Slavernij in de Romeinse Tijd

Latijn

Praktische opdracht

Slavernij

6.4 / 10
5e klas vwo
  • anoniem
  • NL
  • 1130 woorden
  • 7951 keer
    17 deze maand
  • 26 november 2006
In het begin van het Romeinse Rijk was er nog lang niet zoveel slavernij als halverwege en aan het eind. De slaven die er waren, werkten vooral in de huishouding bij rijke families. Doordat Rome zijn machtsgebied wilde uitbreiden en oorlogen ging voeren buiten Italië, kwamen veel krijsgevangenen naar Italië en ging de slavernij een grotere rol spelen in de maatschappij. Ook werden er vaak hele volken tot slaaf gemaakt. In de Romeinse tijd was één derde van de bevolking slaaf.


Slaven werden gebruikt in de huishouding, in de industrie en zelfs de overheid had slaven. Waar een slaaf terechtkwam werd voor het grootste gedeelte bepaald door de plaats waar hij belandde en door welke meester hij gekocht werd. De functie die een slaaf moest hebben bepaalde natuurlijk de keuze van slaaf. De slaven die in de huishouding terecht kwamen, in de familia urbana, moesten helpen met het repareren van kleding, met het wassen, kookten voor hun meester en maakten het huis schoon. Er waren immers nog geen handige huishoudelijke apparaten! Seneca schreef: Cum ad cenandum discubuimus, alius sputa deterget, alius reliquias temulentorum toro subditus colligit. (“Wanneer wij aanliggen om te dineren, ruimt de een fluimen op en een ander veegt bijeen wat dronken gasten er achterlaten.”)
Als een Romein in bad ging, werd hij ook vergezeld door, meestal 2, slaven. De één moest de olielampen onderhouden en klaarmaken, en de ander moest de door de olielampen vies gemaakte muren en plafonds schoonmaken. Plinius schreef: Lavabatur in villa Formiana. Repente eum servi circumsistunt. (“Hij nam een bad in zijn villa in Formiae. Plotseling gingen de slaven rondom hem staan.”) De slaven die in de huishouding werkten werden vaak het best behandeld. Er werkten vaak maar een paar slaven en omdat de huishoudslaven duur zijn, werd er goed op gepast.

Sterke slaven konden door hun meester gedwongen worden een opleiding tot gladiator te doen, of om een soort bodyguard voor hun meester te zijn. De taak van wijnschenker bij maaltijden werd vaak vervuld door mooie jongens. Een echt lelijke slaaf kon verkocht worden als nar.
In de industrie werken de slaven in leerlooierijen, pottenbakkerijen en in de landbouw, vaak op Latifundia. Dit zijn grote landbouwbedrijven waar soms wel duizenden slaven, vastgeketend, rij aan rij, werken. Ze worden bewaakt en aan het werk gezet door een beheerder, de vilicus. Dit was vaak ook een slaaf of ex-slaaf. Werken op latifundia was het schrikbeeld van elke stadsslaaf.Slaven werden ook gebruikt om te roeien op schepen. Deze hadden het ook heel slecht.
Sommige intelligente slaven werden gebruikt als leraar en mochten kinderen lesgeven. Ook werden ze op speciale scholen voor slaven opgeleid tot arts of accountant. Sommige van deze slimme slaven mochten werken in de winkel of het bedrijf van hun meester. Ze gaven een deel van de winst aan hun meester en mochten zelf ook wat houden. Deze slaven hadden het goed getroffen. Beter dan de slaven die in de mijnen werkten. Deze hadden het het zwaarst. Ze moesten tin, brons, ijzer en zilver en goud mijnen. Ze werden slecht behandeld en moesten soms werken tot ze er letterlijk bij neervielen. Deze slaven waren van de Romeinse overheid, die de mijnen bezat, dus niet van één specifieke meester die om zijn slaven geeft. De slaven uit de mijnen werkten vaak niet langer dan 1, hooguit 2, jaar.
De zogenaamde publieke slaven (slaven die ook in dienst waren van de overheid) werkten als ambtenaar, of als bouwvakker. Deze moesten bijvoorbeeld aquaducten bouwen.

Slaven hadden weinig rechten, maar het is niet waar dat ze zo verschrikkelijk slecht behandeld werden. De slaven wisten maar al te goed dat als ze goed zouden werken, ze een beloning zouden krijgen, een soort fooi. Dit geld spaarden ze voor hun peculium. Dit was het bedrag dat hun meester had bepaald voor hun vrijlating. De vrijlating van een slaaf werd geregeld in Rome, bij een praetor. De meester moest dan aangeven dat hij het peculium had ontvangen en dat de slaaf zijn vrijheid mocht. De slaaf droeg tijdens deze ‘ceremonie’ de kap van vrijheid. De praetor sloeg de slaaf vrij met een vindicta, een soort stok. De slaaf werd dan een Libertus. Als deze slaaf dan kinderen zou krijgen, zouden deze ook geen slaaf meer zijn.
In het begin van het Romeinse Rijk hadden slaven helemaal geen rechten. Een slaaf was niet meer dan een voorwerp, net als een tafel of een stoel. Een meester mocht er dan ook mee doen wat hij wilde. Seneca was het hier niet mee eens, met deze afstandelijkheid. Hij schreef: “Sic cum inferiore vivas quemadmodum tecum superiorem velis vivere.” (“Leef zo met je mindere als je zou willen dat jouw meerdere met jou zou leven,”) en “Vive cum servo clementer, comiter quoque, et in sermonem illum admitte et in consilium et in convictum.” (“Leef met je slaaf zachtmoedig, vriendelijk zelfs, laat hem deelnemen aan gesprek, overleg en omgang”.)

Rond het jaar nul kwam er een wet, de Lex Petronia, die de meesters verbood om hun slaven zomaar te doden of op te geven om te vechten in een arena (tenzij het een gladiator was). Er moest hiervoor een geldige reden zijn die door de rechtbank moest worden goedgekeurd. De slaaf mocht zelf ook aangifte doen als hij wreed behandeld werd. Hier werd dan door de rechtbank naar gekeken en als dit waar werd verklaard, moest de meester de slaaf verkopen.
Slaven mochten niet trouwen. Sommigen mochten van hun meester wel een relatie hebben, maar als de meester het wilde mocht hij deze relatie op elk moment afbreken. Vaak keurden meesters de relaties wel goed. De kinderen van de slaven werden namelijk meteen ook een slaaf van de meester van de moeder. Rond 400 na Christus kregen sommige slaven een stuk grond van hun meester waarop ze dingen mochten verbouwen en de opbrengst daarvan mochten gebruiken voor hun peculium.


Er zijn verschillende slavenopstanden geweest. De bekendste opstand was die van 73 voor Christus. De gladiator Spartacus leidde deze grote opstand, die wel twee jaar duurde. Spartacus was een Romeinse slaaf die met zijn leger van wel 70.000 ontsnapte slaven het Romeinse leger verschillende keren versloeg. Het Romeinse legioen was gestuurd om de opstand te onderdrukken, maar dit mislukte dus. In dit slavenleger zaten niet alleen sterke mannen, maar ook vrouwen, kinderen en bejaarden volgde het leger. De rijkste man van Rome, Marcus Licinius Crassus versloeg het leger echter toen Spartacus Crassus’ linies door wilde breken. Ik las op Internet nog een ander verhaal waarin stond dat Spartacus bij die veldslag maar lichtgewond raakte en dat ongeveer 6000 slaven, inclusief Spartacus, werden gekruisigd langs de 200 kilometer lange Via Appia. Die ging van Capua naar Rome. Deze lijken bleven nog jaren langs de weg hangen als waarschuwing voor de slaven; wat er met je gebeurd als je niet naar je meester luistert en vlucht...

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

6694
 

reacties