Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?

Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

Boekverslag Thea Beckman

Geef me de ruimte

... 4 5 6 7 8 [9] 10 11 12 13 14 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem [meer]

Niveau:

1HAVO/VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1347

Opvragingen:

15

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (76 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Thea Beckman

Laatst gewijzigd op 6 maart 2002

Zakelijke Gegevens + Motivatie
1. De titel van het boek is: ‘Geef me de Ruimte! De schrijfster is Thea Beckman.
2. Het is nogal een raar verhaal hoe ik aan dit boek gekomen ben, want ik heb het boek zelf niet gekozen. Ik was ziek, en ik kon niet lezen, praten ( keelontsteking) en al helemaal niet naar de bibliotheek om een boek te halen. Dat moest wel snel, want het was al een week voor de vakantie. Mijn moeder is dus naar de bibliotheek gegaan en mijn hele boekenlijst afgegaan. Dit was het enige boek dat er nog was. Mijn moeder was dus net op tijd. Zo ben ik aan dit boek gekomen.

Inhoud
1. Het boek begint met Marije Wartelsdochter in het Vlaamse Brugge rond 1350. Zij moet trouwen met Jan van Gouwe. Ze vindt hem een griezel en besluit daarom om te vluchten. Op een paard van haar vader gaat ze naar Frankrijk richting haar sprookjesland Bretagne. Ze gaat gekleed als een jongen, vermijdt mensen en haalt haar eten van het land, door deze dingen wordt ze niet lastig gevallen onderweg. Als ze een tijdje opweg is, ziet Marije een Engels leger met Franse gevangenen en uit angst vlucht ze het bos bij Crécy in, er liggen hier overal lijken van een veldslag. In het bos verstopt ze zich in een hut, in deze hut licht de gewonde troubadour Berton de Fleur (vanaf nu noemt ze zichzelf Marie-Claire). Na een moeilijke tijd worden ze gevonden door monniken die hen meenemen naar hun klooster. In dit klooster ontmoeten ze Jean D’Ailly, dit is een zanger die van edele afkomst is. Ze besluiten om met zijn drieën op te gaan treden.
Hierna gaat het verhaal over Matthis. Matthis is acht jaar en woont in Amiëns. In Amiëns is iedereen bang, want de pest waart door Frankrijk. De mensen geven de Joden hier de schuld van en er worden er daarom vele vermoordt. In deze tijd van wanhoop ziet Matthis een prachtige geklede ridder en hij doet zichzelf de belofte dat hij ook ooit zo’n ridder wil zijn, deze belofte wil hij zijn hele leven houden. Door ratten met hun vlooien wordt de pest de stad in gebracht en sterven er velen. Ook Matthis zijn ouders en zusjes gaan dood. Verstoten door zijn tante vlucht hij de stad uit, hij wordt gevonden en meegenomen door Marie-Claire. Ze ontdekt dat Matthis een prachtige stem heeft en vanaf nu zingt hij met de andere drie mee. Ze blijven een halfjaar in Parijs en verdienen veel geld, alleen wil Marie-Claire nog steeds naar Bretagne. Jeans stem gaat achteruit dus de zeelucht zou hem goed doen. Als ze op weg zijn naar Bretagne ontmoeten ze Bertrand du Guesclin, een man met een klein leger die de Engelse troepen in Frankrijk steeds aanvalt. Ze sluiten vriendschap en blijven een tijdje bij hem en maken hierdoor een paar gevechten en listen mee. Hierna gaan ze in een klein dorp wonen. Matthis is inmiddels dertien jaar geworden en heeft de baard in de keel. Nu hij niet meer kan zingen wil hij ridder worden en gaat naar Betrand, hoezeer Marie-Claire daar ook op tegen is. Na een tijdje sterft Jean. Berton en Marie-Claire besluiten om er weer op uit te trekken met hun huifkar. Ze gaan op zoek naar Matthis en Bertrand en na een tijdje vinden ze die. Ze komen in het gezelschap van prins Charles, de zoon van koning Jean. Ze verhinderen een complot tegen de koning waardoor Karel van Navarra gevangen genomen wordt en vele andere edelen onthoofd worden. Hierdoor worden ze trouvères van de koning. Ondertussen helpt Bertrand ridders uit nood en helpt het volk. Als zoon van een herenboer wil niemand hem tot ridder slaan.
Koning Jean brengt een enorm leger op de been om de prins van Wales te verslaan. De prins van Wales verslaat ieder Frans leger die hij tegenkomt en hierbij neemt hij Berton en Marie-Claire gevangen. Dit komt omdat de Engelsen boogschutters hebben en ze maken gebruik van dekking en snel wegtrekken, terwijl de Fransen op een eerlijke manier vechten, zonder enige tactiek. De belangrijke slag bij Poitiers wordt een nederlaag voor de Fransen, waarbij de koning ook nog eens gevangen wordt genomen. Matthis maakt dit als van dichtbij mee omat hij trompetter van de koning is. Berton had de koning voor de nederlaag gewaarschuwd, maar de koning wilde niet luisteren omdat Berton gevlucht was uit het kamp van de Engelsen, terwijl hij zijn erewoord gegeven had. Na deze nederlaag gaan Berton en Marie-Claire terug naar hun dorp en vertrekt Matthis weer naar Bertrand du Guesclin.
2. De hoofdpersoon in Marie-Claire. Ze is gevlucht uit het Vlaamse Brugge toen ze 15 was, want ze was uitgehuwelijkt met Jan van Gauwe. Ze wil naar haar droomland Frankrijk, maar speciaal Bretagne. Dat is rond 1350, en de 100 jarige oorlog met Frankrijk en Engeland komt tot stand. Ze trouwt met Berton de Fleur en heeft een pleegzoon. Ze is trouvère samen met Berton de Fleur en Jean D’Ailly. Van binnen is ze altijd vrolijk en is ze verliefd op haar lieflijk Frankrijk. Ze kan er ook niet tegen dat het steeds slechter gaat met Frankrijk in de oorlog met de Engelsen.
3. Berton de Fleur: Hij is aardig en heel erg eerlijk. Ook is hij vastberaden en erg muziekkaal. Berton is getrouwd met Marie-Claire.
Jean D’Ailly: Hij is van adel, en kan geen slecht woord over de adel horen, maar hij is wel aardig en minacht de mensen die niet van adel zijn niet zo erg als de meeste mensen van adel. Hij is collega van Marie-Claire en trekt en zingt met Berton de Fleur en Marie-Claire mee.
Matthis Cuvelier: Hij is zijn familie kwijt geraakt en verstoten door zijn tante. Hij gaat weg uit de stad waar al die ellende zich heeft plaatsgevonden en waar de pest nog hevig heerst. Hij wordt gevonden door Marie-Claire. Matthis kan erg mooi zingen en hij wordt de pleegzoon van Marie-Claire.
Bertrand du Geusclin: Hij is niet van echt directe adel, eigenlijk helemaal niet, maar heeft wel een adelijke naam. Hij komt op voor Franrijk en daarbij heeft hij een legertje van 75 man. Dat zijn boeren, want Bertrand ziet in dat boeren evengoed kunnen vechten als ridders van adel. Hij is een goede vriend Marie-Claire, Berton, Matthis en Jean.
Koning Jean II: Hij is niet een slechte koning, maar niet dé koning waar Frankrijk op wacht in de oorlog. Hij vindt zoals de meeste mensen van adel dat boeren en burgers dom zijn en niet kunnen vechten. Hij zet wel een leger op de been, van 3000 man. Alleen heeft hij geen tactiek met aanvallen of verdedigen, waardoor hij meestal verliest van de Engelsen, die wel tactiek hebben.
Kroonprins Charles: Hij is zeer intelligent en hij minacht het normale volk niet. Hij is het soms niet met zijn vader eens. Charles is de koning waar Frankrijk op wacht.

Extra opdracht Boekverslag Middeleeuwen
1. Ja, er komt een gebeurtenis voor in het boek dat echt gebeurd is in de Middeleeuwen. Het gehele boek speelt zich af in de tijd van de 100 jarige oorlog met Frankrijk en Engeland.
2. Ja, er komen meerdere personen in het boek voor die echt in de Middeleeuwen hebben geleefd. Bertand du Geusclin, koning Jean II, kroonprins Charles, prins Phillippe en 2 andere prinsen.
3. Het speelt zich af in heel Frankrijk. Er komen wel een aantal steden en dorpen in voor, maar worden verder niet echt beschreven.
4. De hoofdpersonen wonen in een kleine huifkar en trekken daarmee Frankrijk door om hun liederen te zingen en hun geld te verdienen daarmee.
5. Ze reizen altijd in de kleine huifkar, met een paard ervoor.
6. Marie-Claire, Berton de Fleur en Matthis zijn trouvères en Jean D’Ailly is de leider, hij is van adel en daarom mogen ze zich trouvères noemen in plaats van troubadours. Omdat ze trouvères zijn mogen ze ook bij adel in huizen spelen en zingen.
7. Jammer genoeg wordt er in dit boek niet echt iets over de kleding vermeld van de personen die erin meespelen. Wel wordt er gezegd hoe de ridders eruit zien en hoe ze gewapend zijn.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.