Boekverslag Boudewijn Büch

De kleine blonde dood

... 10 11 12 13 14 [15] 16 17 18 19 20 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2477

Opvragingen:

32

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (63 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Boudewijn Büch

Laatst gewijzigd op 26 januari 2002

Genre
Psychologische roman

Keuze
Ik heb dit boek niet echt gekozen. Ik heb het gekregen van mijn nicht en die heeft het boek ook gelezen. Ik was eigenlijk al begonnen in ‘De aanslag’, maar die vond ik niet echt leuk, dus besloot ik dit boek te gaan lezen.

Inhoud
Een eerste indruk van het boek had ik niet echt. Er stond een klein stukje op de achterkant, maar daar stond niet waar het boek over ging. Ik ben gewoon begonnen het boek te lezen en ik vond het leuk. Nu ik het boek uit heb, vind ik het nog steeds wel leuk, op enkele hoofdstukken na. In sommige hoofdstukken gebeurt gewoon niks en dat is erg saai.

Samenvatting
De kleine blonde dood gaat over het verleden van de bekende boekenschrijver Boudewijn Büch. In het boek komen twee delen van zijn verleden aan bod: zijn jeugd en zijn periode als vader.

Het boek gaat over Boudewijn Büch en zijn relatie met zijn vader en zijn zoontje. En het begint als Boudewijn op schoolreisje gaat naar Nijmegen. Ze zullen ook even naar Duitsland gaan, maar dat mag absoluut niet van zijn vader. Hij heeft een trauma aan de oorlog overgehouden en is daardoor anti-Duits. Als ze eenmaal bij de Duitse grens zijn moet Boudewijn bij zijn leraar op Nederlands grondgebied blijven. Als Boudewijn opeens een zeldzame vlinder ziet vliegen gaat hij er achteraan om hem voor zijn vader te vangen. Als hij hem te pakken heeft blijkt hij in Duitsland verdwaald te zijn. Twee Duitse douanebeambten houden hem aan en brengen hem terug naar de rest van de klas. Als zijn vader, die eerst dolblij is met de vlinder, het verhaal hoort trapt hij de vlinder dood en schreeuwt: 'Ik wil geen Duitse vlinders'. Het duurt een week voordat hij weer met Boudewijn praat.
In het derde hoofdstuk gaat Boudewijn met zijn vader op Prinsjesdag naar de gouden koets kijken. De vader van Boudewijn vereerde het koningshuis enorm. Als ze gaan kijken zingt en schreeuwt de vader van Boudewijn uit volle borst mee, maar op het andere moment valt hij de gouden koets aan. Iedereen scheldt hem uit en verklaart hem voor gek. Hij wordt op het politiebureau een tijdje vastgehouden.
Later wordt er meer verteld over het vreemde gedrag van zijn vader. Als hij een keer zomaar vertrekt zonder iets te zeggen, gaat een broertje van Boudewijn in de kamer van zijn vader kijken. Hij heeft daar in een kast gekeken die voor iedereen verboden was. Hij zag daar foto's van concentratiekampen en gemartelde mensen. Als zijn vader terugkeert van zijn reis, merkt hij dat er iemand in de kast is geweest. Zijn vader wordt woedend en Boudewijn's broertje wordt geslagen. Daarna wordt ook verteld dat op een decemberdag voor kerst zijn vader naar beneden komt. Hij vertelt dat hij geen kerst wil vieren, later zegt hij dat hij helemaal geen feestdagen meer wil vieren. De reden hiervoor wordt niet gegeven.
Als Boudewijn 11 jaar is, moet hij een lange tijd naar een inrichting in Brabant, "niet omdat ik gek was, maar omdat mijn ouders het gek vonden dat ik gek werd van hun huwelijksleven". Hij beleeft daar een vreselijke tijd en mag daar praktisch niets. Het ergste vindt hij nog dat hij daar niet mag lezen. Na bijna een jaar mag hij weer naar huis. Daar krijgt hij erg last van zijn buik. De doktoren denken dat het niets ernstig is, maar later raakt hij in coma. Hij had last van een blindedarmontsteking, maar die is nu geknapt en het is een buikvliesontsteking geworden.
Vele jaren later, zijn ouders zijn intussen gescheiden, ontvangt Boudewijn een brief van zijn moeder. Die stuurt hem een kopie van een rouwkaart waarin staat dat zijn vader gestorven is. Hij rouwt erg om de dood van zijn vader. Twee weken na zijn dood ontvangt hij een brief van zijn vader. Twintig vellen vol. De brief grijpt hem erg aan. Enkele zinnen neemt hij over, maar hij verbrandt de brief.
Hij hoort van een dokter dat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd. Voordat zijn vader stierf is hij nog een keer naar hem toe geweest. Hij vertelde zijn vader toen dat hij homoseksueel was, maar een vrouw was van hem in verwachting. Zijn vader en zijn (vijfde) vrouw worden woedend.

Het tweede verhaal gaat over Micky, het zoontje van Boudewijn. Als ze een keer in Artis zijn, vraagt Micky Boudewijn de oren van zijn kop. Ze beleven daar een gezellige tijd samen en later wil hij hem terug brengen naar Mieke. Als Mieke daar bezopen op de bank ligt, zoals wel vaker, besluit Boudewijn dat Micky voorlopig maar bij hem moet wonen.
Na een paar weken gaat Boudewijn voor een paar dagen naar Parijs, met vrienden. De avond voordat hij naar Parijs gaat, spreekt hij voor het laatst met Micky, die blijft logeren bij Gerda, een vriendin van Mieke. Ondanks dat Boudewijn tegen Gerda heeft gezegd dat ze Micky absoluut niet aan Mieke mee mag geven, doet ze dat toch.
Als Micky bij Mieke is, knapt er iets in zijn hersenen en valt daarna van de trap. Hij ligt in coma. Als Boudewijn uit Parijs terugkomt hoort hij het verhaal en gaat naar Mieke en scheldt haar de huid vol. Daarna gaat hij naar het ziekenhuis. De dokter legt hem uit dat het gezwel in zijn hoofd is geknapt. Hij vertelt ook dat zijn zoon eigenlijk dood is en dat het geen zin meer heeft om hem in leven te houden. Boudewijn besluit na veel nadenken en verdriet om de behandeling te stoppen.
Hij heeft veel moeite met het verwerken van zijn verdriet. Hij besluit om Micky te laten cremeren. Hij kwelt zichzelf hier nog meer mee, hij wil dat er geen spoor meer van Micky op aarde blijft bestaan.
Later, zes jaar na de dood van Micky, bezoekt hij het crematorium nog een keer om een artikel te schrijven. Hij beseft dan dat hij de dood van Micky nog steeds niet verwerkt heeft.

De ruimte
Een groot deel van het verhaal speelt zich af in Wassenaar, de plaats waar Boudewijn in zijn jeugd woonden. In Wassenaar gaat hij naar verschillende plaatsen, zoals het museum en zijn school. Het verhaal begint met Boudewijn die op schoolreisje gaat naar de grens van Duitsland. Boudewijn is dan ook heel even in Duitsland. Boudewijn is ook ongeveer een jaar in een psychiatrische inrichting in Brabant. Verder speelt het boek zich af in zijn woonplaats in Amsterdam, en de vakantie in Italië.

De verhaalfiguren
Boudewijn Büch
Boudewijn komt met twee verschillende leeftijden voor in het boek. Hij is eerst een kind en later de vader van een eigen zoon. Boudewijn heeft een hele goede band met zijn vader, maar dat verandert nadat hij hem heeft verteld dat hij homoseksueel was en een vrouw zijn kind droeg, dat was ook de laatste keer dat hij zijn vader zag.

Micky
Micky is het zoontje van Boudewijn. Hij heeft blond haar. Boudewijn is dol op zijn zoontje en gaat dan ook van alles met hem doen. Micky is ook een heel nieuwsgierig jongetje en hij wil van alles weten. Als Micky vijf jaar is knapt er iets in zijn hersenen en valt hij van de trap. Hij raakt hierdoor in coma en overlijdt uiteindelijk.

De vader van Boudewijn
Zijn vader speelt een hele belangrijke rol in dit boek. Hij heeft last van een oorlogstrauma en hij is anti-Duits, terwijl hij wel in Duitsland is geboren. Hierdoor doet hij hele vreemde dingen. Hij kan bijvoorbeeld ontzettend boos worden en dan slaat hij alles kort en klein in het huis. Uiteindelijk pleegt hij zelfmoord.

Mieke
Mieke is de vroegere lerares van Boudewijn en de moeder van Micky. Ze is vaak dronken en maakt ook snel ruzie. Ze wil graag dat Micky bij haar blijft wonen, maar Boudewijn wil dat niet.

Dit waren de belangrijkste verhaalfiguren. Over de andere figuren wordt weinig verteld.

De situaties
Het verhaal begint met kleine Boudewijn die op schoolreisje gaat. Ze zullen naar de grens gaan en dan ook nog even naar Duitsland. Maar de vader van Boudewijn wil niet dat zijn zoon in Duitsland zal komen en verbied het.
Als Boudewijn dan per ongeluk, hij achtervolgde een vlinder, in Duitsland is geweest wordt hij woedend.
Het verhaal eindigt met een terugblik van Boudewijn naar de tijd dat zijn zoontje nog leefde. Het verhaal heeft een gesloten einde.

De vertelwijze
Het verhaal is geschreven in de ik-perspectief. Zowel met de belevenissen met zijn vader, als met zijn zoontje Micky kijk je door de ogen van Boudewijn. Hierdoor heeft het verhaal iets persoonlijks, je wordt er echt bij betrokken omdat je zelf alles meemaakt zoals de hoofdpersoon alles meemaakt. Alles wordt in de verleden tijd verteld.

Thema
Het thema van het boek is de verhouding met vader en zoon.
De titel van het boek is “De kleine blonde dood”. Dit slaat op het zoontje van Boudewijn, die had blond haar en ging al vroeg dood. Als Boudewijn ongerust is over Micky zegt hij,”En dan is de kleine blonde dood. De kleine blonde dood dat is een mooie boektitel.” In het boek komt het thema ook goed naar voren, in twee verschillende verhalen zelfs. Eerst de verhouding van Boudewijn met zijn vader en dan die van Boudewijn met zijn eigen zoontje. Met beide heeft Boudewijn een hechte band. Zijn moeder kan dat niet begrijpen, omdat Boudewijns vader nog al eens woedeaanvallen heeft en hij zelfs zijn kinderen slaat. Ook met zijn zoontje heeft Boudewijn een goede band, helaas komt daar een einde aan doordat zijn zoontje jong overlijdt.

Plaats in de literatuurgeschiedenis
De schrijver van de kleine blonde dood is Boudewijn Büch. Hij werd in 1948 geboren in Den Haag en groeide met zijn vijf broers op in Wassenaar.
Als kind leed Boudewijn sterk onder het slecht huwelijk van zijn katholiek geworden joodse ouders, die hun ‘onhandelbare’ zoon op zijn elfde naar een jeugdpsychiatrische inrichting stuurden. Niet lang na zijn thuiskomst, bijna een jaar later, scheidden zijn ouders. Zijn door de oorlog getraumatiseerde vader, met wie hij als kind en innige band had, zou na verschillend mislukte pogingen daartoe uiteindelijk zelfmoord plegen.
In 1976 publiceerde Boudewijn Büch de poëziebundel ‘Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs’, waarin hij zijn voorliefde voor jonge jongens prijsgaf. Na nog twee poëziebundels, ‘De taal als blauw’ (1977) en ‘De sonnetten’(1978), verscheen in 1981 zijn eerste proza in boekvorm, ‘De blauwe salon’. Deze weinig enthousiast ontvangen roman bevat alle thema’s die in Boudewijns latere werk zal terugkeren: de ervaringen in een jeugdpsychiatrische inrichting, de intieme verhouding met een vader, de vroege dood van een zoontje en de moeizame relaties met vrouwen.
Een volgende poëziebundel, ‘Dood kind’ (1982), deed De Telegraaf Boudewijn uitroepen tot ‘de belangrijkste dichter van zijn genaratie[…], een taalmangiër van het kaliber van Achterberg’. Overige positieve reacties op zijn gedichten waren er echter nauwelijks, zodat hij in de jaren tachtig besloot om zijn poëzie alleen nog bibliofiel in kleine oplagen te laten verschijnen. De laatste ‘openbare’ poëziebundel verscheen in 1985: Het androgyn in ska.
In 1984 kreeg Boudewijn Büch een eigen televisieprogramma, Büchs Boeken. In datzelfde jaar verscheen het boek ‘Weerzien’, waarin de ikfiguur, Boudewijn zelf, voor het eerst in achttien jaar terugkeert naar zijn gehate woonplaats Wassenaar.
In 1985 verscheen ‘De kleine blonde dood’, waarin aangrijpende jeugdherinneringen worden afgewisseld met de herinneringen aan de paar jaar dat de hoofdpersoon van was van een zoontje, dat door een hersentumor in coma raakt en sterft. Fragmenten uit deze roman werden afgedrukt in het Leidse universiteitsblad ‘Mare’ en in 1982 verzameld in de essaybundel ‘Een kleine blonde dood’. Boudewijn Büch schreef nog meer romans, maar slaagde er niet meer in om het niveau van ‘De kleine blonde dood’ te halen.
In de zomer van 1992 werd ‘De kleine blonde dood’ verfilmd door Jean van de Velde, met in de hoofdrol Antonie Kamerling. De film ging in het voorjaar van 1993 in première.
Belangrijke werken van Boudewijn Büch zijn:
- Weerzien (1984)
- De kleine blonde dood (1985)
- Links. Een Rode Burleske (1986)
- Het dolhuis (1987)
- Boekenpest (1988)
- De rekening (1989)
- Rock & Roll (1991)
- Goethe en geen einde (1991)
- De hel (1994)

Beoordeling
Dit boek is heel goed geschreven, want ik las er zo doorheen. De schrijver weet je aandacht vast te houden. Dit doet hij ook door middel van de twee verhalen die door elkaar lopen. Er gebeurt heel veel in dit boek. Aan het einde is er zelfs sprake van een heel erg snelle wisseling van gebeurtenissen. Dat maakt het verhaal aangrijpend, maar ook wel ingewikkeld, want soms duurt het even voordat je erachter bent om welke tijd het nou gaat.
Wat het verhaal ook ingewikkeld maakt, is dat Boudewijn in verschillend inrichtingen en ziekenhuizen heeft gelegen. Als het verhaal dan in delen wordt verteld, weet je niet meer waar hij nou is. Dat vond ik op zich niet zo’n ramp, omdat die delen met niet echt aanspraken.
Het taalgebruik was erg makkelijk en ook goed te begrijpen. Er werden ook veel eigentijdse woorden gebruikt, dat in de meeste boeken toch wel wordt vermeden. Dat maakt het boek anders en ook leuker.
Minder leuk aan het boek vond ik dat je in het begin van het verhaal al wist dat Micky dood was. Dat maakte het stuk dat Micky in het ziekenhuis lag ook niet spannend. Maar toch was dat wel het meest aangrijpende stuk. Boudewijn moest toen beslissen of hij de stekkers er uit zou trekken, dat betekende dat Micky zo overlijden. Ik wist dat Micky dood zou gaan en ik wist dus dat de stekkers er inderdaad uitgingen en toch hoopte ik stiekem dat het niet zou gebeuren. Dat komt omdat je toch heel erg meeleeft met het verhaal, doordat het in de ik-perspectief is verteld.
Wat me ook aansprak, was de jeugd die Boudewijn in Wassenaar had. En dat hem het overlijden van zijn vader aangreep, ondanks de verschrikkelijke jeugd die hij gehad heeft.
Je kan het boek vergelijken met andere boeken die Boudewijn Büch heeft geschreven over zijn jeugd, zoals ”Het dolhuis”. Dat boek gaat over zijn ervaringen in de Brabantse inrichtingen. Dus ook dat boek gaat over zijn jeugd, alleen komt daar alleen maar de tijd in de inrichtingen aan bod.
Dit boek kan ik mensen wel aanraden, maar je moet er wel van houden. Ik kan mezelf vrij goed inleven in de hoofdpersoon, maar als je dat niet kan begrijp ik dat het boek je niet aanspreekt.
De titel van het boek vind ik vreemd, maar toch ook wel weer passend. Het is vreemd, omdat merendeel van het verhaal gaat over zijn jeugd in Wassenaar en zijn herinneringen aan zijn vader. Als je het andere deel van het verhaal bekijkt is het toch wel passend, omdat het kleine blonde zoontje dood gaat.
Mijn eindoordeel over dit boek is dat ik het een toch wel leuk boek vond. Al is dit niet echt het soort boeken waar ik van houd. Ik had het leuker gevonden als ik niet wist wat er ging gebeuren met Micky. Het boek was op zich ook niet spannend, maar dat maakt niet zo heel veel uit in deze situatie.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.