CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

toxmastro (4 vwo)

Datum ingestuurd:

9 januari 2002

Taal:

Woorden:

2.500

Bekeken:

17791 keer (28 deze maand)

Waardering:

3.6/5 (41 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Hoofdstuk 1
Zakelijke gegevens


1a

Auteur: een zekere "Willem" en eventueel ook een zekere "Arnout"

1b

Titel: Van Den Vos Reinaerde, uitgeverij Taal en Teken, Leeuwarden, 1993. 127pagina's, 3472 versregels. 4e druk. Vertaling en bewerking: H. Adema.
Eerste uitgave van de moderne Nederlandstalige versie: 1985. Land van Herkomst: Vlaanderen. Oorspronkelijke Middeleeuwse versie geschreven aan het einde van de 12e eeuw.
Dit verhaal is een dierenepos

Hoofdstuk 2
Eerste reactie


2a

Ik koos dit werk omdat ik de verhalen ken over "Reintje de Vos". Natuurlijk kende ik dat van kinderboeken. Ik wist ook dat dit een Middeleeuws verhaal was. Daarom wilde ik het Middeleeuwse boek lezen om het te kunnen vergelijken.

2b

Ik vond het ten eerste best humoristisch, maar het is wel veel scherper, wranger misschien zelfs wel dan ik gewend was van de "moderne" Reintje de Vos. Ook vond ik dat de gebeurtenissen wat anders. Wat er met de hoofdpersonen gebeurt, is veel grover en gruwelijker. Toch vond ik de moraal die zich uit in het verhaal sterk overkomen. Goed en kwaad worden, vind ik, origineel neergezet. Niet overwint zonder pardon het goede het kwaad, het kwaad is het goede te slim af. En toch is het duidelijk hoe het wél moet.

Hoofdstuk 3
Verdieping


3a

Aan het woord in dit epos is een verteller: de schrijver. Dat kun je merken aan de gebruikte woordkeuze, maar soms spreekt de verteller je ook eventjes aan.

De hoofdpersoon is Reinaert, de sluwe vos. Deze vos is misdadig en moordlustig en heeft geen enkel geweten. Ook is hij slim en tactisch. Dit gemene dier heeft een vrouw, Hermeline, en twee kinderen.

De bijpersonen:

Koning Nobel, een leeuw die eigenlijk zijn naam Nobel niet verdient. Hij hinkt van de ene gedachte op de andere en maakt grove fouten. Hij laat zich erg makkelijk ompraten en beïnvloeden.

Tibeert de Kater, hij wordt door Reinaert op zijn zwakke plek geraakt: gulzigheid. Hij moet zijn gulzigheid zwaar bekopen want hij wordt ernstig mishandeld.

Izengrijn de Wolf, deze voert veruit de meeste bezwaren tegen Reinaert aan. Hij beweert dat zijn vrouw en kinderen door hem mishandeld zijn. Grimbeert de Das beweert echter dat Izengrijn zelf ook niet zo zuiver van geweten is.

Grimbeert de Das is het enige dier dat het opneemt vóór Reinaert. Hij is een aanhouder, want steeds weer probeert hij Reinaert een eerlijk proces te laten krijgen.

Bruun Beer is nogal een vraat. Hij moet dat ook bekopen, want zijn vraatzucht levert hem ernstige verminkingen op: zijn wangen en zijn oor zijn eraf en ook de vacht van zijn voorpoten.

Cuwaert de Haas is de neef van Reinaert. Hij wordt meegestuurd op bedevaart met Reinaert. Zijn hoofd wordt door Reinaert afgebeten en met zijn vrouw en kinderen eet hij Cuwaert op. Cuwaerts hoofd wordt in een pelgrimstas meegenomen naar het hof door Belijn de Ram.

Belijn de Ram is de hofkapelaan. Hij gaat mee op Reinaerts zogenaamde bedevaart. Reinaert stuurt hem met de pelgrimstas terug naar het hof. Hij moet daar vertellen dat hij de brief die erin zit zelf heeft samengesteld zodat hij nog meer roem krijgt, en roemlustig als hij is loopt hij in de val. In de tas zit namelijk het hoofd van Cuwaert. Daarom wordt hij en zijn familie vogelvrij verklaart.

Verder komen er nog een aantal, niet belangrijke, personen voor in het verhaal. Dit zijn overigens niet allemaal dieren.

Het verhaal loopt deels goed, deels slecht af. Cuwaert de Haas wordt gedood. Dat is niet leuk, maar de rest van de dieren zijn weer vrij.
Het einde is gesloten, dit maak ik op uit de laatste zin. Die zin geeft toch de indruk dat het wel de bedoeling is geweest een goede afloop te suggeren.

Hieronder volgt een samenvatting van het verhaal.

In het bos waar deze dieren wonen, gelegen in België, organiseert koning Nobel de Leeuw een hofdag. Alle dieren die klachten hebben mogen die aan de koning vertellen. Alle dieren komen, behalve Reinaert de Vos. Vrijwel alle klachten die ingediend worden zijn tegen Reinaert de Vos. Bij de een is de aanklacht nog erger dan bij de ander. De wolf Isengrijn beschuldigt Reinaert ervan zijn vrouw verkracht te hebben en zijn twee kinderen zouden mishandeld zijn. Isengrijn wil dan ook dat Reinaert ter dood wordt veroordeeld. Alleen de das Grimbeert neemt het voor Reinaert op. Maar dan trekt er een rouwstoet voorbij. Coppe, de dochter van Cantecleer de Haan was door Reinaert doodgebeten. Nu had Cantecleer nog maar 4 van zijn 15 kinderen over.
Koning Nobel is woedend en besluit dan ook om Reinaert te dagvaarden. Een van zijn trouwste knechten of vrienden zou dit moeten doen. Het eerste dier dat naar Reinaert zal gaan is Bruun Beer.

Bruun Beer laat zich echter afleiden door een slimme truc van Reinaert. Deze vertelt hem namelijk dat hij een plek weet waar heel veel lekkere honing is. Dat is zijn lievelingseten, dus Bruun en Reinaert gaan eerst naar die plek. Het is een boom waar twee wiggen in zijn geslagen. De boom was eigendom van een timmerman. Terwijl Bruun zijn poten en zijn neus in de boom steekt, trekt Reinaert de wig eruit, zodat Bruun gevangen komt te zitten. De timmerman merkt dat er iemand in de boom gevangen zat en wild met de rest van het dorp Bruun hardhandig te lijf gaan. Bruun rukt zich van angst los maar verliest daarbij de vacht van zijn poten, zijn wang en zijn oor. Bijna dood en tot bloedens toe geslagen komt hij bij koning Nobel aan.

Koning Nobel stuurt een andere afgezant voor de tweede dagvaarding naar Reinaert: Tibeert de Kater. Maar ook voor Tibeert heeft Reinaert een smoes klaar. Er zou een plek zijn waar erg veel vette muizen zijn. Die plek is er ook, het is namelijk de schuur van de pastoor waar al die muizen zich ophouden. Tibeert laat zich verleiden en gaat met Reinaert mee. Tibeert moet zijn hoofd door een gat steken om erbij te kunnen. Maar achter dat gat zit een val, een strop. Reinaert wist dat en laat Tibeert begaan. Zo komt hij vast te zitten. Tibeert schrikt hier zo van dat hij iedereen in huis wakker schreeuwt. De pastoor en zijn vrouw steken hem een oog uit en willen hem doodslaan, maar Tibeert bijt een van de testikels van de pastoor eraf en weet te ontsnappen.

Terug bij koning Nobel zweert iedereen wraak tegen Reinaert en hij wordt voor de 3e keer gedagvaard (dat was in die tijd een grote schande, maar wel het recht van iemand van adel.)
Grimbeert de Das biedt zich aan om te gaan. Reinaert gaat dit keer wel mee. Hij biecht bij Grimbeert al de misdaden die hij in zijn leven had gedaan, om zich te zuiveren. Hij wendt voor dat hij berouw heeft en wil dat Grimbeert hem de biecht afneemt. Grimbeert geeft Reinaert 40 stokslagen als boetedoening. Maar zelfs als ze onderweg langs een klooster met kippen en ganzen komen kan Reinaert zich nog maar nauwelijks bedwingen. Als ze aan het hof komen doet iedereen zijn aanklacht tegen Reinaert. Koning Nobel veroordeelt het ter dood. Terwijl Bruun, Tibeert en Izengrijn de galg opstellen vertelt Reinaert mooie praatjes aan koning Nobel. Hij biecht weer zijn zonden op maar vertelt de koning nog meer. Hij vertelt de koning over een aanslag die Bruun, Isengrijn en Tibeert samen met zijn vader beraamd zouden hebben om de koning, Nobel, uit de weg te ruimen en de beer koning te maken. Het plan zou bekostigd worden met de schat van koning Ermerike, die door Reinaerts vader gevonden was. Reinaert maakt de koning wijs dat hij, na het geduldig observeren van de gangen van zijn vader, de schat gevonden heeft en ergens anders begraven had om het plan te verijdelen. De koning wil meer weten over de schat. Die bevindt zich volgens Reinaert bij de bron Kriekeputte in het bos Hulsterloo. Koning Nobel scheldt, op aandringen van de koningin, in ruil voor de schat Reinaerts zonden kwijt.
Iedereen denkt dat Reinaert veranderd is en nu een rechtvaardig iemand is geworden. De koningin en de koning vertouwen hem helemaal. Zij sturen hem samen met Cuwaert de Haas en Belijn de Ram op bedevaart naar Rome zodat hij weer uit de Ban kan worden gedaan. Als ze langs het kasteel van Reinaert gaan neemt hij Cuwaert mee naar binnen en bijt zijn kop af. Hij en zijn gezin eten de haas op en stoppen het hoofd van Cuwaert in de pelgrimstas. Hij zegt tegen Belijn de Ram dat in de tas een brief voor de koning zit en stuurt hem naar het hof terug.
De koning ziet het hoofd en word natuurlijk vreselijk kwaad. Hij laat Izengrijn, Bruun en Tibeert vrij en verklaart Belijn de Ram en zijn familie vogelvrij.
Reinaert de vos vlucht met zijn familie naar een ander onderkomen.

3b

Dit verhaal is in dichtvorm geschreven. Meestal kon men in de Middeleeuwen niet lezen, dus werden de verhalen voorgelezen op bijvoorbeeld het marktplein. Het is waarschijnlijk in dichtvorm omdat de verteller het dan makkelijker uit zijn hoofd kon leren.
Het verhaal speelt zich af in België, hoewel dat voor dit verhaal in ieder Europees land had kunnen zijn, want aan bijna niets blijkt dat het zich daar afspeelt. Het was wel te lezen in het inleidende essay. Het is geschreven in het Middelnederlands met een Vlaams dialect.

De situaties die worden geschetst zijn vaak erg humoristisch. Soms ook wel schokkend, wanneer bijvoorbeeld Bruun beer wordt toegetakeld en Cuwaert wordt onthoofd.

De tijd waarin het zich afspeelt is het einde van de 12e eeuw, hoewel we dat niet helemaal zeker weten om reden dat dit verhaal is afgeleid van een ander verhaal wat wellicht een hele tijd eerder afspeelde. Bovendien zijn er geen manuscripten van deze periode, volgens het inleidende essay, en zijn de vroegste teksten die er nog zijn pas uit de 13e eeuw. De periode van het verhaal is ongeveer één week.

Het spottende karakter van het verhaal komt duidelijk naar voren in hoe de adel wordt neergezet. Hebzucht, trots en karakterloosheid zijn heel duidelijk af te lezen. En zo zitten er nog veel meer spotternijen in het gedicht.
Er worden in dit verhaal een aantal stereotype verhaalfiguren neergezet. Zo is Reinaert de Vos natuurlijk sluw en gehaaid, de stereotype eigenschappen van een vos (die overigens door dit sprookje nogal bekendheid verwierven en iedereen nu vossen beschouwt als sluw.) Hij is ook de slechterik, de "Bad Guy".
De rest van de verhaalfiguren worden ook als stereotypen neergezet. Alle diereneigenschappen worden wat overdreven.
Zoals bijvoorbeeld de beer Bruun, houden, heerlijk cliché, van honing en geeft daar alles voor op, is goedgelovig en gemoedelijk. Hij is een "Good Guy" die door de "Bad Guy" gepakt wordt op zijn positieve eigenschappen.
Zo laat sluwe vos Reinaert de dieren in de val lopen door ze op zwakke plekken te pakken.

Het verhaal wordt door de verteller persoonlijk aan de lezer verteld. Dit merk je aan sommige zinnen waarin de schrijver je persoonlijk aanspreekt. Bijvoorbeeld in vers 3320. De schrijver zegt hier " Luister naar wat Reinaert nu doet".

3c

De hoofdgedachte van de tekst is

" Laat je niet verleiden door sluwe mooipraters, want je komt bedrogen uit. "

Je kunt dit zeer duidelijk opmaken aan het feit dat alle afgezanten van de koning en uiteindelijk ook de koning zelf, de dupe worden van hun vertrouwen in een sluw iemand met veel mooie praatjes.

Er is geen duidelijk verband tussen het thema en de titel.

3d

Dit boek werd waarschijnlijk aan het einde van de 12e eeuw voor het eerst gepubliceerd. Maar dit verhaal is niet helemaal origineel. Het is goed mogelijk dat eerdere versie van het verhaal al eerder zijn uitgegeven en dan waarschijnlijk in Frankrijk. Vooral het eerste deel van deze versie van "Vanden Vos Reinærde" is in grote lijnen gelijk aan het Franse "Li Plaid" (het pleidooi.) Het laatste deel is door de auteur(s) helemaal zelf bedacht. .
Over het auteurschap van "Vanden Vos Reinærde" is een hele kwestie. Er zijn meerdere theorieën over wie de schrijver(s) zou(den) zijn. De ene theorie beweert dat "Willem" het hele boek heeft geschreven, een andere zegt dat "Arnout" het eerste deel schreef en Willem de rest en een proloog. Hoe het is geweest is dus niet bekend. Het inleidende essay vermeldt dat de schrijver(s) in ieder geval een brede algemene ontwikkeling hadden en een ironische kijk op de wereld hadden.
Omdat van deze schrijvers geen andere werken bekend zijn kunnen die ook niet vergeleken worden.

Hoofdstuk 4
Beoordeling


Ik vind dit werk zelf best diepzinnig. De dubbele bodem van het verhaal is zó duidelijk weergegeven, dat vind ik heel positief. Ik houd van boeken met een moraal.
Ik was geraakt door de passage waarin koning Nobel door zijn vrouw, die met vleierij wordt bewerkt door Reinaert, zodanig wordt omgepraat dat hij vertouwen stelt in Reinaert en zijn trouwste volgelingen laat opsluiten. Zelfs nadat Reinaert al zijn misdaden op had gebiecht. Ik vond dat stuk zo goed geschreven. Zelf zou ik denk ik ook aan zijn kant zijn gaan staan.
Ik vond de ironie die uit het boek spreekt ook vaak erg humoristisch, hoewel die ook wel een beetje scherp is en naar sarcasme neigt.
Ik was alleen nogal gechoqueerd door de ernstigheid van de misdaden die Reinaert begaat. En dingen die ik totaal niet verwachtte, zoals Tibeert de Kater die de testikels van de pastoor afbijt. Ik verwachtte ook totaal niet dat Bruun Beer zijn vacht op zijn hoofd en zijn oor kwijt zou raken en dat hij Cuwaert zelfs gewoon doodbijt. Ze versterken wel de uitwerking van het boek maar hadden van mij wel een tikje minder gemogen.
Het onderwerp in het boek is nog steeds onverminderd actueel. Nog steeds speelt het "Goed tegen Kwaad" in erg veel boeken, films en series. Dat spreekt aan. In de tijd geplaatst kun je zeggen dat in de Middeleeuwen religie een grote rol speelt in de literatuur en op die manier ook haar ideeën weerspiegeld; Wat is goed en wat niet.
Jammer vind ik wel, dat er op het einde niet echt een sluitende oplossing van het probleem volgt. Reinaert blijft tenslotte leven. Wij zouden zeggen: wordt vervolgd.
Het taalgebruik is natuurlijk erg ouderwets, hoewel ik vind dat de vertaler zijn best heeft gedaan het hele oude Middelnederlands met een goed passende woordkeuze neer te zetten. Je merkt duidelijk dat het om een heel oud verhaal gaat. Ook vind ik het enigszins dichterlijk, maar dat komt natuurlijk door het feit dat het oorspronkelijk ook op rijm was geschreven.
Het boek is echt een aanrader. De moraal is duidelijk, het is een duidelijk voorbeeld van de literatuur uit die tijd, de tekst spreekt aan en bovendien bevat het veel humor.

Eindoordeel

Ik vind het een goed boek. De duidelijke moraal, de originaliteit en de verhaalvorm spreken me erg aan. Het verhaal bevat humor, maar is ook soms keihard, ironisch en serieus.
De combinatie die schrijver(s) tussen deze aspecten heeft weten te maken is bijzonder goed.
Wel hadden sommige passages wat minder grof gemogen, wat mij betreft.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.