Scholieren.com maakt gebruikt van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

De slavenhandel

Geschiedenis

Opdracht

Slavernij

  • kieft
  • NL
  • 354 woorden
  • 166 keer
    2 deze maand
  • 12 december 2010

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

Verslag over de slavenhandel:

Surinaamse plantages:

Het hoogtepunt op het gebied van aantal plantages waren ongeveer 600 plantages aaneengesloten over een groot gebied. Iedere plantage werd bestuurd door een plantagedirecteur, die ook wel een ‘’blankoficier’’ genoemd werd. op iedere plantage waren ongeveer 50 tot 200 slaven aanwezig. Op die plantages werd vooral suikerriet verbouwen, na 1750 werd er ook koffie, tabak en katoen verbouwd.



Meneer Voltaire was een heel belangrijke geleerde: hij zei dat de slavernij ij Suriname het wreedst was van alle slaven die er verhandeld werden in de wereld.

Nederland vervoerde ongeveer 500.000 slaven over de Atlantische Oceaan naar Suriname toe. Dat duurde heel lang om ze over de zee te vervoeren. Er waren toen de tijd 3 soorten slaven, hier onder ziet u welke 3 groeperingen en wat hun functie is op het platteland en/ of thuis bij de plantagedirecteur.

1. Veldslaven werkten op het land en moesten zo veel mogelijk van een bepaald product verzamelen of anders werd hij/zij zwaar afgestraft.

2. Huisslaven hadden het best wel goed omdat ze goed te eten kregen. Ze waren altijd in het huis van de baas aanwezig.

3. Ambachtsslaven lette op een winkeltje als de baas er even niet was. Ze konden ook spulletjes van hun zelf verkopen om zo zichzelf ‘’vrij te kopen’’

Er waren ongeveer van de 500.000 slaven 190.000 veldslaven dat is 38%, er waren 60.000 huisslaven 12% en 13 % was een ambachtsslaaf. De overige slaven ( 37% )hadden geen beroep. Suikerplantages waren heel zwaar en daardoor moesten de slaven veel harder werken om hun broodje te verdienen. De Afrikaanse slaven werden bekeerd door priesters om christenen te worden. De Surinaamse slaven werden wreed behandeld MAAR niet het wreedste van allemaal. Dat was de slavenhandel in andere landen, alle slaven die werden vervoerd werden eerst naar een fort gebracht, dit fort heette ‘’fort elimia’’ dit lag in Suriname. Alle slaven die werden eerst daar naar toegebracht voordat ze doorgevoerd werden naar de landen die slaven hadden besteld voor op het land of elders.


 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

 

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

Jouw naam*
E-mail (niet publiek)*
Geheime code*
7124