Geef dit een cijfer
Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.
Proces tot invoering van de euro
Algemeen
Een Europees land dat de euro wil invoeren als wettig betaalmiddel zal een aantal stappen moeten doorlopen. Deze te nemen stappen zijn grotendeels vastgelegd in het Verdrag van Maastricht. Via dit verdrag is de naam van de Europese Gemeenschap gewijzigd in de Europese Unie (EU). De achtergrond van deze naamswijziging is verdere samenwerking dan alleen op economisch gebied. De intensievere samenwerking op economisch gebied mondde uit in de vorming van de Economische en Monetaire Unie (EMU) waarbij er een gemeenschappelijke munteenheid zou komen welke de “euro” zou gaan heten en waarbij er een Europese Centrale Bank (ECB) is opgericht, welke onder andere als taak heeft om de prijsstabiliteit binnen de eurozone te handhaven.
Europese Unie
De eerste stap in het proces tot invoering van de euro is dat een land volwaardig lid dient te zijn van EU. Aan lidmaatschap van de EU zijn vele eisen verbonden op diverse gebieden als rechtspraak, politiek, economisch gebied etc. Bij de toetreding van 10 nieuwe lidstaten tot de EU in mei 2004 hebben deze landen zich tevens verplicht dat zij invoering van de euro nastreven, hierbij is echter geen tijdspad afgesproken.
European Exchange Rate Mechanism (ERM2)
De volgende stap in het proces tot invoering van de euro is meedoen aan het European Exchange Rate Mechanism (ERM2). ERM2 is de opvolger van het oude ERM(1), in deze PO zal ik alleen kort ingaan op ERM2, aangezien nieuwe toetreders tot de EMU hier mee te maken zullen hebben. In het wisselkoersmechanisme krijgt een valuta een bepaalde waarde toegekend ten opzichte van de centrale wisselkoers van de euro. De achterliggende reden hiervan is dat de onderlinge wisselkoersen gestabiliseerd worden wat de handel binnen Europa moet bevorderen en tevens de inflatie beperken. De hoogte van deze vaste wisselkoers dient te worden vastgesteld door de centrale banken van de leden van de ERM en de Europese Centrale Bank (ECB). Hierbij wordt een bandbreedte gehanteerd, van vijftien procent boven en vijftien procent beneden de spilkoers, waarbinnen de eigen munt maximaal mag fluctueren om als stabiele munt beschouwd te worden. Lidstaten van de EU kunnen desgewenst op ieder moment beslissen om te gaan deelnemen aan het wisselkoersmechanisme.
Europese Monetaire Unie (EMU)
De EMU is een integraal deel van de EU. Alle EU-lidstaten nemen deel aan de EMU. Echter in deze deelname vallen verschillende categorieën te onderkennen:
- Landen die wel lid zijn van de EU maar (vooralsnog) niet voornemens zijn om over te gaan op de euro als wettig betaalmiddel.
- Landen die graag de euro zouden willen invoeren, maar nog niet aan de gestelde voorwaarden voldoen.
- Landen die volledig deel uitmaken van de EMU en de euro als wettig betaalmiddel hebben mogen invoeren.
Convergentiecriteria
In het Verdrag van Maastricht zijn convergentiecriteria opgesteld waaraan moet worden voldaan voordat de euro mag worden ingevoerd als nationale valuta. Met invoering van de euro verkrijgt een land de status “volwaardig lid” van de EMU. Voor de landen in fase twee van deelname aan de EMU geldt dat iedere twee jaar door de ECB wordt getoetst in hoeverre een land voldoet aan de convergentiecriteria. Een land kan ook eerder een toetsing aanvragen als een land denkt aan de voorwaarden te voldoen.
De vijf convergentiecriteria zijn omschreven in het Verdrag van Maastricht
- De inflatie mag maximaal anderhalf procentpunt boven het gemiddelde liggen van de drie lidstaten met de minste prijsstijging.
- De kapitaalmarktrente mag niet meer dan twee procentpunt hoger zijn dan de gemiddelde kapitaalmarktrente van de drie landen met de laagste inflatie.
- Een land moet tenminste twee jaar lid zijn van het ERM, oftewel een afgesproken spilkoers hebben. Tevens moet de koers van de munt dus binnen de gestelde bandbreedte ten opzichte van de spilkoers blijven.
- De overheidsschuld mag in procenten uitgedrukt van het Bruto Binnenlands Product (BBP) maximaal 60% bedragen.
- Het overheidstekort mag maximaal 3% van het BBP bedragen .
Belang convergentiecriteria
De convergentiecriteria zijn gesteld om voorwaarden te scheppen om de stabiliteit van de euro te waarborgen. Als een land een eigen munt heeft leidt een verslechterde concurrentiepositie, als gevolg van bijvoorbeeld hoge lonen of een hoge inflatie, tot een vraagafname naar de betreffende nationale munt. Deze vraaguitval leidt tot een depreciatie van de munt waardoor de concurrentiepositie middels een waardedaling van de nationale munt weer gunstiger wordt. Van dit automatische evenwicht is geen sprake meer indien een land deelneemt aan een gemeenschappelijke munt. Het beleid van de ECB wordt op Europees niveau gevoerd en kan veel minder rekening houden met specifieke lokale situaties, derhalve is het van belang dat een land bij deelname aan de euro aan de gestelde voorwaarden voldoet.
Toetsing Estland aan convergentiecriteria
Prijsstabiliteit
De inflatie mag maximaal anderhalf procentpunt boven het gemiddelde liggen van de drie lidstaten met de minste prijsstijging. Om de prijsstabiliteit tussen de diverse Europese landen te kunnen vergelijken wordt als prijsindex de Harmonised Index of Consumer Prices kortweg HICP gebruikt, deze index wordt berekend volgens EU-richtlijnen. Als uitgangspunt voor toetsing aan de convergentiecriteria in maart 2010 wordt de inflatie berekend over de periode april 2009 t/m maart 2010. Over deze periode bedroeg de prijsstijging van de drie lidstaten met de minste prijsstijging 1%. Aangezien Estland zelfs te maken heeft met een deflatie van 0,7% wordt aan de norm voldaan.
Kapitaalmarktrente
De kapitaalmarktrente mag niet meer dan twee procentpunt hoger zijn dan het gemiddelde van de drie landen met de laagste inflatie. Als gevolg van de zeer lage staatsschuld in Estland van 7,2% is er weinig vraag naar lang lopende schuldpapieren. Hierdoor is er weinig tot geen kapitaalmarktrente in Estland. Vandaar dat men niet op dit onderdeel heeft kunnen toetsen.
Koersstabiliteit Estlandse Kroon
De koers van de nationale munt moet zich zonder al te veel moeite kunnen handhaven ten opzichte van de euro. De wisselkoers van de landen die de euro willen invoeren, mogen volgens de convergentiecriteria ten opzichte van de euro met een bandbreedte 15% boven en onder de spilkoers fluctueren. De vastgestelde spilkoers en bandbreedten voor de Estlandse Kroon is weergegeven in onderstaande tabel.
Estonia - Estonian kroon (EEK)
Upper rate - 17.9936
Central rate (spilkoers) - 15.6466
Lower rate - 13.2996
Uit onderstaande tabel van het financieel dagblad blijkt dat in de afgelopen twee jaar de koers van de Estlandse Kroon binnen de bandbreedte van 15% ten opzichte van de vastgestelde van spilkoers 15,6466 is gebleven. Hierdoor kan de Estlandse Kroon een stabiele munt worden genoemd.
Overheidsfinanciën Estland
De overheidsfinanciën van Estland vormen geen belemmering om te voldoen aan de convergentievoorwaarden. De vierde voorwaarde voor invoering van de euro is dat het EMU-tekort beneden de 3% van het BBP moet bedragen. In 2009 bedroeg het overheidstekort slechts 1,7%. De vijfde belangrijke voorwaarde uit het verdrag van Maastricht is dat de EMU-schuld in procenten van het BBP (EMU-schuldquote) maximaal 60% mag bedragen. Estland voldoet ruimschoots aan deze eis met een schuld van 7,5% van het BBP, hiermee is Estland het land met de laagste EMU-schuld ten opzichte van het bruto binnenlands product van alle euro deelnemende landen. De reden van deze lage overheidsschuld kent volgens een analyse van de Abn-Amro twee oorzaken. Enerzijds is Estland met de afscheiding van de Sovjet Unie in 1991 zonder overheidsschuld begonnen, anderzijds heeft Estland een ijzeren begrotingsdiscipline dit blijkt uit het feit dat Estland sinds de onafhankelijkheid nooit een begrotingstekort van meer dan 3% heeft gehad.
Economische voordelen Estland bij toetreding tot de euro.
De Estse economie heeft een omschakeling gemaakt van een planeconomie naar een vrijemarkteconomie. Als gevolg hiervan heeft Estland een open economie gekregen waardoor het voordeel ontstaat van flexibilisering, wat zich uit in privatisering en het wegvallen van handelsbelemmeringen. Door lidmaatschap van Estland in 2004 van de EU, maakt Estland onderdeel uit van een vrijhandelszone, wat een vergroting betekende van het afzetgebied. Door de aansluiting bij de euro worden obstakels als wisselkoersrisico’s en transactiekosten bij handel binnen de eurozone verder weggenomen.
Als motor van de Estse economie kunnen de transportsector en de informatie- en telecommunicatiesector fungeren. De transportsector kan als verbinding dienen tussen Rusland en Europa vanwege de dieper gelegen en dus vrijwel ijsvrije, modernere havens van Tallinn en Muuga in vergelijking tot de haven van Sint-Petersburg. Op het gebied van informatietechnologie heeft Estland een voorsprong op veel andere landen dit blijkt uit het gebruik van E-voting bij verkiezingen, het ontwikkelen van Skype en het grote gebruik van mobiele telefonie in het betalingsverkeer. Een aantal andere interessante factoren voor buitenlandse investeerders zijn: het hoge arbeidsethos en het relatief hoge opleidingsniveau bij een laag inkomen per hoofd van de bevolking. Bovendien kent Estland werkloosheid onder de hoger opgeleiden.
Politiek en economisch is het belangrijk dat de bevolking zich positief heeft uitgelaten over samenwerking binnen Europa, welke uiteindelijk gaat leiden tot invoering van de euro op 1-1-2011. Invoering van de euro geeft verdere vooruitzichten voor economische groei, dit biedt positieve vooruitzichten om de hoge werkloosheid terug te dringen. De minister-president van Estland (Andrus Ansip), verwacht dat met de invoering van de euro, de economie voldoende gestimuleerd wordt.
Het lid worden van de EU en het invoeren van de euro in Estland heeft van oorsprong geen financieel, maar een politieke achtergrond. Estland wilde zich afscheiden van Rusland en de blik verleggen naar Europa. Hierbij wilde Estland zo snel mogelijk een volwaardig lid worden van de EMU. Per 01-01-2011 is het eerste moment waarop Estland de euro mag invoeren, als gevolg van het voldoen aan de convergentiecriteria en de definitieve goedkeuring van de Europese Commissie. Zoals eerder is genoemd, ziet de minister-president de euro als middel om buitenlandse investeerders te trekken om zo uit de economische crisis te geraken.
Bronvermelding
- ABNAMRO (2010)Global markets weekly 21 mei 2010. Amsterdam. M. Zewuster
- Alver, J. e.a. Working Papers in Economics of Tallinn University of Technology Volume 17 no. 133-136, Tallinn
Let op
De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.
Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.