geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
1.
a. Titel + Auteur : “De aanslag” door Harry Mulisch
b. motto: Overal was het al dag, maar hier was het nacht, neen, meer dan nacht. C. Plinius Caecilius Secundus 79 na Christus
c. Biografie
Harry Kurt Victor Mulisch werd geboren op 29 Juli 1927 in Haarlem als enige zoon van K.V.K Mulisch die uit Oostenrijk komt, en Alice Schwarz uit Antwerpen.
Zijn vader komt te overlijden na in de 2e wereldoorlog in een werkkamp te zijn gestopt. Zijn moeder emigreert naar San Francisco, waar ze Amerikaanse wordt.
Zijn schrijfcarriëre begint in 1947 waar hij een stukje in het Elsivier weekblad schrijft. Twee jaar later schrijft hij z'n eerste roman genaamd Archibald Strohalm. Hij woont sinds 1958 in Amsterdam. Uit zijn huwelijk met S. Woudenberg komen twee kinderen voort; Anna en Frieda. In 1992 krijgt hij z'n 3e kind genaamd Menzo uit een verhouding met een andere vriendin.
Mulisch is sinds 1958 redacteur geworden van verschillende bladen. Sedert 1962 is hij bestuurslid van de bezige bij. Hij schreef ondertussen veel goede literaire boeken, waar onder het legendarische boek; de aanslag. Er worden een aantal tentoonstellingen over hem gegeven. Ook werd hij bij de uitreiking van De ontdekking van de hemel bevorderd tot officier in de orde van Oranje Nassau; tegelijkertijd kreeg hij een zilveren medaille van de gemeente Amsterdam.
Er zijn ook een aantal boeken van hem verfilmd, waaronder de aanslag.
De schrijver heeft sinds 1999 een eigen site: http://www.mulisch.nl
e. Het verhaal begon toen erop een januari-avond in 1945 te Haarlem een man werd doodgeschoten, het was Fake Ploeg, een hoofdinspecteur van de politie. Zijn lijk lag voor het huis van de buren van de familie Steenwijk. De buren van de Familie Steenwijk legde het lijk voor hun huis neer. Peter (de oudste zoon van de familie Steenwijk) wilde Fake Ploeg oppakken en ergens anders heen brengen uit angst voor represailles(=vergeldingsmaatrelgel, soort van straf.). Maar de Duitsers zagen hem en Peter probeerde te vluchten. De Duitsers kwamen het huis binnen van de familie Steenwijk en staken het huis in brand. De ouders en de jongste zoon (Anton) werden meegenomen. Anton en zijn ouders werden naar verschillende plekken weggevoerd. Anton zou nooit weten waar zijn ouders terecht waren gekomen. Uiteindelijk komt hij later toch achter de waarheid. Anton zelf werd gevangen gehouden in een cel waarin ook een vrouw in opgesloten zat. Hij had een diepgaand gesprek met de vrouw maar had haar niet kunnen zien. De volgende dag mocht Anton naar zijn oom en tante die in Amsterdam woonden.
Jaren na de oorlog komt hij de zoon van Fake Ploeg tegen. Hij heet ook Fake Ploeg en zat vroeger bij Anton in de klas. Ze praten over de oorlog en ze kregen een beetje ruzie waarop Fake met een steen een spiegel kapot gooit. Kort daarop ontploft de oliekachel, waardoor de kamer onder het roet komt te staan. Dit lijkt op de avond van 1945 toen de
Duitsers de ruiten van het huis Van de familie Steenwijk ingooiden en in brand staken. Weer jaren later trouwt Anton met zijn eerste vrouw. Op een zekere dag gaat hij naar een begrafenis waar hij oud verzetsstrijders tegenkomt. Hij ontmoet een man die Takes (of Gijs) werd genoemd. Hij is diegene die Fake Ploeg doodgeschoten had in de oorlog. Anton was eerst eigenlijk niet geïnteresseerd maar Takes liet zich niet onderbreken en zei dat hij samen met een vrouw was: Truus Coster. Later blijkt dat dat de vrouw is waarmee Anton die nacht in de cel mee heeft doorgebracht.
Als het verhaal bijna op zijn eind loopt hertrouwt Anton met een andere vrouw (Liesbeth). Ze krijgen een zoontje (Peter). Als Anton een paar jaar later met Peter in een demonstratie meeloopt ontmoet hij Karin Korteweg. De dochter van de buurman die het lijk voor hun huis had neergelegd. Ze vertelde Anton waarom nu precies voor hun huis. Haar vader had veel hagendissen, die voor hem heel belangrijk waren. Hij was bang voor represailles en daarom had hij het lichaam van Ploeg verlegd. Hij wilde het lijk niet voor het huis van de buren leggen (de buren die nooit contact met de rest van de buurt) had want die haden joden die bij hen ondergedoken zaten. Later trapte hij zijn hagedissen dood, omdat hij dat lijk had verplaatst en daardoor waren Antons ouders en broer vermoord. Uit angst dat Anton wraak zou nemen, emigreerde hij naar Nieuw-Zeeland. Daar pleegde hij in 1948 zelfmoord. Toen Anton alles wist, was hij verder de mensenmassa ingelopen.
2.A
Het verhaal speelt zich een deel af in de Tweede Wereld oorlog, dit kan ik afleiden door:
“Het was januari 1945. Bijna heel Europa was bevrijd, vierde feest, at, dronk, bedreef de liefde en begon de oorlog zoetjesaan al te vergeten; maar Haarlem veranderde steeds meer in een grauwe sintel zoals die uit de kachel te voorschijn kwamen toen er nog kolen waren.
En er wordt ook steeds aan gegeven welk jaartal die episode is. De eerste is 1945, de tweede 1952, de derde 1956, de vierde 1966 en ten slotte de laatste episode 1981. De jaartalen worden al aan gegeven dus dat kan ik verder niet verklaren.
2.B. Het verhaal beschrijft een periode van zesendertig jaar, maar in die zesendertig jaar worden er vijf jaartalen genoemd. Dat gegeven jaartal beschrijft een paar dagen van dat jaar. In die dagen komt hij steeds een stukje meer te weten. Tot hij in 1981 alles weet over de aanslag.
C. Plaats
Het verhaal speelt zich eerst in Haarlem af waar Anton Steenwijk met zijn familie woonde.
“Ver, ver weg in de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk met zijn ouders en zijn broer aan de rand van Haarlem.”
Daarna in Amsterdam met één keer een bezoekje aan Haarlem. “Hij vond het prettig daar in de dokterswoning aan de Apollolaan(…)” en “Toen hij tweedejaars was, in 1952, kreeg hij eid september een uitnodiging voor een feestje in Haarlem(…)”Is Anton ook nog een tijdje in Italië. “De vakanties bracht hij van toen af door in Toscane, in een ruim oud huis aan de rand van een dorp in de buurt van Siena(…)” Maar het grootste deel speelt zich af in Amsterdam, waar hij eerst bij zijn oom en tante woonde. Later verhuisde: “Toen hij na zijn kandidaatsexamenin 1953 op kamers in het centrum ging wonen en het huis aan de Apollolaan verliet(…)Daar in zijn kleine, donkere appartement boven de viswinkel, in een dwarsstraat tussen de Prinsengracht en de Keizersgracht(…)” Hij verhuist nog een keer in de buurt van het Leidseplein “(…) huurde hij een grote verdieping met veel licht, in de buurt van het Leidseplein.” Tenslotte verhuisde hij nog één keer: Omdat Saskia en Sandra in het oude huis bleven wonen, kocht hij een huis in Amsterdam Zuid, waar een tuin bij was.”
3. Wie zijn de hoofdpersonen:
De hoofdpersoon van het boek is Anton Steenwijk. In het begin van het boek is hij 12 jaar, aan het einde 48 of 49 jaar. Volgens de opmerkingen van anderen verandert hij in de loop van de jaren nauwelijks. Fake: “Weet je dat je absoluut niet veranderd bent? Dat hoor ik wel meer” Karin:“Je bent net zo groot als je vader geworden, en grijs, maar op de een of andere manier ben je helemaal niet veranderd. Dat hoor ik vaker.” Anton en zijn familie leden worden zo beschreven: “Maar het gezin Steenwijk bestond uit twee duidelijke delen: Peter had het blonde en blauwe van zijn moeder, Anton het donkere en bruine van zijn vader, ook de notenkleurige huid, die rondom zijn ogen nog iets donkerder was.
Anton Steenwijk is het begin van het verhaal volgzaam omdat alles gewoon gebeurt en hij is bijvoorbeeld niet opstandig, “Misschien was hij ook een beetje gehypnotiseerd door de felle lichtbundels, die keer op keer in zijn gezicht schenen, maar eindelijk, eindelijk gebeurde er wat! In die droom voelde hij, hoe de greep van zijn moeders hand zich opeens versterkte, eer zij van elkaar losgerukt werden. Tonny! Zij was al verdwenen, ergens heen, weg achter vrachtwagens; zijn vader ook. Aan zijn bovern arm werd hij door een soldaat meegenomen naar een DKW, die schuin aan de overkant half in de berm stond. Hij liet Anton instappen en sloeg het portier achter hem dicht.” maar langzaam aan wordt hij zelfstandiger. Na dat hij dus bij zijn oom en tante heeft gewoond gaat hij namelijk op zich zelf wonen. Ook wordt hij verder in het verhaal gevoeliger. Hij toont meer emoties als het om zijn verleden gaat. “Anton staarde hem aan, en plotseling overspoelde het hem. Met zijn handen tegen zijn gezicht wendde hij zich af en begon te snikken.”
4a. De titel van het boek slaat op de gebeurtenis in dit boek: "De aanslag" op Fake Ploeg. Er werd een aanslag gepleegd op Fake Ploeg en die aanslag heeft het leven van de familie Ploeg, Cor Takes, Truus Coster, de familie Steenwijk en anderen, maar vóóral Anton Steenwijk, voor de rest van hun leven getekend. Zie copie (de aanslag)
4b. Het boek heeft een informatieve opening omdat je direct informatie krijgt over wie, waar en wanneer.“Ver, ver weg in de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk met zijn ouders en zijn broer aan de rand van Haarlem.”
4c. Het boek heeft een gesloten einde omdat Anton nu na zesendertig jaar weet waarom het lijk voor hun huis werd gelegt. Meneer korteweg had samen met Karin het lijk voor hun huis gelegt omdat de vader van Karin zijn hagedissen wilde beschermen, hij was bang voor represailles. Hij legde het lijk juist niet bij Van Aarts neer (de buren die nooit contact met de rest van de buurt had) omdat zij joden ondergedoken haden bij hen thuis.
“Ik wil maar één ding weten: waarom hebben jullie hem toen bij ons neergelegd, en niet bij Aarts, aan de andere kant?Dat wou ik, dat wou ik! zei Karin plotseling opgewonden (…)
toen zei mijn vader: Nee, nier daarheen daar zitten joden.”Karin: “Toen we die schoten gehoord hadden en Ploeg voor ons huis zagen liggen, was het enige dat hij zei: Ow god, de hagedissen.
5. Het boek is een psychologische roman. Het gaat de hele tijd over het leven van Anton en hoe hij de oorlog verwerkt. Het is geen echte oorlogsroman want het grootste deel van de gebeurtenissen speelt zich niet in de oorlog af. Ik denk dus dat de schrijver wil laten zien hoe Anton achter de hele verklaring van de aanslag komt en hoe hij dat verwerkt.
6. Vanaf dat er zes schoten waren af gegaan tot dat Anton meegenomen werd vond ik heel spannend en kon me heel goed die soort van angst voor wat komen ging komen voorstellen.
Dat is tegerlijker tijd ook het belangrijkste gedeelte in het boek, want als het niet gebeurd was zou het boek ook niet verder gaan.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.