet) met recitatief (gesproken zang). Verder kende de opera de vaste indeling van een proloog, waarin de lofzang werd gezongen op Lodewijk XIV, gevolgd door de daadwerkelijke tragedie, die doorgaans in een opera werd verbeeld en ten gehore gebracht. Tussen de zang door werd veel aandacht besteed aan dansstukken, zoals het menuet, de sarabande en de gavotte, die overigens alleen instrumentaal werden begeleid.
Jean-Baptiste Lully (1632-1687) was vanaf 1656 Compositeur de la Musique (hofcomponist) van Lodewijk XIV. Bovendien was hij ook een vriend van de zonnekoning. Ze hebben zelfs samen gedanst op de klanken van Ballet de la Nuit. Lully werd met zijn werk voor Lodewijk XIV zeer beroemd in de Franse muziekwereld.Een van zijn vele werken,Au clair de la lune,is nog steeds een bekend liedje.
Lodewijk heeft enorm veel invloed uitgeoefend op het Europese hof, invloeden die in onze tijd nog steeds terug te vinden zijn.

7. De verschillende standen tijdens de tijd van Lodewijk XIV.

In de 17e eeuw waren de standen verdeeld in 3 groepen: adel, geestelijkheid, boeren. De boeren waren "vrije" mensen, maar toch hadden ze met de edelen te maken. De edelen hadden heerlijke rechten (vis- en jachtrecht, tolrecht, maalrecht, enz.). Deze rechten hadden ze ook op grond die niet van hun was, tenzij de boeren deze rechten afkochten. Ook hadden de edelen een stuk grond van de boer, evenals de burgerij en de kerk.
Naast de grondbezitters in Frankrijk was de burgerij ook heel belangrijk. Zij verdienden hun geld met ambacht en handel. Vooral de handel bracht veel geld op. Om nog meer geld te verdienen staken ze het geld in andere zaken, zoals handels ondernemingen en in nijverheid. Langzamerhand werden sommigen rijken dan een edelman. Deze groep kreeg veel invloed op de samenleving, ze werden aangeduid met de naam bourgeoisie. Sommigen waren zo rijk dat ze een stuk van hun kapitaal gebruikten om landgoederen te kopen. Ondanks dit beschouwde de edelen de bourgeoisie niet als gelijk, verre van dat. De edelen keken nog steeds neer op bourgeoisie, omdat die hun geld verdienden met handel en nijverheid. Als een edelman dit deed kon hij zijn adellijke titel verliezen. Een edelman hoorde veel geld uit te geven, dat geld haalde hij alleen maar uit grondbezit. Hij moest het geld uitgeven aan een mooi landhuis, een mooi park om het landhuis, uitgebreide huishouding, grote feesten en mooie voertuigen.
De edelman stond nog steeds hoog in het aanzien tegenover de burgers en bourgeoisie, hij probeerde dit ook zo te houden. De bourgeoisie probeerde hen na te doen: ze bouwden ook grote, mooie landhuizen en als het even kon kochten ze zelfs een adellijke titel. Zo kon je van de bourgeoisie in de stand van de adel terechtkomen.

Rijkdom en armoede hadden niet veel te maken met de verdeling in standen.
De bourgeoisie, zwervers, bedelaars, arme en rijke boeren en ambachtslieden hoorden allemaal tot de derde stand terwijl er wel een verschil was van armoede en rijkdom binnen die groep. De bourgeoisie dacht vaak dat zij de hele derde stand waren, terwijl zij een heel klein onderdeel van de derde stand waren. In de 16e en de 17e eeuw werd het aantal zwervers en bedelaars steeds groter. De rijken begonnen dit als een soort bedreiging te zien. Ze begonnen er in de 17e eeuw over na te denken en kwamen tot een oplossing,namelijk het bouwenvan armenhuizen in Franse steden.

8. Het werken en leven in de landbouw in de tijd van de Lodewijk XIV.

In de tijd van Lodewijk XIV had je een agrarisch-stedelijke maatschappij. Dat betekent dat de meeste mensen (in Frankrijk) op het platteland woonden, maar waar ook steden in voorkomen. Hieruit volgt dat verreweg de meeste mensen in Frankrijk boer waren en dat het middel van bestaan landbouw was.
De werktuigen in die tijd waren niet optimaal. Men vond het de moeite niet waard om nieuwe, dure werktuigen aan te schaffen, omdat de bedrijven meestal klein waren. Deze bedrijven waren klein, omdat men met zoveel mensen in de landbouw werkte dat er niet genoeg ruimte was voor iedereen om een groot stuk land te bezitten.
In de kapitalistisch bedrijven ging het er anders aan toe dan in de kleine werkplaatsen van de ambachtslieden. In de kleine werkplaats kende de meester al zijn gezellen en leerlingen, wat in de grote bedrijven vaak niet het geval was. Problemen konden meteen worden uitgepraat en opgelost, maar in de grote bedrijven verliep dat vaak wat stroever. In de kleine werkplaatsen leerde men vaak een vak en konden niet zonder reden ontslagen worden. Terwijl in de grote bedrijven men geen vak leerde en zomaar ontslagen kon worden.

9. De oorlogen tijdens zijn regeerperiode en de dood van Lodewijk.

De eerste oorlog voor Lodewijk brak al in 1648 uit. Deze oorlog wordt ook wel La Fronde (burgeroorlog) genoemd. De aanleiding van de Fronde was onder andere dat de regering de belastingen voor de burgers wilde verhogen. De regering deed dit omdat ze geld nodig hadden voor een leger. De burgers waren er natuurlijk niet mee eens en kwamen in opstand. Een andere aanleiding was dat het parlement politieke en financiële hervormingen eiste, zodat het parlement meer macht en geld zou krijgen.
Mazarin die nog eerste minister was had veel invloed en veel macht, omdat Lodewijk toen nog te jong was. De Fronde was een gebeurtenis voor Lodewijk dat voor de rest van zijn leven van doorslaggevend belang zou zijn. De rebellerende burgers in Parijs namen Parijs bijna over door de stad 'te barricaderen'. Lodewijk kreeg niet alleen druk van de burgers, maar ook van het buitenland. Zo wilden de Engelsen hem aan het schavot en Spanje stond ook niet aan Lodewijks kant. Zelfs zijn eigen hoge adel stonde niet geheel meer aan zijn kant.
Toen Lodewijk 10 jaar oud was hing zijn koningschap aan een zijden draad. Hij werd toen samen met zijn moeder en een aantal dienaren ontvoerd door de adel. Enige tijd later werd hij gelukkig weer vrijgelaten door het parlement. Daarna leefde hij armoedig, zonder de gebruikelijke feesten en royale maaltijden.
In oktober 1652 keerde Lodewijk naar Parijs terug. Mazarin, die vluchten moest voor de oorlog met Spanje, was vlug hersteld van zijn tijdelijk ontslag. Hij zorgde weer voor vrede met Frankrijks belangrijkste rivaal, Spanje. Dit was de Vrede van de Pyreneeën in 1659.
Op 9 maart 1661 ging Mazarin dood. Lodewijk wilde zelf regeren en nam geen eerste minister meer. Mazarin liet veel geld na en een testament met adviezen die Lodewijk zou gebruiken voor zijn koningschap:
- Handhaaf religie en kerk in hun tradities en rechten;
- Eerbiedig de adel en behandel deze met goedheid;
- Verlicht de financiële lasten van het volk. (Wat Lodewijk slechts tijdelijk lukte);
- Laat u adviseren door betrouwbare dienaren;
- Laat merken dat Lodewijk de enige heerser is;
- Wie de koning niet goed dient of zonder diens bevel handelt, moet verwijderd worden.
Lodewijk heeft in de eerste jaren veel voor Frankrijk gedaan. Hij had een verstandige bestuurstechniek. Als ambtenaren benoemde hij veelal mensen uit de burgerstand. Hun salaris en uitzicht op beter werk verzekerden Lodewijk dat ze hem trouw bleven. De adel diende hem in het leger, maar voor het overige werden de eens zo machtige graven, hertogen en baronnen gedegradeerd tot figuranten aan het hof. Lodewijk en zijn adviseurs bedachten een nieuw systeem om Frankrijk welvarend en machtig te maken: het Colbertisme. Door de uitvoer te vergroten en de invoer zo laag mogelijk te houden kwam er veel geld naar Frankrijk. Dit zorgde voor een flinke goudstroom naar Frankrijk. Maar de gewone burgers werden er alleen niet veel rijker van. Van dat geld liet Lodewijk een voortreffelijk leger organiseren door Louvois. Lodewijk beschikte over grote veldheren die Frankrijk tientallen jaren onoverwinnelijk heeft gemaakt.
In 1676 rukten de Franse troepen via de zuidelijke Nederlanden op tot in de noordelijke Nederlanden. Ze belegerden eerst de Vlaamse steden en later de vestigingen in de noordelijke Nederlanden. Vauban, de veldmaarschalk van Lodewijk, leidde 53 geslaagde belegeringen. Dit was de 1e Devolutie-oorlog.

In 1672 stootten de Franse troepen voor de tweede keer door naar de noordelijke Nederlanden. Dit was de 2e Devolutie-oorlog. Met de Vrede van Nijmegen in 1679 bereikte Lodewijks militaire roem haar hoogtepunt. Frankrijk kreeg de Franse-Comté en andere delen van de zuidelijke Nederlanden.
Na de Devolutie-oorlogen volgde in eerste instantie tegen het Heilig Roomse Rijk van de Duitse Natie gerichte herenigingsoorlogen. Als gevolg van deze oorlogen veroverde Frankrijk in 1684 de Elzas en Straatsburg. Je kunt nu nog zien als je in de Elzas of Straatsburg komt dat er op sommige plekken Duits gesproken wordt, terwijl het van Frankrijk is.
Om de uitbreidingsdrang van Frankrijk en Lodewijk wat te stoppen werd in 1686 de Ausburger-Liga opgericht, waartoe bijna alle belangrijke Europese staten behoorden. Deze liga groeide uit tot een bedreiging voor Lodewijks macht toen Engeland zich met de noordelijke Nederlanden verbonden.
Slechts weinige jaren na de Vrede van Rijswijk (het einde van het verdrag tussen Engeland en Nederland) stond Europa al weer klaar om te vechten over de Spaanse troonopvolging. De Spaanse koning Karel II was kinderloos gestorven en iemand anders kon de Spaanse koning opvolgen, waarbij naast de Nederlanden en delen van Italië ook nog vele koloniën in Noord-Amerika en Zuid-Amerika, Azië en Afrika hoorden. Deze oorlog heette de Spaanse Successie oorlog. De Spaanse Successie oorlog werd echt een oorlog tussen Frankrijk en Oostenrijk. Engeland deed ook mee en koos zoals altijd de kant van de vijanden van Frankrijk. In 1704 leed Frankrijk zijn eerste zware nederlaag. De oorlog sleepte zich nog voort tot 1711, want toen ging de Oostenrijkse koning dood. Maar Lodewijk kon niet op tegen Oostenrijk. Niet alleen door het militaire overwicht van de andere kant, maar ook de interne uitputting van Frankrijk dwong Lodewijk tot elke prijs een vrede te bewerkstelligen.
Toen kwam in 1713 de Vrede van Utrecht. Daarin werd vastgelegd dat niemand Spanje mocht hebben, zowel Frankrijk als Oostenrijk niet, want anders zou één staat oppermachtig worden. Filips van Anjou, een prins van Bourbon, de kleinzoon van Lodewijk zou koning Filips 5e van Spanje worden, maar de troon van Frankrijk en Spanje mocht nooit worden verenigd.
Oostenrijk kreeg de Spaanse gebieden in Italië en de Nederlanden. Oostenrijk en Engeland gingen er aanzienlijk op vooruit, terwijl Frankrijk eigenlijk niks kreeg. Het resultaat van die oorlogen was dat het machtsevenwicht in Europa bleef bestaan. Lodewijks leger kon in de Spaanse Successie-oorlog, ondanks de geweldige overmacht van de tegenstander, toch nog opmerkelijke overwinningen behalen zonder de oorlog te winnen.
Toen Lodewijks dood naderbij kwam wist Lodewijk al enige tijd dat hij dood zou gaan. Hij maakte zich niet erg druk voor de dood. Hij zag onder andere niet af van het regelmatig overleg met zijn ministers en raden, noch van zijn geliefde jacht. Ook de vertrouwelijke gesprekken met madame Maintenon gingen gewoon door. Zelfs het feest een paar dagen voor zijn dood die plaatsvond ter gelegenheid van de heilige Lodewijk moest gewoon met de gebruikelijke pracht en praal worden gevierd.
Lodewijk kreeg eerst pijn in zijn linker been en zijn lijfartsen konden er niets tegen doen. De pijn werd steeds erger en op zondag 1 september 1715, drie dagen voor de beëindiging van zijn zevenenzeventigste levensjaar, ging Lodewijk XIV dood aan koudvuur (afsterven van een deel van het lichaam).
Bij zijn dood liet Lodewijk een begroting na met een tekort van 2,5 miljard livres. Frankrijk is het niet meer gelukt om die schulden weg te krijgen.
Een stuk minder feestelijk dan Lodewijk XIV had geleefd, werd Lodewijks lichaam ten grave gedragen. Tijdens de begrafenis werd er ook op straat gelachen, gedronken, gedanst en men schreeuwde scheldwoorden richting zijn lichaam.
Een treurig einde voor een ware koning.

10. Nawoord

In het voorwoord had ik het over het romantische beeld van Lodewijk XIV en de manier waarop ikzelf er eerst tegenover stond.Mijn beeld is aan diggelen maar met een geest vol van feiten ben ik nu een stuk wijzer geworden.Eigenlijk ben ik blij dat ik nu leef en niet toen.Waarschijnlijk zou ik het niet al te lang hebben volgehouden.

Lodewijk kan je vergelijken met een klein jongetje dat voortdurend complimentjes wil en bewonderd wil worden.Hij was zeer gelovig en bad veel. Hij was een goede koning, althans in het begin van zijn regeringsperiode.Hij werd verplicht te trouwen met Maria Theresia die hij na een paar jaar toch wel begon te waarderen.Immers,hij rouwde een lange tijd om haar.Madame Maintenon was zijn grote liefde en met haar was hij gelukkig tot aan zijn dood.
Tijdens zijn bewind voerde hij onder andere oorlogen tegen Spanje, Oostenrijk, Nederland en Engeland. Hij heeft de culturele vorming van Frankrijk naar een absoluut hoogtepunt gebracht.Op het einde van zijn leven was hij niet zo populair meer bij het volk,hij is dan ook vrij eenzaam en op een gruwelijke manier gestorven.

Le roi soleil heeft naar mijn mening een ellendig leven gehad Eenzaam, een schaap tussen wolven.Immers, zijn geliefde adel was alleen maar uit op geld,titels en macht. En daarvoor gingen ze heel ver.Een gedwongen huwelijk, zijn kinderen die een voor een stierven… .Stuk voor stuk pijnlijke dingen maar waarom overkwamen ze juist hem ?

11.Literatuur Bronnenlijst

Boeken :

-Peter Burke, Het beeld van een koning. De propaganda van Lodewijk XIV.

-Norbert Elias, De hofsamenleving.

-Manfred Kossok, Aan het hof van Lodwijk XIV.

-Alfredo Panicucci, De groten van alle tijden; Lodewijk XIV. De Zonnekoning

-Adams, B., Wereldgeschiedenis voor de jeugd, eerste druk, Grisewood en Dempsey,
Londen, 1986.

-Brussee, H.G., Strijd en samenwerking, tweede druk, Thieme & Cie, Zutphen,

-Gestel, J., Het tij der revolutie, eerste druk, Time Life boeken, Amsterdam, 1990.

-Kossok, M., Aan het hof van Lodewijk XIV, eerste druk, Schuyt & Co, Haarlem, 1993.

-Troller, G.S., Parijs, derde druk, J.H. Gottmer, Haarlem, 1990.

-Wilschut, A., Sporen, eerste druk, Wolters-Noordhoff, Groningen, 1992.

Internet :

-www.roi soleil.fr
-www.sunking.com


 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

8069
 

reacties

 
Leuk werkstuk, heb ik wel kunnen gebruiken.
door Piet (reageren) op 17 april 2002 om 13:59
he nicoline, bedankt voor je werkstuk had ik heel veel aan... lies sanne
door sanne (reageren) op 12 maart 2003 om 9:33