geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?
A. Gods wil en hoe daarmee om te gaan
Een van de belangrijkste motieven in Vondels werk is de uitdrukking van de zinvolheid van het Godsbestuur. De werkelijkheid kan namelijk zeer onrechtvaardig lijken: onschuldigen moeten vaak lijden. Hierdoor zou men de conclusie kunnen trekken dat God het niet goed met de mensen meent of dat Zijn goddelijk plan faalt. Vondel verzet zich echter met klem tegen zo'n visie.
Als individu kan men op twee manieren op de schijnbaar onrechtvaardige werkelijkheid reageren: men kan de correctheid van Gods oordeel in twijfel trekken. Dit is op zich al een erge zonde. Nog erger wordt het wanneer men actief zaken onderneemt die indruisen tegen Gods bedoeling. In dit geval kan men zich schuldig maken aan "staetszucht". Bij staetszucht aanvaardt men de door God gewilde wereldorde niet en probeert men actief een hogere plaats op te eisen, dan degene die hem rechtens toekomt. Deze zonde is te vinden in het personage Lucifer, uit het gelijknamige stuk van Vondel. Ze getuigt van een hoogmoed die de ongelovige kenmerkt: Lucifer vergeet zijn eigen plaats, zijn eigen nietigheid tegenover God en Gods plan. Deze handelwijze leidt natuurlijk onherroepelijk tot verdoemenis.
De andere mogelijkheid is dat men zich volkomen onderwerpt en een absoluut vertrouwen heeft in de rechtvaardigheid van Gods plan. In deze opvatting is de aanvaarding van de ruwe onrechtvaardigheid van het heden te begrijpen in het licht van de wetenschap dat Gods rechtvaardigheid uiteindelijk de scheve situatie rechttrekt en dat het lijden steeds functioneel is in een hoger plan. Gods plan zelf is voor de sterveling niet tot doorgronden en dat proberen heeft dan ook weinig zin. Het personage Joseph uit Vondels Joseph in Dothan, is een prototypisch voorbeeld van deze houding. Deze vergelijkende bespreking van de twee bovengenoemde toneelstukken heeft tot doel de hoofdpersonages vergelijken in de manier waarop de zinvolheid van het Godsbestuur hun daden en hun uiteindelijke lot bepaalt.
B. Gods wil in Joseph in Dothan en Lucifer
1. De schijnbare onrechtvaardigheid
A) Onrechtvaardigheid
Het lot van zowel Joseph als Lucifer in het goddelijke plan lijkt voor beiden niet helemaal rechtvaardig.
- Joseph in Dothan: De onrechtvaardigheid hier is de manier waarop de broers Joseph behandelen. De broers steken Joseph in een put, fingeren zijn dood en verkopen hem als slaaf aan een voorbijreizende karavaan.
De broers hebben twee hoofdredenen om Joseph te haten: ten eerste had Joseph voorspellende dromen waarin zij ondergeschikt zouden zijn aan Joseph. De tweede reden is dat hun vader Jacob Joseph openlijk voortrok. Dat de onvrede hierover heel diep moet zitten blijkt uit wat Ruben zegt in vers 334-336. Ruben is, samen met eventueel Judas, de enige broer die openlijk sympathie heeft voor Joseph. Toch zijn zijn woorden niet mals :
Wat liefde vader staegh dien loozen jongen droegh,
Tot smaet van ons, die eer en ouder zijn geboren,
Verdroot my meer, dan u.
Wat de broers echter niet weten, is dat ze hiermee enkel Gods plan uitvoeren en zo Josephs latere glorie mee mogelijk maken. Ze maken de profetie waar die ze zelf zo verachtten. De zinvolheid van het Godsbestuur wordt perfect geïllustreerd; de slechten (hier vooral Simeon en Levi) dragen immers rechtstreeks bij tot het totstandkomen van Josephs latere glorie. Deze kerngedachte wordt in het stuk aldus verwoord (v. 113-115)
Ja Vader, laet de menschen ruicken,
Hoe ghy de quaden kunt gebruicken,
Ten goede van het aertsch geslacht.
De catharsis van de hoofdfiguur is echter wel noodzakelijk. Enkel door zijn lijden zal Joseph tot in Egypte gebracht worden, waar hij het volk van Israel zal leiden.
- Lucifer: Lucifer is de stadhouder van Gods hemelse rijk. Hij is de hoogste in het Hemelrijk en aan niemand verantwoording verschuldigd behalve aan God zelf. Met de schepping van de Mens, onderneemt God een "beproeving van de Engelen". De Engelen dienen zich nederig te onderwerpen aan de Godmens. Gabriël, die Gods Geheimnistolk of woordvoerder is, zegt hierover:
God sloot van eeuwigheid het mensdom te verheffen,
Ook boven 't Engelsdom, en op te voeren tot
Een klaarheid en een licht, dat niet verschilt van God.
(vers 218-220)
Wat God hier vraagt van de Engelen (en vooral van Lucifer), mag terecht een beproeving genoemd worden: ze moeten aanvaarden dat hun plaats van naaste bij God ingenomen wordt door een nieuwkomer. Lucifer aanvaardt deze nieuwe situatie niet en wordt afvallig. Hij vergeet echter dat hij zijn huidige hoge staat enkel en alleen aan God te danken heeft. Lucifer is heerser van het Hemelse Rijk, maar enkel en alleen heerser op gezag van God.
Wellicht moeten we in dit kader Vondels ambitieuze opdracht aan de Duitse keizer Ferdinand III verstaan. We zouden Ferdinand kunnen zien als Lucifer (de hoogste in het Rijk Gods) voor zijn val. Al was Ferdinand zeker geen afvallige Gods. Toch moet zelfs hij, de allerhoogste en vroomste, steeds beducht zijn voor staetszucht. Het is daarom ook niet onterecht om Lucifer te zien als een vermomde vorstenspiegel. Iedereen moet zich er immers steeds van bewust blijven dat hij zijn gaven slechts heeft bij de genade Gods en dat hij zijn menselijke plaats niet mag overschrijden.
B) Schijnbaar?
In beide toneelstukken zit er echter voor de toeschouwer of lezer een wrange bijsmaak: de klachten over de onrechtvaardigheid die de zondaars in beide verhalen te beurt valt, lijken enigszins terecht. Met zondaars bedoelen we de broers in Joseph in Dothan en natuurlijk Lucifer zelf en de Luciferisten in Lucifer. De klachten zijn in dit opzicht terecht te noemen: de broers worden inderdaad door hun vader achtergesteld (al rechtvaardigt dit natuurlijk geenszins hun heftige reactie), ondanks dat zij ouder zijn. En ook van Lucifer wordt natuurlijk wel veel gevraagd. Hij moet de gevestigde orde waarin hij heel zijn bestaan in geleefd heeft, opgeven en als heerser iemand anders boven zich dulden. Het valt op dat beide groepen zondaars hun eerstgeboorterecht inroepen als argument voor hun wrevel.
De bovenstaande redeneringen kloppen natuurlijk niet met Vondels wereldbeeld en boodschap. Beide redeneringen zijn immers strikt rationeel en Gods daden en motieven dienen niet rationeel gewogen te worden. God is aan niemand verantwoording verschuldigd en Zijn Heilsplan is voor niemand doorgrondelijk. En – belangrijker - tegen Gods wilsbeschikking mag geen enkel schepsel zich verzetten, onder welke omstandigheden dan ook.
De rei in Lucifer verwoordt deze kerngedachte wellicht het best in vers 947-950:
Ons schikken is den Staat van dit Heelal verwarren,
Misschikken al wat God geschikt heeft, en beleid;
En wat het schepsel schikt, dat is wanschapenheid,
In't allerminste lid. Men staak' dit murmureren.
2. De reactie van de protagonist
- Joseph in Dothan: Joseph valt in dit stuk op door zijn uiterste passiviteit. Joseph vertrouwt volkomen op God en op zijn profetische dromen. Hij weet dat zijn lijden noodzakelijk is voor zijn latere glorie. Dit wordt verwoord in de verzen 124-126:
Een puicksteen is wel slypens waert.
De puicksteen heldert op door 't schuuren,
En kan de proef en 't oogh verduuren.
Josephs passiviteit en het feit dat relatief weinig op het toneel verschijnt, leidde sommige critici zo ver dat ze Joseph zelfs niet meer als het hoofdpersonage beschouwen. Vooral W.A. Ornée's bijdrage Ruben in Dothan in het verzamelschrift Wat duikers vent is dit! is hierin verdienstelijk.
- Lucifer: Lucifer blijft echter alles behalve passief. Hij pleegt verzet en probeert God van de troon te stoten, hetgeen vanzelfsprekend mislukt. Het feit dat Lucifer het zelfs maar aandurft de Allerhoogste aan te vallen, wijst op een hoogmoed die de ongelovige kenmerkt. Het is paradoxaal dat Lucifer, die aangesteld was als handhaver van de gevestigde hemelorde, nu obsessioneel tracht deze orde te vernietigen. Lucifer zag die orde statisch en aanvaardde niet dat God er naar zijn willekeur (volgens Zijn ondoorgrondelijk plan) mee kan omspringen. Lucifer wordt rebel uit conservatisme. Hij vergeet zijn plaats in het geheel en wil zijn rol als ordehandhaver (dus beschermer van de status quo in de machtsverhoudingen) behouden, zelfs wanneer de Allerhoogste anders beveelt.
3. Het lot van de protagonist
- Joseph in Dothan: Het is logisch dat uit zoveel godsvrucht extreme glorie komt in Josephs verdere lot. Josephs verdere glorierijke leven verhaalt Vondel in zijn twee andere Joseph-stukken: Joseph in Egypten en Sofompaneas.
Maar er is meer aan de hand. Josephs aanvankelijke lijden is niet alleen gunstig voor Joseph zelf, heel de mensheid is ermee gebaat. Men mag immers niet vergeten dat uit het geslacht Jacob, via Joseph, uiteindelijk Christus zal worden geboren. Door Josephs lijden zal hij immers naar Egypte gebracht worden, hetgeen de weg voorbereidt naar de Nieuwe Testament en de geboorte van Christus. In de opdracht die Joseph in Dothan voorafgaat, schrijft Vondel (v 46-51):
Wy zien hier oock, als in eenen klaeren
Spiegel, hoe Gots voorzienigheit zich hier van wel weet te
Dienen, tot uitvoeringe van zijn verborgen besluit, ten
Beste van 't menschelijk, inzonderheit van Abrahams ge-
slacht;
De link met Christus wordt door Vondel zeer expliciet gemaakt. Joseph is duidelijk een voorafspiegeling of beter zelfs een prototype van Christus. Zo legt Vondel Joseph enkele zinnen in de mond die iedere christen zal doen denken aan Jezus' kruiswoorden:
O Godt, vergeef hun dit. (v. 722)
Myn Godt, mijn godt, magh mijn geklagh niet baeten,
En gaet uw glans en aenschijn voor my schuil,
Voor my, helaes, van u en elck verlaten,
In dees spelonck, en onverlichten kuil? (v. 744-746)
Door de vele openlijke en heimelijke verwijzingen naar de link Joseph/Christus (denk maar aan de verkoop door Judas), kunnen we spreken van een zijdelingse allegorie.
- Lucifer: Tot zeer ver in het stuk (wellicht zelfs tot de Zondeval van Adam) heeft Lucifer de kans tot wroeging en vergiffenis voor zijn daden. Met name Rafaël biedt Lucifer deze kans op verzoening:
Verneer u: staeck dier toght: ick offere u gena,
Met dien olyftak: gryp, of echter 't is te spa.
(v. 1510-1511)
Lucifer vervalt in een laatste zonde: de zonde van de wanhoop. Hij gelooft niet dat God hem deze opstandigheid ooit zou kunnen vergeven, hij gelooft niet meer in Zijn barmhartigheid. Het is vreemd dat Lucifer, die zo dicht bij God stond, nu niet kan inzien dat Zijn genade het altijd winnen zou van Zijn toorn.
Lucifer grijpt deze kans echter niet en wordt voor zijn daden van verzet uit de hemelen gesmeten. Hij en zijn kompanen ondergaan een gruwelijke gedaanteverwisseling en worden afzichtelijke duivels. Lucifer schept met zijn metgezellen een nieuwe tegengestelde orde in de hel. Zo vervult zelfs hij zijn –zij het dan negatieve – rol in Gods Heilsplan.
Na Lucifers eigen val bewerkstelligt hij de val van Adam, de eerste mens. Lucifer projecteert eigenlijk zijn vroegere eigen situatie op Adam, om deze zo tot zonde te drijven. Ook Adam zal rebelleren tegen Gods gewilde wereldorde door het eten van de appel. Ook Adam vergoelijkt zijn zonde voor zichzelf door zichzelf aan te praten dat hij door God tekort gedaan wordt. Zo wordt Adam een nieuwe Lucifer.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.