geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Samenvatting Beatrijs:
Ik ga schrijven, ondanks dat het mij niets oplevert, over een non. Ik heb het verhaal gehoord van monnik Gijsbrecht van de orde der Wilhelmieten. De non waarover ik ga vertellen was kosteres in het klooster. Ze was zeer beschaafd en welgemanierd, ijverig en nooit lui. Ze kon niet zonder de liefde. Veel mannen waren al voor haar gevallen. De duivel probeert via liefde mensen tot het slechte te verleiden, bij deze non slaagde hij er in. Zij moest anders gaan leven, omdat zij verliefd was. Ze nam afstand van het klooster.
Ze stuurde de jongen in kwestie een brief, met het verzoek om snel naar haar toe te komen. Zijn komst zou ook ten gunste komen van zijn eigen belang. Allebei hadden ze veel onder de liefde geleden, deze duurde al vanaf hun twaalfde jaar. Toen hij bij het klooster was, ging hij voor het luikje in de kloosterdeur zitten. Hij zat buiten en zij binnen, vervuld van hevige liefde. Alle twee zijn ze zeer bedroeft en de jongen zegt:’De godin Venus, die ons dit heeft aangedaan, moet gestraft worden door God’. Hij beloof haar nooit in de steek te laten als zij voor hem het klooster zou verlaten en kleren voor haar te kopen.. De vrouw gelooft hem, aanvaart zijn belofte en zegt tegen hem: ‘ Kom over acht dagen terug en wacht op mij onder een egelantier in de kloostertuin. Ik zal uittreden en uw minnares zijn. Ik zal gaan waar u wilt’. Zij beloofden het elkaar en namen afscheid. Hij stapt op zijn paard en reed terug naar de stad. De volgende dag ging hij naar de stad om blauwe en rode stof te kopen. Hij liet daar kleding van maken. Hij kocht voor haar mooie en kostbare messen, gordelriemen, een geldtasje, en ook haarbanden, ringen en allerlei andere sieraden.
Met 500 pond op zak reed hij naar het klooster en wachtte in de kloostertuin net als afgesproken. Over hem nu genoeg.
Ze luidde de klokken al voor middernacht. Toen iedereen na de nachtgebeden weer terug naar bed was gekeerd, bad zij tot Maria. Zij sprak tot haar met grote angst: ‘ Maria, moeder, ik kan niet langer in het klooster blijven. U weet precies wat er in mensen omgaat. Ik heb gevast, gebeden en mezelf gepijnigd. Mijn moeite was tevergeefs, de liefde heeft mij ten val gebracht. Ik moet een ander leven gaan leiden’. Ook bad zij tot God en zei tegen hem dat zij niets anders kan doen als in diepe zonde leven. Ze trok haar pij uit en legde hem op het Maria-altaar.
De sleutels van de sacristie hing zij voor het Mariabeeld, zodat men hem zo vinden als zij in de vroege morgen Maria zouden prijzen. Vervolgens liep zij in niet meer dan een onderkleed naar buiten in de kloostertuin. Haar vriend gaf haar 2 paar kleren en de blauwe trok zij aan.
De jongeman kuste haar op haar mond, het leek net of het klaarlichte dag werd. Ze klommen op zijn paard en reden samen tot zonopgang. Toen het licht begon te worden zei zij: ‘ Als ik in het klooster gebleven was zou ik nu de klokken luiden voor het ochtendgebed. Ik ben bang dat ik spijt ga krijgen van deze reis, omdat er maar zo weinig trouw is in deze wereld’. Hij antwoordt hierop dat God hem zou mogen straffen en dat alleen de dood hun zou kunnen scheiden. Hij zegt tegen haar: ‘ Ik heb 500 pond mee in zilvergeld, daar zult u de eigenares van zijn. Ook al gaan we naar vreemde landen, we hoeven de eerste zeven jaar geen bezittingen te verkopen’.
Ze reden een bos binnen, het gezang van de vogels was overal te horen, mooi en zoetgeurende bloemen groeiden in het gras. De hemel straalde helder. De jongen keek naar het onbedorven meisje, wat hij zo lief had en zei tot haar: ‘ Schat, als je wilt kunnen we afstijgen en bloemetjes plukken. Dit is een mooie plek. Laten wij het liefdesspel spelen’.
Zij werd kwaad op hem en zei: ‘ Botte boer! Moet ik hier als een soort hoertje in het gras gaan liggen? Je zou dit niet gezegd hebben als je niet zo lomp was geweest. Ik word er verdrietig van. God mag je straffen omdat je dit vroeg. Als ik helemaal naakt bij je zal zijn dan wel in een net opgemaakt bed. Ik ben gekwetst’. Hij zei dat het allemaal de schuld was van Venus en vroeg of ze hem kon vergeven. Zij sprak: ‘ Dan vergeef ik het je. Liefste, ik hou zoveel van je; het is onvoorstelbaar dat ik je vergeten zou’. Zo praten ze met elkaar, ze reden verder tot ze in een stad kwamen die in een mooi dal lag.
Het beviel hun daar zo goed, dat ze er zeven jaar bleven en samen twee kinderen kregen. Na deze zeven jaar was hun geld op, alles wat ze verder hadden moesten zij verkopen voor de helft van de prijs. Alles werd hun te duur, zij kon niet werken om de kost te verdienen. Ze wilden liever dood zijn dan om brood te moeten bedelen. De armoede veroorzaakte een breuk tussen hen, de man brak zijn belofte, liet haar achter om terug te keren naar zijn geboortestreek. Hij liet haar wanhopig achter met haar twee kinderen. Ze dacht bij zichzelf: ‘ Het is mij vergaan zoals ik al vreesde, de man die ik vertrouwde heeft mij in de steek gelaten. Maria bid alstublieft voor mij en mijn twee kinderen, zodat wij niet omkomen van de honger. Wat moet ik nou doen? Ik moet verplicht in het vrije veld buiten de stad geld gaan verdienen met mijn lichaam’. Ze ging een zondig leven leiden, leefde zeven jaar als een publieke vrouw die tot haar afkeer en zonder enig genot, menige zonde met haar lichaam bedreef. Ze deed dit alles om haar kinderen in leven te kunnen houden. Ondanks alles zei ze elke dag trouw haar zeven Maria-gebeden. Met deze gebeden eerde zij Maria, hopend dat deze haar van haar zonde zou verlossen.
Na 14 jaar gaf God haar zoveel berouw dat zij nog liever onthoofd wilde worden als haar lichaam nog langer voor zonden lenen. Ze huilde dag en nacht en bad tot Maria: ‘ Laat mij niet in deze ellende ten onder gaan. Het waren zoveel afschuwelijke zonden, ik weet niet eens meer waar en met wie ik ze beging. Wat moet er van mij worden? Gods ogen zijn van mij afgewend, ik vrees voor zijn laatste oordeel, waar alle zonden aan het licht zullen komen. Als men niet tijdig heeft gebiecht en er geen boete is gedaan, zullen de zonden bestraft worden.
Maria, zonder u help is het niet mogelijk om mij van mijn zonden te verlossen, ook al zou ik elke dag een haren boetekleed dragen en kroop ik op handen en blote voeten in slechts een wollen pij. Schenk mij genade, u heeft al vele verblijd. Ook van de ergste zondaars.
Ook al ben ik een slecht zondares, realiseer u toch dat ik onder alle omstandigheden u eerde met gebeden. Laat mij uw goedheid zien, ik heb dringend uw hulp nodig, ik ben radeloos. Iemand die u iedere dag heeft gegroet met een Ave Maria is immers nooit onbeloond gebleven. Uitverkoren bruid van God, u hoort toch graag het Ave Maria. Moeder van Jezus, u beloont immers iedereen die u ermee aanspreekt, u zou pleiten voor hem pleiten zodat God hem genade zou schenken. Dit gebed bad zij elke dag. Ze nam haar kinderen en trok, levend van giften, van stad tot stad. Ze dwaalde net zo lang tot ze haar oude klooster weer terug gevonden had. Ver na zonsondergang kwam ze bij het huis van een arme weduwe en vroeg om onderdak. De vrouw liet haar en haar kinderen binnen. Aan de weduwe vroeg ze over het klooster voor vrouwen van voorname afkomst. De weduwe verzekert haar dat het een prachtig en aanzienlijk klooster is, over de nonnen zijn nog nooit slechte dingen aan het licht gekomen. Ze vraagt aan de weduwe: ‘ Hoe kunt u dat nou zeggen? Ik hoorde deze week veel gepraat over een non die 14 jaar geleden het klooster heeft verlaten. Men heeft nooit geweten waar ze naar toe is vertrokken’. De weduwe werd boos en dreigde haar het huis uit te sturen als zij nog een keer zulke praatjes zou vertellen. Toen ze de weduwe vroeg naar de namen van de ouders van deze goede kosteres, noemde deze de namen van haar ouders. Die nacht bad ze: ‘ Ik kan alleen mijn oprechte berouw aanbieden. Maria, help mij. Ik verafschuw mijn zonden zo erg, dat ik in een vlammende oven zou kruipen als dat mij zou verlossen van deze zonden. Heer, u veroordeelt de wanhoop; daar blijf ik in geloven. Sinds u in menselijk gedaante op aarde kwam en aan het kruis stierf, heeft u nog geen zondaar verloren laten gaan, die om genade vroeg’. Tijdens het gebed viel ze in slaap en kreeg een visioen. De stem in haar droom zei tegen haar dat zij naar het klooster terug moest keren en zij alles terug zou vinden als dat zij het achter gelaten had. Toen zij wakker werd dacht ze bij zichzelf de duivel kan mij niet erger kwellen dan op dit ogenblik, als ik nu naar het klooster terug zou keren en betrapt zou worden, dan zou mijn schande nog groter zijn als dan toen ik het klooster verliet. Zij vroeg aan god of hij de stem nog twee keer wilde laten spreken, zodat ze kon terug keren naar het klooster zonder twijfels. De volgende nacht droomde ze weer, dit keer zei de stem: ‘ Mens, je wacht te lang, ga terug naar uw klooster. God zal u helpen. Doe wat Maria u beveelt. Ik heb haar boodschapper, twijfel daar maar niet aan’. Opnieuw durfde ze niet naar het klooster te gaan, ze wilde de derde nacht afwachten. Ze hoopte dat een nieuw gebed een eind zou maken aan de macht van de duivel. De derde nacht bleef ze wakker, uit Gods naam daalde een stem neer, omgeven door een fel licht: ‘ U doet onterecht niet wat ik u zeg; het is immers Maria die het u beveelt. U wachten zou wel eens te lang kunnen zijn, ga zonder twijfel naar het klooster. De deuren zullen open zijn en uw kloosterkleding ligt op het altaar’. Nu wist ze het zeker, ze zou terug kunnen keren naar het klooster. Haar beide kinderen liet ze achter bij de weduwe.
Moederziel alleen en erg triest ging zij terug naar het klooster, zij zag de poort openstaan en ging het klooster binnen zonder angst. Zoals de boodschapper had gezegd, vond zij haar kleren op het altaar, waar zij die 14 jaar geleden had achter gelaten. Ze trok ze aan en dankte Maria met een gebed. De sleutels van de sacristie hingen ook voor het Mariabeeld. Gelijk begon ze weer met werken, ze legde de gebedenboeken op hun plaats. Inmiddels was de nacht al zover dat ze de klokken ging luiden, geen van de nonnen merkten het wonder op. Zo was de zondares tot inkeer gekomen, tot lof van de geëerde Maria, de hemelse maagd, die altijd trouw haar vrienden helpt als deze in moeilijkheden verkeren.
De vrouw over wie ik verteld heb, is weer non net als vroeger. Haar twee kinderen die ze achter moest laten werden goed verzorgd door de weduwe met financiële hulp van de abdis. Hun moeder leefde een vroom leven, maar nog steeds was zij vol berouw van al haar zonden, die ze niet aan iemand durfde te vertellen of op schrift te stellen.
De abt kwam weer op zijn jaarlijkse bezoek aan het klooster, om te horen of er praatjes rondgingen die de nonnen een slechte naam konden bezorgen. Op de dag dat hij kwam was deze non in grote tweestrijd. De duivel probeerde door schaamte haar te verhinderen dat zij haar belachelijke zonde aan de abt zou vertellen. Terwijl ze aan het bidden was, zag zijn een wit geklede man langs haar lopen. Op zijn arm droeg hij schijnbaar een dood kind. De man speelde een spelletje met hem, de vrouw zei tegen hem: ‘ Waarom speelt u een spelletje met dit kind? Het ligt immers dood op uw arm en merkt niets van uw spel’. Hierop antwoordde de jongeman: ‘ Inderdaad, non, het merkt totaal niets van mijn spelletje. Het is niet meer in leven, het kan niet horen of zien. Ook op deze manier, kan God uw vasten en bidden ook niet zien. Het helpt niet, het is vergeefse moeite. U bent in zonden verstikt, God hoor uw gebeden niet. Ik raad u aan snel alles op te biechten bij de abt. Laat u niet door de duivel in het kwade drijven. De abt zal u uw kwellende zonden kwijtschelden. Als u niet gaat biechten, zal God u er zwaar voor straffen’. De man verdween meteen weer en zou niet meer terugkeren. Ze ging die morgen meteen naar de abt, ze vroeg hem of hij de biecht van haar wilde afnemen. Hij stemde ermee in en zij vertelde hem alles over haar leven. Wanneer zij hem alles verteld had, sprak de abt tot haar: ‘ Dochter, ik zal u absolutie geven van de kwellende zonden die u aan mij verteld hebt’. Met deze woorden schonk hij haar vergiffenis. ‘ Ik zal uw biecht in een preek bekend maken, maar zal niet laten merken dat het u en uw kinderen betreft. Ik hoop dat hierdoor nog meer zondaren zich zullen bekeren en Maria eer zullen bewijzen’. Voor zijn afscheid vertelde hij de kloosterlingen wat een non had meegemaakt. De kinderen van de non nam de abt met zich mee, hij liet hen in een Wilhelmietenklooster intreden; het werden twee vromen mensen. Hun moeder droeg de naam Beatrijs.
Loof en prijs God en Maria, die God de borst gaf en dit wonder liet gebeuren. Zij redde deze vrouw uit haar moeilijkheden.
Motieven:
Het belangrijkste motief in dit boek is liefde. Uit liefde voor haar vriend verlaat Beatrijs het klooster, uit liefde voor Maria en God keert zij weer terug.
Een ander motief is ontrouw. Ontrouw van de man die Beatrijs verliet, ontrouw van Beatrijs die het klooster verliet. Aan de andere zijde is trouw ook een motief, Beatrijs bleef tenslotte trouw elke dag haar zeven Maria-gebeden zeggen. Ook bleven Maria en God Beatrijs trouw, ze kon altijd op hen vertrouwen.
Het geloof is natuurlijk ook een belangrijk motief, Beatrijs wordt gered door haar trouwe geloven.
Beschouwing:
Ik ga het verhaal nu bekijken vanuit het standpunt van de kinderen van Beatrijs. De kinderen werden geboren en beleefden zeven goede jaren. In deze jaren waren ze een gelukkig gezin met allebei de ouders die van hun hielden. Na de zeven jaren ging alles opeens de andere kant op. Nadat het geld was opgeraakt, ze alle vier hun bezittingen verkocht hadden, ging hun vader er vandoor. Ze bleven achter bij een wanhopige moeder. De moeder moest gaan werken om hun in leven te kunnen houden. Beatrijs was van adellijke afkomst en had daardoor geen beroep geleerd. Ze kon niets anders dan de prostitutie in gaan. Voor de kinderen moet het ook niet echt fijn geweest zijn, als je moeder jou in leven moet houden door haar lichaam te verhuren. De kinderen moesten daarna door het hele land trekken met hun moeder, voor kleine kinderen zal dit ongetwijfeld niet prettig geweest zijn, ze hadden niets, geen thuis en geen geld. Beatrijs is op zoek naar het klooster waar ze vandaan kwam, de kinderen wisten dit niet. Toen zij het gevonden had, klopte ze aan bij een weduwe in de buurt, vroeg daar om onderdak. Na een paar nachten vertrok zij, zonder iets tegen haar eigen kinderen te zeggen. Hier zullen zij ongetwijfeld veel verdriet van hebben gehad. Later werden ze door de abt opgehaald aan wie hun moeder al haar zonden had verteld. Zij traden later allebei het klooster in om monnik te worden.
Ik denk dat de kinderen nooit geweten hebben van het kloosterverleden van hun moeder. Alles wat hun wordt aangedaan is daar een gevolg van. Eerst hun vader die hen verlaat, daarna ook nog hun moeder. Ze worden achter gelaten bij een weduwe die zij niet eens kennen, hun verdriet moet groot geweest zijn. Ze werden zomaar achter gelaten door hun moeder bij een onbekende zonder dat ze daar de reden voor kende. Toch zullen de kinderen, ondanks het leven zonder hun eigen moeder, hier blij voor geweest zijn. Ze werden goed verzorgd, hadden eindelijk een vast woonplaats en hadden voldoende geld voor eten. Ze groeiden bij de weduwe op en traden uiteindelijk net als hun moeder het klooster in. Van hun vader hebben ze na de eerste zeven jaar niets meer vernomen. Dat zal erg moeilijk voor ze geweest zijn, omdat hun moeder niet kon werken en ze daardoor niets meer hadden. Uiteindelijk is het allemaal goed met ze gekomen.
Mening:
Het verhaal Beatrijs vond ik persoonlijk niet echt heel interessant. Verhalen die zo lang geleden geschreven zijn hebben niet echt iets aantrekkelijks, door de onactuele onderwerpen, die mij niet interesseren. Voor een middeleeuws verhaal denk ik dat het best wel meevalt, ik had het minder boeiend verwacht. Toch is het inlevingsvermogen er niet, omdat je er niets uit kan herkennen.
Ik denk dat een heleboel aspecten uit dit verhaal een dubbele betekenis hebben, bijvoorbeeld het getal zeven wat zo vaak genoemd wordt. Het getal zeven is in het christelijke geloof het getal van volheid. Ook het getal 666 speelt een rol. De tijd dat Beatrijs in zonde leeft, loopt tot regel 666. Dit getal is het getal van de duivel.
Over het onderwerp zou ik uit mezelf geen boeken gaan lezen, omdat dat mij helemaal niet aantrekt, persoonlijk heb ik maar weinig met het geloof in God en Maria.
Beatrijs vind ik zelf een heel naïeve vrouw, omdat zij de man zo blindelings vertrouwd en alles voor hem doet. In deze tijd zou dat waarschijnlijk niet meer gebeuren, dat een vrouw met
een goed verstand alles voor een man zou opgeven.
Het verhaal komt niet echt geloofwaardig op mij over. In de tijd dat Beatrijs uit het klooster was, zou Maria haar taak hebben over genomen, dit soort wonderen kunnen niet gebeuren. Ook is het niet echt realistisch dat als je in God en Maria blijft geloven dat alles vanzelf wel goed moet komen.
Het eind van het boek vind ik vreemd. Het lijkt bij regel 864 of het verhaal is afgelopen, maar het loopt nog verder, daardoor lijkt het net of het eind er later aanvast geplakt is.
Het oude De oud- Nederlandse taal vind ik erg moeilijk om te lezen, toch was het wel te doen. Je kunt er veel talen in herkennen zoals het gewone Nederlands maar bijvoorbeeld ook het Latijns.
Sommige delen van het verhaal hadden van mij wel wat uitgebreider gemogen. Bijvoorbeeld de zeven goede en slechte jaren worden in een paar regels verteld.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.