Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 1VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2886 |
Opvragingen: | 348 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (636 stemmen)
Titels van Francine Oomen
De reis van Lena Lijstje (2) 2004 Gek van liefde (0) 2008 Het boek van Beer (3) 2005 Het geheim van Lena Lijstje (3) 2003 Het zwanenmeer (maar dan anders) (8) 2003 Hoe overleef ik (zonder) liefde? (20) 2006 Hoe overleef ik de brugklas? (23) 2000 Hoe overleef ik een gebroken hart? (25) 2003 Hoe overleef ik het jaar 2000? (2) 1999 Hoe overleef ik met/zonder jou? (27) 2004 Hoe overleef ik met/zonder vrienden? (11) 2007 Hoe overleef ik mezelf (33) 2002 Hoe overleef ik mijn eerste zoen? (18) 2001 Hoe overleef ik mijn ouders? (en zij mij!) (40) 2005 Hoe overleef ik mijn vakantie? (6) 2004 Lena lijstje (3) 2001 Quarks! (1) 1997
Laatst gewijzigd op 21 februari 2002
Hoe overleef ik de brugklas?
Het boek dat ik heb gekozen om mijn 2e boekverslag te maken heet: Hoe overleef ik de brugklas? Het boek is niet vertaald en de schrijfster is Francine Oomen. Zij is niet zo bekend. De uitgeverij is van Reemst en de tekeningen van Annet Schaap.
Informatie over de schrijfster
Doordat Francine Oomen niet zo bekend is, heb ik niet zo veel informatie kunnen vinden.
Francine Oomen werd in 1960 geboren te Laren. Ze heeft 3 kinderen: Joris, Lotte en Daan. Haar hobby’s zijn al sinds ze klein was lezen, schrijven en tekenen.
Ze schrijft voor kinderen in alle leeftijden en Francine haar boeken zijn spannend, grappig en altijd vol verrassingen en fantasie. Ze illustreert en ontwerpt ook boekjes voor peuters en kleuters.
Tegenwoordig woont Francine Oomen in een dorpje in Zuid-Limburg, in een witte boerderij met kippen en een beek voor de deur. Ze heeft het daar erg naar haar zin.
Dit zijn de boeken die zij geschreven heeft:
Knisperboekjes over Bollie
Knisperboekjes over Vosje Floris
Rammelaarboekjes
Quarks!
Max de ziekenhuiskat
Max de tandartskat
De computerheks
De computerheks in gevaar
Lang leve de computerheks
De computerheks in de sneeuw
Hoe overleef ik mijn vakantie?
Hoe overleef ik het jaar 2000??
Hoe overleef ik de brugklas?
Allemaal poppenkast (samen geschreven met Jacques Vriens)
Het boek
De titel past vind ik erg goed bij het boek, want het hele boek gaat over de brugklas en in Rosa’s e-mails aan Jonas staan ook veel tips voor de middelbare school. Bijvoorbeeld wat je aan de zware boekentas kunt doen, spiektips en tips om goed je huiswerk te doen.
Het genre
Ik kan niet echt goed merken wat voor een genre dit boek heeft, maar ik denk dat "Hoe overleef ik de brugklas?" het dichtst in de buurt komt bij een psychologisch boek. Het gaat namelijk veel over personen en over de gevoelens van die personen.
De gebeurtenissen
De plek waar de meeste dingen zich afspelen is op school. Op het plein vinden veel gesprekken en ruzies plaats en het plein is wel redelijk groot. Op de zolder van de school gebeuren rare dingen en het is er niet zo groot. Het is dus een kleine ruimte dat helemaal vol staat met rotzooi. Een soort opbergplaats. Als er iets gebeurd, staat er meestal wel dat het er heel donker is en dat maakt het juist spannend. Ook thuis gebeuren wat dingen. Het meest achter de computer, dat Rosa een brief naar Jonas typt. Ruzies ook, dat moeder en Alexander te veel met elkaar omgaan volgens Rosa en dat ze haar in de steek laten. Dat zegt ze dan niet zo letterlijk, maar zo bedoeld ze het wel. Hoe het er daar precies uitziet wordt niet beschreven, maar de computer staat in haar eigen kamer en haar bed staat ernaast. Ze kan ook als ze achter de computer zit, uit het raam kijken.
De tijd
Het verhaal speelt zich af in deze tijd. Dat is heel duidelijk te merken aan de e-mails. Die staan er ook erg veel in. In bijna elk hoofdstuk staat 1 e-mail of meerdere e-mails. Ook kwam er een keertje een mobiele telefoon voor. Dat is eigenlijk het enige waaraan je kunt merken dat het verhaal zich in deze tijd afspeelt.
De personen
De 1e hoofdpersoon is Rosa. Zij heeft in het begin een beste vriendin die ze kent van de basisschool: Sascha. Rosa is erg afhankelijk van haar vriendin Sascha. Zelf durft ze haar niet tegen te spreken, want dan krijgt ze zeker weten de wind van voren. Als ze geen vriendin van haar zou zijn, wist ze dat ze op die grote nieuwe middelbare school alleen op het plein zou staan. Daarom moest ze wel haar vriendin blijven. Over haar uiterlijk wordt niks gezegd, maar wel zegt ze op haar eerste schooldag tegen haar moeder dat ze een puist heeft en daarom zeker niet naar school kan. In de loop van het boek veranderd ze. Ze durft voor haarzelf op te komen en hoeft niet meer persee Sascha’s vriendin te zijn. Ze krijgt dan meer zelfvertrouwen. In haar e-mails aan Jonas heeft ze het altijd over het P-nieuws. De P van pukkels & puisten, pesthumeur, problemen, proefwerken en poen. Ook schrijft ze altijd een paar survivaltips op, bijvoorbeeld wat je moet doen tegen een pukkel.Ik denk dat ik haar wel aardig zou vinden, want zelfs de lelijkste en stomste kinderen die door iedereen worden gepest, die pest zij niet. In het begin van het boek alleen even, maar moest ze doen van Sascha. In het begin zou ik haar niet willen zijn, want dan durfde ik niet voor mijzelf op te komen, maar later wel.
De 2e hoofdpersoon is Sascha. Zij is zoals ik net al zei vriendin van Rosa. Ze durft, mag en doet alles en is nergens bang voor. Een goed voorbeeld daarvan vind ik dat ze op de middelbare school een vriendje krijgt, genaamd Danny en dan willen ze allebei een tongpiercing. Dan zijn ze zogenaamd uniseks. Als ze die piercing aan Rosa laat zien, zegt ze dat ze het leuk vindt. Heel eerlijk vindt ze er helemaal niks aan en het is lelijk. Als ze dat eerlijk tegen Sascha zou zeggen, dan was ze geen vriendin meer. Sascha’s moeder weet daar niks van en ze heeft het ook niet gevraagd. Dit zou Rosa bijvoorbeeld niet mogen en ook niet zomaar doen.
Sascha is heel goed in pesten en Esther is een goed pispaaltje. Ze probeert er altijd zo voor te zorgen, dat ze niks meer te zeggen heeft. Ook moet zij vaak opdraaien voor dingen die Sascha heeft gedaan.
Sascha is in het begin van het boek wel redelijk normaal, maar later word ze heel arrogant en wil ze Rosa dingen laten doen die absoluut niet mogen. Aan het einde van het boek is ze weer aardig en heeft ze ook aan Rosa verteld, waarom ze zo onaardig deed. Haar moeder bleek alcoholist te zijn. Altijd als Sascha thuis kwam, moest ze boodschappen doen, de kots opruimen, eten maken, altijd die lege flessen drank opruimen! Ze vertelde toen hard huilend dat het leek alsof zij de moeder was. Ze had het nooit aan Rosa verteld omdat ze zich ervoor schaamde. Over haar uiterlijk wordt niks gezegd. Wel als ze op het klassenfeest dronken is, dan zeggen ze dat ze er niet uitziet, maar hoe dat is weet ik niet. Daarna waren ze weer goede vriendinnen. Ik weet niet of ik haar aardig zou vinden.
De 1e bijpersoon is Esther. Zij is heel arm en haar moeder maakt al haar kleren. Daardoor wordt ze erg gepest en buitengesloten, want ze vinden haar kleren lelijk. Haar bijnaam is jampotje. Totdat Rosa haar vriendin wil zijn en haar huiswerk bij haar thuis brengt. Eerst was Esther heel boos toen Rosa binnen kwam, maar later toen ze het bijgepraat hadden niet meer. Esther lijkt mij wel aardig, maar door haar kleding wordt zij toch ontzettend gepest. Over haar verdere uiterlijk wordt niks gezegd. Zij lijkt mij wel aardig en een best wel medelevend persoon. Dat kun je merken als iemand anders gepest wordt. Zij schaamt zich dan niet en gaat gewoon met die persoon om. Het maakt haar op dat moment niet uit of zij dan toevallig ook gepest wordt, omdat juist zij die persoon gaat helpen. Zij verandert niet in het verhaal.
De 2e bijpersoon is Lidwien. Zij zat op de basisschool in de klas bij Sascha en Rosa. Lidwien is net zo’n soort iemand als Rosa in het begin van het boek. Zij zit ook onder de plak bij Sascha. Alles wat Sascha doet vindt zij helemaal top! Als Sascha en haar vriendje Danny gaan roken en zij wordt ook gevraagd om roken, wil ze eigenlijk nee zeggen. Als Sascha dan begint te dreigen, dat ze dan haar vriendin niet meer is, rookt ze toch maar mee. Haar karakter is op zich wel goed. Over haar uiterlijk wordt eigenlijk helemaal niks gezegd. Wel wordt gezegd dat ze niet rijk is doordat haar ouders allebei geen werk hebben en dat ze er soms niet uitziet. Ook zij pest mee tegen Esther. Als later in het boek Sascha van school is gestuurd, staat Lidwien alleen op het schoolplein. Toch bekend ze aan Rosa en Esther dat ze Esther’s kleren wel mooi vindt. Ze zou denk ik wel aardig zijn als Sascha niet in de buurt is. Zij verandert een beetje, want op het einde durft en doet ze ook dingen zelf zonder Sascha.
De 3e bijpersoon is Jonas. Hij is het e-mailvriendje van Rosa. In het begin van het boek zie je alleen maar e-mails van hem. Op het eind van het boek nodigt Rosa Jonas uit, om bij haar te komen en ook mee te gaan naar het klassenfeest. Meer gebeurt er niet met hem. Zijn uiterlijk is niet bekend, maar in één van zijn e-mails staat, dat hij de waterpokken heeft. Hij noemt dat een ziekte voor kleine kinderen en schaamt zich ervoor. Als Rosa hem ziet, als hij het perron opkomt, zegt ze wel dat hij veranderd is. Op het klassenfeest is hij er ook bij, maar hij danst niet. Ik denk dat hij een goede betrouwbare vriend zou zijn. Ik vind dat hij soms wel iets te overdreven is.
De 4e bijpersoon is Danny. Hij zit bij Rosa, Sascha, Lidwien en Esther in de klas. Hij heeft meteen in het begin van het boek al verkering met Sascha en is net zo’n pester als haar. Zoals ik al bij Sascha heb verteld, hadden Sascha en Danny allebei een tongpiercing. Danny komt alleen maar samen met Sascha voor in het boek. Ook als ze op de verboden zolder op school zijn, is hij er weer bij. Hij is eigenlijk ook de brandstichter. Over zijn uiterlijk wordt helemaal niks verteld. Ik zou hem niet aardig vinden, want hij pest kinderen en sticht brand. Eigenlijk vind ik dat hij helemaal niks goeds heeft gedaan. Zijn karakter vind ik daarom ook heel slecht!
De 5e bijpersoon is moeder. Zij is de moeder van Rosa. Zij komt niet zoveel voor in het boek, maar toch is ze wel belangrijk. De vader en moeder van Rosa zijn gescheiden en moeder heeft een nieuwe vriend. Die heet Alexander en die hebben ze ontmoet op Corsica. Sinds een paar dagen woont hij weer bij Rosa en moeder in huis. Moeder heeft daarom minder tijd voor Rosa. Als moeder ’s middags thuiskomt en naar Rosa’s kamer gaat, dan treft ze Rosa huilend op bed aan. (De brand was toen net gebeurd.) Alle e-mails die Rosa had geschreven aan Jonas had zij toen gelezen, dat zij geen aandacht meer aan Rosa besteedt, maar alleen aan Alexander. Daarna was zij echt heel aardig. Over haar uiterlijk wordt niks gezegd. Haar karakter is wel goed en ik vind haar denk ik ook wel aardig. Zij verandert wel in het verhaal. Op het eind is ze dus heel aardig, maar in het begin van het boek was dat wat minder.
De 6e bijpersoon is Alexander. Zoals ik net al zei, de vriend van moeder. Er wordt bijna niks over hem verteld. Hij kwam maar 1 keer echt voor in het boek. Toen hij Rosa vroeg in de ochtend had gehoord, ging hij haar kamer binnen. Zij moest nog huiswerk doen en daar had hij toen bij geholpen. Wel kwam hij even voor in een e-mail van Rosa. Zij vertelde aan Jonas dat Alexander Apenbil weer op bezoek kwam. Dat was dus zijn bijnaam. Zijn karakter is goed en ik vind hem ook wel aardig. Over zijn uiterlijk wordt helemaal niks verteld en hij verandert niet in het verhaal.
De 7e bijpersoon is vader. Hij is de vader van Rosa en over hem is niet zoveel informatie. De keer dat hij voorkomt wordt er alleen maar over hem gepraat. Rosa zegt dat hij allemaal leuke dingen had meegenomen. Dat ze dronken was geworden van de fles madera. ( drank ) Ook vertelde ze dat zij in de herfstvakantie bij hem gaat logeren. Verder kan ik niks over de vader van Rosa vertellen.
De 8e bijpersoon is de moeder van Esther. Zij komt ook bijna niet voor. Als Rosa Esther haar huiswerk gaat brengen, doet de moeder van Esther open en laat haar binnen. Ook wordt ze genoemd als ze het hebben over Esther’s kleding. Haar moeder ontwerpt kleding voor haar beroep. Als Rosa thuiskomt vertelt ze het aan haar moeder over de kleding. Zij heeft een eigen blad en wil wel dat Rosa en Esther erin komen te staan. Natuurlijk met de eigen ontworpen kleding. Voor veel geld, want het gezin van Esther is niet zo rijk. Haar karakter is goed en over haar uiterlijk wordt niks gezegd. Zij verandert niet in het verhaal en ik denk dat ik haar wel aardig zou vinden. Het is een normaal persoon.
De 9e en 10e bijpersonen zijn Arie Ritsema en de conrector. Zij zijn niet belangrijk en daarom doe ik ze samen. Arie Ritsema is de mentor van de klas van Rosa, Danny, Sascha, Esther en Lidwien en zijn bijnaam is Prittsema, omdat zijn haar opgeplakt lijkt. Hij is er ook meteen bij als de brand wordt ontdekt. De conrector is daar ook bij en verder worden ze niet zo genoemd. In het begin van het boek wordt Ritsema wel genoemd, maar dat is de kennismakingsdag met de kinderen. Over het karakter en het uiterlijk kan ik niks vertellen, maar als ze voorkomen, zijn ze niet vervelend of stom.
De samenvatting van het verhaal
Rosa en Jonas sturen heel veel mailtjes naar elkaar. Het boek begint ook met een mail, maar verder vertel ik alleen als er iets belangrijks in de mail staat.
De mentor van klas 1B is Arie Ritsema. Als ze allemaal in de kring zitten, moeten ze allemaal iets over zichzelf vertellen. Als ze dat gedaan hebben worden ze in groepjes ingedeeld en moeten ze een speurtocht door de school doen. Opeens zijn ze verdwaald en komen op de zolder van de school, waar niemand mag komen. Die staat vol met allemaal vieze dingen. Bijvoorbeeld een skelet en potjes met spinnen.
Als ze een paar dagen later weer met z’n drieën naar school fietsen, ziet Rosa dat Sascha kort geknipt wit haar heeft en een tongpiercing. Ze zegt dat ze het mooi vindt, maar eigenlijk vindt ze het hartstikke lelijk.
Rosa is vroeg opgestaan om haar Frans nog te leren. Ze krijgt het niet in haar hoofd. Dan komt Alexander binnen en helpt haar om op een goede manier alles te kennen. Op school kan ze alle vragen zo opschrijven en Sascha kijkt bij haar af. Nadat er nog een paar nare dingen gebeurd waren, hadden Sascha en Rosa ruzie.
Een paar dagen later krijgt Rosa een briefje met daarop deze tekst: “Kom a.u.b. in de grote pauze naar de zolder. S.“ Ze gaat naar de zolder en Danny, Sascha en Lidwien willen het goed maken. Ze moet wel Esther naar de zolder laten komen en zij zelf moet mee.
Uiteindelijk doet Esther het en ze kloppen op de zolderdeur. Het is er akelig donker en opeens worden ze van achteren gegrepen. Het is een val!! Na allerlei gemene dingen schopt Esther tegen Danny’s schenen. Zijn sigaret valt uit zijn mond en dan: VUUR!!!! Wegwezen allemaal! Dan komt Ritsema eraan en ze moeten allemaal snel WEG! Rosa gaat naar huis en gaat huilend op bed liggen. Ze valt in slaap…… Dan komt moeder haar kamer binnen en ziet dat ze gehuild heeft. Rosa is zo overstuur dat ze niks kan vertellen. Moeder leest het verhaal dat Rosa aan Jonas zou sturen. Ze leest ook de rest van de e-mails. (Rosa had het hele verhaal aan Jonas gemaild.)
Jonas komt logeren en gaat ook mee naar het klassenfeest. Als ze daar eenmaal zijn, vraagt Rosa of Sascha komt. Sascha komt binnen en daarna komt er een hevige ruzie tussen Rosa en Sascha. Sascha loopt weg………
Rosa gaat haar zoeken en vindt haar in de boomhut. Ze praten en praten en dan zijn ze na een tijdje weer vriendinnen!!
Het juryrapport
Het onderwerp vind ik heel origineel en ook goed bruikbaar voor kinderen die naar de middelbare school gaan. Ik heb zelf nog geen ander boek gezien met deze titel, maar wel dit soort onderwerpen. Toch vind ik het een goed onderwerp.
De manier van schrijven vind ik goed, want de zinnen zijn lang en kort, er staan makkelijke en soms moeilijke woorden in en veel e-mails. De gesprekken zijn niet zo van: Moeder zegt…, maar ze praten gewoon en dat schrijven ze op.
De personages kunnen echt zijn, maar ook fictie. Dat is niet duidelijk te zeggen. Sommige dingen kunnen niet in het echt, maar het meeste wel. Er zijn veel verschillen tussen de personages. Rijk, arm, aardig, stom, arrogant enz. Eigenlijk lijkt niemand op elkaar. Van de personen die maar eventjes in het boek voorkwamen, heb je toch wel wat informatie.
De afloop van het verhaal is goed en hij past ook wel bij het verhaal. Het laatste was namelijk dat Sascha was weggelopen en Rosa ging haar zoeken. Toen Rosa haar had gevonden was het boek vrijwel meteen afgelopen.
Het boek is eigenlijk wel voor meerdere leeftijden geschikt. Het meest natuurlijk voor kinderen die naar de brugklas gaan, maar ook voor docenten en ouders die willen weten hoe het gaat in de brugklas. In het boek zelf staat dat het boek geschikt is vanaf ongeveer 11 jaar. Natuurlijk is niet alles echt waar, maar het zou wel kunnen gebeuren.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen