ff n studiebreak
Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
1. DE BESCHRIJVING VAN DE LEESERVARING
1.1 PRIMAIRE GEGEVENS VAN HET GELEZEN WERK (blz.17):
a. Auteur: Jan Wolkers
b. Titel: De Doodshoofdvlinder
c. Ondertitel:------
d. 1e Verschenen in: 1e druk in 1979 ikke heb 2e druk uit 1997 255p.
e. Aantal blz.: 255
f. Leestijd: rond de 10/11 uur
g. Uitgelezen op: 2 januari 2002
h. Gebruikte secundaire literatuur: Nee
1.2 VERANTWOORDING VAN DE KEUZE (blz. 18/19):
Nou we moesten weer een boek lezen dus moest ik iets kiezen om te lezen! Ongeveer 2 jaar geleden in de zomervakantie heb ik 2 boeken gelezen van Jan Wolkers namelijk: “Kort Amerikaans” en “Terug naar Oegstgeest”. Deze stijl van Jan Wolkers vind ik een goede stijl want ik hou wel van die ranzige dingen dus dit boek was dus een keuze omdat ik deze schrijver uitermate goed vindt.
1.3 VERWACHTINGEN VOORAF (blz. 19/20):
Nou aangezien de schrijfstijl van Jan Wolkers in die 2 andere boeken hetzelfde was ging ik er vannuit dat dit boek ook dezelfde schrijfstijl zou hebben. Dus ik verwachtte een lekker ranzig boek waar je makkelijk doorheen leest!
1.4 EERSTE REACTIE ACHTERAF (blz. 20):
Boek was volgens verwachting gewoon goed! Helemaal mijn stijl ik denk dat ik nog een keer een boek ga lezen van Jan Wolkers voor mijn lijst want hij is echt top! Alles wordt echt tot in de details uitgeschreven en d’r zitten zulke ranzige dingen tussen en dat mag ik dus echt wel!
1.5 KORTE SAMENVATTING VAN DE INHOUD (blz. 20/21):
Paul wordt op een ochtend wakker, zijn zus belt op en vertelt hem dat zijn vader op sterven ligt. Hij moet daarom een barbecueavond met zijn klas (hij is leraar Engels) afzeggen. Hij gaat naar buiten om zijn auto te starten, maar hij doet het niet. Hij belt de wegenwacht. Als Paul dan toch op weg is, krijgt hij een aanrijding met een meisje op rotonde voor de RAI in Amsterdam. Als hij uit zijn auto stapt (hij heeft verder niets), gaat hij in de andere auto kijken. Daar zit een meisje dat met haar neus tegen de voorruit is geslagen. Ze zegt dat ze op weg naar het ziekenhuis zijn, omdat haar vriendin zich in haar vagina heeft gesneden, en dat haar schoenen vol met bloed staan. Ze wordt naar het ziekenhuis afgevoerd in een ambulance en Paul belt op naar het huis waar zijn vader op sterven ligt. Zijn vader blijkt intussen al overleden te zijn. Hij gaat terug naar het autootje van het meisje, Carla. Hij neemt een pakje sigaretten van het merk Tigra mee uit het dashboardkastje. Hij rijdt uiteindelijk in zijn auto naar het huis waar de familie op hem wacht. Zijn vader ligt opgebaard in een kamer. Hij kust zijn vader op het voorhoofd, en vanaf die handeling heeft hij steeds meer pijn in zijn nek en voelt dat zijn vader ijskoud is. Ze zijn bezig met het opstellen van een rouwadvertentie. Er is onenigheid tussen de kinderen over welke spreuk erboven de rouwadvertentie moet komen te staan. Ook wordt er een kist uitgezocht. Als hij weggaat uit het huis van zijn moeder, gaat hij naar Carla, in het ziekenhuis. Carla vindt het raar dat hij haar komt opzoeken met bloemen, terwijl zij fout was bij de aanrijding. Paul vraagt haar wat er was met die vriendin, maar zij antwoordt niet en zegt dat hij maar weg moet gaan vanwege de hoofdpijn. Hij gaat voor haar naar haar kamer om wat foto's te halen voor de chirurg. Hij snuffelt wat in haar kamer rond en vindt wat foto's. Dan gaat hij via het ziekenhuis weer naar huis. Als hij weer thuis is denkt hij aan Carla, maar in zijn gedachten ziet hij een vaart, waarin zijn vader komt aandrijven. Het vaartuig doet hem denken aan een doodshoofdvlinder die hij eens, op een vakantie gevonden had. Hij vroeg zich toen af hoe een vlinder ooit met de menselijke dood op zou rug kon rondvliegen. Hij pakt dan een boek en gaat slapen. Als hij wakker wordt, herinnert hij zich de droom over zijn vader, die in de zuurkool begraven wordt. Hij stapt uit bed, doet zoals gewoonlijk zijn judojas en zijn tennisschoenen aan en ruimt de rommel in zijn kamer op. Hij gaat naar de reformwinkel om iets vegetarisch te halen. Daarna rijdt hij naar het kerkhof, want daar zouden de resten van zijn overleden broer in een beenderkistje worden gelegd, zodat zijn moeder te zijner tijd naast haar man komt te liggen. Als ze thuis gegeten hebben gaat hij naar Carla in het ziekenhuis. Hij neemt een bakje aardbeien mee, en ondanks dat ze geen eten mag, eet ze het hele bakje leeg. Op haar kamer ligt nog een oude vrouw, die constant op haar loopt te letten. De volgende dag gaat hij weer nar het huis van zijn vader. Hij laat daar een broer van hem ontzettend schrikken. Hij praat met zijn familie over zijn eerder overleden broer, en zegt dat zijn vader er nog goed bij ligt, omdat zijn cellen nog verzadigd zijn. Darna gaat hij weer naar Carla. Daar vraagt hij wat er met die vriendin was. De vriendin van Carla heeft zich inderdaad gesneden, omdat ze er niet tegen kon dat Carla soms vriendjes had, terwijl ze lesbisch was en Carla haar vriendin was. Daarna gaat hij weer naar huis. De volgende morgen gaat hij Liz, een prostituee die wel eens met hem omgaat, ophalen. Hij gaat met haar naar bed maar het lukt niet zo. Hij praat ook met haar over zijn vader. Hij zet haar weer af en gaat 's avonds slapen. Hij denkt zich in wat hij met acht kippen moet doen die hij voor de barbecue gekocht heeft. Hij gaat naar Carla's kamer, en vindt daar naaktfoto's. Hij neemt er een mee en gaat weer naar zijn vader. Zijn zusje Jenny die in Amerika zat is er ook. De volgende ochtend wordt zijn vader begraven. Zij mag op het orgel spelen, ze is namelijk naar Amerika vertrokken en speelt nu in een nachtclub. Paul gaat met zijn zusje Jenny naar een seksshop, ze kijken naar wat filmpjes. Hij zet Jenny af bij haar vroegere muziekleraar en gaat naar huis. De dag daarna wordt zijn vader begraven. Hij gaat weer naar het ouderlijk huis, en daar begint de rouwdienst. Als de dienst afgelopen is gaat hij naar Carla in het ziekenhuis, die inmiddels weer naar huis mag. Paul brengt haar naar die vriendin, waar Carla en die vriendin elkaar in de armen vliegen.
2. DE VERDIEPING
2.1 TIJD:
a. Vertelde tijd: 5 dagen uit het leven van Paul.
b. Verteltijd: 10/11 uur
c. Chronologisch of niet: Het boek is chronologisch verteld. Het boek verteld het verhaal van Paul, wiens vader overlijdt van het wakker worden en het telefoontje, tot en met de werkelijke begraven van zijn vader. Er zijn dus geen (hoofd)stukken die terug in de tijd gaan. Geen grote stukken in ieder geval. Terug verwijzingen hebben de functie dingen uit het verleden even op te halen, meer ook niet.
d. Flashbacks: Er zijn soms flashbacks uit het verleden over hoe het vroeger ging met de vader van Paul maar ja dat waren er maar een paar.
e. Begin in medias res of niet: Niet
f. Gesloten einde of open einde:Zo goed als een gesloten einde alles was afgerond
en Paul begon weer aan zijn oude leventje (staat ook in het boek zo op het eind)
2.2 RUIMTE:
a. Topografische plaats: Het speelt zich af in Nederland, Paul woont in Amsterdam.
b. Klimatologische omstandigheden: Slecht het was echt herfstweer! Mistig heel mistig want daardoor had Paul ook dat ongeluk omdat ie bijna niks zag. Op het einde van het verhaal brak de zon wel door!
2.3 WIJZE VAN VERTELLEN:
De ik-persoon alles wordt door Paul vertelt in ieder geval vannuit zijn ogen.
2.4 SPANNING:
Er zit geen spanning in dit verhaal. Men krijgt vooral informatie door je in te denken in het leven van Paul. Dat heeft dan ook de boeiende werking, als je je niet goed kan indenken in het leven van Paul, dan vind het je waarschijnlijk ook geen mooi boek, vooral omdat het je niet boeit.
2.5 THEMA:
Naar mijn mening heeft het boek twee thema's:
De dood en seks
De dood
In het hele verhaal is duidelijk op te maken dat de dood een rode lijn door het verhaal vormt. De hoofdpersoon zijn vader is overleden. Vanaf dat moment start het hele verhaal De aanrijding, het rouwproces, de begrafenis.
De hoofdpersoon heeft het er behoorlijk moeilijk mee.
Seks
Er valt tevens op te maken dat ook dit een thema in het boek is, zoals in zoveel Wolkers boeken. Door middel van seks probeert Paul de dood van zijn vader te vergeten, of te verwerken. Hij gaat naar bed met Liz, de prostituee, maar het wil hem niet lukken. De dood van zijn vader blijft door zijn hoofd spoken. Tevens probeert hij relatie op gang te brengen met Carla, iets dat hem echter niet lukt. Hij neemt wel een naaktfoto uit haar huis mee. Hij gaat samen met zijn zus Jenny naar seksshops en seksbioscopen om het verdriet van het verlies van zijn vader te verwerken. Maar dit helpt ook niet echt.
Al met al valt dus op te maken dat de hoofdpersoon door middel van seks een sterfgeval probeert vergeten. Dit zou dus eigenlijk als het gehele motto kunnen dienen.
Maar alsof de dood bij de hoofdpersoon niet te verwerken valt, ook niet door seks.
2.6 MOTIEVEN:
- Herinneringen over zijn vader.
- Het neusgootje van Carla, want dat tuit zo mooi naar voren.
- Sigareten uit het pakje Tigra.
- Het naar de grond staren van de moeder van Paul als ze treurt om de dood van haar man, Pauls vader dus.
- De goede vriendschap tussen Paul en een hoertje.
2.7 PERSONAGES:
a. Innerlijke en uiterlijke kenmerken van de hoofdperso(o)n(en):
b. Karakter of type:
c. Bijpersonen:
Deze drie dingen in een tekstje samen gevoegt zie hieronder:
Paul
De ik-figuur in dit verhaal is geen echte, maar een 'verhulde' ik-figuur. We zien alles gebeuren vanuit het perspectief van 'Paul, nergens wordt dat perspectief doorbroken. We leren de hoofdpersoon kennen door zijn gedrag, zijn gedachten, maar vooral ook door de vele keren dat hij droomt. De dromen vertellen over de haat en wraakzucht ten opzichte van zijn vader, die nog steeds (na 35 jaar uit huis te zijn) onder de oppervlakte aanwezig waren bij Paul. Tot zijn afschuw ziet Paul dat hij droomt hoe zijn vader door hem wordt uitgebeend om als vlees voor de zuurkool te dienen. In een andere droom blijkt zijn tevredenheid om de dood van zijn vader. Hij droomt dat zijn zus Jenny zijn vader castreert en zijn geslacht opbraadt in een braadpan.
De keren dat Paul hevige emotie vertoont is dat niet vanwege de dood van zijn vader, maar uit mededogen met zijn moeder en uit herinnering aan zijn broer Hugo. De mededeling van Anna over de telefoon dat vader op sterven lag wekt bij hem een golf van haat en woede op omdat hij zich weer situaties uit zijn jeugd herinnert die daar aanleiding toe geven.Paul denkt vrijwel uitsluitend negatief over zijn vader: als deze Paul eens opbelt voor zijn verjaardag (voor het eerst sinds 30 jaar) denkt Paul: moeder zal hem er wel toe hebben aangezet. Toch is het zijn broer Dolf, die de meeste schampere, belachelijk makende opmerkingen over vader maakt, ofschoon Dolf juist wél blijk geeft van genegenheid voor vader. (Daar was Paul nog jaloers op). Het is alsof Paul zich in het verloop van het verhaal tracht te ontdoen van rancune. Daarom ook komt steeds weer dat witte mesje terug in Pauls gedachten: hij moet het vinden, als een soort wiedergutmachung. De afschuwelijke herinneringen uit zijn jeugd, waarin zijn vader een negatieve rol speelt komen voortdurend in Paul op, maar hij schudt ze van zich af als om ze nu voorgoed kwijt te raken. Paul wil van zijn haat af. De laatste dag, tijdens de huisdienst en later tijdens de begrafenis speelt er geen enkele jeugdherinnering meer door Pauls hoofd, en geen enkele negatieve gedachte over zijn vader. Toeval? Wilde Paul door het geven van een grafkrans met de tekst:"Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken" een zoenoffer geven, en met deze tekst zijn verbondenheid met zijn vader uitdrukken?
We kunnen niet zeggen dat er verder een duidelijke ontwikkeling te bespeuren is in het karakter van de hoofdpersoon. Naarmate het verhaal vordert leren we het karakter van de hoofd- persoon kennen. Een verandering in het denken van Paul valt nauwelijks te constateren, behalve dan het wegblijven van de hatelijke gedachten over vader tegen het einde van het verhaal.
Enkele facetten van Pauls karakter; Hij kan moeilijk contacten met anderen verdiepen en deze bewaren: de relatie met zijn eigen dochter (Laura) is zeer oppervlakkig. Zijn relatie met Liz eveneens: hij krijgt zelfs niet de kans om met haar een behoorlijk gesprek te voeren. Zichzelf geven in een relatie met Carla schijnt onmogelijk, vooral van zijn kant blijft het oppervlakkig. Hij zegt haar niet eens dat zijn vader was overleden. Zijn zuster Jenny die qua opvattingen bij hem aansluit, doet vrij openhartig naar Paul, maar Paul zelf blijft gesloten. Paul is een eenzame figuur.
Een ander facet in dit karakter is de geobsedeerdheid door dood en verval. Het is of Paul in zijn tuin en die van zijn ouders uitsluitend de verrotting ziet welke de herfst met zich meebrengt. Als hij aan zijn vader denkt ziet hij reeds het bederf in gedachten "Hij kon het niet laten eraan te denken hoe lang het zou duren voordat het lijkenvocht door de bodem van de kist van zijn vader gesijpeld zou zijn naar dat gebeente toe". Vaak denkt Paul aan de dood. In het begin van hoofdstuk 5: 'Hoe kan materie die zo verfijnd is dat je er beelden en gevoelens van tientallen jaren geleden haarscherp mee te voorschijn kan brengen, en emoties, geuren en geluiden, tot een drabbig vocht worden dat amper in staat is om een paardebloem in leven te houden'. De acht halve kippen komen steeds terug in het verhaal: het zijn lijken, en een belangrijk ondersteunend motief in dit verhaal waarin de doodsgedachten van Paul overheersen. Ook het veelvuldig optreden van maden in dit verhaal ondersteunen de sfeer van verrotting en dood waarin Paul zich bevindt.
Opvallend is dat een reden voor Paul om Carla achterna te lopen in het ziekenhuis er een is die ook in verband staat met afbraak en destructie: de uitspraak van Carla dat haar vriendin zich "in haar kut had gesneden, zodat het bloed haar in de schoenen stond" intrigeerde Paul in hoge mate. Daarom bezoekt hij Carla. Carla is zelf ook geschonden: haar neus is weggedrukt. Carla is een eenzaam meisje. Paul is geïnteresseerd in eenzaamheid van anderen: hij is het zelf ook. Daarom gaat hij Carla's kamer onderzoeken. Bovendien spreekt hem het gruwelijke, de horror aan.
Het mededogende, de zachtmoedigheid is echter ook een facet aan dit karakter. Het medelijden dat Paul diverse keren toont voor zijn moeder: hij weent om haar tranen; hij doet net of hij nog graag vist als zij dit vraagt; hij veinst iets te geven om zijn vader en kust het lijk op 't voorhoofd; Paul helpt de visser met het snoer in de boom; hij helpt Carla; hij past er voor op om woordenwisseling te krijgen met zijn familie, waar hij het vaak niet mee eens is (Karel, Anna); hij walgt van kippenlijken, maar koopt ze toch voor zijn leerlingen; hij helpt de kikkers uit hun lijden.
Carla
Carla lijkt op Paul. Ook zij is eenzaam. Behalve Paul komt niemand haar opzoeken in het ziekenhuis. Zij lost haar isolement op door een lesbische relatie aan te gaan met Suzie, ofschoon zij zelf niet lesbisch is. Maar een echte oplossing is het niet, want deze relatie loopt steeds spaak: zelfs twee zelfmoordpogingen heeft deze tot gevolg gehad inmiddels. Carla meet zich uit verdediging tegen de vijandige buitenwereld die haar niet uit haar eenzaamheid redt, tegen haar ouders die haar (net als Paul) frustreerden in haar jeugd, een verzethouding aan: ze is nors en weerspannig tegen Paul, die probeert kennis te maken en tot op het einde van het boek houdt Carla die houding vol. Als Paul al een relatie met haar wil opbouwen, dan heeft dit niet veel succes. Jenny zegt al tegen Paul: 'Met deze girl wordt je nooit oud Paul'. (Jenny in reactie op de naaktfoto van Carla).
Moeder
De persoon van de moeder blijft onduidelijk. Veel emotie vertoont zij niet als haar man overlijdt. Er wordt gespeculeerd dat zij boos is op zichzelf of op hem , dat hij zonder dat zij er bij was stierf. Moeder vertoont een speciale genegenheid voor Paul, die alles doet om haar niet teleur te stellen. Met Anna kan zij niet opschieten. Anna zegt: 'Moeder heeft altijd tussen hem en ons ingestaan. Ze heeft ons altijd van hem weggehouden.' Moeder komt over als een wat koppig, niet al te intelligent iemand. Steeds maar die herhaling: 'wat ligt hij er vredig bij, het is net of hij slaapt'.
Anna
Anna is een emotioneel type. Ze moet erg veel van vader gehouden hebben, of liever: ze vond hem indrukwekkend, was trots op hem. Ze had graag meer contact met hem gehad, maar ze meent dat moeder dat heeft voorkomen. Ze is vrij burgerlijk. Net als haar broer Karel moet ze niets hebben van Jenny, en het soms nogal vrije gedrag van Dolf en Paul keurt ze eveneens af.
Karel
Karel wordt afgeschilderd als de calvinist. Vaste normen, nogal burgerlijk, altijd serieus, altijd verstandig en voortdurend moraliserend. Karel keurt Pauls gedrag af, net als dat van Dolf en Jenny.
Jenny
Jenny lijkt in zekere zin op Paul. Zij is eveneens gefrustreerd door de streng calvinistische opvoeding thuis en de strenge vader. Ze is het huis echter ontvlucht en een nieuw leven in Amerika begonnen. Daar zag zij kans het verleden van zich af te schudden, er niet meer aan te denken. 'mijn leven is gewoon in tweeën. De eerste helft is hier gebleven. Ik dacht voor altijd.' ... 'En toen ik in het vliegtuig naar hier zat wist ik het allemaal nog, het kwam allemaal weer boven. "I was crying in the airplane. Je moet alles vergeten als je wilt survive. The whole mess. Maar dat gaat niet." Ook Jenny heeft geleden onder de opvoeding. Om die reden klikt het misschien zo goed tussen Jenny en Paul.
Dolf
Dolf is een figuur die nogal contrasteert met Paul. Paul is somber en zwartgallig. Paul probeert van zijn vaderhaat af te komen. Dolf verhindert dat bijna. Immers, Dolf die erg gesteld was op zijn vader (waar Paul jaloers op was), ziet het dramatische niet in van de dood van zo'n 80-jarige, en is in staat overal de humor van in te zien. Kwajongensachtig maakt hij grappen ten koste van zijn vader. Omdat Paul de enige is die hem (schijnbaar) een gewillig oor leent, gaat Dolf steeds verder en worden de grappen steeds negatiever en onaangenamer. Van een werkelijk contact tussen de twee is geen sprake. Dolf merkt niet dat zijn opmerkingen niet in de smaak vallen bij Paul, die tegen zijn herinneringen vecht. Ook Dolf is niet in staat tot Paul door te dringen en diens eenzaamheid op te lossen.
Laura
Laura, de dochter van Paul, wordt nauwelijks getekend. Ze lacht af en toe 'engelachtig' tegen hem, en laat zich domineren door haar vriend Charley. De wijze waarop ze met haar vader omgaat (namelijk nauwelijks) illustreert het beeld van eenzaamheid, dat we van Paul reeds hebben.
2.8 STIJL:
Vrij nieuw want er wordt niet moeilijk gedaan over het onderwerp SEX, want vroeger was dat min of meer verboden om dat zomaar te gebruiken! Al die termen die Jan Wolkers gebruikt zijn ook allemaal vrij nieuw.
2.9 TITEL, ONDERTITEL EN MOTTO:
De titel de doodshoofdvlinder is ter verklaren naar aanleiding van de droom die Paul heeft. Hierin droomt hij dat zijn vader, net als in de werkelijkheid, dood is, en in een vaartuigje dat op een doodshoofdvlinder lijkt, op de vaart naar Paul toe komt drijven.
Motto:
I think we are in rat's alley. Where the dead men lost their bones
The Waste Lant, T.S. Eliot
Vertaald: Ik denk dat we in het steegje van de ratten zijn. Waar de dode mensen hun botten verloren.
Het eerste motto verwijst nar de vegetatiemythe, een belangrijk thema in het boek. Het verhaal blijkt gewoon een gebeurtenis uit het dagelijks leven te zijn, die ineens precies hetzelfde karakter heeft als de vegetatiemythe, welke ook vertelt over een vader, een zoon en een moedergodin.
'You've got yourself in another jam, I see', he said cheerfully.
Why don't you try some quiet business like embalming?
The long goodbye, Raymond Chandler
Vertaald: Je hebt jezelf aardig in de nesten gewerkt, zie ik, 'zei hij opgewekt. Waarom probeer je niet wat stille zaken, zoals balsemen?
Dit motto slaat op de overleden vader van Paul. Het lijkt alsof Paul hier tegen zijn vader praat. Met jezelf aardig in de nesten werken bedoelt hij het doodgaan van zijn vader.
Paul en zijn familie dragen hun vader steeds met zich mee, alsof hij nog steeds bij hen is. Als een soort mummie. Mummies worden geconserveerd om langer te laten meegaan doormiddel van balsemen. Voor Paul is zijn vader dus een soort mummie, die nog steeds bij hem is.
2.10 GENRE:
Naar mijn mening hebben we hier te maken met een psychologische roman. Het gaat in dit boek namelijk hoe Paul zich voelt na het overlijden van zijn vader, en hoe hij hier op reageert. Je kan goed merken hoe zijn gedrag omschakelt van vrolijk(wanneer hij nog niet van het overlijden van zijn vader weet), naar het steeds aan zijn vader denkende Paul. Ook kun je uit het boek goed merken wat voor soort persoon Paul is. Dit merk je bijvoorbeeld doordat hij Carla zelfs nog in het ziekenhuis op gaat zoeken, en hoe hij met zijn familie omgaat in het ouderlijk huis.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.