CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Annelies (5 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

9 oktober 2002

Taal:

Woorden:

2.700

Bekeken:

4015 keer (3 deze maand)

Waardering:

3.1/5 (39 stemmen)

Deel op:

  • Door nicolette op 03-11-2002
    Hallo ik heb je uitreksel gelezen en ik vond het heel erg goed. Goede verwerking en uitleg! Mijn complimenten
  • Door Thijssen op 29-10-2002
    Het was een heel goed verslag mijn complimentjes ervoor KLAP KLAP!!! THANKS

Titel:
Een kind in de toren

Auteur:
Anton Koolhaas

Uitgever:
G.A. Van Oorschot/Amsterdam

Jaar van uitgave:
Niet bekend

Druk:
2e druk in 1978

1e druk:
1931

Aantal bladzijdes:
232

Genre:
Psychologische roman/misdaadroman

Waarom dit boek?
De reden voor de schrijver Anton Koolhaas is omdat ik de zus van Anton Koolhaas vroeger regelmatig sprak. Ik heb zelfs een paar potjes rummicub met haar gespeeld.
Voor de rest heb ik gehoord van mijn broer dat Koolhaas een goede schrijver is en dus besloot ik maar om gewoon een boek te proberen.

Mijn eerste persoonlijke reactie
Af en toe wel langdradig en vervelend. Ik vind het daarom niet gek dat dit boek niet zo bekend is als een ander boek van Koolhaas zoals ‘Vanwege een tere huid’.
Koolhaas laat naar mijn mening heel goed zien hoe snel mensen gehersenspoeld kunnen worden. Hierbij heb ik het over de mensen in het ongewone dorpje St. Maris.

Samenvatting
Het verhaal begint met een brief gericht aan Ir. Kampe. Deze brief is afkomstig van de Commissie van torenwerken in St. Maris. Hierin wordt hij uitgenodigd om een toren in een St. Maris te bekijken zodat het gerestaureerd kan worden. Hij besluit de klus aan te nemen hoewel niemand ervan weet. Als Kampe in het dorpje aankomt blijkt dat een Baron genaamd d’Ornoisy en een pastoor alles voor het zeggen hebben in het dorpje. Kampe ergert zich enorm aan de Baron onder andere omdat hij niet meteen de toren mag bekijken, maar de eerste paar dagen moet luisteren naar de geschiedenis van St. Maris. Op een gegeven moment dreigt Kampe tijdens een diner bij de baron weer naar huis te gaan als hij de volgende dag niet de toren in mag.
Hoewel de Baron het er niet mee eens is mag Kampe de volgende dag de toren in. Kampe vertrouwt het zaakje niet en dat wordt bevestigd wanneer leden van de Commissie vlak voor de ingang van de toren hem proberen te vermoorden.
Vervolgens komt Kampe in de toren een oude man tegen, genaamd Hütter. Deze man is ingehuurd door de Baron en heeft als taak Kampe te vermoorden door middel van een valluik. Maar al snel ziet Kampe het valluik en hij wijst Hütter erop dat hij wel naar huis kan gaan. Hütter weet zich geen raad en vertrouwd tijdens zijn vertrek erop dat zijn vrouw meer geluk heeft. De vrouw van Hütter zit namelijk nog hoger in de toren bij de toiletten. Ook zij heeft de taak om Kampe uit de weg te ruimen. De vrouw moet zeggen dat de blauwe deur naar het toilet nogal klemt en dat er flink tegenaan geduwd moet worden. Echter zit er achter de deur geen wc maar de buitenlucht. De persoon zal dus naar beneden vallen en de val niet overleven.
Heel toevallig hoort Kampe dit allemaal en is dus voorbereid. Na het naar huis sturen van de vrouw van Hütter klimt Kampe nog hoger in de toren en maakt hij overal aantekeningen van. Om de baron het lastig te maken belt Kampe zijn secretaresse om een artikel in de krant te zetten dat hij in de toren zit. Het zal nu moeilijker zijn om Kampe te vermoorden omdat er dan waarschijnlijk een onderzoek zal worden ingesteld.
Op een dag ontdekt hij een enorme lelijke roofvogel in een zaal. Kampe is benieuwd wat voor een vogel het is en vraagt door middel van een briefje in een emmer zijn Universele vogelboek aan. Gek genoeg bezit de Commissie ook zo’n vogelboek en hij krijgt het daarom al de volgende dag. De lelijke roofvogel blijkt een Klawalla te zijn. Deze vogels eten lammeren en zelfs schapen. Het vermoeden bestaat, dat ook wel eens een kind meegevoerd is naar hun nest. Als Kampe de vogels uitvoerig aan het bekijken is komt er een vogel aanvliegen naar het nest met een baby in zijn mond. Na lang nadenken besluit hij het kind te redden. Hij voelt al meteen een speciale band tussen hem en het kind. Het doet hem denken aan zijn overleden vrouw, dochtertje en zoontje. Het kind blijft een paar dagen bij Kampe in de toren maar hij weet dat het terug moet naar zijn ouders. Hoewel Kampe moeilijk afstand kan nemen van het kind en stuurt hij het uiteindelijk toch in een speciaal ding aan een kabel naar beneden. De mensen van St. Maris weten niet beter dan dat de toren de dood brengt. Ze zijn dus even verbaasd als bang wanneer ze een ding naar beneden zien komen met daarin een kind. De burgemeester pakt het kind op maar weet niet wat hij er mee moet en wil het zelfs bijna terug in het ding leggen en wachten dat het weer werd opgetild. Na een tijdje herkent de moeder het kind en geeft een gil.
Kampe gaat verder met zijn onderzoek en als hij klaar is begint hij met afdalen. Hij weet dat de Baron hem nog steeds dood wil zien en dus ontsnapt hij via het eerder ontdekte bisschoppelijke ontlastingszetel. Deze ontsnappingsroute werd vroeger gebruikt door de bisschop als de toren bezet werd.
Kampe is net op tijd want de Baron heeft de opdracht gegeven om niet langer te wachten tot hij beneden komt. Inplaats daarvan zullen een paar leden van de Commissie naar Kampe toegaan, zijn hoofd inslaan met een ijzeren pijp en hem vervolgens bij de blauwe deur naar buiten duwen zodat het op een ongeluk lijkt. Echter zijn de leden van de Commissie te laat en is Kampe al ontsnapt.
Thuis aangekomen merkt iedereen dat Kampe veranderd is, maar hij laat niets los over wat er is gebeurd. Op een dag neemt hij zijn secretaresse mee uit eten en verteld haar het hele verhaal. Zij is ontroerd door hem. Zonder het te weten blijken de twee gevoelens voor elkaar te hebben en aan het eind lijkt het erop dat er iets opbloeit tussen hen.

Verhaaltechniek
Het hele boek is geschreven in allerdaagse simpele woorden, maar toch zeker niet kinderachtig. Af en toe kwamen er lange zinnen in het verhaal voor. Alles is heel serieus geschreven en nergens komt ook maar één echt grapje in voor.
Wat opvallend is dat er geen hoofdstuknummering is en dat er geen titels bij de hoofdstukken staan. Toch is het verhaal in drie stukken op te delen; Kampe die zich klaarmaakt om naar St. Maris te gaan (kort verteld), het verblijf van Kampe in St. Maris in de toren (uitgebreid vertelt) en het leven van Kampe na zijn vertrek uit St. Maris.

Plaats: Zoals hierboven staat speelt het grootste gedeelte zich af in de toren van St. Maris. Deze toren is heel oud en hoe hoger Kampe in de toren klimt hoe slechter de conditie van het bouwwerk wordt. Op een gegeven moment kan hij niet verder omhoog uit vrees voor instortingsgevaar.
Voor de rest speelt het handelen van de baron en leden van de Commissie in het dorpje St. Maris een belangrijke rol in het verhaal.
Aan het eind van het verhaal wordt nog een korte omschrijving gegeven van het huis van Kampe. Het huis is nietszeggend, maar vrij duur. De kamers van zijn overleden dochtertje en zoontje staan leeg en als Kampe terug komt van St. Maris slaapt hij voor het eerst weer in de kamer dat van zijn vrouw en hem waren. Voor die tijd sliep hij altijd in de logeerkamer.

Tijd: De tijd waarin het zich afspeelt is niet bekend en is ook niet echt van belang in het verhaal. Er wordt veel aandacht besteed aan de gedachtes en gevoelens van de personages en daarom zijn er veel vertragingen in het boek.
Het boek is chronologisch geschreven op een paar korte flashbacks na.

Vertelde tijd: Het is niet precies duidelijk hoe lang Kampe in de toren was maar in ieder geval langer dan 14 dagen. Dit kwam één keer midden in het boek ter sprake bij een gesprek met baron en de pastoor. Kampe was na zijn verblijf in de toren ongeveer 2 weken thuis en dus is de vertelde in ieder geval een maand.

De hoofdpersoon in het verhaal zijn Aernoudt Kampe en Baron d’Ornoisy. De pastoor van St. Maris en J.G Reinaerdt zijn twee andere belangrijke personages.

Hoofdpersonen:
Ir. Aernoudt Kampe is een restaurateur die zijn eigen bedrijfje bezit. Ondanks dat hij al rond 55 is, schrikt hij er niet van af om op grote hoogtes te werken. Dit komt doordat hij in zijn jeugd veel met zijn vader en oom bergbeklimmingen maakte.
In de ogen van anderen komt Kampe over als een strenge en bijna emotieloze man. De reden daarvoor is dat zijn werk belangrijker lijkt voor hem dan zijn eigen vrouw en twee kinderen. Dit lijkt te veranderen wanneer hij in aanraking komt met het kind in de toren. Terwijl hij vroeger nauwelijks aandacht gaf aan zijn kinderen, speelt en vertroetelt hij het kind in de toren. De eerst stugge Kampe verandert door zijn liefde voor het kind.
Duidelijk is dat Kampe zelfs in de meest gevaarlijke en penibele situaties in staat is om logisch na te denken.
Baron d’Ornoisy is voorzitter van de Commissie van de torenwerken van St. Maris, een commissie die verantwoordelijk is voor het onderhoud van een mysterieuze toren in St. Maris. De geest van de Baron lijkt geheel vertroebeld door zijn strenge geloof en zijn (te) grote eerbied voor zijn voorvader, de bisschop van St. Maris.De Baron zit in een rolstoel omdat hij zijn rug gebroken heeft in de Alpen. Wanneer hij opgefokt is kan er kwijl uit zijn mond komen. Alle inwoners vrezen voor de Baron en niemand durft in opstand te komen tegen hem. De Baron vindt Kampe maar een lastpost en wil hem zo snel mogelijk uit de weg geruimd hebben.

Belangrijke personages:
De pastoor van St. Maris wordt de rechterhand van de Baron, als deze Reinaerdt niet meer vertrouwt. Net zoals de Baron is de pastoor ontzettend bang dat Kampe de ondergang van St. Maris wordt. Toch lijkt de pastoor aan te pappen bij de Baron en schijnheilig.
J.G Reinaerdt is secretaris van de Commissie van torenwerken en ook de rechterhand van de Baron. Reinaerdt volgt bijna alle bevelen op die hij krijgt van de Baron maar wanneer het hem te gevaarlijk wordt dan laat hij St. Maris en de Baron behoorlijk stikken. Het is een man die altijd naar de gevolgen kijkt die belangrijk zijn voor hem. Hij is niet geïnteresseerd in de problemen van andere.

Thematiek
Hoofdgedachte/thema: Het thema is hersenspoeling. Dit is vooral terug te vinden bij de inwoners van St. Maris. Er is daar sprake van godsdienstwaanzin, onverklaarbare sterfgevallen en een terreur van de geschifte Baron. Maar niet alleen bij de inwoners van St. Maris, ook bij Aernoudt Kampe is er een vorm van hersenspoeling terug te vinden. Hoe hoger Kampe namelijk in de toren klimt, des te meer hij over zichzelf komt te weten. De eenzaamheid in de toren veranderd hem en het kind laat hem zien dat ‘het samen-zijn eigenlijk niet veel rede behoeft, dat het niet nodig is om redelijk te praten; maar dat er dan een gevoelstroom heen en weer golft die genoeg is’ (blz. 158/159)
Als Kampe weer terug komt uit St. Maris kijkt hij anders tegen dingen aan en is als het ware gehersenspoeld.

Titel: Het lijkt voor de hand liggen dat de titel ‘Een kind in de toren’ slaat op het kind dat Kampe redde van de roofvogels. Dit was ook mijn eerste gedachten totdat ik een uitspraak las van Kampe: ‘Het zal als geval niet sterk genoeg zijn om je inzicht, dat ik de dood niet herkend heb en het leven niet ken, te wijzigen. O ja, - ik zei, dat ik geloof spijt te hebben, dat ik niet gewoon verder liep en bewust gehoorzaamde aan hun opzet. Dat ‘geloof ik’ moet je maar als geschrapt beschouwen. Ik had beter als een kind in de toren kunnen eindigen’ (blz. 231) Als hij gewoon doorliep zoals hij zegt dan was hij dood geweest. Deze lange uitspraak maakt duidelijk dat hij eigenlijk het kind in de toren is. Een kind is namelijk niet bewust van het begrip dood gaan en leven. Kampe zag het leven niet meer zitten door de eenzaamheid en wilde dat hij een kind was die zich niet bewust was van leven of dood.
Natuurlijk kan dit te ver gezocht zijn en is de titel veel simpeler te verklaren; ‘Een kind in de toren’ slaat op een kind, dat Kampe in de toren vindt. Het kind is daar naartoe gebracht door grote roofvogels die in de toren wonen en Kampe besluit het kind enkele dagen te houden.

Literatuur geschiedenis
Het boek is niet geheel biografisch, maar toch voor een deel, omdat Koolhaas dit boek heeft geschreven nadat zijn vrouw en kinderen bijna waren gestorven.

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas (1912-1992) werd geboren in Utrecht. Hij was de jongste in een gezin van vier kinderen. Na de HBS studeerde Koolhaas enige tijd aan de Universiteit in Utrecht. Samen met Leo Vroman en A. Albers zette Koolhaas het Utrechts Studententoneel op.
Na zijn studietijd werkte Anton Koolhaas als journalist. Van 1935 tot 1945 was hij redacteur buitenland bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant. In 1940 trouwde hij met Lind Roodenburg. Na de oorlog werd Anton Koolhaas film- en toneelrecensent bij De Groene Amsterdammer. Van 1952 tot 1955 werkte hij in Jakarta voor de Stichting Culturele Samenwerking.
Terug in Nederland werd hij adviseur bij Polygoon Profilty en toneelrecensent bij Vrij Nederland. Bovendien was hij actief als docent scenarioschrijven aan de Nederlandse Filmacademie. Later werd hij hier directeur van.
In 1956 verscheen de eerste publicatie van Anton Koolhaas in boekvorm: "Poging tot instinct". Zoals in veel van zijn verhalen spelen dieren de hoofdrol. Hij gebruikte dieren om de sociale misstanden in de mensenwereld weer te geven.
Onderscheidingen:
- Voor zijn bundel "Er zit geen spek in de val" kreeg Koolhaas in 1959 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.
- Voor "Gekke witte" (1959) ontving hij de Novelleprijs van de gemeente Amsterdam.
- In 1898 kreeg Koolhaas de Constantijn Huygensprijs gevolgd door de P.C. Hooftprijs in 1992.

Anton Koolhaas was ook actief als scenarioschrijver. Zo schreef hij "Bij de beesten af" voor de succesvolle film van Bert Haanstra. "De nagel achter het behang" (1973) werd verfilmd als "Dr. Pulder zaait papavers".

Belangrijke werken van Anton Koolhaas:

"Vergeet niet de leeuwen te aaien" (1957), "Weg met de vlinders" (1961), "Een schot in de lucht" (1962), "Een pak slaag" (1963), "Niet doen, Sneeuwwitje" (1966), "Vleugels voor een rat" (1967), "Noach" (1970), "Corsetten voor een libel" (1971), "Vanwege een tere huid" (1973), "De geluiden van de eerste dag" (1975), "De laatste goendroen" (1977), "Een kind in de toren" (1977), "Nieuwe maan" (1978) en "Raadpleeg de meerval" (1980).

Beoordeling
Op het eerste gezicht een saai boek. In het begin lijkt er namelijk niet veel bijzonders gebeuren. Maar hoe meer gedachtes ik van Kampe lees, hoe meer ik zie dat hij geen normale man is.
Koolhaas heeft de personages uitstekend heeft weergegeven door naast te schrijven wat de hoofdpersonen zeggen, ook nog uitvoerig de gedachtes te bespreken. Deze combinatie zorgde ervoor dat ik een nog beter beeld kreeg van hoe de hoofdpersonen in elkaar zitten.
Na een tijdje te hebben gelezen bevielen de hoofdpersonen mij ook; de gestoorde baron, de stugge Kampe die ontroerd wordt door een baby’tje, de schijnheilige pastoor en Reinaerdt die niets geeft om de problemen van andere. Al deze personages zijn naar mijn mening heel goed uitgewerkt.
Wat dit verhaal goed laat zien is dat mensen heel gemakkelijk iets geloven. In St. Maris heerst een godsdienstwaanzin en niemand durft er iets tegen te doen. Deze waanzin is te vergelijken met de Tweede Wereldoorlog, wanneer Hitler bijna iedereen in zijn macht heeft. Waarschijnlijk wilde Koolhaas (net als in veel van zijn andere boeken) een sociaal gebrek van de mens weergeven.
Verder leest het boek makkelijk weg. Het taalgebruik is simpel en er staan maar enkele lange zinnen in het verhaal.

Mijn conclusie: Een simpele maar toch een doordachte psychologische roman. De opvallende personages en de omgeving laten duidelijk een sociaal gebrek van de mens zien.

Aanraden/afraden: ‘Een kind in de toren’ is een aanrader voor elke psychologische romanfan. Mensen die van actie houden en het dus niet leuk vinden om telkens in dezelfde omgeving aanwezig te zijn, raad ik dit boek af. Echter is er veel afwisseling in de gesprekken en gedachtes van de personages, zodat de aandacht nooit dreigt te verslappen.
Ik kan het boek niet echt aan bepaalde mensen aanraden. De lezer vindt het volgens mij afschuwelijk of juist fantastisch.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.