Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem

Niveau:

6VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2309

Opvragingen:

19

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (25 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Remco Campert

Laatst gewijzigd op 21 maart 2002

1. TITELBESCHRIJVING:
Remco Campert: Mijn leven’s liederen; Wolters-Noordhoff; Groningen; 1968; gelezen druk 2001.

2. INLEIDING:
Er is geen specifieke reden aan te wijzen waarom ik voor deze poëziebundel gekozen heb. Ik had begin van dit schooljaar de grote lijsters besteld en het spreekt voor zich dat ik van de poëziebundel die daarbij zat gebruik maak. Erover nagedacht om een andere bundel te nemen heb ik niet. Aangezien poëzie mij niet echt aanspreekt en ik geen ervaring met het lezen ervan heb, was het voor mij voor de hand liggend dat ik deze bundel zou gebruiken en niet op zoek ging naar een andere (misschien wel betere/mooiere).

3. OPBOUW:
In de gedichten worden weinig leestekens (hier en daar is een punt te vinden) en heel af en toe hoofdletters gebruikt.
De bundel bestaat uit twintig gedichten. Er zijn vier gedichten aanwezig die opgesplitst zijn in kleinere gedichten:
- notities bij een script voor een korte gangsterfilm
Blz. 17 t/m 19: Onderverdeeld in 5 kleinere gedichten. Het gedicht gaat over hoe gangsters een liefde tegenkomen en hoe deze lieftallige dame er uiteindelijk met de buit vandoor gaat. Elk gedicht beschrijft een scène uit de film.
- Gemompel
Blz. 22 t/m 33: Dit gedicht bestaat uit verschillende gedichten, zonder titel of nummer. Alle gedichten gaan over de liefde en de onzekerheid die het met zich meebrengt. In elk gedicht wordt een andere soort liefde beschreven: de liefde tussen twee personen, de liefde voor een kind, de liefde voor een vriend. Met name de onzekerheid (vreemdgaan) komt duidelijk naar voren.
- een beetje over schrijven
Blz. 35 en 36: Onderverdeeld in vier kleinere gedichten. Alle vier de gedichten zeggen iets over schrijven. Gedicht 1: over de vrouwen van de schrijvers wordt gezegd dat ze het lastigst zijn omdat ze kijken of zij of iemand die ze kent in het boek genoemd wordt. Gedicht 2: er wordt beschreven wat poëzie precies is. (Met een klein mondje nog kleinere dingen zeggen.) En gedicht 3 en 4 gaan over wat schrijven voor iemand kan betekenen. Dit vanuit twee oogpunten gezien. Gedicht 3 beschrijft de wat minder positieve kant. In gedicht 4 wordt schrijven als iets bijzonders beschreven.
- zonder titel
Blz. 45 t/m 48: In 8 gedichtjes onderverdeeld. Het gedicht in z’n geheel gaat over de schoonheid van dingen. En in ieder gedichtje apart wordt iets, wat als heel normaal beschouwd wordt, als iets heel speciaals (met een bijzondere eigen schoonheid) beschreven.

Verder zijn er geen bijzondere vormkenmerken aanwezig. Wat wel opviel is dat veel gedichten aan iemand gericht zijn: voor ….. Het kan zijn dat dit personen zijn die hem op het idee van het gedicht gebracht hebben. (Iets anders kan ik me niet bedenken.)

4. THEMA:
De algemene kenmerken voor de poëzie werken van Remco Campert:
Kenmerkend voor zijn vroege werk is een oproep te doen om een eigen stem te laten horen. Hier tracht hij uitdrukking te geven aan een idealistisch geloof in een poëzie waarin dromen en verlangens de confrontatie met de werkelijkheid aangaan. Wat opvalt in zijn werk is dat de grauwe werkelijkheid het uiteindelijk toch overwint. Liefde, romantisch verlangen en de schoonheid van de poëzie bieden alle slechts kortstondig verlichting.
In zijn latere werk is hij dan ook minder hoopvol over de mogelijkheid van een zuivere liefde en de kracht van de poëzie. Ook de vorm van zijn poëzie ondervindt wijzigingen: zijn stijl is directer geworden en de beeldspraak schaarser.

De titel van de bundel ‘Mijn leven’s liederen’ komt waarschijnlijk voort uit de onderwerpen van de gedichten. Deze gaan allemaal over dingen uit het dagelijkse leven.
Steeds terugkerende thema’s zijn natuur en liefde. Deze dingen worden beschreven door dingen uit het dagelijkse leven te omschrijven. Campert schrijft lang niet altijd positief over de dingen in z’n gedichten. Zo is er in de liefde de grote onzekerheid van een andere minnaar.
Ik denk dat er wel degelijk een boodschap in de bundel zit. Namelijk dat lang niet alles wat als positief beschouwd wordt ook werkelijk goed is. En de dingen die als zeer negatief opgevat worden ook positief kunnen zijn.

5. PERSONEN:
Het woord wordt tot de lezer gericht. De schrijver wil de lezer inlichten over aspecten uit de natuur en over de liefde. De schrijver laat de natuur als iets heel speciaals overkomen (het uitgebreid beschrijven van zandkorrels). Bij de liefde wordt een positieve en een negatieve kant beschreven. Ik denk dat de schrijver de lezer (tot wie hij zich richt) wil inlichten over speciale elementen uit de natuur en dat we de natuur dan ook (meer) gaan respecteren in de hoop dat we ons hier ook naar gaan gedragen: minder ingrijpen in de natuur. Bij de beschrijving van de liefde laat de schrijver zien dat er behalve positieve ook negatieve dingen zijn, dit als een soort waarschuwing. (Wees op je hoede niet alles is zo positief als het eruit ziet.)
In veel gedichten komt een ‘ik persoon’ naar voren. Deze ik-persoon houdt van de natuur en beschrijft dingen uit het dagelijkse leven. Wat hij zoal niet onderneemt en wat hij dan als bijzonder ervaart. Bijvoorbeeld nauwkeurige beschrijvingen van kleine aspecten uit de natuur; de schildpad, zandkorrels en landschappen.
Ook de liefde wordt zeer nauw waargenomen door de ik-persoon, deze wordt alleen niet altijd als positief ervaren. Beschrijvingen van negatieve dingen komen zeer sterk naar voren, bijvoorbeeld over vreemdgaan en door vrouwen het misbruik maken van mannen (notities bij een script voor een korte gangsterfilm).

6. POËTICA:
Er is één gedicht die over schrijven gaat. Dit gedicht is op bladzijden 35 en 36 te vinden. Het gedicht ‘een beetje over schrijven’ is verdeeld in vier kleinere gedichtjes. In één van die kleinere gedichtjes wordt beschreven wat Campert onder poëzie verstaat:

Sommige poëzie
is met een klein mondje
nog kleinere dingen zeggen

erwtjes blazen naar de zon

net als een kleintje koffie
als je omkomt van de dorst.

Deze omschrijving vind ik zelf een beetje vaag. Dit is wat Campert zelf onder poëzie verstaat ‘met een klein mondje nog kleinere dingen zeggen’. Terwijl ik vind dat hij toch wel redelijk belangrijke en goede omschrijvingen geeft van dingen uit het dagelijkse leven. Dus of hij dit als ‘nog kleinere dingen’ beschouwd ?
Hij beschrijft dan wel dingen uit het dagelijkse leven, maar wel dingen die wij als belangrijk achten; de natuur, de liefde. Ik zou zeggen dat hij niet aan z’n eigen opvatting over poëzie heeft voldaan aangezien Campert het heeft over ‘kleinere dingen zeggen’ en toch dingen beschrijft die ik niet bepaald als ‘klein’ opvat.

7. STIJLMIDDELEN:

10 BEELDSPRAKEN:

1. Metonymia
Blz. 17: Duke heeft een appeltje te schillen
met Don
Het berust niet op een vergelijking, maar op een ander verband tussen werkelijkheid en beeld.

2. Vergelijking
Blz 25: in beide gevallen
als de dood voor de gevolgen
Het betreft hier een vergelijking; object en beeld hebben een overeenkomst.

3. Metafoor
Blz. 26: Er liep een jongen naast je
met een schooltas onder z’n arm
een slome bleke puistenkop
maar wel van je leeftijd.
Hier is ‘slome bleke puistenkop’ het metafoor. Het object, de jongen, wordt hier niet genoemd, maar omschreven door ‘een slome bleke puistenkop.’ Object en beeld hebben hier een overeenkomst.

4. Vergelijking
Blz. 28: het is (on)menselijk
als je een gebaar niet voltooien kunt.
Dit is een vergelijking, maar dat spreekt wel voor zich.

5. Metafoor
Blz. 31: Ontroerend onhandig
zoals vuilnisauto’s die hardrijden
Het object wordt hier niet genoemd; de vuilnisman die daadwerkelijk achter het stuur zit en te hard rijd.

6. Vergelijking
Blz. 33: Gevoelens
ik heb er wel duizend
even duidelijk zijn ze aanwezig
als de voorwerpen in mijn kamer


7. Vergelijking
Blz. 35: net als een kleintje koffie
als je omkomt van de dorst.


8. Vergelijking
Blz. 36: of mooi als zingen in een kerk
En van de kansel preken hoe het moet

9. Vergelijking
Blz. 42: Wie niet houdt van het jaar waarin hij leeft
is verloren als een wollen want
’s zomers langs de slootkant.

10. Personificatie
Blz. 46: langs de gracht
de geketende bakfiets
De geketende bakfiets wordt hier beschreven alsof het een persoon betreft die geketend is. De bakfiets wordt dus aangeduid als levend, handelend mens.

10 STIJLMIDDELEN:
1. Paradox
Blz. 10: zo’n feitje
zet ook al niet veel zoden aan de dijk
‘Zoden aan de dijk zetten’ lijkt een onlogische combinatie van begrippen, maar zijn uiteindelijk wel heel logisch.

2. Asymmetrie
Blz. 15: (speelt geen fluit breit geen sokken
denkt misschien aan een wereld vol bioscopen
of zelfs dat niet eens)
Een opsomming van dingen waar geen verband tussen is.

3. Understatement
Blz. 23: Zulke mooie dagen
maar duizenden angsten besluipen me.

Prachtige nachten
maar monsters beslapen me.
Iets wat erg vervelend is, duizenden angsten die je besluipen, aanduiden alsof het onbelangrijk is. (Het is een soort van spot.)

4. Hyperbool
Blz. 27: Een Chinees
tussen twee etages
gevangen in een lift

ik ken geen grotere stilte.
‘Ik ken geen grotere stilte’ is hier een sterke overdrijving wanneer je het hebt over een Chinees gevangen in een lift tussen twee etages.

5. Woordspeling
Blz. 29: hoe ze plotseling begon te spreken
over haar dode vrienden.
Op speelse wijze gebruik maken van woorden: ‘dode vrienden.’

6. Asymmetrie
Blz. 32: hoe een spastische jongen
in een te wijd pak
zich aan een amusementsmachine
kostelijk amuseerde.
Een opsomming van dingen die geen verband met elkaar hebben; een spastische jongen in een te wijd pak heeft geen enkel verband met het feit dat hij zich amuseerde aan een amusementsmachine.

7. Understatement
Blz. 37: en waar op zondagmiddag in het duin
de paartjes te neuken lagen
staat nu
een verzorgingsflat.
Hier wordt de spot gedreven met neukende konijnen. De schrijver vindt het namelijk vervelend dat de natuur er aan gaat; dat er nu een verzorgingsflat staat.

8. Sarcasme
Blz. 38: en steeds vaker
de schedel door het vel.
Dit is een agressieve, bijtende spot. Ik denk dat het slaat op de idealen van ons; we zouden allemaal zo graag slank willen zijn. Zoals de schrijver al zegt: waarbij je de schedel steeds vaker door het vel heen ziet. (Van die dunne modellen.)

9. Climax
Blz. 40: gij Hollanders ge zijt allemaal hetzelfde
terwijl ik toch had betaald
en een Franse bril op had
en een Duitse gedichtenbundel op zak
en thuis op mijn tafel
Anne Sextons onovertrefbare gedicht
‘wanting to die’.
Een opsomming waarbij er een groei naar een hoogtepunt is. De beschrijving van dingen die uit het buitenland afkomstig zijn nemen met belangrijkheid toe.

10. Climax
Blz. 42: De rokken van het christendom worden steeds korter
dominees verbranden op hun kansel
ministers verdrinken in hun aktentas
zelfs in Rusland zijn weer schrijvers.
Ook hier is sprake van een opeenvolging van woorden die een steeds sterkere indruk maken.

8. PARAFRASE
De drie gedichten die mij het meest bevallen zijn: (voor gedichten zie eind van dit verslag)
- Zonder titel; gedicht nummer 8; bladzijde 48
Dit gedicht zou je als een boodschap op kunnen vatten; iedereen heeft z’n eigen schoonheid. Dit komt duidelijk naar voren in ‘niet alleen de krant van vandaag is mooi’. Iedereen op zich heeft iets speciaals, een schoonheid, en er bestaan geen idealen.
De schrijver zal ook bewust voor de titel ‘zonder titel’ gekozen hebben. Wanneer hij een specifieke schoonheid in de titel zou noemen, laat hij hieruit blijken dat er wel degelijk onderscheid wordt gemaakt. En dat is wat hij in het gedicht juist naar voren laat komen; er is geen onderscheid, iedereen en alles is iets speciaals, heeft z’n eigen persoonlijkheid.
Ik heb voor dit gedicht gekozen omdat het iets is wat ook heel duidelijk in het dagelijkse leven naar voren komt. Er zijn altijd mensen die zich beter dan anderen voelen en zich hier ook naar gedragen. En zoals het gedicht al aangeeft; er is geen onderscheid tussen mensen, iedereen is gelijk en iedereen heeft z’n eigen schoonheid.

- Landschap; bladzijde 37
In dit gedicht komt heel duidelijk naar voren hoe het landschap in zeer korte tijd verandert. De natuur wordt verwoest. In dit gedicht laat de schrijver duidelijk z’n stem naar voren komen door z’n afschuw uit te spreken over de gebouwen die er plotseling staan en alle bomen die omgehakt zijn: de natuur die steeds meer verdwijnt.
De schrijver komt hier terug naar de plek waar hij opgegroeid is en er is weinig herkenbaar van wat hij vroeger zo graag zag; bomen, konijnen, duinen. Nu zijn er door menselijke hand vreselijke veranderingen aangebracht: er staan nu gebouwen in de plaats van bomen.
De titel spreekt hier voor zich; hij had het ook ‘verwoest landschap’ kunnen noemen.
Ik heb voor dit gedicht gekozen omdat ik zelf ook vind dat de natuur veel te veel door mensen vernietigd worden. Je ziet steeds minder bos en steeds meer gebouwen die afsteken bij de omgeving (grote flatgebouwen die overal bovenuit steken). Ik ben het dus volledig met de mening van de schrijver in dit gedicht eens. We zouden meer respect voor de natuur moeten hebben en het in behoud houden.

- Grenzeloos egocentrisch; bladzijde 38
Dit is een beetje een egoïstisch gedicht waarbij het volledig om de ‘ik’ draait. De ‘ik’ in dit gedicht kent zichzelf goed en ziet anderen heel oppervlakkig. Hij ziet alleen de schoenen, een das, een tic of de afwezige ogen.
Ik denk dat het een beschrijving is wanneer je in je eentje door de stad loopt en alle mensen die je tegenkomt niet kent. Je kijkt ze aan en ziet dat wat de schrijver hier beschrijft; alleen de oppervlakkige en opvallende dingen.
Bij deze manier van denken neem je jezelf als middelpunt, vandaar ook de titel ‘grenzeloos egocentrisch’.
Dit gedicht vond ik heel toepasselijk; de beschrijving die de schrijver geeft, dat wat je van andere mensen ziet, zie je ook daadwerkelijk wanneer je bijvoorbeeld alleen door de stad loopt. Het is dus eigenlijk iets uit het dagelijkse leven. Het valt alleen niet op dat je zo denkt, dat die dingen je opvallen en dat laat dit gedicht duidelijk naar voren komen en dat vond ik wel leuk.

9. VERDIEPINGSOPDRACHT
Ik heb gekozen voor opdracht 22 van categorie 3; het volgende gedicht gaat over gevoelens. Hier beschrijft de schrijver op originele wijze hoe je gevoelens kunt interpreteren.

Gevoelens
ik heb er wel duizend
even duidelijk zijn ze aanwezig
als de voorwerpen in mijn kamer
en de snel wegfietsende jongen
buiten op straat.

Gevoelens zijn niet zichtbaar, maar toch zeer duidelijk aanwezig. Je kunt ze niet verbergen. Net zomin als je dat met voorwerpen in je kamer kunt (of een snel wegfietsende jongen).
Ik heb voor dit gedicht gekozen omdat er toch veel mensen zijn die hun gevoelens proberen te negeren. (Het verbergen van verdriet of pijn.) Dit gedicht maakt duidelijk dat je dit juist niet moet verbergen; dat het iets zeer menselijks is en dat iedereen ze heeft (ook al zijn ze niet altijd zichtbaar).

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.