Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?

Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

Info over dit verslag

Geschreven door:

4 6eklassers

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1223

Opvragingen:

15

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (33 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Jostein Gaarder

Laatst gewijzigd op 4 mei 2002

B.Boekbeschrijving
B 1 : bibliografische beschrijving: GAARDER, Jostein, Door een spiegel in raadselen, Houtekiet/Fontein, Baarn, 6e druk 1998, vertaald uit het Noors door Elina van der Heijden

B 2 : a/ Het voorplat illustreert een spiegel met enkele voorwerpen: het Chinese opschrijfboekje van Cecilie, een rode bol garen die symbool staat voor de rode draad. Op het achterplat staat de korte inhoud van het verhaal, en een tekening van Cecilie die weg wandelt, onder een open sterrenhemel.

C.Het verhaal

C 1 Navertellen/samenvatten :
Het boek gaat over Cecilie, een meisje met een ongeneeslijke ziekte. Met Kerstmis, wanneer ze alweer in bed moet blijven, komt 's nachts plots een klein wezentje op bezoek. Hij stelt zich voor als Ariël, de engel. Aanvankelijk gelooft Cecilie het niet, omdat Ariël geen lang haar heeft, maar kaal is, en omdat hij geen vleugeltjes heeft. Ariël wil weten hoe het is om mens te zijn, om zintuigen te hebben, want engelen hebben geen zintuigen, net als mensen geen zintuigen hebben in hun dromen. Cecilie beantwoordt allerlei vragen van de engel, over het aardse leven, zoals hoe het is om dingen te eten, om iets te vergeten of te onthouden, hoe het is om sneeuw te voelen, wat koud en warm is, enz... Ariël leert Cecilie ook allerlei wijsheden over de schepping, waar Cecilie nooit was opgekomen. Op een nacht stelt Ariël voor een eindje te gaan vliegen dan sterft Cecilie, ze ziet zichzelf liggen in bed, de ziel is dus gescheiden van het lichaam.

C 2.Vertelstof :
niet van toepassing. De bijbelse geschiedenis (hier specifiek het scheppingsverhaal) is niet echt een historisch gegeven, het werd nooit bewezen.

C 3.Verhaal-geschiedenis :
niet van toepassing. Het is een op zichzelf bestaand verhaal waarin verwezen wordt naar het scheppingsverhaal.

C 4. Intertekstuele allusies :
 Bijbels scheppingsverhaal van Adam en Eva p99
 Het tijdschrift “Geïllustreerde wetenschap”

C 5.Metafictie :
niet van toepassing

C 6.Motief-grondmotief-leidmotief-titel :
Motieven:
 Verwondering vanzelfsprekendheid
Ariël ziet eruit als een kind. Engelen blijven zich, net als een kind dat de wereld als onbekend en nieuw ervaart, verwonderen over de schepping en blijven er nieuwsgierig naar. Dat is een gave die volwassenen volgens Ariël verloren hebben. “Volwassenen zijn zo aan de wereld gewend geraakt dat ze de hele schepping als vanzelfsprekend ervaren.” Door aan Cecilie te vragen hoe het is om een mens van vlees en bloed te zijn dwingt hij haar na te denken over alles wat zo gewoon lijkt.

 Het bekende  onbekende
Wat voor Ariël bekend is, is voor Cecilie onbekend en omgekeerd. Ariël vraagt aan Cecilie hoe het is om te leven met 5 zintuigen. Anderzijds verwacht Cecilie van Ariël dat hij het onsterfelijke leven met God beschrijft.

 Fantasie  werkelijkheid
Wij beschouwen Ariël als een écht bestaande figuur in deze fictieve roman. Voor Cecilie is hij werkelijkheid, maar voor de volwassenen slechts fantasie.

 Kerstsfeer
Het verhaal speelt zich af in de winterperiode, in een christelijk gezin. Volop in de kerstsfeer wanneer het kindje Jezus geboren wordt. Cecilie kan niet ten volle van de kerstsfeer proeven, doordat ze doodziek in haar bed ligt. Hier voel je een confrontatie tussen nieuw leven en de dood.

 Vriendschap en liefde
De ouders en grootouders nemen een groot deel van de verzorging op zich. Ze offeren veel tijd op voor hun dochter, dit uit liefde voor Cecilie. Met Ariël bouwt ze een vriendschapsband op.

 Hemels  aards
Het is vanzelfsprekend dat de hemel met God en de engelen geassocieerd wordt. Daarentegen worden de mensen, het leven en de dood in verband gebracht met de aarde

Grondmotief:
Dood  leven
Cecilie bevindt zich in een cruciale fase in haar leven, waarin de dood haar opwacht. Zij laat het leven achter zich en gaat mee met de engel Ariël.

Leidmotief:
De Spiegel
De spiegel is de scheiding tussen hemel en aarde. Langs de ene kant geeft de spiegel een reflectie van het aards gebeuren. De mensen kunnen dus enkel conclusies trekken uit hetgeen ze waarnemen. De andere kant, het leven na de dood, blijft voor de mens een mysterie, een raadsel. De titel is een verwijzing naar het leidmotief.

C.7.Symboliek:

 Chinees boekje waarin ze haar diepste gedachten in neerpent, staat symbool voor haar denkwijze.
 De spiegel is een symbool met motiefwaarde.(zie hierboven: leidmotief)

C.8.: MOTTO
Vreugde is een vlinder
Die laag boven de grond fladdert,
Maar verdriet is een vogel
Met grote, sterke, zwarte vleugels
Die je hoog boven het leven dragen
Dat beneden in zon en groen verglijdt
De vogel van het verdriet vliegt hoog,
Naar de engelen van de pijn die waken
Bij het kamp van de dood.(Edith Södergran)

=> Vreugde is een vlinder, fragiel; verdriet is allesoverheersend. Ariël is de engel van de pijn die waakt bij Cecilie, het kamp van de dood en begeleidt haar naar het eeuwige leven. Samen vliegen ze de hemel tegemoet.


D. Structuur

D.1. Structuur door de auteur aangebracht

Het boek telt 130 pagina’s en bestaat uit 10 titelloze hoofdstukken.
Er is geen proloog en geen epiloog.

D.2.Tijdsstructuur
A / Tijd en tempo
Het tempo is eerder traag, zonder een tijdsprong van enkele weken in acht te nemen. De plot is niet ingewikkeld, de auteur vertelt alles zeer duidelijk.

B/ Tijdsafwijkingen
Het verhaal wordt volledig chronologisch verteld, er is 1 flashback over de reis naar Kreta.

C/ Frequentie
Dit is hier niet echt van toepassing.

D.3.Spanning
A/ Structuur:
Prospectiviteit: De hoop op genezing van Cecilie blijft doorheen het boek bestaan.
Contrast tussen hemel en aarde, mens en engel, dood en leven.
Geen conflicten.

B/ Informatieverdeling:
Kennisachterstand: Er is een open vraag omtrent de soort ziekte van Cecilie.
Geen kennisvoorsprong.

C/ Identificatie: Geen van ons herkende zich in één van de personages.

E. Personages

Beschrijving:
De twee hoofdpersonages die er in voorkomen, zijn Cecilie en de engel Ariël. Cecilie is geboren in een christelijk gezin uit de middenklasse. In het boek vestigt Cecilie de aandacht op de engel Ariël, wat wijst op haar kinderlijke verwondering, ze staat open voor het onbekende. Met alle familieleden die haar omringen heeft Cecilie een goede band. Zoals eerder vermeld heeft ze ook een vriedschapsband met Ariël. De nevenpersonages worden nauwelijks uitgewerkt. De familie, vader, moeder, oma, opa en broer verdwijnen bijna volledig naar de achtergrond vanaf het moment dat de engel Ariël wordt geïntroduceerd. Ze krijgen nog hoofdzakelijk een verzorgende functie. Ze hebben een stil verbond gesloten om nooit met Cecilie over het naderende afscheid te spreken.

F. Vertelperspectief
Auctoriële verteller, de verteller is alwetend.

G. Plaats en ruimte
Het verhaal speelt zich af in Scandinavië. In een dorpje in de Leiravallei, een fictieve naam (palindroom van Ariël). Deze vallei is bedekt met sneeuw en de rivieren zijn bevroren. Over de sociale, economische en politieke situatie wordt er niets vermeld.

H. Stijl
Taalstalen:
 Er zijn vele filosofische en theologische beschouwingen.
 De zinsstructuren zijn niet moeilijk.
 Het boek bestaat hoofdzakelijk uit dialogen tussen het kind en de engel. Die dialogen klinken niet altijd natuurlijk. Vaak voel je dat de auteur zijn personages woorden die hij zelf kwijt wou in de mond legt. Zijn pogingen om het wat luchtig te houden zijn niet altijd geslaagd.
 Er wordt nagedacht over de zin van het leveren.

Stijlstroming:
Het is een filosofische en religieuze roman.

I. Varia
Biografie:
Jostein Gaarder is geboren in 1952, en studeerde filosofie, theologie, en literatuurwetenschap en gaf tien jaar les in filosofie. Op dit moment is hij fulltime schrijver en woont hij met zijn vrouw en twee zonen in Oslo. Zijn bekendste boek is ‘De wereld van Sofie’, dit boek is in 35 talen vertaald en is een internationale bestseller. Nog een ander boek is: ‘Het geheim van de kaarten’.

Bij het schrijven van deze roman heeft zijn filosofische en theologische studie zeker een rol gespeeld, evenals in het boek ‘De wereld van Sofie’.
Af en toe vervalt Gaarder ook in te abstract gefilosofeer. Desondanks nodigt ‘Door een spiegel, in raadselen’ de lezer uit om het leven, zolang het duurt, zo bewust mogelijk te beleven.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.