Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem [meer] |
Niveau: | 5VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 4023 |
Opvragingen: | 7 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (13 stemmen)
Titels van Vonne van der Meer
De avondboot (14) 2001 De reis naar het kind (12) 1989 Een warme rug (5) 1987 Eilandgasten (28) 2000 Het limonadegevoel e.a. verhalen (1) 1985 Ik verbind u door (5) 2004 Laatste seizoen (6) 2002 Nachtgoed (2) 1993 Spookliefde (9) 1995 Take 7 (2) 2007 Zo is hij (1) 1991
Laatst gewijzigd op 7 april 2002
1. Samenvatting Nachtgoed
Mevrouw Vriens, de cheffin van de ik-persoon, maakte duidelijk dat de ik-persoon op ‘de kleine tengere vrouw in het rood’ moest letten. Het leek alsof de vrouw op diefstal uit was
aangezien ze zich erg geheimzinnig (schuldbewust) gedroeg en schichtig om zich heen keek. Me een blos op haar wangen liep de vrouw naar de rekken met nachtgoed. De ik-persoon vond dit erg opmerkelijk, want ze had er nog nooit een vrouw boven de vijftig in zien graaien, ‘en deze vrouw was minstens zeventig’. De vrouw verzamelde moed en volgens de ik-persoon kwam de vrouw in de winkel zonder een beeld voor ogen te hebben van wat ze wilde hebben. In de winkel moest je drie kledingstukken meenemen naar de paskamer en de ik-persoon, een verkoopster, liep de vrouw met een blauw nachthemd met een bijpassende peignoir achterna.
In de pasgang was het niet druk, er was nog een stel. De jongen stond te wachten op het meisje. De vrouw liet haar blik langs hem heen scheren, liet blijken dat ze er was, maar als hij dat wenste kon hij ook denken dat ze hem niet opmerkte. De verkoopster gaf de vrouw het blauwe nachthemd en de vrouw schoot snel een paskamer in. Het was de eer van de verkoopster te na dat de vrouw hier zonder verleidelijk nachthemd vandaan zou komen. De vrouw zuchtte eens diep en de verkoopster vroeg of ze helpen kon. De vrouw vroeg dringend haar te helpen. De vrouw vertelde dat ‘hij’ haar over een half uur af zou komen
halen en dat ze samen naar de bioscoop zouden gaan en bij haar thuis zouden gaan eten. Voor de avond wilde vrouw wat moois aan, want ze was er van overtuigd dat ze met de man naar bed zou gaan. Maar de vrouw was erg verliefd, zei ze. Ze vertelde van alles over de man. Het was de weduwenaar van een vrouw van de leesclub (Irene). Toen zijn vrouw overleden was, had de vrouw (de klant) boeken van zijn overleden vrouw teruggebracht
en toen was de man in huilen uitgebarsten. Hij had haar een zoen gegeven. Haat omgeving keurde de “date” af, maar zijzelf niet. Ze wilde nu een nachthemd, want ze wilde niet naakt voor haar vriend, Pim, verschijnen. Ze vond dat hij eerst aan haar moest wennen en dat haar huis oud was geworden. Ze was weduwe van Thijs. Ze vertelde hoe ze hem ontmoet had. En de vrouw praatte maar door, achter het gordijn. De verkoopster schoot
een goed idee te binnen en glipte weg. Toen de verkoopster terugkwam, praatte de vrouw nog steeds over haar man, die ze
ontmoet had op het ijs. De vrouw had een zwart nachthemd aangetrokken en ze vond het niet mooi staan. Ze vertelde dat de eerste nacht met haar man veel soepeler verliep. Het
was tijdens de oorlog, vierentwintig juli 1943, en hij was ondergedoken en ze zocht hem één keer in de zes weken op. Ze hadden het gevoel dat het snel moest gebeuren (Thijs kon elke dag opgepakt worden en ze waren bang, bang voor de bommenwerpers van de RAF die op weg waren naar Hamburg) en dat gevoel had ze ook toen Pim haar voor het eerst zoende, vertelde ze.
De verkoopster vroeg wat de vrouw van het champagnekleurige, satijnen onderjurkje vond die ze net uit het rek met de nieuwe collectie gevist had. De vrouw vond het geen goed idee. De vrouw wilde wel dat ‘het’ in bed gebeurde, want de bank en de grond waren niet goed volgens haar. Uiteindelijk trok de vrouw het violet blauwe nachthemd aan. De vrouw vond het wel wat moederlijk en dat wilde ze nu juist net niet. De verkoopster bood aan op zoek te gaan naar iets anders.
De vrouw vertelde dat ze bijna een keer eerder zoiets had gekocht, toen Thijs, haar man, verliefd was op een ander. Zij wist van niets, maar ze droomde wel steeds heel vreemd. Ze ontdekte in een lingeriezaakje dat ze op haar rug een moedervlek had die heel erg uitgedijd was. Niemand had iets gezegd, want het was winter en alleen Thijs zag haar rug bloot, maar hij keek al lang niet meer naar haar om. Thuis zei ze tegen Thijs dat haar moedervlek veel groter geworden was. Hij zei van niet en liet zien dat ze het haar maar verbeeldde. Later bekende hij dat hij een jaar een verhouding gehad had met een andere vrouw. Hij had het uitgemaakt en miste haar vreselijk. En de vrouw vertelde maar door en opeens kreeg de verkoopster het perfecte idee en ze liep de winkel in om het voor de vrouw te halen.
De verkoopster vroeg wat ze van haar ingeving vond toen ze er een minuut later mee terug kwam. De vrouw bekeek het met een blik van “ik ben moe van het passen”. Daarna begon ze te glimlachen en ze zei dat ze dit altijd al had willen hebben, “afstandelijk, maar toch uitdagend”. Ze wilde het niet passen en ze wilde ook niet weten wat de prijs was. Ze bedankte de verkoopster. De vrouw tutte nog even voor de spiegel in de paskamer. Op weg naar de kassa leek het alsof ze begon te twijfelen. Bij de kassa schreef de vrouw een cheque uit. De verkoopster wou diep in haar hart de vrouw ook helpen wanneer het moment daar was, maar dat kon natuurlijk niet. De vrouw verliet de winkel. Mevrouw Vriens vroeg of de verkoopster bij de kassa wilde inspringen.
2. Korte inhoud
Ø 'Bedrog': Een vrouw staat vroeg op. Ze doet heel stil, want
haar kinderen mogen niet weten dat ze al op is en waar ze heen gaat. Ze besteedt veel aandacht aan haar uiterlijk, omdat het vandaag een speciale dag is. Met haar man neemt ze nog een keer door wat hij tegen de kinderen moet zeggen als zij ontdekken dat hun moeder weg is. Ze is te vroeg voor haar afspraak. Ze hoeft maar 10 minuten te rijden, volgens het adres dat ze van 'Burgerzin' gekregen had. Ze moest naar de flat van Danny Beus (Prinses Christinahof 116). Ze komt er 10 over zeven in plaats van half acht. Een jongen in een wit t-shirt hangt uit het raam en moppert dat ze veel te vroeg is. De vrouw loopt zijn appartement binnen waar het een groot zootje is en waar het vreselijk stinkt. De jongen ziet er vies uit en zegt dat 'de andere jongen' zichzelf schminkt. Hij gaat zich eerst douchen. De vrouw doet de bovenste knoop van haar blouse los en doet haar jas uit.
Als Danny gedoucht heeft ziet hij er nog even vies uit, volgens de vrouw (de ik-persoon). Liefdevol gaat Danny met zijn kostuum om en hij is trots op zijn nieuwe zwartleren handschoenen. De vrouw schminkt Danny tot Zwarte Piet. Hij moet naar een school. Eerst maakt ze zijn lippen rood en daarna doet ze de rest. Aan adamsappels komt de vrouw liever niet, misschien omdat ze ooit eens gelezen heeft dat je hem makkelijk kunt verbrijzelen. Met één vinger en een beetje angstig schminkt ze hem toch. Danny spreekt haar met 'u' aan, wat de vrouw wat irriteert, omdat zij niet veel ouder is dan zij. Danny vraagt of schminken het vak van de vrouw is. Als dat niet zo blijkt te zijn vraagt hij of ze een schooljuf is. Dat is ze ook niet. Haar oudste zoon zit op de school waar Danny Zwarte Piet moet spelen. Daarom vragen ze haar ieder jaar en ze doet het graag, omdat je dat 'iets maakt'. Danny wilde het liefst beroeps Zwarte Piet worden, omdat hij als Piet meer durft.
Wanneer de vrouw over Danny heen gebogen staat, moet hij moeite doen niet in haar blouse te kijken. Er zijn namelijk nog twee knopen opengesprongen. Ze gaat gewoon door met schminken, doet alsof er niets aan de hand is. Als ze klaar is vindt ze dat ze zichzelf overtroffen heeft. Het lijkt of Danny nu beter in zijn vel steekt. Hij wil ook nog mascara op, omdat de dame die hem afgelopen zaterdag schminkte dat ook deed. Daarna wil hij ook nog zijn oren geschminkt, maar dat doet de vrouw liever niet. Wanneer ze dat toch doet legt Danny zijn in leer gestoken hand in de holte van haar rechterknie. Ze valt bijna tegen hem aan, maar gaat door met schminke. Dan begint hij haar been te strelen. Ze moet zich beheersen om hem niet te zoenen. Wanneer ze het andere oor schminkt legt hij ook zijn andere hand in haar linkerknieholte en begint haar been te strelen. Wanneer ze klaar is schuift Danny in één beweging haar rok omhoog.
Ze tongzoenen, maar kijken wel uit voor de schmink. Daarna doen ze het op de vloerbedekking. De vrouw is al zeven jaar getrouwd en is moeder van twee kinderen, maar ze pleegt overspel zonder enige aanleiding eigenlijk. Danny had een kleine veeg rond haar tepels achter gelaten, al beweerde hij van niet. Haar man komt de trap af als de vrouw hun voordeur opent. Hij zegt dat er iets op haar wang zit en snel poetst ze het er in de wc af, want Martijn, hun zoon, mag het niet zien. Haar man geeft haar een handdoek aan waarvan hij de punt heeft natgemaakt, en glimlacht naar haar - de glimlach van een samenzweerder.
Ø 'Eilandliefde': De man van de ik-persoon was ontrouw geweest. De vrouw was er al weer van hersteld, de wonden waren geheeld. De vrouw was niet op wraak uit, maar om het evenwicht te herstellen leek het haar beter als zij aan een minnaar zou beginnen. Haar man was erg jaloers en bang dat zijn vrouw, ook, vreemd zou gaan. Hij had ook genoeg van haar onschuld. De vrouw vroeg zich af met zie ze een verhouding zou kunnen beginnen. Collega's kwamen niet in aanmerking. Het moest een vreemde zijn.
De vrouw moest vaak op reis voor haar werk. Ze hoopte dan een geschikte man te vinden. Ze besloot haar benen te scheren en uitdagende rokken te dragen. En haar haar knipte ze kort.
Ze begin zich er al bij neer te leggen dat het buitenechtelijke geluk niet voor haar was weggelegd, toen het gebeurde. Voor haar werk moest ze paar dagen naar één van de Waddeneilanden. Het hotel waar ze had willen logeren zat vol door een congres en na veel bellen belandde ze bij een 60-jarige mevrouw die een kamer overhad. De kamer was netjes en informeel. Dat deed de vrouw door steeds iets scheef te zetten of te leggen. De mevrouw (mevrouw T.) vraagt de volgende ochtend of de vrouw niet wakker is geworden van haar man. Hij had gisteravond nog wat staan rommelen in zijn werkhok (naast de kamer van de vrouw).
Wanneer de vrouw 's avonds thuis komt, zegt de 60-jarige mevrouw dat het jammer is dat ze haar man nu net misgelopen is. Hij is met de vijf-uur-boot vertrokken voor zaken aan de wal. De mevrouw vraagt wanneer de vrouw weer vertrekt en die zegt dat ze donderdag met de middagboot vertrekt. Toen keek mevrouw T. met een zeer beramende blik.
Na een avondwandeling kwam de vrouw om een uur of tien thuis. In de kamer hoorde ze een mannenstem en besloot zich maar meteen voor te stellen, dan was ze er maar weer af. Maar hij was er niet en mevrouw T. gedroeg zich wat verdacht. Ze liet een foto zien van haar man toen hij nog veel jonger was. De vrouw besloot eens een kijkje te nemen in het werkhok van meneer T. De deur was op slot.
Midden in de nacht werd de vrouw wakker, het prikbord was op de grond gevallen. De vrouw beloofde dat het prikbord vanmiddag gemaakt zou zijn door haar man, want hij had 'een paar gouden handen'. 's Middags was het prikbord gemaakt, maar niet door meneer T., niet door ene man en zeker niet door een man die een hele werkkamer met gereedschap tot zijn beschikking had. Het prikbord was gerepareerd met een blauw wollen draadje... Kortom, meneer T. bestond niet, in ieder geval niet meer.
De vrouw besloot ook een man te verzinnen. De vrouw begin zich verliefd te gedragen. Ze zei dat ze dat ook was. De vrouw belde die avond naar huis om te zeggen dat ze in verband met haar werk een dag later thuis zou komen. Haar man kreeg meteen argwaan. De vrouw begon een naam en een uiterlijk te verzinnen. Het lukte niet en ze besloot met het beroep te beginnen. Ze vergeleek haar gedrag met die van haar man toen hij vreemd ging. Net toen de vrouw het besloot op te geven, omdat ze bij het eerste de beste verhoor door de mand zou vallen, fietste 'hij' langs haar raam. En daarna nog paar keer en hij keek haar aan. Hij woonde in een klein huis in de duinen. Ze vrijden met elkaar. Ze vertelde hem over een tuin uit haar jeugd, waar ze alle vakanties met Lynn speelde. De tuinman liet hun de piemel van een reu zien. Ze was het altijd de mooiste blijven vinden, om naar de kijken. Vrijdagavond bracht hij haar naar de boot. Over twee maanden zou ze hem weer zien.
Mevrouw T. zei dat haar man ziek was, maar anders had hij haar zeker naar de boot gebracht. Mevrouw T. bracht haar naar de boot. De hele reis dacht de vrouw aan de man die voorbij was gefietst en hoe hij gekeken had. Ze miste hem nu al. Haar man had argwaan en vroeg of er iemand anders in haar leven was etc. Ze bleef zwijgen en haar man vluchtte de tuin in. 'Ik heb nooit beloofd dat ik niet jaloers zou zijn', zei hij. In bed vroeg hij of zij hem ook erg miste. Dat was zo en hij zei dat hij wist wat ze voelde.
Ø 'De zeemeermin': De komst van de nieuwe buren werd voorafgegaan door verontrustende geluiden. Het hele huis bleef intact op een bergruimte na die uitgerekend naast Olafs werkhok lag. De verbouwing bracht veel herrie met zich mee en ook de radio stond er de hele dag aan. Het buurhuis had na de dood van mevrouw Buck anderhalf jaar leeg gestaan (het was een 2-onder-1-kap-huis). Olaf vond het lawaai erg hinderlijk, maar zijn vrouw vond dat hij zich niet zo moest aanstellen. Na twee weken was het weer stil.
Olaf had zich onrustig gevoeld toen de buurvrouw was overleden. Hij vroeg zich na haar dood af waar ze nu was. Hij dacht dat mevrouw Buck niet helemaal verdwenen kon zijn, niet alles van haar.
In de eerste week van mei kwamen de nieuwe buren. Olafs vrouw somde alles op wat ze uit de vrachtauto hadden geladen, maar Olaf wilde het niet weten, omdat juist dingen die hem niet aangingen, onnozele details, bleven weken in zijn geheugen hangen. Terug in zijn werkhok moest Olaf weer aan mevrouw Buck denken en hoe meer meubels het buurhuis ingedragen werden, hoe leger Olaf zich begon te voelen.
Op een maandag was het de eerste keer dat Olaf geluiden hoorde in de verbouwde ruimte naast zijn werkhok. Hij was aan het verven en hij hoorde iemand in bad gaan en daarna hoorde hij een meisjesstem. Ze begon te neuriën toen het ruisen van het water ophield. Het meisje riep een man en die kwam ook in bad. Daarna werd het stil. Olaf wilde weten wat er gebeurd was en deed het raam open en bracht zijn hoofd zo ver mogelijk naar buiten om geluiden op te vangen. Toen riep zijn vrouw en snel ging Olaf naar beneden.
Iedere dag onderscheidde Olaf meer geluiden. Als excuus om langer door te werken begon hij 's ochtends later. Hij ontdekte dat ze op dinsdag en vrijdag nooit neuriede, maar dat ze dan haar haar waste. Bij de geluiden maakte Olaf voorstellingen. Hij kon op het laatst onderscheiden welk lichaamsdeel het meisje inzeepte. Op een dag stond een grote spiegel waaraan Olaf werkte in de weg. Hij zette hem onder het raam. Toen schrok hij, want zo kon hij het bad van de buren zien. Hij wilde de spiegel wegslepen, maar het lukte niet. Toen hij wat rustiger was sleepte hij de spiegel onder het raam weg. Hij belde de eigenaar van de antiekzaak dat de spiegel voorlopig nog niet klaar was. Dat was gelogen, want de spiegel kon diezelfde dag wel afgeleverd worden. Hij wilde de spiegel zelf houden, zo lang mogelijk. Als een test, een verleiding waaraan hij weerstand moest bieden. Het bewijs van wat hij niet was.
Op zaterdag en zondag dan gingen de meisje en de man op de gekste tijden in bad, maar vandaag, op woensdag, kwam ze niet op dagen en het was al kwart voor zes. Onder het eten deed hij afwezig en zijn vrouw vroeg hem of er iets was. Die avond had hij seks met zijn vrouw. Daarna zei zijn vrouw, zo achteloos mogelijk, dat zij dacht dat de buren weg waren, met vakantie, omdat 'zijn' auto er al paar dagen niet meer stond.
Midden in de week, om half zes precies, was ze er weer. Maar ze neuriede niet meer. De man kwam niet en het bad liep leeg. Olaf hoorde een snik. Ze huilde en bleef tien minuten in bad zitten huilen. Daarna vertrok ze. Toen Olaf veel later dan normaal beneden kwam stond zijn vrouw door de vitrage naar buiten te gluren. Na die dag werd alles anders. Vaak kwam de zeemeermin niet en anders gedroeg ze zich wispelturig. Ze keek tv in de badkamer en waste haar haar drie dagen achter elkaar en dan weer weken niet etc.
Olaf hoopte dat er weer een nieuwe man in haar leven zou komen en dat ze weer zou neuriën.
Die vrijdagavond in oktober was ze eindelijk weer eens op tijd, om half zes. De ging in bad liggen en schonk zich iets in. Olaf dacht dat ze whisky of andere alcohol dronk. Hij dacht dat ze een afspraak had gemaakt met een man, dat ze iemand ontmoet had. Toen hoorde hij een geluid alsof er een pot met pillen werd omgekeerd. En ze schonk zichzelf weer wat in. Olaf was bang dat ze in slaap zou vallen door het snelle drinken. Maar toen bedacht hij dat ze water dronk en dat ze dorst of keelpijn had. Toen brak er glas. Het bleef verder stil. Olaf maakte enig geluid, maar er kwam geen reactie. Hij was bang dat ze in slaap was gevallen en dat hij nu de enige was die haar kon redden. Maar nee, dacht hij, ze deed alleen maar alsof ze er niet was, omdat ze voor het eerst in al die maanden hem gehoord had. Maar stel als ze wel in slaap was gevallen en steeds dieper in het water gleed, dan moest Olaf iets doen. Maar als hij de politie zou bellen, zouden ze hem op een gegeven moment vragen waarom hij argwaan had gekregen. Ze zouden de spiegel zien en denken dat ze alles begrepen. Niemand zou geloven dat hij alleen luisterde. Ach, hij verbeeldde het zich maar dat een vrouw in bad was verdronken. Toch kon hij de stilte niet langer verdragen en nog voor zessen legde hij zijn hamer neer, en sloot het dakraam.
Ø 'Het zingen, het water, de peen': De zoon van de ik-persoon, een vrouw, gelooft nog in Sinterklaas terwijl hij al sinds een jaar op kamers woont. De oudste zoon viel rond zijn zevende van zijn geloof, op vijf december, toen hij ontdekte dat oom Ernst de Sinterklaas was. De moeder zei dat hij niks tegen zijn jongere broers mocht zeggen en dat hij mee mocht doen hun geloof in stand te houden. Een paar jaar later viel haar jongste zoon van zijn geloof. Hij stelde allemaal vragen over Sinterklaas en op een gegeven moment kwam hij thuis van school met de mededeling dat Sinterklaas niet bestond.
Toen Tom negen was geloofde hij nog steeds. Toen hij merkte dat zijn oudere broers alleen nog maar de schoen zetten om het snoep, zette hij zorgvuldig de schoenen etc. Zijn moeder besloot dat dit de laatste winter moest zijn dat Tom geloofde. Op een avond zei zijn moeder dat ze een Piet zag en Tom zag hem ook. Maar er was helemaal geen Piet, maar Tom bleef verstrikt in een illusie, als een gevangene in Plato's grot.
Toen zijn moeder de volgende dag vertelde dat Sinterklaas niet bestond geloofde hij er niks van. Hij wilde bewijzen zien. De kracht waarmee ze Tom al die jaren misleid hadden, keerde zich nu tegen hen. Zijn moeder betreurde het dat Tom geen jongere broer had om zo Tom in het complot te betrekken om de leegte op te vullen die Sint had achtergelaten door niet meer te bestaan. De daarop volgende dagen werd Tom baldadig. Maar daarna zette hij zijn schoen weer. Hij wilde dat zijn ouders ook hun schoen zouden zetten en Tom kocht van zijn zakgeld stenen beeldjes bij de bazaar in de buurt als cadeautjes. Tom wilde het ritueel nog niet loslaten. Maar dat gebeurde wel vaker met kinderen. Zijn moeder koesterde geen argwaan.
Maar de eerste zaterdag na vijf december wilde Tom zijn schoen weer zetten. Het mocht niet. Vooruit, toen mocht het, maar voor de allerlaatste keer. Maar de zaterdag erop wilde hij het weer doen. Frank, haar man, was er niet net nu ze hem nodig was. Steeds vaker plakte hij paar dagen aan zijn buitenlandse reizen vast, omdat hij het nodig had om af en toe alleen te zijn. De volgende dag had Tom toch weer iets van de Sint gekregen, maar zijn moeder had niets in zijn schoen gedaan. Frank was die nacht thuis gekomen en had het gedaan.
Tom bleef elke zaterdag zijn schoen zetten en zijn broers deden er wat in voor hem. Frank was intussen uit huis gegaan, niet voorgoed en niet om iemand anders, maar om na te denken. Tom zei dat hij steeds zijn schoen zette om het zingen, het water en de peen. Hij kreeg er een speciaal gevoel bij als hij 'Sinterklaasje bonne bonne bonne' zong, het gevoel dat hij van Sinterklaas hield. Zijn broertjes stopten kattenbrokjes en groene zeep in zijn schoen om hem te pesten. Toen zijn moeder vond dat hij er mee op moest houden vroeg Tom een plant voor op zijn kamer. Hij veranderde helemaal.
Op een nacht, tegen Pasen, stormde het 's nachts en kwam zijn Toms moeder toevallig op Toms kamer. Tom had zijn schoen nu op zijn kamer gezet...
Zijn moeder vroeg of hij geen konijn wilde hebben, maar dat wilde hij niet. Zijn moeder stond tenslotte toe dat hij zijn schoen zette, maar zijn broers mochten er niets van weten. Zijn moeder dacht ook dat die Sinterklaas van Tom inmiddels hetzelfde was als God.
Toen hij een jaar of veertien was zette hij nog zijn schoen. Ieder jaar raakte Tom rond sinterklaas in een soort koorts. Inmiddels hadden zijn ouders besloten dat ze voorgoed uit elkaar gingen.
Toen hij negentien was werd hij verliefd op Laura, een medestudente geschiedenis. Ze waren samen naar de intocht van Sinterklaas gaan kijken, omdat die nergens zo mooi is als bij hen. Toms moeder vroeg zich af of Tom Laura al verteld had over zijn sinterklaasgeloof. Na het eten ging zijn moeder naar de film, die ze eigenlijk helemaal niet wilde zien. Toen ze terug kwam, tegen twaalven, gingen Tom en Laura slapen. Niet veel later kwam Laura aangekleed en met haar weekendtas onder haar arm naar beneden en vroeg ze of er nog een bus naar het station ging. Zijn moeder probeerde uit te leggen wat het geloof van Tom precies inhield. Ze begon hem te verdedigen, ook al begreep ze het zelf niet helemaal.
Toen ze Laura naar het station had gebracht zat Tom in een badjas op de bank. Zijn moeder vond het een beter idee dat Tom katholiek werd, maar dat wilde hij niet. Tom had het er voor over dat Laura weggegaan was, ook al deed het zeer. Zijn moeder ging naar bed en even later ging Tom ook. Zijn moeder wilde hem niet horen huilen of zingen en trok de dekens over haar oren.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen