Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2461 |
Opvragingen: | 1 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (20 stemmen)
Titels van Willem F. Hermans
Au pair (31) 1989 De donkere kamer van Damokles (54) 1958 De elektriseermachine van Wimshurst (0) 1967 De god denkbaar denkbaar de god (0) 1956 De laatste roker (0) 1990 De tranen der acacia's (3) 1949 De zegelring (2) 1984 Een heilige van de horlogerie (1) 1987 Een landingspoging op New Foundland (0) 1957 Een wonderkind of een total loss (2) 1967 Filip's sonatine (4) 1980 Geyerstein's dynamiek (0) 1982 Herinneringen van een engelbewaarder (10) 1971 Het behouden huis (42) 1952 Het evangelie van O. Dapper Dapper (0) 1973 Het sadistisch universum (1) 1966 Homme's hoest (2) 1980 Ik heb altijd gelijk (2) 1951 In de mist van het schimmenrijk (5) 1993 King Kong (1) 1972 Malle Hugo (0) 1994 Mandarijnen op zwavelzuur (0) 1964 Moedwil en misverstand (0) 1948 Naar Magnitogorsk (1) 1990 Nooit meer slapen (29) 1966 Onder professoren (6) 1975 Paranoia (1) 1953 Periander (0) 1974 Ruisend gruis (6) 1995 Uit talloos veel miljoenen (4) 1981
Laatst gewijzigd op 17 januari 2002
W.F. Hermans, Nooit meer slapen. Amsterdam (20e druk)
Beschrijvingsopdracht
Motivatie
Dit boek heb ik gekozen omdat ik van tevoren leuke reacties hoorde over het boek en een aantal mede leerlingen een paar jaar geleden een boekbespreking hadden gedaan over dit boek. Van Gerard Reve wilde ik zeker niets lezen, omdat ik ooit voor een ander boekverslag in een boek van hem was begonnen, maar er na bijna honderd bladzijden nog steeds met tegenzin in aan het lezen was. Ik ben er toen mee gestopt en heb me voorgenomen de volgende keer nog een paar keer na te denken voordat ik weer begin in een boek van Gerard Reve. Een boek van Harry Mulisch mocht ik al niet meer lezen, omdat ik voor een ander boekverslag ‘De aanslag’ heb gelezen en aangezien we niet meerder boeken van een schrijven mogen lezen viel Harry Mulisch dus ook af. Hella Haase zou ook een optie zijn, maar na een aantal stukken achter op de boeken van haar te hebben gelezen was ik ervan overtuigd dat ik ook geen Hella Haase wilde lezen. Ik vond dat ik wel genoeg boeken over de oorlog had gelezen. Dan bleef W.F. Hermans over en omdat ik daar leuke reacties over had gehoord kwam ik al snel op ‘Nooit meer slapen’. Tijdens het lezen kreeg ik een paar keer te horen dat andere mensen het toch niet zo’n leuk boek vonden, in het begin vond ik het boek ook niet erg interessant, maar toen ik de honderd-bladzijden grens was gepasseerd begon ik het leuk te vinden en vond ik het lezen niet meer vervelend.
Samenvatting
Alfred Issendorf, een student geologie, gaat naar Noorwegen om in Oslo professor Nummedal te bezoeken. Alfred is naar Noorwegen gestuurd door professor Sibbelee, die Alfred op onderzoek wil sturen om een bepaalde theorie te bewijzen. De theorie komt erop neer dat bepaalde kraters in het Noord-Noorse landschap veroorzaakt zouden zijn door meteorieteninslagen. Met deze theorie heeft Sibbelee zich de hoon van de geologische wereld op de hals gehaald, maar Alfred wil er desondanks onderzoek naar doen. Alfred ontmoet Nummedal in zijn instituut in Oslo. Hoewel Nummedal zelf een brief heeft gestuurd aan Sibbelee over deze ontmoeting, blijkt er meteen een misverstand te zijn over het tijdstip van ontvangst. De portier van het instituut blijkt blind, en ook het gezichtsvermogen van Nummedal blijkt zeer slecht.
Wanneer Alfred en Nummedal in gesprek raken, blijkt dat Nummedal minder sympathie heeft voor Sibbelee dan dat de laatste zelf deed voorkomen. Er blijkt bovendien een taalprobleem te zijn: Nummedal spreekt het liefst Duits, terwijl Alfred liever Engels spreekt. Alfred heeft voor zijn onderzoek luchtfoto's nodig van het landschap dat hij gaat onderzoeken, en hij gaat er vanuit dat Nummedal hem die kan verstrekken. Op een vraag van Alfred over deze foto's gaat Nummedal echter niet in. Nummedal stelt Alfred voor om de omgeving van Oslo te gaan bekijken. Alfred voelt hier niet veel voor, maar gaat hier toch op in, misschien kan hij, door meegaand te zijn, alsnog de luchtfoto's bemachtigen.
Behalve van Sibbelee blijkt Nummedal de hele Nederlandse wetenschap niet erg hoog in te schatten; hij beweert dat het Nederlandse landschap helemaal niet geschikt is voor geologisch onderzoek. Aan het eind van de rondleiding vertelt Nummedal dat Alfred de luchtfoto's op kan halen bij de geologische dienst in Trondheim, als hij naar Finnmarken (Noord-Noorwegen) vertrekt. De persoon die hem hiermee verder kan helpen is een zekere directeur Hvalbiff. Alfred is teleurgesteld over zijn ontmoeting met Nummedal: hij heeft de hele tijd naar diens verhalen moeten luisteren zonder ook maar iets verder te zijn gekomen. Hij besluit om Sibbelee hierover een boze brief te schrijven, maar uiteindelijk schrijft hij alleen een nietszeggend kaartje. Op zijn hotelkamer luistert Alfred naar een Nederlands programma over de luchtsnelheid in een fluit. Vroeger wou Alfred zelf graag fluitist worden, maar omdat hij niet de geschikte fluit had, kon hij niet in een orkest spelen. Hij slaapt slecht die avond, hij besluit om zijn spullen nog eens te inspecteren. Als hij zijn kompas heeft gevonden, dat hij van zijn zus heeft gekregen, bedenkt hij een theorie over het spiegelbeeld in de geschiedenis van de mens; zijn dubbelganger in de kompasspiegel zal zijn proefschrift schrijven. Alfred vertrekt per vliegtuig naar Trondheim. Hij wil het liefste een meteoriet vinden van een nieuwe steensoort; hij wil deze 'Issendorfiet' noemen. Als hij een krantenverslag leest van een expeditie door de Himalaya, beseft hij hoe zwaar de tocht door Finnmarken zal worden. In Trondheim aangekomen bezoekt Alfred daar de Geologische Dienst. 'Directeur Hvalbiff' is er niet, een zekere Oftedahl staat Alfred te woord. De luchtfoto's blijken wederom niet beschikbaar: door een recente verhuizing zijn de foto's wel ergens in het nieuwe gebouw, maar zijn ze onvindbaar. Alfred vertelt Oftedahl dat hij in Amsterdam de Noorse student Arne Jordal heeft leren kennen, hij heeft Alfreds belangstelling voor Finnmarken gewekt. Oftedahl vertelt Alfred dat Nummedal een chauvinist is en dat Hvalbiff een enorme hekel aan hem heeft. Alfred vertrekt met het vliegtuig naar Tromsø. In Tromsø merkt Alfred dat door de middernachtzon niemand gaat slapen. Als hij een cruiseschip ziet aankomen denkt hij in een van de opvarenden Arne te herkennen, later blijkt dit een misverstand te zijn. Alfred ontmoet een Amerikaanse vrouw die hem vertelt met over de 'arctische safari' die zij met haar man heeft gemaakt. Als Alfred een Italiaan was geweest, had hij haar een oneerbaar voorstel gedaan. Alfred vertrekt per vliegtuig naar Alta, onderweg peinst hij over de luchtfoto's die hij niet heeft kunnen krijgen, de rol van Sibbelee en de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. In Alta aangekomen denkt hij wederom zijn vriend Arne in iemand te herkennen, maar hij zit er weer naast. Uiteindelijk ontmoet hij Arne toch. Ze hebben het even over taalproblemen en andere eigenaardigheden in kleine landen, pakken hun spullen en gaan op weg naar Skoganvarre, waar ze hun derde reisgezel, Qvigstad zullen ontmoeten. In het noordelijke gebied waar Alfred onderzoek wil doen, wemelt het van de muggen, die Alfred voortdurend lastigvallen. Alfred vertelt Arne over de luchtfoto's die hij eigenlijk nodig heeft, en over zijn vader. Alfreds vader was botanicus, bij een expeditie in Zwitserland verongelukte hij na een val, vlak voor de afronding van zijn hoogleraarsopleiding. Alfred vertelt dat hij door zijn moeder altijd is opgevoed in de gedachte dat Alfred het werk van zijn vader moest voltooien. Alfred heeft echter nooit interesse voor planten gehad. Volgens Arne wordt de meteorietentheorie van Sibellee door Nummedal allesbehalve serieus genomen.
Alfred en Arne overnachten in de serre van een houten huis, maar Alfred kan de slaap niet vatten vanwege de muggen. Hij leest een brief van zijn moeder waarin staat dat hij als kind altijd al een meteoriet wou hebben. De volgende ochtend ontmoet Alfred Qvigstad voor het eerst. Er blijkt nog een vierde persoon me te gaan: Mikkelsen. 's Avonds vertrekken ze naar Lievnasjaurre. De bagage wordt over vijf rugzakken verdeeld; een Lap zal meegaan als drager. Alfred overpeinst zijn grote wens: meteorieten vinden; professor worden en met een vriendin van zijn zus trouwen. In gedachten noemt hij het meisje Dido. De rugzak die Alfred draagt is zwaar; bovendien heeft hij erge honger en dorst. Alfreds kompas doet het alleen als het horizontaal ligt, hij is bang een modderfiguur te slaan bij zijn drie medereizigers. Alfred bedenkt hoe Dido verliefd was op Aeneas, en hoe diens vader nog zwaarder op de rug woog dan zijn rugzak. Hij concludeert dat alle wetenschapsspecialismen relatief zijn. Hij herinnert zich een foto van een groot botanisch congres in Genève, zijn vader stond daar als enige zonder naamsvermelding op. 'Alfred de Eerste' mompelt hij, waarna hij in de spiegel kijkt.
Qvigstad legt aan Alfred en Arne uit waarom hij het alleen met negerinnen kan doen. Als het viertal bij de bivakplaats is aangekomen, betalen ze de Lap en gaan eten. Alfred kan weer niet goed slapen, dit keer door Arne, die bij hem in de tent ligt en nogal luid snurkt. Alfred leest zijn aantekeningen. Hij is erg bang dat hij zonder resultaat terug zal komen van de expeditie. Qvigstad discussieert met Mikkelsen over God, het heelal en het scheppingsverhaal uit de Edda. Qvigstad beweert dat het onzinnig is God als een alwetende wiskundige voor te stellen. Alfred en Arne praten over hun beide vaders, Arne legt uit waarom hij bij het maken van een foto altijd 'perhaps' zegt. Alfred maakt een val; zijn been ligt open van enkel tot knie. Arne vertelt dat hij wel dood had kunnen zijn, Alfred denkt terug aan de noodlottige val van zijn vader. Alfred vertelt Arne over zijn moeder, die recensies over boeken samenstelt aan de hand van recensies uit internationale bladen; eigen inbreng komt hierbij niet aan de orde. Maar, stelt hij, overal komen bedriegers voor. De tent waarin Arne en Alfred slapen raakt doorregend, hierdoor wordt Alfreds donzen slaapzak nat, wat rampzalig is. Alfred wordt wakker, doodsbang dat hij onverrichter zake moet terugkeren. Alfred maakt een tocht van twintig kilometer om kraters te gaan bestuderen, maar vindt niets van belang. Arne maakt een goede tekening van het landschap, en Alfred concludeert dat ook Arne's aantekeningen beter zijn dan die van hemzelf. Het viertal reist door naar de volgende plaats waar ze zullen bivakkeren. Alfred doet een belangrijke ontdekking: Mikkelsen heeft de door hem begeerde luchtfoto's. Alfred begint een samenzwering te vermoeden: door bewuste tegenwerking inzake de luchtfoto's wil Nummedal zich wreken op zijn vijand Sibbelee.
Alfred fantaseert hoe hij Mikkelsen doodschopt, de foto's steelt en meteorieten vindt. Toch laat hij voorlopig nog niets van zijn woede aan Mikkelsen merken.
'Hvalbiff', zoals Nummedal de directeur van de Geologische Dienst noemde, blijkt 'walvissenvlees' te betekenen, en bovendien een in het Noors niet bestaande naam te zijn. Qvigstad regelt voor Alfred dat hij de luchtfoto's van Mikkelsen mag bekijken. Op de foto's is niets van meteorietensporen te zien. Alfred beseft dat Sibbelee hem voor niets naar Noorwegen heeft laten vertrekken. Alfred wil de tocht desondanks voortzetten.
Alfred kan niet slapen, in het gezicht van Arne ziet hij dat van een oude man. Alfred kan zijn rechterbeen niet goed meer bewegen. 's Ochtends blijken Qvigstad en Mikkelsen te zijn vertrokken om een andere route te gaan volgen. Arne en Alfred maken een tocht in de buurt van een ravijn, Alfred moet hiervoor doodsangsten doorstaan. Bijna zakt hij weg in de modder, zijn spullen worden bovendien nat. Later discussieert Alfred met Arne over het boekhouden van alles wat zich in de wereldgeschiedenis heeft afgespeeld, en de problemen die hierbij naar voren komen. Ook hebben ze het over de filosoof Wittgenstein. Omdat de kompassen van Arne en Alfred verkeerde richtingen aanwijzen, raken ze elkaar kwijt, Alfred blijkt zijn kompas verkeerd te hebben afgelezen. Als hij zijn kompas ook nog kwijtraakt, is hij helemaal verdwaald door vocht doen zijn horloge en zijn camera het ook niet meer. Nu hij alleen is, voelt Alfred zich voor het eerst weer vrij. Nadat hij heeft geslapen blijken zijn spullen weer droog te zijn. Alfred besluit daarop terug te gaan naar de berg waar Mikkelsen en Qvigstad naar toe zijn gegaan. Zijn voetstappen tellend, gaat Alfred terug naar Arne. Als hij is aangekomen, blijkt dat Arne dood is: hij is in een kloof gevallen.
Alfred neemt Arne's aantekeningen mee, en gaat terug naar Ramnastua. Alfred heeft diarree, de regen maakt het hem nog moeilijker. Alfred keert na een lange tocht terug in de bewoonde wereld: bij een huis, door Lappen bewoond, zorgt hij ervoor dat Arne's lichaam wordt geborgen. Op weg naar de rivier de Karasjokka hoort Alfred een hevige knal, maar kan de oorzaak niet ontdekken. Een Lap vaart hem terug naar Karasjok waar hij na een hotelovernachting terug gaat met de bus. In de bus ontmoet Alfred een Noors meisje, Inger-Marie. Hoewel het contact aanvankelijk moeilijk verloopt, krijgt hij haar zover de aantekeningen van Arne te vertalen. Arne blijkt veel respect te hebben gehad voor Alfred, omdat hij zich niet liet kennen bij de tegenslagen van de tocht. Alfred keert uiteindelijk terug bij het huis waar hij met Arne is vertrokken. Hij licht zijn moeder via een telegram in over zijn thuiskomst; en besluit Nummedal in zijn huis in Bergen te ontmoeten. Weer stelt Alfred zich nederig op tegenover Nummedal, deze wordt echter boos. Nummedal krijgt Arne's aantekeningenboekjes, maar hij zal ze door zijn blindheid nooit kunnen lezen. Nummedal vertelt hoe Hvalbiff hem altijd heeft tegengewerkt. Alfred begint te vermoeden dat Hvalbiff een soort spotnaam van Nummedal voor Oftedahl zou kunnen zijn, hij wil het niet uitzoeken. Alfred ontmoet Wilma, de Amerikaanse vrouw uit Tromsø weer, en rijdt met haar naar het huis van Edvard Grieg. Ze vertelt hem dat ze muziekrecensies schrijft en dat Europeanen volgens haar altijd op belachelijke wijze Amerikaanse gewoonten over proberen te nemen. In haar hotelkamer aangekomen, trekt zij een pyjama met ritssluiting aan. Volgens haar vinden mannen dit sexy vanwege hun verdrongen homoseksualiteit. Hun samenzijn wordt echter verstoord door Wilma's man ( 'Fred Flintstone'). In het vliegtuig naar huis leest Alfred een krant, waarin de knal bij Karasjok een meteorieteninslag wordt genoemd, hij drinkt een halve fles whisky leeg. Later bedenkt Alfred zich hoe het er bij de begrafenis van Arne uit zal zien en hoe Qvigstad en Mikkelsen het maken. Van zijn moeder krijgt Alfred twee manchetknopen, waarin stukjes meteoriet zijn verwerkt. Alfred neemt het zich zeer kwalijk dat hij de steentjes niet meteen als zodanig herkende, hij denkt aan een expeditie met zijn studiegenoot Brandel. Toen deze met hem door een zeer helder meer waar je de boden kon zien, zwom, deed hij van alles, behalve naar de bodem kijken. Alfred concludeert dat hij zijn moeder en zijn zus nooit uit zal kunnen leggen waarom hij verdrietig is, hij heeft de meteorietenhypothese niet kunnen bewijzen.
(2017 woorden)
Persoonlijke reactie
Ik vond het leuk om dit boek te lezen, omdat het een heel ander boek was dan ik gewend ben te lezen. Het onderwerp en de manier van schrijven waren erg verschillend en dat spreekt mij wel aan. Ik vond het zeker een interessant boek, omdat het een goede en boeiende beschrijving is van de tocht en het onderzoek door Lapland. Het is allemaal erg wetenschappelijk en ik vind dat W.F. Hermans dit goed op papier heeft weten te zetten. Het enige nadeel van het boek vond ik dat het in het begin alleen maar ging over de luchtfoto’s die hij niet kon krijgen, waardoor het af en toe een beetje vermoeiend was als Alfred weer over die luchtfoto’s begon. Ook vond ik de diepzinnigheid van het verhaal niet altijd even interessant, omdat de gedachtengangen die vaak te uitgebreid waren uitgewerkt in mijn ogen niet zo heel veel met het verhaal te maken hadden. Ik vond het zeker geen vervelend boek om te lezen, in het begin tweifelde ik nog of ik het uit zou lezen.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen