Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 3VMBO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 3849 |
Opvragingen: | 53 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (180 stemmen)
Titels van Remco Campert
Alle dagen feest (0) 1976 Als in een droom (2) 2000 Beschreven blad (5) 2001 De Harm & Miepje Kurk story (14) 1983 De jongen met het mes (1) 1958 Een liefde in Parijs (10) 2004 Gouden dagen (1) 1990 Het gangstermeisje (2) 1965 Het leven is vurrukkulluk (32) 1961 Het onkruid en de bloem (17) 1971 Het satijnen hart (2) 2006 Het theater (1) 1979 Liefdes schijnbewegingen (11) 1963 Mijn leven's liederen (5) 1968 Ohi, hoho, bang, bang of Het lied van de vrijheid (2) 1995 Rechterschoenen (1) 1992 Somberman's actie (12) 1985 Tjeempie, of Liesje in luiletterland (15) 1968 Wie doet de koningin ? (0) 1984 Zachtjes neerkomen (0) 1989
Laatst gewijzigd op 12 mei 2002
A. Algemene Gegevens
Auteur: Vertaalt door Remo Campert
Titel: Het onkruid en de bloem
Genre: Verdovende middelen
Uitgever: .J.W. Becht’s , Prentice-I tall, Inc. Englewood Cliffs.
Bladzijden: 189
B. Korte Samenvatting van de inhoud
Alice is 15 jaar als ze voor het eerst in aanraking komt met LSD. Ze krijgt het per ongeluk met een spelletje. Ze voelde zich echt helemaal vrij,al die mooi kleuren die ze zag het was echt te gek!
Ze vond het zo fijn dat ze vaker drugs ging gebruiken, naast LSD wilde ze wel wat Hasj en Marihuana gebruiken. Ze vond het allemaal te gek. Ze kon er niet van af blijven. Maar de Peps en LSD waren de beste drugs voor haar als ze zich niet goed voelde. Ze leert een hele hoop dealers kennen als ze stoned is gaat ze ook met hen naar bed later weet ze eigenlijk niet waarom ze dat gedaan heeft. Ze leert Rich kennen, ze denkt dat hij een lieve betrouwbare jongen is maar door haar verliefdheid ziet ze de echte Rich niet. Rich wil dat Alice en Chris drugs gaan verkopen bij de school. Na een tijdje heeft Alice er genoeg van, als ze het wil gaan zeggen tegen Rich, ziet ze hem vrijend met een andere jongen, huilend rent ze naar huis.
Chris is een meisje van 18 dat werkt in een boetiek. Samen met Alice loopt ze weg naar San Francisco. Daar komen ze nog meer in de problemen door de drugs. Na een maand te hebben geleefd in een beschimmelde ruimte besluiten ze om terug te gaan naar hun eigen huis en te stoppen met de drugs. Het lukt Alice en Chris best wel maar telkens als ze naar een feestje gaan geven ze zich weer over aan de drugs. Op school wordt Alice gepest omdat ze nu ineens geen drugs meer gebruikt. Ze wordt zelfs bedreigd door een paar klasgenoten. Als Alice de baby op wie ze moest passen in bed aan het leggen is staat er ineens een schaaltje pinda’s op de tafel. Alice eet best veel van de pinda’s ze herinnert zich niet meer wat er daarna gebeurd. Er kwamen alleen heel veel mieren en wormen op haar af die in haar mond kropen enz.
Later bleek dat er in die pinda’s veel drugs zat. Het was er neergezet door een vijandige dealervriendin. (het was geen vriendin meer, alleen in de tijd dat ze veel drugs gebruikte). Ze moet naar het ziekenhuis en daarna naar een gekkenhuis. Ze voelt zich echt het rotst van haar leven. Als ze eindelijk uit het ziekenhuis mag is ze weer gelukkig. Samen met haar ouders, broer en zusje heeft ze nog een fijne tijd.
Nu stopt het boek en schrijft ze dat ze niet meer aan een nieuw dagboek begint.
In de epiloog (het nawoord) wordt verteld dat ze 3 weken daarna overleed aan een overdosis.
C1. Hoofdpersoon / Hoofdpersonen
De hoofdpersoon is Alice, ze is een onzeker meisje dat zich vaak rot voelt. Haar uiterlijk word niet beschreven maar op de kaft zie je dat ze bruine haren heeft en blauwe ogen. Ook haar vader en moeder spelen een belangrijke rol in dit verhaal. Alice vind dat haar ouders nooit naar haar luisteren en dat ze nooit iets goed kan doen. Maar in de moeilijke momenten (als ze probeert af te kicken van de drugs) is ze blij dat haar ouders haar zo goed steunen.
Titelverklaring
Het onkruid is de slechte en minder mooie kant van het leven. Een leven vol drugs in dit geval. Integendeel tot de bloem, die zegt iets over de mooie en leuke dingen in het leven zoals liefde.
C3 + C7. Tijd + Tijdsstructuur
Het verhaal speelt zich af in het heden, er staat niet in welk jaartal maar het verhaal kan makkelijk nu gebeurd zijn want er zijn best veel jongeren verslaafd aan drugs. Het dagboek is 4 dagen voordat Alice 15 werd begonnen. Het verhaal loopt vanaf 16 September tot 21 september het jaar erop. Er worden geen stukken tijd overgeslagen.
C4. Plaats
Het verhaal speelt zich af in Amerika in de buurt van San Francisco en Salt Lake City.
C5. Biografie van de auteur
Remco Wouter Campert werd op 28 juli 1929 geboren in Den Haag als zoon van de schrijver Jan Campert en de actrice Joekie Broedelet. Toen hij drie jaar was, gingen zijn ouders uit elkaar en tot zijn twaalfde woonde hij vervolgens afwisselend bij een van beide ouders en bij zijn grootouders. In 1941 verhuisde hij met zijn moeder naar Amsterdam, een jaar later werd hij bij een gezin in Epe ondergebracht. Daar hoorde hij in 1943 van het overlijden van zijn vader (de auteur van het beroemde gedicht 'De Achttien Doden'*, over de eerste Nederlandse verzetsstrijders) in het concentratiekamp Neuengamme.
Na de oorlog, in september 1945, keerde hij met zijn moeder weer terug naar Amsterdam waar hij aan het Amsterdams Lyceum het gymnasium ging volgen. In de schoolkrant verzorgde hij een eigen rubriek en een strip. In de loop der jaren liet hij zich steeds minder op school zien. Hij bracht zijn tijd door in de bioscoop (soms zag hij vier films op een dag), in jazzclubs en in cafés. Na het grote besluit schrijver te worden, verliet hij de school voortijdig.
Met Rudy Kousbroek, die eveneens school ging op het Amsterdams Lyceum, richtte hij het tijdschrift 'Braak' op waarvan in mei 1950 het eerste nummer verscheen. Zij begonnen het blaadje zonder verheven doelstellingen, eerder vanuit de ambitie 'een blaadje te maken zoals een andere jongen graag postkantoortje speelt'.
Inmiddels was Campert in 1949 voor de eerste keer getrouwd: met Freddie Rutgers. Vijf jaar later gingen zij uit elkaar, na begin jaren vijftig nog enige tijd in Parijs gewoond te hebben. In de Franse hoofdstad trachtte hij op straat zijn in 25 exemplaren gemaakte bundeltje 'Ten lessons with Timothy' te verkopen. De titel baseerde jazzliefhebber Campert op de gelijknamige plaat van Dizzy Gillespie. Om in zijn levensonderhoud te voorzien, schreef hij in de jaren vijftig reclameteksten en vertaalde hij werk van buitenlandse auteurs.
Campert trouwde met de schrijfster Fritzi ten Harmsen van der Beek met wie hij tot 1957 in Blaricum woonde. Vervolgens keerde hij terug naar Amsterdam waar hij in 1961 trouwde met Lucia van den Berg. Het gevoel uitgekeken te zijn op Amsterdam bracht het gezin er in 1964 toe te verhuizen naar Antwerpen. Twee jaar later keerde Campert alleen weer terug naar de Nederlandse hoofdstad. Daar leerde hij de galeriehoudster Deborah Wolf kennen met wie hij tot 1980 samenleefde. Over zijn latere leven alleen zei hij in 1994 in het 'Nieuwsblad van het Noorden' tegen Cees van Hoore: 'Ik benauw mezelf niet. Ik ben goed gezelschap voor mezelf. Wanneer ik met iemand samenwoonde, bleef ik dagenlang onder water. Samenzijn is dubbel-alleenzijn en daaraan heb ik geen behoefte. Het schrijverschap en ik hebben een heel gelukkig huwelijk.'
In de jaren zeventig viel Campert ten prooi aan het klassieke 'writers block' en publiceerde hij nauwelijks nieuw werk. Aan het eind van die periode zei hij daarover in een interview met Jan Brokken in de 'Haagse Post': 'Jarenlang heb ik bijna niet kunnen schrijven. Ik had er geen zin meer in. Tegen het schrijven voelde ik een fysieke afkeer. Ik dacht er wel aan, maar ik werd geteisterd door een verlammende twijfel.' Vanaf 1979 pakte hij de draad weer op en schreef o.a. in 1985 het Boekenweekgeschenk ('Somberman's actie'). Vanaf 1989 tot hun afscheidstournee in 1995 trad Campert samen met Jan Mulder op in Het theater met literaire programma's op basis van hun beider teksten. In 1995 las hij ook op de radio zijn succesroman 'Het leven is vurrukkulluk' voor.
Hoofdlijnen van het werk
De redactie van het blad 'Braak', dat Campert samen met Rudy Kousbroek in het voorjaar van 1950 begonnen was, werd in juli van dat jaar uitgebreid met Lucebert en Bert Schierbeek. Samen met het door Simon Vinkenoog, die toen in Parijs verbleef, geredigeerde 'Blurb' werd 'Braak' aan het begin van de jaren vijftig het voornaamste klankbord van de experimentele dichters. Vinkenoog verzamelde werk van deze nieuwe generatie dichters in 1951 in de bloemlezing 'Atonaal', waarna de dichters vervolgens als groep beschouwd werden en aangeduid als 'de Vijftigers'. Voor henzelf echter vormden deze dichters (naast de reeds genoemden behoorden daartoe ook Kouwenaar, Elburg en Claus) geen gesloten groep. Zij waren, zoals Kouwenaar het omschreef, 'een spontaan complot van subjectieve instellingen'. Veel meer dan gelijkluidende maatschappelijke ideeën en opvattingen over literatuur, was het hun verzet tegen de literaire traditie en het besef een nieuwe generatie te vormen met een nieuwe poëzie, dat hen samenhield. Campert bewaarde echter binnen de Vijftigers een eigen identiteit. Hij week minder af van de gebruikelijke normen in de poëzie en was in zijn taalexperimenten minder uitbundig dan bijvoorbeeld Kouwenaar en Lucebert. Hij heeft dan ook altijd gegolden als 'de meest verstaanbare Vijftiger'.
Remco Campert debuteerde in 1950 in het tijdschrift 'Libertinage' met het gedicht 'Te hard geschreeuwd?', een oproep een eigen stem te laten horen die 'de stoppen der berusting doet doorslaan'. Deze omschrijving is kenmerkend voor vooral Camperts vroege werk, waarin hij uitdrukking tracht te geven aan een idealistisch geloof in een poëzie waarin dromen en verlangens de confrontatie met de werkelijkheid aangaan. Even kenmerkend voor zijn werk is echter dat het uiteindelijk toch die grauwe werkelijkheid is die overwint. Liefde, romantisch verlangen en de schoonheid van de poëzie bieden alle slechts kortstondig verlichting. In later werk is Campert dan ook aanzienlijk cynischer en minder hoopvol gestemd over de mogelijkheid van een zuivere liefde en de kracht van de poëzie. Zijn debuutbundel 'Vogels vliegen toch' (1951) opent nog met het bekende gedicht 'Credo' waarin de poëzie de confrontatie met de werkelijkheid aangaat door het onmogelijke na te streven ('ik wil geen water uit de rotsen slaan / maar ik wil water naar de rotsen dragen'). In latere bundels echter boet het geloof in poëzie als zijnde 'een daad van bevestiging' waarvan hij in 'Het huis waarin ik woonde' (1955) getuigt, veel aan kracht in. Elementen als een troosteloze wereld, pijn, ziekte, ouderdom, eenzaamheid en een liefde die 'tot op het bot is uitgekleed' zijn in bundels als 'Bij hoog en bij laag' (1959), 'Dit gebeurde overal' (1962) en 'Hoera, hoera' (1965) veel sterker aanwezig dan voorheen. Ook naar de vorm heeft de poëzie dan een wijziging ondergaan: de stijl is directer geworden, de beeldspraak schaarser. In 'Mijn leven's liederen' (1968) en 'Betere tijden' (1970) verdringt echter de ironie weer het cynisme uit de voorgaande bundels en is de thematiek ook weer wat ruimer dan alleen het eigen sombere bestaan.
Begonnen als dichter, wijdde Campert zich vanaf de jaren zestig steeds meer aan het schrijven van verhalen. Aanvankelijk deed hij dat in de jaren vijftig uit geldgebrek en publiceerde hij cursiefjes in bladen als 'Podium', 'Tirade', 'Vrij Nederland' en 'Het Parool'. Deze hele korte verhalen maakten geleidelijk plaats voor langere teksten die aan diepgang en complexiteit wonnen, maar die ook - evenals zijn latere gedichten - somberder werden. Zo bepalen verveling, landerigheid, eenzaamheid, verdriet en ontgoocheling de sfeer van 'Een ellendige nietsnut' (1960). Opvallend is dan ook dat zijn eveneens in de jaren zestig geschreven romans op het oog zo vrolijk zijn. Zo is 'Het leven is vurrukkulluk' (1961) een lichtvoetige roman vol woordgrappen, spelend op een warme zomerzondag in en om het Amsterdamse Vondelpark. Campert voert hierin de figuur van Kees de jongen uit het werk van Theo Thijssen als grijsaard ten tonele, samen met zijn geliefde Rosa. 'Liefdes schijnbewegingen' (1963) biedt ook de nodige dwaze situaties in het verhaal over de jonge dichter Gerard Beka die door een verblijf van twee dagen in de ijskast van een slagerij zijn verstand verloren heeft en dat een jaar later door een klap op zijn hoofd met een fles weer terugkrijgt. 'Tjeempie! of Liesje in Luiletterland' (1968) is een lichtvoetige persiflage op het genre van de pornografische roman die tevens een aantal karikaturen bevat van Nederlandse auteurs. Aanzienlijk serieuzer is 'Het gangstermeisje' (1965) - Campert schreef ook een filmscenario met dezelfde titel - over een schrijver die zich in een Frans stadje heeft teruggetrokken. Officieel om er het scenario te schrijven voor een film over een gangstermeisje, maar in feite vooral om in het reine te komen met zijn in het slop geraakte leven en zijn al evenmin florissante schrijverschap.
Na de grote stilte van de jaren zeventig brachten de dichtbundel 'Theater' (1979) en de verhalen in 'Na de troonrede' (1980) geen ingrijpende veranderingen in Camperts toon of thematiek. Geloof in een betere wereld is er niet meer, evenmin als de mogelijkheid troost te vinden in de poëzie, hoewel de dichter wel wil blijven schrijven ('alles al weten / en toch dit gedicht'). Het in 1983 verschenen 'Scènes in Hotel Morandi' echter werd in de literaire kritiek verwelkomd als een duidelijke vernieuwing, niet zozeer van de thematiek, maar wel van de manier waarop Campert over zijn onderwerpen schreef. Deze bundel met meer klassieke en abstracte gedichten besluit met een gedicht over de dood van Camperts vader.
De hoofdpersonen in de verhalen (veelal verlegen of mensenschuwe schrijvers met weinig talent) laten zich ook in 'Na de troonrede' en daaropvolgende boeken nog altijd leiden door passiviteit en onzekerheid, hun levens zijn nog altijd doortrokken van kleine, maar herhaalde mislukkingen. Een fraai voorbeeld uit het meer recente werk van Campert is de figuur van Menno van der Staak in de novelle met de uitgebreide titel 'Ohi, hoho, bang, bang of Het lied van de vrijheid' (1995). Het lichtvoetige verhaal vol maffe dichters en mallotige ontwikkelingen waarin de alcohol rijkelijk vloeit, is een humoristische persiflage op het Rotterdamse Poetry International. Een uitzondering op dit patroon vormt 'Gouden dagen' (1990) een korte roman waarin de verteller/hoofdpersoon een man is die volmaakt gelukkig is.
Campert dankt zijn populariteit bij een groot publiek (waaronder veel scholieren die 'Het leven is vurrukkulluk' of 'Tjeempie!' op hun leeslijst zetten) vooral aan zijn werk als schrijver van zeer toegankelijk en humoristisch proza. Literaire erkenning kreeg hij voor zijn gedichten toen hem in 1979 de P.C. Hooftprijs werd toegekend. In het juryrapport viel te lezen: 'Het hele poëtische oeuvre van Remco Campert overziend, is de jury onder de indruk gekomen van de persoonlijke kroniek van de jaren 1950-1970 die erin is neergeschreven. De hachelijke en belachelijke feiten van deze levensperiode zijn door de dichter onvergetelijk geboekstaafd.'
Primaire bibliografie
1950 'Ten lessons with Timothy' (gedichten). Uitgave in eigen beheer.
1951 'Vogels vliegen toch' (gedichten). Uitgeversmaatschappij Holland.
1952 'Een standbeeld opwinden' (gedichten). De Bezige Bij.
1953 'Berchtesgaden' (gedichten). De Bezige Bij.
1953 'Eendjes voeren' (verhalen). De Arbeiderspers/De Boekvink.
1955 'Alle dagen feest' (verhalen). De Arbeiderspers/De Boekvink.
1955 'Het huis waarin ik woonde' (gedichten). De Bezige Bij.
1955 'Met man en muis' (gedichten). De Beuk.
1956 'Lodewijk Sebastiaan' (verhalen). Van der Peet.
1956 'Van de wijs' (verhalen). Corvey Papiergroothandel.
1958 'De jongen met het mes en andere verhalen'. De Bezige Bij.
1959 'Bij hoog en bij laag' (gedichten). De Bezige Bij.
1960 'Een ellendige nietsnut en andere verhalen'. De Bezige Bij.
1961 'Het leven is vurrukkulluk' (roman). De Bezige Bij.
1962 'Dit gebeurde overal' (gedichten). De Bezige Bij.
1962 'Het paard van Ome Loeks' (verhalen). Bruna.
1963 'Liefdes schijnbewegingen : een leesboek' (roman). De Bezige Bij.
1964 'Nacht op de kale dwerg' (verhalen). De Bezige Bij.
1965 'Het gangstermeisje' (roman). De Bezige Bij.
1965 'Hoera, hoera' (gedichten). De Bezige Bij.
1968 'Fabeltjes vertellen' (verhalen). Rap.
1968 'Mijn leven's liederen' (gedichten). De Bezige Bij.
1968 'Tjeempie! of Liesje in Luiletterland' (roman). Geschreven onder de auteursnaam Remko
Kampurt. De Bezige Bij.
1969 'Betere tijden' (gedichten). Motion.
1969 'Hoe ik mijn verjaardag vierde' (verhalen). De Bezige Bij.
1970 'Betere tijden' (gedichten). De Bezige Bij. Bevat tevens de in 1969 bij Motion verschenen gelijknamige bundel.
1971 'Campert Compleet' (verhalen). De Bezige Bij. Onder de titel 'Verzamelde verhalen' in hetzelfde jaar verschenen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep.
1972 'James Dean en het verdriet' (verhalen). De Bezige Bij.
1974 'Basta het toverkonijn' (verhalen). Bakker.
1974 'Op reis' (verhaal, geschreven samen met Willem Malsen). De Harmonie.
1976 'Alle bundels gedichten'. De Bezige Bij.
1976 'Luister goed naar wat ik verzwijg' (gedachten en aforismen uit het werk van Remco Campert, verzameld door Gerd de Ley). Orion.
1978 'Waar is Remco Campert?' (verhalen). De Bezige Bij.
1979 'Theater' (gedichten). De Bezige Bij.
1980 'Na de troonrede' (verhalen). De Bezige Bij.
1980 'De tijden' (verhaal). Haagse Post.
1982 'Een beetje natuur' (verhalen). Meulenhoff educatief.
1983 'De Harm & Miepje Kurk story' (roman). De Bezige Bij.
1983 'Scènes in Hotel Morandi' (gedichten). De Bezige Bij.
1984 'Amsterdamse dagen' (gedichten). Cornamona Pers.
1984 'Drie vergeten gedichten'. Terhorst.
1984 'Kinderverhalen van Remco Campert'. Holland. Deels eerder verschenen in 'Lodewijk Sebastiaan'.
1984 'Wie doet de koningin ??' (verhalen). De Bezige Bij.
1984 'Zeven vrijheden' (gedichten bij etsen van Hannes Postma). Printshop.
1985 'Somberman's actie' (novelle). CPNB. Uitgegeven ter gelegenheid van de Nederlandse Boekenweek.
1985 'Somberman's maandag' (verhaal). CPNB. Tekst van de toespraak op het Boekenbal 1985.
1985 'Zijn hoofd verliezen' (verhaal). Achter de Dromedaris.
1986 'Collega's' (gedichten). De Bezige Bij.
1986 'Rustig' (verhaal). Elferink.
1986 'Tot zoens' (verhalen). De Bezige Bij. Deels eerder verschenen in 'Het paard van Ome Loeks' en 'Waar is Remco Campert?'.
1987 'Eetlezen' (columns). De Bezige Bij.
1988 'Een neger uit Mozambique : een keuze uit de gedichten'. De Bezige Bij.
1988 'Toen ik je zag' (gedichten bij foto's van Peter Dejong). Bébert.
1989 'Zachtjes neerkomen' (novelle). Vroom & Dreesmann.
1990 'Gouden dagen' (roman). De Bezige Bij.
1990 'Graag gedaan' (columns en verhalen). De Bezige Bij.
1991 'Campert compleet vervolg : verhalen 1971-1991'. De Bezige Bij.
1991 'Dansschoenen' (verhaal). De Harmonie.
1992 'Rechterschoenen' (gedichten). De Bezige Bij.
1993 'Het bijzettafeltje' (columns). De Bezige Bij.
1994 'Fiebelekwinten' (verhalen, geschreven samen met Jan Mulder). De Harmonie.
1994 'Restbeelden : notities van Izegrim' (gedichten). De Bezige Bij.
1994 'Straatfotografie' (gedichten). Herik.
1994 'Vele kleintjes' (columns). De Bezige Bij. Bevat de bundels 'Tot zoens' ; 'Eetlezen' ; 'Graag gedaan' en 'Het bijzettafeltje'.
1995 'Dichter' (gedichten). De Bezige Bij.
1995 'Ohi, hoho, bang, bang, of Het lied van de vrijheid' (novelle). De Bezige Bij.
1996 'De zomer van de zwarte jurkjes' (columns). De Bezige Bij.
Verfilmingen
1966 'Het gangstermeisje' / regie Frans Weisz.
Gebaseerd op een scenario van Remco Campert.
1976 'Alle dagen feest' / vierluik geregisseerd door Ate de Jong, Otto Jongerius, Paul de Lussanet en Orlow Seunke.
Gebaseerd op de verhalen 'Alle dagen feest', 'Een ellendige nietsnut', 'Hoe ik mijn verjaardag vierde' en 'Op reis'.
Secundaire bibliografie (selectie)
Hieronder vindt u gegevens van boeken en tijdschriftartikelen OVER het werk van de auteur. Raadpleeg het recensiebestand van LiteROM voor interviews en besprekingen van afzonderlijke titels die zijn verschenen in dag- en weekbladen.
* Backhuys, Kees-Jan. '"Iedereen is zijn eigen dichter geworden"'.
In: Vooys 3 (1984-1985) 3, p. 21-27.
* Bibeb. 'Remco Campert: schrijven is kijken met je ogen dicht'.
In: Bibeb. 'Een grote hartstocht moet je volgen'. Balans, 1993, p. 239-251.
* Brokken, Jan. 'Afleiding is het brood van de schrijver'.
In: Brokken, Jan. 'Schrijven'. De Arbeiderspers, 1980, p. 219-230.
* De Block, Lut. '"Het begint elke dag opnieuw en het zal ook nooit af zijn"'.
In: Poëziekrant 17 (1993) 3, p. 4-9.
* Elshout, R. 'Leven en schrijven, over proza en poëzie van Remco Campert'.
In: Ons Erfdeel 36 (1993) 5, p. 652-664.
* Hageraats, Koos. 'Remco Campert'.
In: 'Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945', augustus 1987.
* Harten, Jaap. 'Klare koffie met Campert'.
In: 'Archief de Vijftigers, 1'. De Prom, 1983, p. 27-30.
* Keller, Hans. 'Hotel Atonaal : verslag van een romance'. De Bezige Bij, 1994.
* Kooiman, Margreet en Matthé ten Wolde. '"Na een jaar dacht ik: verdomme, ik ben schrijver" : Diepzee interviewt Remco Campert'.
In: Diepzee 13 (1995-1996) 3, p. 45-48.
* Kraaijeveld, Ruud A.J. 'Remco Campert, Het leven is vurrukkulluk'. Walvaboek, 1992.
* Roggeman, Willem M. 'Interview met Remco Campert'.
In: Roggeman, Willem M. 'Beroepsgeheim, 4: gesprekken met schrijvers'. Soethoudt, 1983, p. 25- 42.
* Scholten, Harry. '"Een aanslag op de ouderdom" : over de poëzie van Remco Campert'. Bzztôh, 1979.
* Van Campenhout, F. 'Remco Campert'. Orion/Gottmer, 1979.
* 'Remco Campert' (speciaal nummer van De Vlaamse Gids 64 (1980) 3).
Hier heb ik het beroemde gedicht van Jan Campert, de vader van Remo Campert,
´Het lied der achttien doden´ opgezocht;
Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.
O lieflijkheid van licht en land,
van Holland's vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.
Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar't hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geeerd,
voordat een vloekbre schennershand
het anders heeft begeerd.
Voordat die eeden breekt en bralt
het miss'lijk stuk bestond
en Holland's landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.
De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, -
zoo waar als ik straks dood zal zijn
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar-
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.
Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan 't allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk -
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.
Ik zie hoe't eerste morgenlicht
door 't hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als 'k voor de loopen sta.
C6. Perspectief
Het verhaal is geschreven in de ik vorm omdat het boek een dagboek is. En het meisje het opschrijft zoals zij het beleeft.
C8. Thema
Het boek gaat over een meisje dat verslaafd raakt aan drugs. Ze komt voor het eerst in aanraking met drugs toen ze was uitgenodigd op een feestje van Jill Peters. Ze deden daar het spelletje ra-ra-ra wie heeft de bal? Ze moesten allemaal wat drinken en in tien van de veertien flesjes zat LSD. Niemand wist in welke flesjes er drugs zaten. Alice had dus een flesje waar LSD in zat. Zo is ze voor het eerst in contact gekomen met drugs. Ze zou er nooit meer mee beginnen zei ze elke keer, maar elke keer deed ze het toch weer.
D. Beoordeling
Ik vond het een erg goed boek, want het gaat over een meisje dat verslaafd raakt aan de drugs, dat onderwerp spreekt me wel aan. In het boek zelf wordt ook heel goed door Alice verteld hoe ze dingen ervaren heeft.
Ik vind dit boek zeker een aanrader voor andere klasgenoten. Dat komt denk ik omdat het over een onderwerp gaat waar je wel vaker over hoort. In dit boek vertelt Alice over haar ervaringen met drugs en hoe ze het heeft ervaren om drugs te gebruiken. Ik vond het ook een zielig boek. Het is echt erg wat er met je gebeurt als je drugs gaat gebruiken. Het is op een hele mooie manier geschreven zodat je het goed begrijpt. Ik houd van verhalen die echt gebeurd kunnen zijn en die je zelf net zo goed had kunnen meemaken. Ik vond het zo’n mooi boek dat ik het bijna in een keer heb uit gelezen. Ik kon gewoon niet meer stoppen met lezen. Het is ook een leerzaam boek.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen