Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 6VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 882 |
Opvragingen: | 13 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (8 stemmen)
Titels van Willem F. Hermans
Au pair (31) 1989 De donkere kamer van Damokles (54) 1958 De elektriseermachine van Wimshurst (0) 1967 De god denkbaar denkbaar de god (0) 1956 De laatste roker (0) 1990 De tranen der acacia's (3) 1949 De zegelring (2) 1984 Een heilige van de horlogerie (1) 1987 Een landingspoging op New Foundland (0) 1957 Een wonderkind of een total loss (2) 1967 Filip's sonatine (4) 1980 Geyerstein's dynamiek (0) 1982 Herinneringen van een engelbewaarder (10) 1971 Het behouden huis (42) 1952 Het evangelie van O. Dapper Dapper (0) 1973 Het sadistisch universum (1) 1966 Homme's hoest (2) 1980 Ik heb altijd gelijk (2) 1951 In de mist van het schimmenrijk (5) 1993 King Kong (1) 1972 Malle Hugo (0) 1994 Mandarijnen op zwavelzuur (0) 1964 Moedwil en misverstand (0) 1948 Naar Magnitogorsk (1) 1990 Nooit meer slapen (29) 1966 Onder professoren (6) 1975 Paranoia (1) 1953 Periander (0) 1974 Ruisend gruis (6) 1995 Uit talloos veel miljoenen (4) 1981
Laatst gewijzigd op 15 januari 2002
Dit boek heb ik gekozen omdat er in de bibliotheek 15 exemplaren van zijn, het zal dus wel een goed boek zijn dacht ik. Het is mijn eerste boek van Hermans, dus ik kan niet zeggen of dit een van zijn betere werken is of niet. Zelf vind ik het niet zo’n geweldig boek, maar daar kom ik later op terug.
Het verhaal gaat over een Nederlandse soldaat in de eerste wereldoorlog. Hij is al lang van huis, en eigenlijk een beetje een zwerver in de oorlog geworden.
Op een dag komt hij in een huis om dat te doorzoeken. Het huis ziet er zeer bewoond uit, maar hij kan er niemand ontdekken, al vindt hij wel een kamer die op slot zit en waar hij niet in kan komen. Hij gaat in bad en trekt schone kleren aan, terwijl hij een beetje droomt over hoe mooi het is dat hij nu een rustig huis heeft gevonden.
Dan belt er een Duitser aan: de Duitsers hebben het dorpje weer veroverd en zijn op zoek naar een hoofdkwartier. Ze denken dat de Nederlandse soldaat de eigenaar van het huis is. Die laat hen dat rustig denken en geeft toestemming in het huis in te trekken, op voorwaarde dat een paar kamers, waaronder de kamer die op slot zit, van hem blijven. De Duitsers zijn heel beleefd.
De gesloten kamer blijft hem dwarszitten, onder andere omdat zijn kat, die hij in het dorp tegengekomen is, er vaak voor gaat zitten. Na een tijdje wil hij er met een ladder naar binnen gaan, als de Duitsers er een keer niet zijn, maar dan komt de eigenaar van het huis terug. De hoofdpersoon vermoordt hem en zijn vrouw, en vindt in de kamer een stokoude man die gek of doof is en zich zijn hele leven alleen maar met vissen bezig heeft gehouden – er staan vele aquaria.
Dan komen de bolsjewisten terug, nemen het dorp in, plunderen het huis en vermoorden de oude man. De hoofdpersoon werpt als ze weggaan een handgranaat in het huis, en gaat mee met de bolsjewisten.
Het verhaal is heel eenvoudig in de chronologische volgorde verteld, vanuit de ogen van de hoofdpersoon. Er zitten een of twee terugblikken in, maar die zijn niet zo heel belangrijk. Afgezien van de terugblikken is de vertelde tijd niet zo lang. Wat vooral opvalt is dat de hoofdpersoon heel vaak ‘afdwaalt’, zijn eigen, vreemde, gedachten gaat volgen. Daardoor verloopt de tijd heel schokkerig: soms wordt er een stuk overgeslagen, soms wordt over één moment heel veel verteld.
De hoofdpersoon is duidelijk een dromer: al zit hij midden in de oorlog, hij blijft filosoferen over allerlei onzinnig lijkende vragen, die er bijna allemaal over gaan dat de oorlog misschien maar nep is. Deze gedachten lijken sterk op een poging uit de oorlogswereld te vluchten.
Aan de andere kant vecht de hoofdpersoon wel hard mee als het nodig is.
De thema’s waar het verhaal over gaat zijn oorlog, rust en waarheid: het speelt in de oorlog, maar de hoofdpersoon is vaker aan het denken over de gedachte dat die oorlog misschien helemaal niet bestaat, dan dat hij in de oorlog bezig is.
Zeer opvallend is dat in dit verhaal heel duidelijk naar voren komt hoe Hermans tegen de wereld aan kijkt: het is een rotzooi, daar valt niet veel aan te veranderen, maar in gedachten kun je een wereld verzinnen die wel mooi is. De hoofdpersoon zit constant te denken aan een wereld waarin alles rustig is, en alles te begrijpen is. Dat staat ook in de laatste zin mooi: Het was of het huis ook aldoor komedie had gespeeld en zich nu pas liet zien zoals het in werkelijkheid altijd was geweest: een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid. Hier zijn twee dingen in te zien: 1 alles is rotzooi, 2 alweer een poging alles zo te zeggen dat het te begrijpen is, in dit geval door te zeggen dat het altijd al zo geweest was.
In dit beeld van een wereld waarin alles te begrijpen is, past de ontoegankelijke kamer met geen mogelijkheid. Toch probeert de hoofdpersoon zelfs die in zo’n wereld te betrekken, omdat simpelweg vergeten nou eenmaal niet lukt. Hij verzint dat deze kamer altijd gesloten zal blijven.
Een ander mooi voorbeeld dat laat zien dat Hermans de wereld als een grote poel van rotzooi beschouwt, is wat er wordt beschreven als de hoofdpersoon net ontdekt heeft dat de bolsjewisten terugkomen. Hij probeert dan de oude man te redden door hem duidelijk te maken dat hij nu niet meer telkens ‘Heil Hitler’ moet roepen: dan zal hij afgemaakt worden. De bolsjewisten worden hier dus, ook al is het de groep waar de hoofdpersoon zelf mee meevecht, ook als niets beters dan een gevaar afgeschilderd: niets geen goeden en slechten, nee iedereen is slecht, en je ziet maar dat je overleeft in die troep.
Een cijfer dat ik aan deze roman zou geven is een zeven. Het is goed geschreven, en een aardig verhaal, maar meer is het voor mij niet. Al kan ik me goed voorstellen dat het anderen sterk raakt, mij doet het niet zo veel.
Gebruikte bronnen:
Het verhaaltje over Hermans op het opdrachtvel.
Een anoniem leesverslag, op internet gevonden: http://huiswerk.scholieren.com/uittreksels/view.php3?id=3787
Het boek zelf:
W.F. Hermans – Het behouden huis – 24e druk – Amsterdam - De Bezige Bij - 2000
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen