Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

10 gedichten

Literatuurkunde

Gedichtbespreking

Poëzie

6.0 / 10
6e klas vwo
  • anoniem
  • NL
  • 2756 woorden
  • 62079 keer
    305 deze maand
  • 9 december 2003
Gedicht analyse.

3 onderdelen:

· Vorm
· Inhoud
· Mening

10 gedichten:

1: Baai
2: Insomnia
3: De Dapperstraat
4: Jonge Sla
5: Een Kinderspel
6: Neeltje Maria Min, 1944
7: Ik Tracht Op Poëtische Wijze
8: Een Kinderspiegel


Baai

Het blijft en het blijft maar, het gaat
niet voorbij: een geel strand met lege stoelen,
een groene en blauwe-groene zee met scheepjes,
grijzige bergen rondom, en over dit alles
een dun, lila, oudgeworden licht.

Het bewoog destijds, er bewoog iets eindeloos,
het was het ademen van de zee, het zachte schuren
van de scheepjes aan hun ankers, het langzaam
zwarter worden en verdwijnen van de baai:
er moest iets komen en het kwam, het kwam maar,
dit was geluk.

Blijft over iets roerloos, een moment waarin
het strand verlaten is, de zee stilgevallen
de ankerkettingen zwijgen, het licht dat oude
lila houdt, en niets verdwijnt – waarin
de baai daar ligt zoals hij is, voorgoed,
en een verlangen, dat dit moment voorbijgaat.


Vorm:
- Er is geen vaste vorm.
- Er zijn 3 strofen en één enkele rijm.
- Er zit geen rijm in het gedicht.
- Bij elke strofe is een hoofdletter en elke strofe eindigt met een punt, de laatste strofe bestaat

uit één zin.
- Het zijn lange zinnen.

Inhoud:
1e strofe.
- Het blijft en het blijft maar, het gaat niet voorbij.
hetgeen dat altijd maar bl n ijft is het beeld van wat de hij/zij daar aade baai heeft gezien en
gevoel wat hij/zij daarbij voelde.
- Een geel strand met lege stoelen, een groene en blauw-groene zee met scheepjes, grijzige
bergen rondom.
dit beschrijft het beeld van wat zijn/haar ogen opvangen op dat moment, hoe het er op dat
moment uit zag.
- En over dit alles een dun , lila, oudgeworden licht.
over het eerder beschreven beeld ziet hij/zij de zon die bijna ondergaat = oudgeworden
licht en daarbij ontstond de kleur lila.

2e strofe.
- Het bewoog destijds, er bewoog iets eindeloos, het was het ademen van de zee, het zachte
schuren van de scheepjes aan hun ankers.
Voordat de persoon die deze gevoelens heeft beschreven, het kan een man of een vrouw zijn
die de foto of het schilderij heeft gemaakt, maakte hij/zij dit mee. Het ademen van de zee:
het rustig heen en weer bewegen, naar land toe en van het land af, van de zee. Ook hoort de
persoon op dat moment de schepen schuren aan hun ankers.
- Het langzaam zwarter worden en verdwijnen van de baai.
Omdat de zon ondergaat en verdwijnt naar de andere helft van de wereld, is de baai aan het
‘verdwijnen’ omdat het zicht van de persoon verdwenen is door het komen van de nacht.
- Er moest iets komen en het kwam, het kwam maar , dit was geluk.
Doordat het nog steeds in deze strofe staat ga ik ervan uit dat het verwijst naar het proces
van het donker worden van het beeld wat de persoon ziet. Het kwam, het kwam maar, dit
lijkt mij dat hij/zij bedoelt, dat het steeds maar donkerder wordt.

3e strofe.
- Blijft over iets roerloos, een moment waarin het strand verlaten is, de zee stilgevallen.
Dit moment wanneer de nacht gevallen is en de duisternis steeds dichterbij komt. De zee
stilgevallen: de zee is in rusttoestand.
- De ankerkettingen zwijgen, het licht dat oude lila houdt, en niets verdwijnt.
Doordat de zee is stilgevallen bewegen de schepen niet meer. Het licht heeft nog steeds een
lila kleur en nog steeds niet verdwenen is.
- Waarin de baai daar ligt zoals hij is, voorgoed.

- Er is eigenlijk één echte paradox en dat is

Laatste regel.
- En een verlangen, dat dit moment voorbijgaat.
Dit gaat weer over zijn/haar gevoel, wat de persoon voelt bij het beeld wat diegene ziet.

Mening:
Ik ben behoorlijk lang met het gedicht bezig geweest, daardoor begrijp je het ook steeds meer. Het gedicht doet me niet zo heel veel, omdat ik het gedicht eigenlijk wat persoonlijk vind. Het is niet echt een algemeen onderwerp/gevoel. Het gaat om het beeld van de persoon die het geschreven heeft, waarbij hij/zij zijn/haar bepaalde gevoelens heeft. Daarbij kijkende naar een schilderij/foto die daarvan gemaakt is.


Insomnia


Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
En niet slapend denk ik aan de dood,
En het leven vliedt gelijk het vlood,
En elk zijn is tot niet zijn geschapen.

Hoe onmachtig klinkt het schriel “te wapen”,
Waar de levenswil ten strijd mee noodt,
Naast de doodsklaroenen schrille stoot,
Die de grijsaards oproept met de knapen.

Evenals een vrouw, die eens zich gaf,
Baren moet, of ze al dan niet wil baren,
Want het kind is groeiende in haar schoot.

Is elk wezen zwanger van de dood,
En het voorbestemde doel van ’t paren,
Is niet minder dan de wieg het graf.

J.C. Bloem.


Vorm:
- Het is een sonnet, bestaand uit 4-4-3-3 en een totaal van 14 zinnen.
- Rijm: abba abba cdb cdb.
- Elke zin begint met een hoofdletter
- En bij elke strofe geldt dat de zin eindigt met een punt.
- De eerste twee/drie regels eindigen met een komma.
- Het bijzondere aan dit gedicht is, is dat de chute (wending) al na de eerste strofe is. Normaal
is dat bij een sonnet na de tweede strofe.
- Het heeft een dalend metrum (de maat) = trocheïsch.

Inhoud:
1e strofe:
In de derde regel van de eerste strofe is beeldspraak te zien: En het leven vliedt gelijk het vlood. Het leven kan niet stromen.

2e strofe:
De hele strofe is eigenlijk een vergelijking, een vergelijking met een oorlog.
Bij ‘hoe’ en ‘onmachtig’ is er sprake van prolepsis (voorop plaatsing), dit om het woord onmachtig te beklemtonen. De derde regel van de tweede strofe is duidelijk een vergelijking: het is een trompetstoot van de dood, niet van de oorlog. Het einde nadert. De roep om de dood is sterker dan de roep om het leven. Die de grijsaards oproept met de knapen: oud en jong worden de dood ingejaagd.

3e strofe:
De derde strofe is ook een vergelijking met de vierde strofe, het begint ook met evenals. Het geeft aan, dat als een vrouw een kind baart dit kind meteen zwanger is van de dood, bij je geboorte ben je al gedoemd om dood te gaan. Dit zou als beeldspraak bedoeld kunnen worden, maar het is ook gewoon de werkelijkheid, misschien wel een beetje negatief. Maar het wordt dan ook niet als ‘echt’ zwanger bedoeld.

4e strofe:
De laatste zin van deze strofe is een samentrekking, het laat delen weg. Het is ook een vergelijking. Het staat als (x : y):
wieg : graf
paren : dood
De vierde regel van de eerste strofe, de eerste regel van de vierde strofe en de laatste regel van de vierde strofe zijn de belangrijkste regels van het gedicht. Hier gaat het hele gedicht om, en de rest is uitleg.

Mening:
Ik vond het een interessant gedicht, dit omdat er vele dingen te beschrijven waren bij de inhoud. Maar als ik moet vertellen over het gedicht zelf, inhoudelijk, dan vind ik het een somber gedicht. Wat de schrijver verteld in het gedicht is waar, je wordt geboren en dan weet je dat de tijd naar de dood zal gaan tikken. Maar het is wel wat een sombere gedachte over het leven, er wordt niets verteld wat er in de tussentijd gebeurt. Het is een uiterste.

De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht .
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.

Dit heb ik bij mijzelve overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig in de Dappperstraat.

Vorm:
- Dit gedicht is een sonnet, bestaand uit 4-4-3-3 en een totaal van 14 zinnen.
- Elke zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt, komma of vraagteken.
- Rijm: abba abba cde cde = omarmend.
- Het metrum (de maat) is een vijfvoetig jambe.
- Ook een hyperbool: ‘Een stukje bos, ter grootte van een krant’.
- Tegenstelling: het woord ‘natuur’ betekend hier ‘wat de mens om zich heen ziet en wat
beschouwd wordt als nog niet door de mens gewijzigd: het landschap. Er is een tegenstelling
tussen stad en land.


Inhoud:
1e strofe:
Het gedicht begint met een eigenzinnige wijsheid: natuur is goed voor tevreden mensen of mensen die niet nadenken. Ook heeft een lage dunk van de natuurlijke staat van ons land, hij houdt niet echt van de natuur.

2e strofe:
Hierin verklaart hij zijn liefde voor de begrensde omgeving: stedelijke wegen, kanalen, de wolkenlucht zoals je hem door zolderramen ziet.

3e + 4e strofe:
Hierin geeft hij zijn bedoeling prijs: als je niet te veel verwacht, ervaar je wonderen. Die gedachte schoot hem te binnen in een niet zo geweldige situatie. Toch was hij daar ineens gelukkig, zomaar. Hij geeft in deze 6 laatste zinnen zijn levensfilosofie. Om af te sluiten met het weergeven van de situatie waarin hij tot deze gedachte kwam, wat op zich weer een illustratie is van die filosofie.



Mening:
Het gedicht geeft mij een simpele indruk. Het is meteen goed te begrijpen. Het geeft me ook wat een ironische indruk. Zoals de schrijver praat over de natuur is het net alsof hij de natuur belachelijk maakt, hij overdrijft ook natuurlijk met: ‘Een stukje bos, ter grootte van een krant’. Ik vind het een leuk gedicht om te lezen doordat het makkelijk te lezen en te begrijpen is. Volgens mij een klassieker, die indruk krijg ik.

Jonge Sla


Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

Vorm:
- Er zijn twee strofen.
- Elke strofe begint met een hoofdletter.
- Soms eindigen ze met een komma, en soms met een punt.

Inhoud:
De ik-figuur betekend dat hij veel aan kan in het leven en hij noemt enkele treurige gebeurtenissen, waarin leven dood gaat. Hij zal niet huilen, er is wel een uitzondering: ‘het vergeefse van jonge sla die in september geplant, nooit meer zal uitgroeien tot een volwassen krop’, dit ontroerd hem. Het gedicht is ironisch bedoeld. Het geeft meerdere treurige gebeurtenissen weer, maar het laatste wat genoemd wordt, over de jonge sla, die hun stevigheid nog moeten krijgen, is waarschijnlijk het meest treurige wat wordt verteld. Maar het zal niet allemaal zo bedoeld zijn, meer een grap.


Mening:
Het is een kort gedicht, maar wel grappig. Het heeft zoals ik al in de inhoud heb verteld iets ironisch, wat het gedicht iets lacherigs geeft. Verder vind ik niet dat er echt veel gevoel in zit, maar dat zal iedereen anders zien.

Neeltje Maria Min, 1944


Mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
hoe moet ik mij verborgen weten?

noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Vorm:
- Het gedicht bestaat uit twee strofen en één enkele rijm.
- Alleen de eerste regel begint met een hoofdletter.
- De eerste, vijfde en laatste regel eindigen met en punt.
- De eerste, vierde en zesde regel eindigen met een komma.
- En de derde regel eindigt met een vraagteken.
- De rijm: aba cacd
- Regel 1, 7 en 8 zijn jambisch en regel 5 en 6 trocheïsch.
- In de tweede strofe overheerst de aa-klank, die een klagend en smekend effect geeft.
- Er is een exclamatie (een uitroep) bij de zevende regel, de regel die begint met o.
- De tweede regel is een voorbeeld van een allocutie (aanspreking).

Inhoud:
1e strofe:
De ik-figuur in dit gedicht vraagt zich af hoe zij zich nog beschut moet voelen, nu haar moeder haar naam is vergeten en haar kind nog niet weet hoe zij heet.
2e strofe:
Hierin vraagt zij de lezer haar naam te noemen en zo te laten zien of horen dat zij echt bestaat. Als iedereen haar naam noemt, zal het zijn, of een onzichtbare band alle mensen verbindt en zij zal die band zijn. Zij smeekt om genoemd te worden met de meest intieme naam. Zij wil haar naam dragen voor degene van wie ze houdt, om wie ze veel geeft.
De dichteres zegt dat haar moeder haat naam is vergeten. Het zal natuurlijk geen geheugenverlies zijn, maar meer een moeder die haar kind niet meer wil kennen. Misschien is er wat gebeurd, waardoor haar moeder doet alsof ze haar dochter niet meer kent. Het kind van de dochter is nog te klein om een naam te kennen. Daarom richt de lezeres zich tot de lezers en vraagt hun haar naam te noemen, zodat zij voelt dat ze bestaat.

Mening:
Het is een kort gedicht, en is makkelijk om te begrijpen. Je krijgt meteen in de gaten dat de ik-figuur ermee zit dat niemand haar bestaan bevestigd. Verder kon ik me niet echt identificeren met de ik-figuur, waardoor er weinig gevoel bij te pas kwam. Wel een leuk gedicht om in mijn lijst erbij te hebben wat geschreven is door een vrouw, ik heb voornamelijk dichters in mijn lijst.

Ik Tracht Op Poëtische Wijze


Ik tracht op poëtische wijze
Dat wil zeggen
Eenvouds verlichte waters
De ruimte van het volledige leven
Tot uitdrukking te brengen

Ware ik geen mens geweest
Gelijk aan menigte mensen
Maar ware ik die ik was
De stenen of vloeibare engel
Geboorte en ontbinding hadden mij niet aangeraakt
De weg van verlatenheid naar gemeenschap
De stenen stenen dieren dieren vogels vogels weg
Zou niet zo bevuild zijn
Als dat nu te zien is aan mijn gedichten
Die momentopnamen zijn van die weg

In deze tijd heeft wat men altijd noemde
Schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand
Zij troost niet meer de mensen
Zij troost de larven de reptielen de ratten
Maar de mens verschrikt zij
En treft hem met het besef
Een broodkruimel te zijn op de rok van het universum

Niet meer alleen het kwade
De doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig
Maar ook het goede
De omarming laat ons wanhopig aan de ruimte
Morrelen

Ik heb daarom de taal
In haar schoonheid opgezocht
Hoorde daar dat zij niet meer menselijks had
Dan de spraakgebreken van de schaduw
Dan die van het oorverdovend zonlicht

Vorm:
- Het gedicht bestaat uit vijf strofen.
- Strofe 1, 3 en 5 hebben ieder vijf regels.
- Elke strofe begint met een hoofdletter.
- Wat bijzonder is, is dat geen enkele zin eindigt met een punt of komma, geen interpunctie.
- Er is geen metrum (maat).
- Het ritme is dragend, betogend.
- De stijl van het gedicht is retorisch.
- Er is geen eindrijm.
- De regels hebben een ongelijke lengte.
- Regel 6 en 8 zijn parallel aan elkaar.
- ‘Bevuild’ is een metafoor.
- Er is ook een vergelijking: in regel 14 en 15 vergelijkt de dichter zijn gedichten met
‘momentopnamen’.
- ‘Oorverdovend zonlicht’: is beeldspraak, zonlicht maakt geen geluid.

Inhoud:
De ik-figuur probeert op een poëtische manier het leven te verwoorden. De poëtische manier omschrijft hij heel dichterlijk met een beeld: wateren die door de eenvoud verlicht zijn. Of: en dat is moeilijk. En: het water leidt tot verlichting, tot inzicht, tot eenvoud.
1e strofe:
In deze strofe zegt de dichter wat hij wil. Hij wil de hele wereld in zijn gedichten laten zien op zo’n manier dat je het als een beeld in één keer ziet of aanvoelt.
2e strofe:
Hierin heeft hij het over de menselijke situatie. We zijn geboren en op een dag gaan we dood. Daartussen speelt ons leven zich af. De dichter gelooft volgens het gedicht dat we voor de geboorte er wel zijn, maar hij weet niet hoe. Hij schrijft: ‘De stenen of vloeibare engel’. Dat doet denken aan verandering van stoffen, van vast naar vloeibaar en naar gas. In dat beeld is de mens vòòr zijn geboorte een vaste of vloeibare ziel, of engel, en na zijn dood een gasvormige, ongrijpbaar dus. Ook: ‘Ware ik geen mens geweest…’, als hij dus niet geboren was, dan hadden geboorte en ontbinding, het afsterven van cellen hem niet aangeraakt. Dit begint al bij de geboorte.

3e strofe:
Hier heeft de dichter het over geschiedenis. De misdaden die de mensen hebben begaan in de wereldoorlogen zijn niet meer te bevatten. Schoonheid: heeft har gezicht verbrand, ‘Zij troost niet meer de mensen’. De mensen worden zich bewust van hun nietswaardigheid.
4e strofe:
Hierin blijkt dat niet alleen het kwaad de mensen wanhopig maakt, maar ook het goede, de liefde. De liefde confronteert ons met onze tekorten.

Een kinderspiegel


‘Als ik oud word neem ik blonde krullen
ik neem geen spataders, geen onderkin,
en als ik geen rimpels krijg omdat ik vijftig ben
dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
alleen wat kraaiepootjes om mijn ogen.

Ik ga nooit liegen of bedriegen, waarom zou ik
en niemand gaat ooit liegen tegen mij.
Ik neem niet van die vieze vette
grijze pieken en ik ga zeker ook niet
stinken uit mijn mond.

Ik neem een hond drie poezen en een geit
die binnen mag, dat is gezellig,
de keutels kunnen mij niet schelen.
De poezen mogen in mijn bed
de hond gaat op het kleedje.

Ik neem ook heel leuke planten met veel bloemen
niet van die saaie sprieten en geen luis, of zoiets raars.
Ik neem een hele lieve man die tamelijk beroemd is
de hele dag en ook de hele nacht
blijven wij alsmaar bij elkaar.’

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

8243
 

reacties

 
Hallo, Ik moet een opdracht voor Nederlands maken en ik heb jou gedichten gelezen nou is alleen mijn vraag: Van wie zijn die gedichten? Wie hebben ze geschreven? Weet je dat nog? Wil je dat misschien naar mij toesturen? Alvast heel erg bedankt, Groetjes, Freya Bentvelzen
door Freya (reageren) op 8 april 2004 om 11:20
haai, wat een leuk gedicht!! wil je er misschien iets meer over vertellen waarom je het geschreven hebt en wat je gevolens waren toen je eht schreef dan kan ik dat op school vertellen. alvast bedankt
door niki (reageren) op 19 april 2004 om 12:58
Hallo! Ik heb je gedichtenbespreking gelezen, alleen valt de uitleg van het gedicht 'een kinderspiegel' net weg! Zou je die misschien naar me willen sturen als je hebt? Je zou me er een groot plezier mee doen! Groetjes, Farina
door Farina (reageren) op 17 april 2007 om 8:00
heee, ik zag ook dat de bespreking van een kinderspiegel wegvalt. Zou je die ook naar mij kunnen sturen ? Groetjes lisa
door lisa (reageren) op 9 maart 2013 om 17:35