Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?

Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

Info over dit verslag

Geschreven door:

miss helen [meer]

Niveau:

3HAVO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

3058

Opvragingen:

34

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (126 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Thea Beckman

Laatst gewijzigd op 15 april 2002

Gegevens over het boek

Titel Kruistocht in Spijkerbroek
Verklaring van de titel De Titel: “Kruistocht in spijkerbroek slaat op Dolf die in zijn spijkerbroek uit de twintigste eeuw meeloopt in een kruistocht in 1212.
Schrijver/schrijfster Thea Beckman
Welke titels de auteur nog meer heeft geschreven
Geef me de ruimte, Vrijgevochten
Verband tussen deze boeken Speelt zich bijna allemaal af in de geschiedenis
Eerste druk 1971
Gelezen druk 57ste druk
Uitgever Lemniscaat, Rotterdam
Illustrator Rinke Doornekamp, Utrecht


Inhoud en opbouw

1. Typering
Het is een historische roman. Want het verhaal gaat over de kinderkruistochten in 1212, in de Middeleeuwen.

2. Samenvatting
Op en dag komt Rudolf Wega in het laboratorium van een collega van zijn vader kijken naar “de materie-transmitter”. Het is een apparaat die voorwerpen en mensen kan terugflitsen naar het verleden. Als Dolf dit ziet wil hij heel graag naar het verleden geflitst worden. De professor wil dit eerst niet omdat hij het veel te riskant vindt, maar Dolf weet hem over te halen. Hij mag een middag naar het riddertoernooi in 1212 in Montgrivay in Frankrijk. Op voorwaarde dat hij precies om 5 uur weer op de goede plek is, dat is de plek waar hij ook heen werd geflitst. Dat is op een platte steen. Als hij daar aan denkt te komen ziet hij dat een jongen door struikrovers wordt aangevallen. Hij helpt de jongen door één van de struikrovers met zijn mes te steken. Als ze zo één van de struikrovers doden slaat de andere op de vlucht. Hij leert de jongen beter. Hij heet Leonardo Fibonacci en hij om uit Pisa. Hij praat anders dan Dolf, maar Dolf kan hem toch wel vertaan als hij langzaam praat. Hij raakt met de jongen aan de praat en komt erachter dat Leonardo een student is en twee jaar in Parijs heeft gestudeerd en nu op weg is naar Bologna om daar zijn studies te voltooien. Dolf stelt zich ook voor maar zegt niet dat hij uit de twintigste eeuw komt. Als het bijna vijf uur is wil hij snel terug gaan naar de plak, maar als hij daar door een enorme stoet kinderen niet op tijd komt wordt hij dus niet teruggeflitst. Nu zit hij dus in de dertiende eeuw en besluit samen met Leonardo aan zich aan te sluiten bij de stoet van kinderen als hij hoort dat het om een kinderkruistocht gaat waar meer dan achtduizend kinderen aan mee doen. Zij zijn op weg naar het Heilige Land, om Jeruzalem van de Sarcanen te bevrijden. Nicolaas, hun leider, zal bij Genua de zee voor de kinderen laat wijken en dat ze op deze manier door de zee kunnen. Daar zullen ze, met hulp van God, de Sarcanen (Turken die op dat moment de baas waren in Jeruzalem) kunnen veroveren. Volgens Leonardo zijn ze uit Keulen vertrokken en alle kinderen –grote en kleine- die geen huis hadden of die niks meer met thuis te maken wilden hebben gingen mee om het wonder te zien en de Sarcanen te veroveren.
Als ze bij de stad Spiers aankomen sluiten de bewoners snel de poorten want zij willen niet dat al die hongerige kinderen in hun stad komen. Hun priester houdt in de stad Spiers een redevoering waarin hij zegt dat God de burgers zal straffen voor hun asociale gedrag. De burgers luisteren niet en houden de poorten dicht. Als Dolf ziet dat er een kind bijna verdrinkt redt hij het en zo redt hij nog zes kinderen. Als het ’s nachts vreselijk begint regenen en te onweren vat de kerktoren van Spiers en een paar huizen vlam. Alle burgers helpen met blussen. Tijdens de regen komt er een klein meisje bij Dolf zitten en hij kan haar beschermen met zijn regenafstotende jas. De volgende ochtend als er van de stad Spiers niet veel meer over is, komen de burgers met manden voedsel en zetten het bij het kamp. Nicolaas bedankt hen hiervoor en de kinderen krijgen eten.
Ze trekken verder langs de Rijn.
Dolf wil die avond, van de groente die over was, soep maken en ging opzoek naar pannetjes en kwam bij een kampvuurtje waar hij de jongens Peter, Frank en Fredo zag. Ze gingen mee naar het kampvuurtje van de Dolf. Dolf ziet dat het in het kamp slecht geregeld is: er verdrinken weer een paar kinderen in de rivier; lang niet iedereen heeft te eten; er gaan veel kleintjes dood. Hij vindt dat daar wat aan moet gebeuren. Daarom gaat hij de volgende avond naar de tent van de leiders Nicolaas, de twee monniken en van de kinderen van edel bloed. Daar legt hij uit dat er een betere organisatie moest komen: er moesten vis-, jacht-, orde- en leerlooiersgroepen komen. Eerst vonden Nicolaas en de monniken dat niks maar als een mooi uitgedoste jongen: Carolus (de toekomstige koning van Jeruzalem) zegt dat hij het helemaal met Dolf eens is, gingen ze overstag. Zo werd de organisatie een heel stuk beter. Zo komen ze na een aantal dagen lopen in een goed georganiseerde groep in Rottweil aan. Ze laten daar een aantal hele zieke kinderen achter en Dolf laat daar 800 broden bakken in een nacht: een wonder. Als ze verder lopen komen ze een nieuw obstakel tegen: de ziekte de Schraklen dood. Er gaan een hoop kinderen dood. Gelukkig kan Dolf met zijn kennis van ziekten de ziekte overwinnen. Omdat Dolf veel wist over ziekten (zeker voor die tijd), na het wonder van de 800 broden en omdat Dolf niet Christelijk was opgevoed en zo nooit bad en God om hulp vroeg werd hij beschuldigd van ketterij. Als hij na een proces de doodstraf gekregen helpt Dom Thaddeus hem zodat de doodstraf aan hem voorbij gaat. Na een lange en gevaarlijke reis door de Alpen waar veel kleine kinderen gesneuveld waren kwamen ze aan op de Povlakte. Daar sterft de kleine koning Carolus aan een blindendarmontsteking. Als ze ook de Povlakte over zijn moeten ze nog een gebergte voor ze bij de zee zijn: de Apennijnen. Als de Apennijnen achter hen liggen en de zee voor hen stijgt de spanning. Omdat Nicolaas de zee moet laten wijken gaat hij eerst een middag vasten en bidden. Dom Anselmus ging de stad in en Dom Johannis ging naar Dolf. Hij huilde en vertelde zijn verhaal: hij en Dom Anselmus hadden hem en de kinderen bedrogen. In plaats van dat de zee zou wijken zou Dom Anselmus komen en zeggen: “In plaats van dat de zee zou wijken heeft God ons schepen gestuurd die zullen ons naar Jeruzalem brengen.” Maar dat zou niet gebeuren want in plaats van Jeruzalem zouden de schepen naar de slavenmarkt in Afrika worden gebracht. En daar zouden de kinderen voor veel geld verkocht worden. Als Dolf dit hoort brengt hij 100 kinderen naar zich toen en verteld hun wat Dom Johannis hem net verteld heeft en dat dat absoluut niet mag gebeuren. Hij zorgt dat ze de andere kinderen verbieden op de schepen te gaan. De kinderen begonnen het nieuws te vertellen. Nicolaas kwam uit zijn tent, liep naar de zee, strekte zijn, handen en er gebeurde niks. En toen kwam inderdaad Dom Anselmus om te zeggen dat God hun schepen had gestuurd. Maar in plaats van dat alle kinderen juichend naar de schepen renden verscheurden ze Dom Anselmus in stukken. Dit was eigenlijk het einde van de kruistocht maar omdat de burgers van Genua het niet goed vonden dat de kinderen op het strand bleven moesten ze verder. Dom Johannis hing met een groep kinderen terug naar Keulen. Een aantal kinderen bleven in Genua en de rest ging met Dolf verder trekken. Leonardo ging naar zijn ouders in Pisa. Dolf trok verder door Italië. Daar vindt een jongen een aluminium doosje waar een boodschap in zit voor Dolf. In die boodschap staat precies hoe laat hij weer op de plek moet zijn van het gevonden doosje. Zo wordt hij teruggeflitst naar de twintigste eeuw.

3. Thema en motieven
Thema van het boek is: "Hoe het leven van Middeleeuwse kinderen verandert door de Kinderkruistochten." Dit komt duidelijk naar boven uit het verhaal omdat je gewoon precies leest hoe die kinderen leven, en hoe ze ziek worden omdat ze door de kruistochten zo weinig te eten krijgen.

4. Verhaalfiguren
Dolf Wega: van Amsteveen. Hij wordt ook wel Rudolf genoemd omdat ze die naam kennen in de dertiende eeuw. Hij is een slimme jongen zit in 3 gymnasium, want hij zit in de derde en heeft Latijn op school. Hij is ook heel moedig want hij wil naar het verleden en hij sluit zich ook aan bij de kruistocht om de kleine kinderen te helpen. Hij is vriendelijk, hij is voor iedereen te vertrouwen, hij is heel dapper en heeft alles over voor het Kinderleger. Hij is ook erg goed in organiseren, hij leidt ook de kruistocht zo’n beetje. Hij heeft ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij is lang, heeft blond haar en blauwe ogen. De kinderen van de kruistocht vinden hem vreemd omdat hij uit een veel modernere tijd komt. Hij verandert wel een beetje in de loop van het verhaal want in het begin is hij wel een beetje onzeker maar aan het eind is hij tot alles in staat, hij heeft één keer bijna zijn leven opgegeven om iets te doen voor de kinderen. Ook is hij veel zelfstandiger geworden en harder, want eerst vond hij het echt vreselijk dat hij een meisje zag sterven maar later vond hij het nog wel heel erg dat het gebeurde maar was hij er ook een beetje aan gewend en vond hij het al iets minder erg.
Leonarde Fibonacci: da Pisa. Leonardo is een middeleeuwse student. Hij is heel vriendelijk, hij is ook tot alles in staat voor het Kinderleger. Hij is ook heel dapper samen met Dolf neemt hij het Kinderleger op zich. Hij is snel van begrip. Dit merk je vooral als Dolf hem een andere manier van rekenen leert. Hij is ook verantwoordelijk. Hij komt zelfs terug van zijn ouders om te helpen bij het leiden van de kruistocht. Hij verandert een beetje in de loop van het verhaal, in het begin is hij alleen bezig met zichzelf en zijn ezeltje maar later is hij ook met andere bezig, en is tot alles in staat voor het Kinderleger.
Nicolaas (bijpersoon): voelt zich echt een leider en heilig. Hij denkt dat God alles voor hem doet, als er iets ergs gebeurt.
Dom Anselmus (bijpersoon): hij is niet erg aardig. Hij geeft weinig om de kinderen. Hij is heel wreed, hij wil zoveel mogelijk kinderen verkopen aan de slavenhandel, zodat hij daar heel veel geld voor krijgt. Hij wil ook zo snel mogelijk verder met de reis ook als dat niet goed is voor de kinderen bv als ze erg ziek zijn.
Dom Johannis (bijpersoon): hij is in het begin ook heel wreed, omdat hij ook de kinderen wil verkopen voor geld, maar omdat hij aan het einde toch nog zorgt dat het niet doorgaat is hij niet zo wreed als Dom Anselmus. Hij verandert ook in de loop van het verhaal want hij vindt in het begin van het verhaal niet erg dat alle kinderen verkocht worden als slaaf, maar later in het verhaal is hij meer van de kinderen gaan houden en wil dan dus niet meer dat ze verkocht worden als slaaf.


5. Tijd
a) Geschiedenis tijd
Het verhaal speelt zich af in de twintigste eeuw en als Dolf is teruggeflits in 1212, in de Middeleeuwen dus.
b) Tijdsduur
De verteltijd is ongeveer 2 ½ maand. Er zijn in het boek wel een paar tijdversnellingen, bijvoorbeeld bij de Schrarlaken dood: "Op de vijfde dag van de Schrarlaken dood waren er zes doden en zeven nieuwe gevallen." De zesde dag: één nieuw geval en zeven doden. De zevende dag: geen nieuwe gevallen wel vijftien doden. Zo zijn er drie dagen voorbij gegaan in nog geen drie zinnen. Er zijn ook nog meer tijdsversnellingen en vertragingen geweest.
c) Tijdsverloop
Het hele verhaal wordt verteld in chronologische volgorde, behalve een paar kleine flashbacks als Dolf denkt aan hoe het was toen hij in de twintigste eeuw leefde.

6. Figuurlijke en letterlijke achtergrondgegevens.
a) Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal begint in Nederland in Amstelveen. Dat is waar de materie-transmitter staat. Als Dolf is weggeflitst is speelt het zich af in Het Duitse rijk en Italië (Kijk maar naar het plaatje). Dat weet je omdat het duidelijk wordt beschreven omdat het verhaal er echt om gaat waar ze zijn. Ze gaan eerst door De Alpen dan langs de Povlakte en door de Apennijnen tot aan de zee bij Genua.
b) In welk milieu speelt het verhaal zich af?
Dolf komt zelf uit een uitvinders milieu (zijn vader is uitvinder en werkt met tijdmachines), Dolf is zelf ook erg onderzoekend in gesteld (want hij wil graag weten hoe het in de geschiedenis is). In de middeleeuwen komt hij terecht tussen arme kinderen, in een godsdienstig milieu. (want Dolf word beschuldigd van ketterij omdat hij niet elke dag bidt en God niet om hulp vraagt als er problemen zijn).
c) Past de omgeving bij de sfeer van het verhaal?
Ja, wat het gaat er echt om waar ze zijn, het gaat om de Kinderkruistocht van Duitsland naar Italië, en dan alle plaatsen die ertussen komen waar ze langs komen.

7. Vertelwijze
Het boek is geschreven in een vertellersperspectief omdat je de gedachten van meerdere personen krijgt te lezen.

8. Begin van het boek
Het verhaal begint midden in een gebeurtenis: "…en dit" zei Dr. Simiak, "is dan de materie-transmitter." Dat is dus als Dolf bij de collega van zijn vader in het labratorium komt kijken.﷡﷡

9. Eind van het boek
Het boek heeft een goede afloop: Dolf komt toch terug in de twintigste eeuw en de kinderen gaan onder leiding van Dom Thaddeus naar Venetië varen en daar hun verdere leven leiden. Het is dus half open en half gesloten, want met Dolf is het wel afgesloten allemaal, maar met de kinderen niet helemaal want je weet niet of het goed gaat met het varen, en hoe de kinderen verder leven. Maar als ik moet kiezen tussen gesloten en open denk ik toch wel gesloten.

Conclusie

Dolf: hij komt op mij over als een gevoelige jongen die veel over heeft voor mensen levens. Maar ook heel sterk want hij blijft vechten voor de levens van alle kinderen enzo. Hij komt ook heel sterk op mij over omdat hij ondanks dat hij de eerste keer zijn poging om weer terug naar de twintigste eeuw miste toch sterk bleef, hij bleef toch met alles waar hij mee bezig was doorgaan. En hij komt ook heel aardig op mij over omdat hij alles met de kinderen deed, leed en verdriet, en vriendschap.

Ik vind de personen wel reëel want ik geloof wel dat je zo kunt zijn als de personen uit het boek, maar ze zijn niet reëel voor deze tijd, Dolf wel, maar de mensen die in de Middeleeuwen leven zijn volgens mij wel reëel maar dan voor die tijd waar ze ook echt in leven en niet voor deze tijd.

Ik vind de gebeurtenissen in het boek wel spannend, ik leefde me echt helemaal mee, vooral met Dolf omdat dat toch het dichts bij mij ligt, ik heb het niet zo op geschiedenis maar door dit boek vind ik de kruistochten toch wel erg interessant geworden. Volgens mij is het verhaal zelf wel reëel behalve dan dat Rudolf met een tijdmachine terug wordt geflitst dat lijkt me erg onwaarschijnlijk.
Goede kanten van Dolf zijn: hij is vertrouwelijk, hij is aardig, hij is sterk, hij is gevoelig, hij is goedleers, hij is snel van begrip, hij kan goed op schieten met mensen die hij eigenlijk nog helemaal niet zo goed kent en hij helpt graag mensen. Slechte kanten van Dolf zijn dat hij eigenlijk toch wel erg een leiderstype is want hij wil wel erg graag de leiding nemen over de kruistochten, het was uiteindelijk wel goed geweest.

Dolf is gedreven om de kruistochten helemaal uit te lopen (als ie uiteindelijk denkt dat hij nooit meer terug komt in de twintigste eeuw) en hij wil graag dat alle kinderen de kruistocht overleven en doet daar ook veel voor, hij wil alle kinderlevens redden.

Ik vind de reacties van Dolf op de kinderen wel goed, want hij helpt ze allemaal in ieder geval zo veel als hij kan. En zijn reacties op de gebeurtenissen zijn wel goed, hij wil goed voorbereid zijn op alles wat hun te wachten staat. En bv bij de schraklen dood, hij schrikt wel heel erg, maar blijft toch rustig en helpt de andere kinderen die dat ook hebben. De houding tussen de personages zijn wel goed, Dolf gedraagt zich niet alsof hij BETER is dan de rest, hij probeert alleen iedereen te helpen, omdat hij nou toevallig wel school heeft en dus iets van ziekten weet. Maar van Dom Anselmus gedraagt zich wel alsof hij zichzelf veel beter vindt dan de rest, en de kinderen van edel bloed gedragen zich ook zo, en dat vind ik niet echt leuk, want ik vind dat iedereen gelijk is.

Ik vind het een mooi boek, het is zo spannend geschreven dat ik me helemaal voel zoals Rudolf Wega --uit Amstelveen zich voelt. Ik vind het óók een goed boek door de manier van schrijven. Thea Beckman schrijft het dat je helemaal een beeld krijgt van hoe het er in de Middeleeuwen in 1212 in Frankrijk er aan toe ging, ze heeft zich ook op één onderwerp verdiept. Ik vond het hele boek opvallend mooi maar er zijn 2 stukken die ik echt extra mooi vond dat is het stukje dat Rudolf Wega --uit Amstelveen wordt veroordeeld als heiden/ ketter. Het is dan bijna het einde van hem maar dan komt Nicolaas (ook een soort leider van het Kinderleger) en zegt dat hij geen duivel is en geeft dan ook “het” bewijs: de 3 witte puntjes in Dolf’s arm, die zijn gekomen door een hond die hem heeft gebeten. En het einde vind ik ook heel mooi. Dat stukje dat Dolf op het kruis staat en vele mensen hem daar weg willen hebben. Als hij denkt dat hij door een vrouw wordt beet gepakt en wordt weggehaald van het kruis maar dat hij eigenlijk al weer in de tijdmachine zit, ik was echt bang en dacht dat het weer mis zou gaan. Dat vind ik een mooi stukje omdat het spannend, zielig en heel goed geschreven is. Maar dat is het hele boek. Vind ik dan. Het boek spreekt mij ook erg aan omdat Dolf van dezelfde leeftijd is als ik.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.