ff n studiebreak
Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Samenvatting:
Er was eens een vrolijke schoenmaker die Pieter Bell heette. Hij had de bijnaam Jan Plezier gekregen, omdat hij altijd vrolijk was. Hij had een mooie vrouw en een dochter die Martha heette. Maar hij was soms wel verdrietig, want hij wou altijd zo graag een zoontje…
Op een dag was het zover dat Jan Plezier een zoontje kreeg: Pietje Bell. Vanaf het begin was Pietje Bell lastig, Pietje Bell vond de vroedvrouw niet aardig en huilde altijd als die hem in haar armen nam.
Pietje groeide op en mocht voor de eerste keer naar school. Martha, zijn zus, was zijn juffrouw. Op school moest Pietje Bell Martha dan ook altijd juffrouw noemen en thuis was het Martha of zus. Pietje ging altijd vroeg naar school om maar niet te laat te komen, maar… als hij om zich heen keek zag die wel weer wat om mee te spelen en dan kwam die nog te laat op school. Voor hem was spelen lol maken, maar voor anderen was zijn spelen kattenkwaad. Het liep ook altijd slecht voor Pietje af. Hij was dan ook binnen de kortste tijd de belhamel van de stad. Als hij wat deed kwam het weer in de krant te staan.
Naast hun huis woonde Geelman. Geelman had een kruidenzaak en zag er altijd geel uit, vandaar zijn naam. Geelman zat altijd op te scheppen over zijn geweldige zoon. “Mijn zoon is de braafste en de beste leerling van zijn klas. Altijd negens en tienen, komt altijd op tijd thuis en doet nooit mee aan kattenkwaad uithalen.” Dan zei Jan Plezier: “Jouw jongen maakt nooit lol, jouw jongen is een saaie boekenbundel die leeg is.”
Nadat Pietje Bell plezier had gemaakt stond wel iets op de kop, school, de stad, het huis, Martha, de buren, de groenteman, en ga zo maar door. Pietje Bell kreeg dan altijd op z’n kop van de ene bij wie die het had uitgevoerd. En Pietje dacht: “Wat heb ik nou weer gedaan, is het ook al verboden om plezier te maken?” Dan werd het aan Jan Plezier verteld en die moest altijd hard lachen en zei: “Zo’n jongen toch! ’t Is een reuzetype!” En natuurlijk had Geelman ook over het ongeval gehoord en moest meteen komen opscheppen over zijn jongen die nooit wat deed. Pietje Bell kreeg alleen van z’n vader straf als Pietje iets heel ergs had gedaan. Pietje Bell beloofde altijd: “Ik doe het nooit meer, vanaf nu word ik een hele nette jongen die netjes stil kan blijven zitten”. Pietje probeerde zijn best om een nette jongen te zijn, maar als die om zich heen keek zag die wel weer wat om mee te “spelen”. En dan kreeg die weer straf. En weer beloofde hij om een nette jongen te worden. Pietje wou altijd wat goeds doen, maar dat liep ook altijd fout af.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.